Hoofdstukken van deze gids
Kosten & regels Gids · 17 hoofdstukkenDeel 1 · Kosten en rendement
- 1Wat een installatie kost
- 2Terugverdientijd
- 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
- 4Injectievergoeding
- 5Btw: 6% of 21%
- 6Premies en voordelen
- 7Offertes vergelijken
Deel 2 · Tarieven en meter
Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen
Tot slot
Gids
Kosten & regels
Bij zonnepanelen, een thuisbatterij of een laadpaal komen twee vragen samen: wat kost het en wat levert het op, en aan welke regels moet je voldoen. Prijzen verschillen sterk tussen offertes, het btw-tarief hangt af van je woning en je installateur, en premies zijn grotendeels weggevallen.
Gratis
MYNRG Check
Nog geen offertes?
Ontdek welke installatie bij jouw woning past, wat ze kost en wat ze oplevert. Daarna kan je offertes aanvragen.
Al offertes ontvangen?
Kijk of ze passen bij jouw verbruik en jouw dak, en laat ze gratis controleren.
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
1Wat een installatie kost
In het kort
⏱ Voor een gezinsinstallatie van ongeveer 4 kWp (kilowattpiek, het vermogen van de panelen onder standaard testomstandigheden) liggen de gepubliceerde prijsindicaties ruwweg tussen 1.000 en ruim 2.000 euro per kWp. Een officiële prijsstatistiek bestaat niet: alle cijfers komen van consumentenorganisaties en vergelijkingssites en zijn enkel indicatief.
Wat is "prijs per kWp"?
Het btw-tarief maakt een groot verschil: 6% of 21%, ongeveer 14% op de eindfactuur. De rekenvoorbeelden op deze site rekenen met 850 tot 900 euro per kWp, zoals de MYNRG Check.
De kWp-waarde is het vermogen dat alle panelen samen leveren onder standaard testomstandigheden. Je berekent ze door het aantal panelen te vermenigvuldigen met het vermogen per paneel in Wp (wattpiek). De prijs per kWp is de beste maatstaf om offertes te vergelijken, omdat elke installatie anders is.
Hoeveel kWp heb je nodig? Deel je jaarverbruik door 1.050, de opbrengst in kWh per kWp voor een zuidgericht dak met 35° helling in Vlaanderen (PVGIS, het rekeninstrument van de Europese Commissie). Bij 3.500 kWh verbruik per jaar is dat ongeveer 3,3 kWp. In de praktijk gaat het om hele panelen: 7 panelen van 460 Wp zijn samen 3,22 kWp. Meer uitleg vind je in Hoeveel panelen je nodig hebt. Een installatie van 4 kWp vraagt volgens een consumentenorganisatie ongeveer 20 tot 25 m² dakoppervlak bij een goede oriëntatie.
Welke prijzen worden genoemd?
De bronnen spreken elkaar deels tegen. Ze vermelden bovendien niet altijd of de prijs inclusief of exclusief btw is.
| Indicatie | Bedrag | Kanttekening |
|---|---|---|
| Gemiddelde in 2025 | ongeveer 1.000 euro per kWp, sommige offertes onder 800 euro | Onduidelijk of dit incl. of excl. btw is |
| Gangbaar in 2022 | ongeveer 1.500 euro per kWp, soms boven 2.000 euro | Historische referentie, geen actuele prijs |
| Vergelijkingssites | grofweg 1.400 tot 2.300 euro per kWp, incl. btw | Datum en methode onduidelijk |
Reken dus met een bandbreedte, niet met één getal. Ligt een offerte ver onder of boven die bandbreedte, stel dan een extra vraag aan de installateur.
Wat zit er in de prijs?
Een installatie bestaat uit panelen, een omvormer (het toestel dat de gelijkstroom van de panelen omzet in wisselstroom voor je woning), montagemateriaal, kabels, arbeid en keuring. Wat elk onderdeel precies kost, hangt sterk af van de offerte. Een betrouwbare verdeling in procenten is niet beschikbaar.
Wat de prijs hoger of lager maakt:
- De kwaliteit van panelen en omvormer, en de garanties.
- De staat van je dak. Laat je het dak vernieuwen vóór de plaatsing, dan voorkom je later extra kosten om de panelen te demonteren.
- De staat van je elektrische installatie. Bij een oude installatie kan een bijkomende ingreep van een elektricien nodig zijn.
- De grootte: grotere installaties zijn meestal goedkoper per kWp, omdat vaste kosten over meer kWp verdeeld worden.
- Een hybride omvormer (die ook een thuisbatterij kan aansturen), steigerwerk of een moeilijke dakopbouw.
- Het btw-tarief.
Keuring en aanmelding
Voor je de panelen in gebruik neemt, keurt een erkende keurder de installatie volgens het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties). De keuring zit meestal in de offerteprijs. ⏱ De Vlaamse overheid gaat voor particuliere installaties uit van ongeveer 125 tot 170 euro. Je bezorgt het volledige keuringsverslag aan Fluvius; een samenvatting of beslissing van de keurder volstaat niet.
Daarna meld je de installatie aan via Mijn Fluvius, binnen 3 maanden na de AREI-keuring. Je hebt nodig: de EAN-code van je aansluiting (18 cijfers, begint met 54), het positieve keuringsattest en het eendraadschema (een vereenvoudigd elektrisch schema).
⏱ Wie te laat aanmeldt, betaalt in 2026 volgens een consumentenorganisatie 117,68 euro extra (incl. btw, jaarlijks geïndexeerd).
Btw: 6% of 21%
⏱ Je betaalt 6% btw op zonnepanelen als aan alle voorwaarden samen is voldaan:
- De woning is ouder dan 10 jaar. Dat tel je in kalenderjaren: de eerste ingebruikname moet uiterlijk in het 10e kalenderjaar vóór het jaar van de eerste factuur hebben plaatsgevonden. Een woning die op 12 december 2016 in gebruik werd genomen, haalt 6% dus al voor een factuur in 2026.
- De woning wordt hoofdzakelijk privé gebruikt. Bijkomend beroepsgebruik mag.
- Eén aannemer levert én plaatst de panelen en factureert rechtstreeks aan jou.
In alle andere gevallen is het 21%, ook als je de panelen zelf koopt en laat plaatsen, of in een nieuwbouwwoning. Het verschil is ongeveer 14%, want 1,21 gedeeld door 1,06 is 1,14. Btw is een federale regel en geldt in heel België. Alle details vind je in Btw: 6% of 21%.
Premies
⏱ Sinds 1 januari 2024 bestaat er in Vlaanderen geen premie meer die specifiek bedoeld is voor het installeren van zonnepanelen, en de thuisbatterijpremie is stopgezet. Reken dus niet "min de premie". Wat er nog wel is, lees je in Premies en voordelen.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in een rijwoning uit 1985 verbruikt 3.500 kWh per jaar. Dit is het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check.
- Installatie: 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp, op een zuidgericht dak (35°) zonder schaduw. Dat levert ongeveer 3.380 kWh per jaar.
- Eén aannemer levert, plaatst en factureert rechtstreeks aan het gezin.
- Prijs: 900 euro per kWp tot 4 kWp, lineair dalend naar 850 euro per kWp bij 10 kWp. We nemen aan dat dit bedrag inclusief 6% btw is.
Voor 3,22 kWp komt dat op 3,22 x 900 = ongeveer 2.900 euro. Ter vergelijking zie je hieronder wat dezelfde installatie zou kosten met de prijzen uit de bronnen.
| Scenario | Prijs per kWp | Totaal voor 3,22 kWp |
|---|---|---|
| Rekenaanname op deze site (MYNRG Check) | 900 euro | ongeveer 2.900 euro |
| Bronindicatie, gemiddelde 2025 | ongeveer 1.000 euro | ongeveer 3.220 euro |
| Bronindicatie, gangbaar in 2022 | ongeveer 1.500 euro | ongeveer 4.830 euro |
In een nieuwbouwwoning met 21% btw kost dezelfde installatie van ongeveer 2.900 euro ongeveer 3.308 euro (2.898 x 1,21 / 1,06), dus ongeveer 410 euro meer.
Wat dit je niet zegt, is of de prijs goed is. Daarvoor vergelijk je minstens twee à drie offertes per kWp en kijk je wat erin zit, zie Offertes vergelijken. Wat de installatie opbrengt, lees je in Terugverdientijd: ongeveer 500 euro per jaar, dus een terugverdientijd van ongeveer 5,8 jaar.
Goed om te weten
- Zelf kopen kost meer btw. Koop je de panelen zelf en laat je ze door iemand anders plaatsen, dan betaal je 21% in plaats van 6%, ook in een woning ouder dan 10 jaar.
- De 10 jaar tellen in kalenderjaren. Een woning uit december 2016 haalt 6% al in januari 2026.
- Laat aanmelden kost geld. In 2025 kregen volgens een consumentenorganisatie ongeveer 19.000 mensen extra kosten voor laattijdige aanmelding bij Fluvius.
- Er is geen officiële prijs. Wat je online als "gemiddelde prijs" vindt, loopt ongeveer met een factor 2 uiteen.
Voor- en nadelen
| Een lage prijs per kWp | Enkel op prijs kiezen |
|---|---|
| Je verdient de investering sneller terug, zie Terugverdientijd | Minder zekerheid over kwaliteit van onderdelen en garanties |
| Keuring, aanmelding of een latere omvormervervanging zitten mogelijk niet in de prijs |
Voor wie het technisch wil weten
- kWp is het gelijkstroomvermogen (DC) van de panelen. De omvormer heeft een eigen wisselstroomvermogen (AC) in kVA. Fluvius vraagt bij aanmelding het maximale AC-vermogen van de omvormers.
- In de Vlaamse regelgeving is een prosument (een afnemer met eigen productie) iemand met een productie-eenheid tot maximaal 10 kVA. Grotere installaties vallen onder een ander regime en zijn hier niet behandeld.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Vlaanderen.be, Btw-tarief van 6% bij renovatie
- Vlaanderen.be, AREI-keuring van uw zonnepanelen
- Fluvius, Wat heb je nodig om je zonnepanelen aan te melden?
- Fluvius, Zonnepanelen zijn een slimme investering
- Fluvius, Veelgestelde vragen groene stroom
- PVGIS (Europese Commissie, JRC)
- Vlaamse Nutsregulator, Prijzenrapport 2025
- Test Aankoop, Zonnepanelen laten installeren
- Test Aankoop, Zonnepanelen aanmelden bij je netbeheerder is verplicht
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
2Terugverdientijd
In het kort
De terugverdientijd is het aantal jaar tot je jaarlijkse besparingen de investering hebben terugbetaald. ⏱ Fluvius schat hem in Vlaanderen op "zo'n acht tot tien jaar", afhankelijk van je situatie.
De formule
In ons standaardvoorbeeld (3.500 kWh verbruik, 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp, voor ongeveer 2.900 euro) bespaar je ongeveer 500 euro per jaar en is de investering na ongeveer 5,8 jaar terugbetaald. Bij 50% zelfverbruik is dat 4,3 jaar, bij 60% 3,8 jaar. Zelfverbruik is de belangrijkste knop.
Jaarlijkse opbrengst = (kWh die je zelf verbruikt x prijs die je daardoor niet meer betaalt) + (kWh die je injecteert x injectievergoeding) - jaarlijkse kosten.
De eenvoudige terugverdientijd is investering gedeeld door jaarlijkse opbrengst, met constante prijzen. Zo rekent ook de MYNRG Check, die daarom een bereik toont ("5 tot 7 jaar" voor het standaardvoorbeeld). Wat die methode niet meerekent (degradatie en een nieuwe omvormer), lees je verderop.
De ingrediënten
Investering. Alle kosten om te starten: panelen, omvormer, montage, keuring, aanmelding en btw. Prijzen en btw-regels staan in Wat een installatie kost. ⏱ We rekenen met 900 euro per kWp tot 4 kWp, lineair dalend naar 850 euro per kWp bij 10 kWp (zonnepanelen en omvormer, zonder batterij). Voor 3,22 kWp is dat ongeveer 2.900 euro. Er is in Vlaanderen sinds 1 januari 2024 geen premie meer specifiek voor zonnepanelen, dus er valt niets af te trekken.
Productie. Een zuidgericht dak met 35° helling haalt in Vlaanderen ongeveer 1.050 kWh per kWp per jaar (PVGIS, met 14% systeemverliezen). Een oost- of westdak met 30° helling haalt ongeveer 900 kWh per kWp, ongeveer 85% van zuid; de MYNRG Check rekent per dakvlak en kent geen gecombineerde oost-westopstelling. Schaduw en weer bepalen wat je in werkelijkheid haalt. Een paneel van 460 Wp levert dan ongeveer 483 kWh per jaar. Het aantal panelen is je jaarverbruik gedeeld door die opbrengst per paneel, afgerond: 3.500 / 483 = 7,25, dus 7 panelen.
Zelfverbruik en injectie. Zelfverbruik is de stroom van je panelen die je meteen zelf gebruikt. Zonder batterij hangt het af van de verhouding tussen productie en verbruik: hoe groter je installatie ten opzichte van je verbruik, hoe kleiner het aandeel dat je zelf gebruikt. Als je productie ongeveer gelijk is aan je verbruik, is dat ongeveer 34%. ⏱ De Vlaamse overheid noemt voor een gemiddeld gezin zonder batterij ongeveer 28%. Ons rekenvoorbeeld gebruikt het model met 34%. Het overschot gaat naar het net (injectie), en daarvoor krijg je een injectievergoeding van je leverancier, enkel mogelijk met een digitale meter.
Wat een zelf verbruikte kWh waard is. Je bespaart enkel het variabele deel van je afnameprijs: energiekost, het variabele deel van de nettarieven en heffingen, en btw. Vaste kosten bespaar je niet. Daarom is de gemiddelde "alles-inclusief"-prijs te hoog als rekenprijs. ⏱ We rekenen met 0,35 euro per kWh. Jouw eigen waarde vind je op je jaarafrekening.
Wat een geïnjecteerde kWh waard is. ⏱ De vergoeding is laag en verschilt sterk per contract. In mei 2026 liep ze volgens een consumentenorganisatie van 0,94 tot 4,90 eurocent per kWh. We rekenen met 0,045 euro per kWh. Meer over de contracttypes en over negatieve vergoedingen staat in Injectievergoeding.
Stroomprijs. Niemand weet hoe die zich ontwikkelt. We rekenen met constante prijzen en tonen apart wat +2% per jaar zou doen.
Het capaciteitstarief
⏱ Een Vlaams gezin met digitale meter betaalt een deel van de nettarieven op basis van de maandpiek: het hoogste kwartiergemiddelde van je afname uit het net in een maand, in kW. In 2026 is dat gemiddeld ongeveer 53,39 euro per kW per jaar (excl. btw), met een minimum van 2,5 kW. Een gemiddeld gezin heeft een maandpiek van ongeveer 4,24 kW, dus ongeveer 226 euro per jaar.
Wat betekent dat voor je terugverdientijd?
- Het tarief bestaat met of zonder panelen. Panelen veroorzaken het niet en veranderen je piek niet.
- Het zit al in je bespaarprijs per kWh: een bespaarde kWh is minder waard dan vroeger. De Vlaamse Nutsregulator schrijft dat zonnepanelen een interessante investering blijven, ook al wordt de terugverdientijd bij ongewijzigd gedrag langer.
- Voeg je een warmtepomp of laadpaal toe, dan kan je piek stijgen. Elke extra kW kost gemiddeld ongeveer 53 euro per jaar. Dat raakt je totale energiekost, niet de opbrengst van de panelen.
Rekenvoorbeeld
Gezin in een woning uit 1985, 3.500 kWh verbruik per jaar, digitale meter, Vlaanderen. Dit is het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check. Alle aannames, geen garanties:
- Zuidgericht dak (35°), geen schaduw: 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp.
- Investering ongeveer 2.900 euro (900 euro per kWp).
- Opbrengst 1.050 kWh per kWp, dus ongeveer 3.380 kWh per jaar.
- Zelfverbruik zonder batterij ongeveer 34% (33,6%), dus ongeveer 1.135 kWh.
- Bespaarprijs 0,35 euro per kWh, injectievergoeding 0,045 euro per kWh, prijzen constant.
- Geen onderhoudskosten en, zoals in de MYNRG Check, geen degradatie en geen omvormervervanging.
Jaar 1:
- Zelfverbruik: 3.381 x 33,6% = 1.135 kWh x 0,35 = 397,32 euro
- Injectie: 2.246 kWh x 0,045 = 101,06 euro
- Totaal: ongeveer 498 euro per jaar
De terugverdientijd is 2.898 / 498 = ongeveer 5,8 jaar. Na 25 jaar staat het cumulatieve resultaat, bij constante prijzen en zonder degradatie en omvormervervanging, op ongeveer +9.560 euro.
Zelfverbruik: de grootste knop
Zelfde installatie (3,22 kWp, ongeveer 2.900 euro), zelfde prijzen. Enkel het zelfverbruik verandert, en daarmee de verdeling tussen zelf verbruikt en geïnjecteerd.
| Zelfverbruik | Besparing jaar 1 (euro) | Terugverdientijd (jaar) | Resultaat na 25 jaar (euro) |
|---|---|---|---|
| 34% (model) | 498 | 5,8 | +9.561 |
| 50% | 668 | 4,3 | +13.796 |
| 60% | 771 | 3,8 | +16.374 |
Andere aannames, telkens één wijziging
Basis: 34% zelfverbruik, 5,8 jaar.
| Wijziging | Terugverdientijd (jaar) |
|---|---|
| Investering 1.900 euro | 3,8 |
| Investering 3.900 euro | 7,8 |
| Bespaarprijs 0,29 euro per kWh | 6,7 |
| Bespaarprijs 0,41 euro per kWh | 5,1 |
| Injectievergoeding 0 euro | 7,3 |
| Onderhoud 100 euro per jaar | 7,3 |
| Bespaarprijs +2% per jaar | 5,6 |
De ongunstigste combinatie (34% zelfverbruik, 3.900 euro, 0,29 euro per kWh) geeft 9,1 jaar, de gunstigste (60%, 1.900 euro, 0,41 euro per kWh) 2,1 jaar. "De" terugverdientijd bestaat dus niet: er is er alleen een voor jouw situatie.
Wat de MYNRG Check niet meerekent
De MYNRG Check rekent met constante productie en zonder omvormervervanging. Twee zaken kunnen je rekening over de hele levensduur nog bijsturen.
Degradatie. Panelen leveren na verloop van tijd iets minder. Een overzichtsstudie van het Amerikaanse onderzoeksinstituut NREL vond een mediaan van 0,5% per jaar. Het is een mediaan: de spreiding is groter. Fluvius noemt een gemiddelde levensduur van 25 tot 30 jaar.
Omvormer en onderhoud. Een omvormer gaat ongeveer 10 tot 15 jaar mee. Voor de vervanging kun je rekenen met 1.150 euro rond jaar 12, het midden van een indicatieve range van 800 tot 1.500 euro. Regen reinigt panelen grotendeels; vogelpoep en korstmos verwijder je zelf of laat je verwijderen.
Wat dat in het standaardvoorbeeld doet, met 0,5% degradatie per jaar en 1.150 euro in jaar 12:
| Jaar | Cumulatief resultaat (euro) |
|---|---|
| 1 | -2.400 |
| 5 | -431 |
| 6 | +55 |
| 10 | +1.975 |
| 11 | +2.449 |
| 12 | +1.771 (omvormer vervangen) |
| 25 | +7.692 |
De terugverdientijd verandert nauwelijks: ongeveer 5,9 jaar in plaats van 5,8, want de omvormer valt ná het break-evenpunt. Het resultaat na 25 jaar daalt wel, van ongeveer +9.560 naar ongeveer +7.690 euro. Bij een duurdere installatie of een lager zelfverbruik kan de omvormer wél vóór de terugverdientijd vallen, en dan schuift die op.
| Zelfverbruik | Terugverdientijd met degradatie en omvormer (jaar) | Resultaat na 25 jaar, MYNRG Check (euro) | Resultaat na 25 jaar, met degradatie en omvormer (euro) |
|---|---|---|---|
| 34% (model) | 5,9 | +9.561 | +7.692 |
| 50% | 4,4 | +13.796 | +11.681 |
| 60% | 3,8 | +16.374 | +14.111 |
Goed om te weten
- Een omvormer valt meestal ná je terugverdientijd. In het standaardvoorbeeld staat het saldo na 11 jaar op ongeveer +2.449 euro. De vervanging in jaar 12 kost 1.150 euro en laat nog ongeveer +1.771 euro over.
- Zelfverbruik weegt zwaarder dan injectie. Een zelf verbruikte kWh is in dit voorbeeld ongeveer 7,8 keer meer waard dan een geïnjecteerde (0,35 tegenover 0,045 euro).
- Injecteren kan geld kosten. Volgens de Vlaamse Nutsregulator betaalden in 2025 ongeveer 29.000 Vlaamse gezinnen minstens één maand voor de stroom die ze injecteerden, omdat hun variabele contract een negatieve vergoeding gaf.
- Het capaciteitstarief maakt panelen niet onrendabel. Het verlaagt de waarde van een bespaarde kWh, maar de Nutsregulator concludeert dat ze een interessante investering blijven.
- Een extra kW piek kost ongeveer 53 euro per jaar. Dat telt vooral mee voor de terugverdientijd van een warmtepomp of laadpaal.
Voor- en nadelen
| Eenvoudige methode (MYNRG Check) | Jaar per jaar rekenen |
|---|---|
| Snel: investering gedeeld door jaaropbrengst | Houdt rekening met degradatie en omvormervervanging |
| Geeft een goed beeld zolang de omvormer na het break-evenpunt valt | Vraagt extra aannames over degradatie en omvormerprijs |
Voor wie het technisch wil weten
- Het capaciteitstarief wordt berekend op kwartierwaarden. Bij een jaartarief is de facturatiepiek het gemiddelde van de maandpieken van de afgelopen 12 maanden.
- Eigenaars met een klassieke meter betalen een prosumententarief op basis van het AC-vermogen van de omvormer. Met een digitale meter betaal je dat niet.
- Zelfverbruik verhogen zonder batterij kan door toestellen te plannen tijdens zonuren of door sturing van een warmtepompboiler.
- De PVGIS-berekening gebruikt kristallijn silicium, 14% systeemverliezen, 35° helling en opbouw op een gebouw. Een eigen berekening maak je met PVGIS zelf.
- Zelfverbruik zonder batterij in de MYNRG Check: 0,33 gedeeld door de vierkantswortel van (opbrengst gedeeld door verbruik), begrensd tussen 18% en 70%.
- Het rekenvoorbeeld geldt voor Vlaanderen. In Brussel en Wallonië zijn tarieven en regels anders.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Fluvius, Zonnepanelen zijn een slimme investering
- Vlaamse Nutsregulator, Capaciteitstarief
- Vlaamse Nutsregulator, Prosumententarief
- Vlaamse Nutsregulator, Prijzenrapport 2025
- Vlaanderen.be, Haal meer uit uw zonnepanelen met zelfverbruik
- PVGIS (Europese Commissie, JRC)
- NREL, Photovoltaic Degradation Rates: An Analytical Review
- Test Aankoop, Kosten geïnjecteerde zonnestroom
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
In het kort
De terugverdientijd zegt wanneer je geld terug is. ROI, IRR en NCW zeggen wat je daarna overhoudt, rekening houdend met het tijdstip van elk bedrag.
Wat betekenen ROI, IRR en NCW?
In ons standaardvoorbeeld (3,22 kWp voor ongeveer 2.900 euro, 34% zelfverbruik, zie Terugverdientijd) is het resultaat na 25 jaar +7.692 euro (ROI 265%), de IRR 15,1% per jaar en de NCW +5.410 euro bij 2% en +3.794 euro bij 4%. Bij 50% zelfverbruik is de IRR 21,6%, bij 60% 25,3%. Die levensduurrekening houdt rekening met 0,5% degradatie per jaar en een nieuwe omvormer in jaar 12; de MYNRG Check rekent die twee niet mee.
- ROI (return on investment) is het netto resultaat gedeeld door de investering. Er is geen vaste definitie. Wij tellen alle jaarlijkse opbrengsten op, trekken de investering af en delen door de investering.
- NCW (netto contante waarde, in het Engels NPV) is het verschil tussen wat je binnenkrijgt en uitgeeft, omgerekend naar vandaag tegen een rente die jij kiest. Een euro over twintig jaar is minder waard dan een euro nu. Is de NCW groter dan 0, dan doet de investering het beter dan je alternatief, is ze kleiner dan 0, dan doet ze het slechter.
- IRR (interne rentevoet) is het jaarlijkse rendement van de investering zelf: de rente waarbij de NCW precies nul is. Je hoeft zelf geen rente te kiezen.
De terugverdientijd zegt niets over wat er na het break-evenpunt gebeurt. De NCW telt alle kosten en baten mee, ongeacht wanneer ze vallen.
De aannames
Het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check, aangevuld met de twee zaken die de MYNRG Check niet meerekent.
| Aanname | Waarde |
|---|---|
| Gezin | 3.500 kWh verbruik per jaar, zuid 35°, geen schaduw |
| Installatie | 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp, ongeveer 2.900 euro (900 euro per kWp) |
| Opbrengst | 1.050 kWh per kWp in jaar 1, dus ongeveer 3.380 kWh |
| Degradatie | 0,5% per jaar (niet in de MYNRG Check) |
| Zelfverbruik zonder batterij | 34% (gevoeligheid: 50, 60%) |
| Bespaarde stroom | 0,35 euro per kWh, constant |
| Injectievergoeding | 0,045 euro per kWh, constant |
| Omvormer | vervangen in jaar 12 voor 1.150 euro (niet in de MYNRG Check) |
| Onderhoud | 0 euro per jaar |
| Looptijd | 25 jaar, geen restwaarde |
⏱ De prijzen zijn constant. Daardoor is de rente in dit hoofdstuk een reële rente, dus een rente na inflatie.
Eén installatie, vier "rendementen"
Voor dezelfde ongeveer 2.900 euro kan je volgende cijfers lezen:
- Over 25 jaar: 7.692 / 2.898 = 265% (zonder omvormervervanging 305%).
- Gemiddeld per jaar: 265% / 25 = 10,6%.
- Bruto jaarrendement in jaar 1: 498 / 2.898 = 17,2%.
- IRR: 15,1% per jaar.
Elk cijfer is juist, maar ze beantwoorden een andere vraag. Vraag bij een ROI-getal altijd over welke periode het gaat en wat is meegeteld (omvormer, onderhoud).
NCW bij verschillende rentes
Er is geen "juiste" rente. Kies er twee en kijk of je conclusie dezelfde blijft.
| Rente | NCW (euro) |
|---|---|
| 0% | +7.692 |
| 2% | +5.410 |
| 4% | +3.794 |
| 6% | +2.622 |
| 8% | +1.753 |
| 10% | +1.096 |
⏱ Ter vergelijking: een consumentenorganisatie noemde voor de staatsbon van 4 september 2026 een rente van 2,75% bruto op 1 jaar en 3,70% bruto op 10 jaar. Dat zijn nominale rentes, dus niet na inflatie, en daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar met onze reële rente.
De IRR ligt waar de NCW nul wordt: 15,10% per jaar. Zonder omvormervervanging is dat 16,35%. Met de gedisconteerde terugverdientijd (de terugverdientijd met toekomstige bedragen omgerekend naar vandaag) duurt het iets langer: 6,3 jaar bij 2%, 6,6 jaar bij 3% en 6,9 jaar bij 4%, tegenover 5,9 jaar zonder omrekening. Bij 6% is dat 7,5 jaar.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in een woning uit 1985 verbruikt 3.500 kWh per jaar, heeft een digitale meter en woont in Vlaanderen. De aannames zijn die uit de tabel hierboven.
Jaar 1: 3.381 kWh x 33,6% = 1.135 kWh zelf verbruikt x 0,35 euro = 397,32 euro. Daarnaast 2.246 kWh geïnjecteerd x 0,045 euro = 101,06 euro. Samen 498 euro.
| Jaar | Netto kasstroom | Cumulatief | Cumulatief bij 2% | Cumulatief bij 4% |
|---|---|---|---|---|
| 0 | -2.898 | -2.898 | -2.898 | -2.898 |
| 1 | +498 | -2.400 | -2.409 | -2.419 |
| 5 | +488 | -431 | -572 | -701 |
| 6 | +486 | +55 | -140 | -316 |
| 10 | +476 | +1.975 | +1.483 | +1.061 |
| 12 | -678 (472 min 1.150 omvormer) | +1.771 | +1.329 | +945 |
| 16 | +462 | +3.634 | +2.728 | +2.001 |
| 20 | +453 | +5.460 | +3.994 | +2.886 |
| 25 | +442 | +7.692 | +5.410 | +3.794 |
Zonder omrekening verdien je je geld terug in jaar 6 (5,9 jaar). Bij 2% staat de installatie na 25 jaar 5.410 euro beter dan je alternatief, bij 4% 3.794 euro en bij 6% 2.622 euro.
Zelfverbruik is de grootste hefboom
| Zelfverbruik | Besparing jaar 1 (euro) | Terugverdientijd (jaar) | IRR | NCW bij 2% | NCW bij 4% |
|---|---|---|---|---|---|
| 34% (basis) | 498 | 5,9 | 15,10% | +5.410 | +3.794 |
| 50% | 668 | 4,4 | 21,55% | +8.542 | +6.312 |
| 60% | 771 | 3,8 | 25,33% | +10.449 | +7.845 |
Wat mag er verkeerd lopen?
Telkens één variabele, de rest zoals in de basis:
- Minimaal zelfverbruik voor een NCW van 0: 1,9% bij 0%, 5,2% bij 2% en 8,8% bij 4%. Het model van de MYNRG Check gaat nooit onder 18% zelfverbruik, dus dit is een rekenkundige grens.
- Maximale investering voor een NCW van 0 (met omvormervervanging): 8.308 euro bij 2% (ongeveer 2.580 euro per kWp) en 6.692 euro bij 4% (ongeveer 2.078 euro per kWp). Dat is een rekenkundige grens, geen prijsadvies.
- Minimale bespaarprijs voor een NCW van 0: 0,092 euro per kWh bij 2% en 0,125 euro bij 4%.
| Wijziging | Terugverdientijd (jaar) | IRR | NCW bij 2% (euro) |
|---|---|---|---|
| Basis | 5,9 | 15,10% | +5.410 |
| Investering 1.900 euro | 3,8 | 24,58% | +6.410 |
| Investering 3.900 euro | 8,0 | 10,34% | +4.410 |
| Bespaarprijs 0,29 euro per kWh | 6,8 | 12,38% | +4.151 |
| Bespaarprijs 0,41 euro per kWh | 5,2 | 17,74% | +6.670 |
| Injectievergoeding 0 euro | 7,4 | 11,02% | +3.542 |
| Onderhoud 100 euro per jaar | 7,4 | 10,91% | +3.458 |
| Bespaarprijs +2% per jaar | 5,7 | 16,89% | +7.240 |
| Geen degradatie | 5,8 | 15,66% | +5.925 |
| Zonder omvormervervanging | 5,9 | 16,35% | +6.317 |
Effect van de btw en de looptijd
Veronderstel dat de ongeveer 2.900 euro inclusief 6% btw is. Bij 21% in plaats van 6% btw kost dezelfde installatie ongeveer 3.308 euro (zie Btw: 6% of 21%). De terugverdientijd wordt dan 6,7 jaar, de IRR 12,83% en de NCW +5.000 euro bij 2% en +3.384 euro bij 4%.
Fluvius noemt een gemiddelde levensduur van 25 tot 30 jaar. Voor 30 jaar veronderstellen we een tweede omvormervervanging in jaar 24.
| Looptijd | IRR | NCW bij 2% (euro) | Resultaat zonder omrekening (euro) |
|---|---|---|---|
| 20 jaar | 14,48% | +3.994 | +5.460 |
| 25 jaar | 15,10% | +5.410 | +7.692 |
| 30 jaar | 15,13% | +5.946 | +8.718 |
Wat zit er niet in?
- Waardestijging van de woning of een beter EPC (energielabel). Fluvius meldt dat de waarde kan stijgen, maar noemt geen bedrag.
- ⏱ Premies: sinds 1 januari 2024 is er geen premie meer specifiek voor zonnepanelen, zie Premies en voordelen.
- Een stijgende of dalende stroomprijs (basis: constant).
- Belastingen op het rendement en de kost van een lening.
Goed om te weten
- 100 euro onderhoud per jaar kost je veel rendement. Geef je elk jaar 100 euro uit, dan zakt de IRR van 15,10% naar 10,91% en de NCW bij 2% van +5.410 naar +3.458 euro. Een flinke regenbui haalt gewoon stof weg. Vogelpoep of korstmos vraagt wel aandacht, maar reinig niet vaker dan nodig.
- De omvormer kost je ongeveer 1,3 procentpunt rendement. De IRR gaat van 16,35% zonder naar 15,10% met omvormervervanging.
- Een lage injectievergoeding doet pijn, maar niet het meest. Bij 0 euro injectievergoeding zakt de IRR van 15,10% naar 11,02%. Een lagere bespaarprijs (0,29 in plaats van 0,35 euro per kWh) kost 2,7 procentpunt.
- Reëel en nominaal vergelijken is appelen met peren. Onze 15,1% is een rendement na inflatie. Leg je het naast een nominale rente op een spaarproduct, dan vergelijk je twee verschillende dingen. Bespaarde stroom is bovendien geen belegging die je kunt verkopen.
- De btw weegt door in je rendement. Met 21% in plaats van 6% btw zakt de IRR van 15,10% naar 12,83%.
Voor- en nadelen van de maatstaven
| Maatstaf | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
| Terugverdientijd | Begrijpelijk, snel te berekenen | Negeert wat na het break-evenpunt komt en de tijdswaarde van geld |
| ROI | Eén vertrouwd getal | Geen vaste definitie, hangt af van periode en wat je meetelt |
| IRR | Jaarlijks rendement, zonder dat je zelf een rente kiest | Zegt niets over het bedrag; vergelijkt enkel goed bij gelijke looptijd en risico |
| NCW | Telt alle kasstromen mee en geeft een bedrag in euro | Je moet een rente kiezen en die bepaalt de uitkomst |
Voor wie het technisch wil weten
- De investering staat in jaar 0. Opbrengsten en kosten van elk jaar komen aan het einde van dat jaar.
- Productie: P(t) = 3,22 kWp x 1.050 x 0,995^(t-1) kWh. In jaar 25 is dat ongeveer 2.998 kWh.
- Kasstroom: C(t) = P(t) x (33,6% x 0,35 + 66,4% x 0,045) euro, dus P(t) x 0,147 euro. In jaar 12 gaat daar 1.150 euro van af.
- NCW = som van C(t) / (1 + r)^t, van t = 0 tot de looptijd, met C(0) = -2.898 euro.
- De kasstroom is negatief in jaar 0, negatief in jaar 12 en positief in de andere jaren. We controleerden dat de NCW tussen -50% en +100% maar één nulpunt heeft, dus de IRR is eenduidig.
- De grenswaarden bepalen we door de NCW voor één variabele op nul te leggen.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- NREL, terugverdientijd (helppagina rekenmodel)
- NREL, netto contante waarde (helppagina rekenmodel)
- NREL, interne rentevoet (helppagina rekenmodel)
- NREL, Photovoltaic Degradation Rates: An Analytical Review
- Fluvius, Zonnepanelen zijn een slimme investering
- Vlaanderen.be, Haal meer uit uw zonnepanelen met zelfverbruik
- PVGIS (Europese Commissie, JRC)
- Test Aankoop, Staatsbon in september 2026
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
4Injectievergoeding
In het kort
De injectievergoeding is de prijs die je leverancier betaalt voor de stroom die je op het net zet. In 2025 bedroeg ze gemiddeld 3,16 cent per kWh, tegenover ongeveer 33,6 cent voor een kWh die je zelf verbruikt (Vlaamse Nutsregulator).
Hoe werkt de injectievergoeding?
⏱ Voor mei 2026 noemt een consumentenorganisatie gemiddeld 3 à 4 cent, met in de markt een spreiding van 0,94 tot 4,90 cent per kWh. De vergoeding hangt af van het contracttype (vast, variabel of dynamisch) en van de leeftijd van je contract, en ze kan in sommige maanden negatief zijn.
- Met een digitale meter, die afname en injectie apart registreert, verkoop je je overschot aan een leverancier via een terugleveringscontract. Doorgaans biedt de leverancier dat automatisch aan, samen met het afnamecontract.
- Een terugleveringscontract heeft maar één prijsonderdeel: de energiecomponent. Er zijn geen nettarieven of heffingen op de vergoeding. Bij een particulier met zonnepanelen tot 10 kVA die niet btw-plichtig is, is ze ook vrijgesteld van btw.
- Met een klassieke meter kan je geen terugleveringscontract sluiten. Je injectie wordt in mindering gebracht van je afname ("terugdraaien"). Wat boven je afname uitkomt, wordt niet vergoed. Zie Van terugdraaiende teller naar digitale meter voor de overgang naar de digitale meter.
De drie contracttypes
| Type | Hoe wordt de prijs bepaald | Gemiddelde 2025 |
|---|---|---|
| Vast | Een prijs die voor de looptijd vastligt | ca. 2,40 cent/kWh |
| Variabel | Een formule, meestal gekoppeld aan de groothandelsprijs en vaak maandelijks aangepast | ca. 3,24 cent/kWh |
| Dynamisch | Je wordt per uur of kwartier vergoed volgens de groothandelsprijs van de dag ervoor (day-ahead) | 1,92 cent/kWh |
Ongeveer 90% van de prosumenten (afnemers met zonnepanelen) zat in 2025 op een variabel contract en ongeveer 10% op een vast contract. Het dynamische contract is een klein deel. De cent per kWh voor vast en variabel zijn omgerekend uit het jaarbedrag van het referentieprofiel van de Nutsregulator, met 3.385 kWh injectie per jaar.
Gewogen over vast en variabel samen was het 3,16 cent per kWh, of 107,12 euro per jaar. ⏱
Waarom is de vergoeding zo laag?
- Je krijgt enkel de energieprijs. Een kWh die je zelf verbruikt, is evenveel waard als de volledige elektriciteitsprijs: energie, nettarief, heffingen en btw. Een geïnjecteerde kWh levert enkel de energiecomponent op.
- Zonnestroom is goedkoper op de markt. Alle panelen produceren op hetzelfde moment, dus de prijzen zijn dan het laagst. De "solar capture rate" (de gemiddelde marktprijs van zonnestroom gedeeld door de gemiddelde day-ahead prijs) viel van 60% in 2024 naar 54% in 2025.
- Negatieve prijzen komen vaker voor. In 2025 waren er 520 uren met een negatieve day-ahead prijs (5,9% van de tijd), tegenover 408 uren in 2024.
Leeftijd van je contract
De Nutsregulator groepeert contracten per "contractversie", het jaar waarin die versie van het contract werd uitgebracht. Gemiddelde jaarvergoeding 2025 voor vast en variabel samen, bij het referentieprofiel:
| Contractversie | Aandeel prosumenten (dec. 2025) | Jaarvergoeding | Ca. cent/kWh |
|---|---|---|---|
| 2022 | 1,65% | 125,82 euro | 3,72 |
| 2023 | 8,52% | 117,90 euro | 3,48 |
| 2024 | 19,70% | 114,17 euro | 3,37 |
| 2025 | 70,13% | 91,80 euro | 2,71 |
De meeste prosumenten zitten dus op een recent contract met een lagere vergoeding. Wie in 2025 een ouder contract had, kreeg gemiddeld meer. ⏱
Negatieve vergoedingen
Bij variabele contracten die gekoppeld zijn aan een spotparameter (een gemiddelde van de groothandelsprijs over een maand of kwartaal) kan de vergoeding in sommige maanden negatief zijn. Dan betaal je om te mogen injecteren.
- In 2025 hadden 20 contracten (84 contractversies) van 8 leveranciers in minstens één maand een negatieve vergoeding. In 2024 waren dat 6 contracten van 2 leveranciers.
- Naar schatting werden bijna 29.000 gezinnen in minstens één maand met een negatieve vergoeding geconfronteerd.
- De negatieve maanden waren vooral mei en juni. Voor de betrokken contractversies was de gemiddelde vergoeding in mei -10,86 euro en in juni -8,00 euro.
- Bij sommige contractversies was zelfs de som over het hele jaar negatief, tot -91,69 euro (zonder december). Je injecteert in de winter weinig, dus de positieve wintermaanden compenseren de lente en zomer niet.
- Dynamische contracten zijn het gevoeligst: bij een negatieve day-ahead prijs betaal je voor elke geïnjecteerde kWh in dat uur.
⏱ Volgens een consumentenorganisatie garanderen sommige leveranciers dat een variabele vergoeding nooit negatief wordt. Dat verschilt per contract, dus controleer of er een ondergrens is.
Wat vind je in de markt in 2026? ⏱
Volgens een consumentenorganisatie (28 mei 2026) lag de gemiddelde vergoeding op dat moment op 3 à 4 cent per kWh. Voor eind februari 2026 lag ze onder 3 cent. In mei 2026 liep de spreiding voor een enkelvoudig uurtarief in Vlaanderen van 0,94 tot 4,90 cent per kWh, of 23 tot 122 euro per jaar bij 2.500 kWh injectie. Vaste vergoedingen liggen meestal iets lager dan variabele, maar geven zekerheid tegen plotse dalingen. Dit zijn momentopnames. Het actuele aanbod vind je op de vergelijkingstool van de Vlaamse Nutsregulator.
Vaste afname betekent niet vaste injectie
Je sluit een terugleveringscontract meestal samen met een afnamecontract af. De twee hebben niet altijd hetzelfde type: een vast afnamecontract kan verplicht gekoppeld zijn aan een variabel terugleveringscontract. In december 2025 boden maar 4 van de 20 leveranciers in de vergelijkingstool van de Nutsregulator een vast terugleveringscontract aan.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Gent heeft 7 panelen van 460 Wp (3,22 kWp) op een zuidgericht dak (35°) en verbruikt 3.500 kWh per jaar. Dit is het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check.
- Productie: 3,22 x 1.050 = ongeveer 3.380 kWh per jaar.
- Zelfverbruik zonder batterij: ongeveer 34%, dus ongeveer 66% injectie, ongeveer 2.246 kWh.
- De vergoeding is het gemiddelde van 2025 of de spreiding van mei 2026. Het is geen prijsgarantie.
| Scenario | Cent per kWh | Opbrengst injectie per jaar |
|---|---|---|
| Rekenwaarde in onze rekenvoorbeelden (MYNRG Check) | 4,50 | ca. 101 euro |
| Vast contract, gemiddelde 2025 | 2,40 | ca. 54 euro |
| Vast en variabel samen, gemiddelde 2025 | 3,16 | ca. 71 euro |
| Variabel, gemiddelde 2025 | 3,24 | ca. 73 euro |
| Dynamisch, gemiddelde 2025 | 1,92 | ca. 43 euro |
| Laagste in de markt, mei 2026 | 0,94 | ca. 21 euro |
| Hoogste in de markt, mei 2026 | 4,90 | ca. 110 euro |
Tussen het laagste en het hoogste tarief zit voor dit gezin ongeveer 90 euro per jaar. Dat is weinig tegenover de waarde van zelfverbruik: gebruikt het gezin 1.000 kWh meer zelf, bijvoorbeeld met een warmtepompboiler overdag, dan scheelt dat ongeveer 336 min 32 = 304 euro per jaar (prijzen 2025: 33,57 cent aankoop, 3,16 cent injectie). In de MYNRG Check is een kWh die je zelf verbruikt ongeveer 7,8 keer meer waard dan een geïnjecteerde (0,35 tegenover 0,045 euro).
Goed om te weten
- Je vergoeding bevat enkel de kale energieprijs. Geen nettarieven, geen heffingen, geen btw. Daarom krijg je veel minder dan wat je betaalt voor een kWh die je afneemt: in de MYNRG Check ongeveer een achtste (0,045 tegenover 0,35 euro).
- Een ouder contract leverde in 2025 meer op. Contractversies uit 2022 haalden gemiddeld 125,82 euro, die uit 2025 91,80 euro. Een nieuw contract is dus niet automatisch beter voor je injectie.
- Een vaste afnameprijs garandeert geen vaste injectieprijs. Vergelijk altijd je injectieprijs, niet alleen je afnameprijs.
- Het weer telt zwaarder dan het tarief. De vergoeding per kWh bleef quasi gelijk (3,15 naar 3,16 cent), maar de totale opbrengst steeg van 75,13 naar 107,12 euro dankzij een zeer zonnig 2025.
- Een negatieve vergoeding kan het hele jaar negatief maken. Zie de cijfers hierboven.
Voor- en nadelen per contracttype
| Type | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
| Vast | Zekerheid tegen plotse dalingen, geen negatieve maanden door spotprijzen | Gemiddeld lager (81,38 euro tegenover 109,75 euro bij variabel in 2025) en zelden aangeboden |
| Variabel | Hoogste gemiddelde in 2025 en meest voorkomend aanbod | Kan in lente en zomer negatief worden als ze gekoppeld is aan een spotparameter |
| Dynamisch | Je profiteert van kwartieren met hoge prijzen, vooral met een slim aangestuurde batterij, zie Dynamisch tarief | Laagste gemiddelde in 2025 (65,10 euro) en volledig blootgesteld aan negatieve prijzen; vraagt een digitale meter |
Voor wie het technisch wil weten
- Prijsformule. Een variabele of dynamische vergoeding bestaat uit een parameter (afgeleid van de groothandelsprijs) vermenigvuldigd met een factor, plus een factor b. Bij teruglevering is die factor b vaak negatief.
- Wegingsprofiel. De meest gebruikte parameter is een spotparameter die gewogen is met het productieprofiel van zonnepanelen: de prijs van de zonne-uren telt zwaarder dan die van de rest van de dag. Zo'n zonnegewogen index betaalt doorgaans minder uit.
- Kwartierprijzen. Tot eind september 2025 bestond de day-ahead prijs uit 24 uurprijzen per dag, sinds oktober 2025 uit 96 kwartierprijzen.
- Afregelen. Marktpartijen kunnen omvormers afregelen bij overschotten op het net. Dat vraagt een contractuele samenwerking, zie Negatieve prijzen en injectie beperken.
- Profiel. De bedragen gelden voor een zeer zonnig jaar (4.781 kWh productie op 4,41 kW). In een gemiddeld jaar zijn de bedragen in euro lager, de cent per kWh blijven gelijk.
- Boven 10 kVA. Particulieren met een omvormervermogen boven 10 kVA moeten zich als zelfstandige registreren om een vergoeding te krijgen, en de inkomsten zijn belastbaar (Fluvius). Dat valt buiten de gewone gezinsinstallatie.
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
5Btw: 6% of 21%
In het kort
⏱ Op zonnepanelen en een thuisbatterij betaal je 6% btw als je woning een privéwoning is die ouder is dan 10 jaar, en één aannemer de installatie levert én plaatst en rechtstreeks aan jou factureert. In alle andere gevallen is het 21%.
De vier voorwaarden voor 6%
Btw is een federale regel: ze geldt in heel België. Voor een laadpaal en een warmtepompboiler is het tarief niet bevestigd, vraag dat dus altijd na.
⏱ Het verlaagde tarief geldt enkel als aan alle voorwaarden tegelijk is voldaan:
- De woning is ouder dan 10 jaar. Je telt in kalenderjaren, zie hieronder.
- De woning is een privéwoning. Ze wordt uitsluitend privé gebruikt. Bijkomend beroepsgebruik mag.
- Eén aannemer levert én plaatst. Levering en plaatsing moeten door dezelfde aannemer gebeuren. Wordt het materiaal zonder plaatsing geleverd, of plaatst een andere vakman het, dan is het 21%.
- De aannemer factureert rechtstreeks aan de eindgebruiker, dus aan de eigenaar of de huurder.
Daarbuiten geldt 21%. Wie het materiaal zelf koopt en zelf plaatst of laat plaatsen, krijgt geen verlaagd tarief op dat materiaal.
Hoe tel je "ouder dan 10 jaar"?
De 10 jaar tellen in kalenderjaren, niet in dagen. De eerste ingebruikname van de woning moet uiterlijk in het 10e kalenderjaar vóór het jaar van de eerste factuur hebben plaatsgevonden. Een woning die op 12 december 2016 in gebruik werd genomen, haalt 6% dus al voor een factuur in januari 2026.
Zonnepanelen en thuisbatterij
Voor zonnepanelen en voor een thuisbatterij gelden dezelfde regels. Zonnepanelen vallen ook onder het verlaagde tarief als ze naast het gebouw staan: ze moeten dus niet op het hoofdgebouw liggen.
Hoeveel scheelt het? Het tarief wordt berekend op de prijs zonder btw. Daardoor is 21% niet "15% duurder" dan 6%: 1,21 gedeeld door 1,06 is 1,14, dus ongeveer 14% meer op de eindfactuur. Wat zonnepanelen in totaal kosten, lees je in Wat een installatie kost. Over de batterij zelf lees je meer in Rendabiliteit in Vlaanderen.
Laadpaal en warmtepompboiler: vraag het tarief na
⏱ Voor een laadpaal en voor een warmtepompboiler (een kleine warmtepomp die tapwater verwarmt) kunnen we geen btw-tarief als feit geven. Vraag je installateur het tarief en waarop het gebaseerd is op de offerte te vermelden, en laat het zo nodig bevestigen bij de FOD Financiën.
Wat wel vaststaat voor een laadpaal: ze moet gekeurd worden, en een private laadpaal van 5 kVA of meer meld je aan bij Fluvius. Zie Installatie en keuring voor installatie en keuring.
Warmtepompen voor verwarming
⏱ Een warmtepomp die bestemd is voor verwarming valt onder een apart regime. Voor levering en installatie geldt 6%, ook in woningen die jonger zijn dan 10 jaar. Deze regeling is verlengd voor vijf jaar vanaf 1 januari 2026. Hybride warmtepompen (bijvoorbeeld in combinatie met een gasketel) en warmtepompen die enkel koelen zijn uitgesloten. Voor verwarmingsinstallaties op fossiele brandstoffen is het tarief sinds juli 2025 21%.
Rekenvoorbeeld
Een gezin woont in een rijwoning uit 1985, als enige woning en voor privégebruik. De aannemer levert en plaatst zonnepanelen en een thuisbatterij en factureert rechtstreeks aan het gezin.
- Zonnepanelen: 7 panelen van 460 Wp (3,22 kWp), ongeveer 2.900 euro incl. 6% btw, dus 2.734 euro excl. btw.
- Thuisbatterij van 7 kWh: 1.750 euro incl. 6% btw (250 euro per kWh), dus 1.651 euro excl. btw.
- Dit zijn de prijzen van de MYNRG Check, met de aanname dat ze 6% btw bevatten. Het zijn rekenwaarden, geen prijsindicatie.
| 6% (voorwaarden vervuld) | 21% (niet vervuld) | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Zonnepanelen | 2.898 euro | 3.308 euro | 410 euro |
| Thuisbatterij | 1.750 euro | 1.998 euro | 248 euro |
| Totaal | 4.648 euro | 5.306 euro | 658 euro |
Het gezin betaalt 21% in deze gevallen:
- Het koopt de panelen zelf en laat een kennis of een andere vakman ze plaatsen.
- Eén firma levert de panelen en een andere firma plaatst ze.
- De woning kwam in 2020 in gebruik en de factuur komt in 2026. De grens ligt bij een ingebruikname in 2016 of eerder.
Goed om te weten
- Zelf kopen kost 21%. Ook in een oude woning krijg je geen 6% op een pakket dat je zelf aankoopt en dat een installateur enkel plaatst. Dat geldt ook voor Plug-and-play panelen, de stekkerpanelen die je zelf plaatst.
- De 10 jaar tellen in kalenderjaren. Een woning uit december 2016 haalt 6% al in januari 2026.
- Warmtepompen volgen een andere regel. Voor een warmtepomp voor verwarming telt de leeftijd van de woning niet. Voor zonnepanelen en batterij wel.
- Het tarief hangt aan de woning, niet aan het product. Dezelfde zonnepanelen kunnen op het ene adres 6% en op het andere 21% krijgen.
Voor- en nadelen
| 6% btw | 21% btw |
|---|---|
| Ongeveer 14% lagere eindfactuur | Geen voorwaarden die je kan missen |
| Strikte voorwaarden: één fout en het is 21% | Ongeveer 14% duurder dan dezelfde factuur aan 6% |
Voor wie het technisch wil weten
- Btw wordt berekend op het bedrag zonder btw. Een totaal incl. 6% reken je om naar incl. 21% met de factor 1,21 gedeeld door 1,06.
- Keuring, een eventuele late aanmelding bij Fluvius en andere bijkomende kosten zijn aparte posten. Het btw-tarief van die posten is niet bevestigd: vraag het na.
- Meerdere onderdelen in één offerte (panelen, batterij, laadpaal, warmtepomp)? Vraag per onderdeel het tarief. Of één aannemer onderdelen met 6% en 21% op één factuur mag combineren, is niet bevestigd.
- Wat een aannemer als bewijs van de leeftijd van je woning aanvaardt, en of je een btw-attest moet indienen, is niet bevestigd. Vraag het aan je installateur.
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
6Premies en voordelen
In het kort
⏱ Voor zonnepanelen bestaat sinds 1 januari 2024 geen specifieke Vlaamse premie meer, en de thuisbatterijpremie is stopgezet. Voor een laadpaal vonden we geen Vlaamse premie.
Overzicht per toestel
Voor een warmtepompboiler bestaat er nog wel een premie. Daarnaast blijven een voordelige lening, het verlaagde btw-tarief onder voorwaarden en een verlaagd registratierecht.
| Onderdeel | Premie in Vlaanderen? | Wat blijft er |
|---|---|---|
| Zonnepanelen | Nee, sinds 1 januari 2024 | 6% btw onder voorwaarden (Btw: 6% of 21%), Mijn VerbouwLening |
| Thuisbatterij | Nee, stopgezet | 6% btw onder voorwaarden (Btw: 6% of 21%) |
| Laadpaal | Geen Vlaamse premie gevonden | Keuring en aanmelding blijven verplicht |
| Warmtepompboiler | Ja, via Mijn VerbouwPremie | Het btw-tarief best navragen (Btw: 6% of 21%) |
Zonnepanelen
⏱ Er bestaat geen premie meer die specifiek bedoeld is voor het installeren van zonnepanelen. Zonnepanelen kunnen wel een rol spelen bij andere premies, zoals de EPC-labelpremie (zie verderop). Reken dus niet "min de premie" in je offerte (Wat een installatie kost).
Twee zaken die je misschien nog tegenkomt:
- Eigenaars die vroeger een premie kregen voor panelen die na 2020 in gebruik werden genomen, moeten die panelen minstens 15 jaar op hetzelfde perceel laten staan. Dat is een oude voorwaarde, geen nieuwe premie.
- De terugbetaling voor wie van een terugdraaiende naar een digitale meter overschakelde, kon tot en met 31 december 2025 aangevraagd worden. Dat kan niet meer, zie Van terugdraaiende teller naar digitale meter.
Een investering in zonnepanelen verhoogt je kadastraal inkomen niet.
Thuisbatterij
⏱ De Vlaamse premie voor de aankoop of leasing van een thuisbatterij is stopgezet. Het loket is gesloten. Voor installaties met een keuringsattest na 31 maart 2023 bedroeg de premie al niets meer. Wie de premie vroeger kreeg, moet de batterij minstens 10 jaar aangesloten laten, anders kan de premie teruggevorderd worden. Of er gemeentelijke premies bestaan, is niet onderzocht. Meer over de rendabiliteit lees je in Rendabiliteit in Vlaanderen.
Laadpaal
We vonden op de pagina's van de Vlaamse overheid en van Fluvius geen premie voor een laadpaal. Dat is geen bewijs dat er nergens een voordeel bestaat: vraag bij je gemeente na of er lokale voordelen zijn.
Wat wel verplicht is: een keuring bij de installatie, en voor een private laadpaal van 5 kVA of meer een aanmelding bij Fluvius. Meer daarover lees je in Installatie en keuring.
Warmtepompboiler: Mijn VerbouwPremie
Een warmtepompboiler verwarmt tapwater met een kleine warmtepomp. Mijn VerbouwPremie is de eengemaakte premie van de Vlaamse overheid: de vroegere renovatiepremie en de energiepremies samen.
Voorwaarden voor de warmtepompboiler:
- De werken zijn volledig uitgevoerd en je hebt een eindfactuur van minstens 1.000 euro excl. btw.
- Een aannemer doet de installatie.
- Het toestel heeft een Europees productlabel A+ of beter.
- Het toestel kan de watertemperatuur verhogen op een extern signaal, om warmte op te slaan.
- De factuur is bij de aanvraag niet ouder dan 2 jaar.
- Je krijgt de premie maar één keer per 10 jaar, en niet als je de afgelopen 10 jaar een premie kreeg voor een warmtepomp (behalve lucht-lucht) of een zonneboiler.
⏱ Het bedrag is altijd het laagste van een vast bedrag en een percentage van de factuur excl. btw. Het hangt af van je inkomenscategorie (1 tot 4):
| Profiel | Aanvragen vanaf 1 maart 2026 |
|---|---|
| Eigenaar-bewoner categorie 4 | 1.200 euro, max. 50% |
| Eigenaar-bewoner categorie 3 | 1.050 euro, max. 35% |
| Eigenaar-bewoner categorie 2 | 450 euro, max. 25% |
| Eigenaar-bewoner categorie 1 | 450 euro, max. 20% |
Voor categorie 1 en 2 was het vaste bedrag tot en met 28 februari 2026 nog 900 euro. Welke inkomensgrenzen bij welke categorie horen, is niet onderzocht. Gebruik daarvoor de simulator van de Vlaamse overheid.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in een rijwoning uit 1985 laat een warmtepompboiler plaatsen.
- De aannemer levert en plaatst, de aanvraag is ingediend na 1 maart 2026.
- De factuur bedraagt 2.000 euro excl. btw (aanname ter illustratie, geen marktprijs).
- Het toestel voldoet aan de voorwaarden en het gezin kreeg de laatste 10 jaar geen premie voor een warmtepomp of zonneboiler.
| Inkomenscategorie | Vast bedrag | Percentage van 2.000 euro | Premie |
|---|---|---|---|
| Categorie 4 | 1.200 euro | 50% = 1.000 euro | 1.000 euro |
| Categorie 3 | 1.050 euro | 35% = 700 euro | 700 euro |
| Categorie 2 | 450 euro | 25% = 500 euro | 450 euro |
| Categorie 1 | 450 euro | 20% = 400 euro | 400 euro |
Zonnepanelen krijgen in dit voorbeeld geen premie. Ze kunnen wel 6% btw krijgen (zie Btw: 6% of 21%) en gefinancierd worden met een Mijn VerbouwLening. Wat de panelen zonder premie opleveren, lees je in Terugverdientijd.
Andere voordelen
Mijn VerbouwLening
Een voordelige lening voor renovaties die de woningkwaliteit en de energieprestatie verbeteren, onder meer isolatie, warmtepomp(boiler) en zonnepanelen. ⏱ Je kan tot 60.000 euro lenen. Heb je al een Energielening tot 15.000 euro op de woning, dan wordt het maximum met dat bedrag verminderd. De rente hangt af van je inkomen. Thuisbatterijen en laadpalen worden niet vermeld.
EPC-labelpremie
Deze premie beloonde een ingrijpende renovatie die het energielabel (EPC) van een slecht scorende woning verbeterde. ⏱ Het EPC vóór de werken moest uiterlijk op 31 december 2025 zijn opgemaakt en aanvragen konden tot en met 30 juni 2026. De premie wordt afgeschaft. Voor nieuwe dossiers is ze dus niet meer te halen.
Verlaagd registratierecht
⏱ Koop je je enige eigen woning, dan is het verkooprecht sinds 1 januari 2025 2% (voorheen 3%). Daarvoor moet je onder meer een natuurlijke persoon zijn en je binnen drie jaar na de aankoop op dat adres inschrijven in het bevolkingsregister. Voor een bescheiden woning komt er een bijkomende vermindering bij. Dit voordeel heeft niets met zonnepanelen op zich te maken: het is een koopvoordeel.
Verlaagd btw-tarief
Geen premie, maar een korting op de factuur. Het geldt bij een privéwoning ouder dan 10 jaar als één aannemer levert én plaatst. Anders is het 21%. Alle details staan in Btw: 6% of 21%.
Goed om te weten
- Sinds 1 maart 2026 is de premie voor categorie 1 en 2 voor de boiler gehalveerd. Het vaste bedrag ging van 900 naar 450 euro.
- De premie is een "laagste van twee". Bij een factuur van 2.000 euro krijgt categorie 3 niet 1.050 euro maar 700 euro, omdat het percentage de grens bepaalt.
- Je boiler moet slim kunnen reageren. Het toestel moet de watertemperatuur kunnen verhogen op een extern signaal. Zo kan het overdag extra warm water opslaan wanneer er zonnestroom over is.
- Ook een stopgezette premie kan je nog raken. Koop je een woning met een gepremieerde batterij, vraag dan na welke voorwaarden nog lopen.
Voor- en nadelen
| Resterende voordelen | Aandachtspunten |
|---|---|
| Een vast bedrag voor een warmtepompboiler | Bedragen veranderen snel: de regels gelden op de datum van aanvraag |
| Een lening voor panelen en warmtepomp(boiler) | Een goedkoper toestel geeft een lagere premie |
| Btw en registratierecht werken zonder aanvraag bij een loket | Je krijgt de boilerpremie maar één keer per 10 jaar |
Voor wie het technisch wil weten
- Premie = het laagste van het vaste bedrag en het percentage maal de factuur excl. btw.
- De datum van aanvraag bepaalt je inkomenscategorie en het bedrag.
- De voorwaarde van een externe sturing laat de boiler extra opwarmen bij overschot aan zonnestroom of een prijssignaal. Hoe dat werkt, lees je in Energiemanagementsysteem (EMS). Zelfverbruik verhogen met een slimme boiler is een goedkopere weg dan een batterij, zie Zelfverbruik verhogen.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Fluvius, Zonnepanelen zijn een slimme investering
- Fluvius, Retroactieve investeringspremie zonnepanelen
- Fluvius, Meldingsplicht private laadpaal
- Vlaanderen.be, Zonnepanelen
- Vlaanderen.be, Premie thuisbatterij stopgezet
- Vlaanderen.be, Premies voor renovatie
- Vlaanderen.be, Mijn VerbouwPremie voor warmtepompboiler
- Vlaanderen.be, Mijn VerbouwLening
- Vlaanderen.be, EPC-labelpremie
- Vlaanderen.be, Het verkooprecht bij de aankoop van de enige eigen woning
Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement
7Offertes vergelijken
In het kort
Vergelijk offertes niet op totaalprijs maar op prijs per kWp (kilowattpiek, het vermogen van de panelen onder standaard testomstandigheden). Controleer daarna of er dezelfde dingen in zitten: vermogen, specificaties, garanties, keuring, aanmelding bij Fluvius en het btw-tarief.
Eén maatstaf: de prijs per kWp
Een goede offerte maakt die punten schriftelijk expliciet. Staan ze er niet in, dan is de offerte niet vergelijkbaar.
Een consumentenorganisatie raadt aan om meerdere offertes te vergelijken en dat te doen op het totale vermogen in kWp. Elke installatie is uniek, dus de prijs per kWp is de beste maatstaf. Wie enkel naar het totaalbedrag kijkt, vergelijkt appels met peren. Prijsindicaties vind je in Wat een installatie kost.
Reken zelf na: totaalbedrag incl. btw gedeeld door het aantal kWp. 3.600 euro voor 3,22 kWp is ongeveer 1.118 euro per kWp. 3.600 euro voor 2,76 kWp is ongeveer 1.304 euro per kWp.
De checklist: wat staat er op een goede offerte?
Het systeem
- Vermogen: totaal in kWp, het aantal panelen en het vermogen per paneel (Wp).
- Omvormer: het toestel dat de gelijkstroom van de panelen omzet in wisselstroom voor je woning. Vraag het type (string-, micro- of hybride omvormer), het maximale wisselstroomvermogen in kVA en het aantal omvormers. Fluvius vraagt die gegevens bij de aanmelding.
- Indeling: vraag per dakvlak de helling en de oriëntatie, en een schets van de plaatsing. Dat is een nuttig advies, geen wettelijke vereiste.
- Wat niet inbegrepen is: optimizers, monitoring, een batterijvoorbereiding (hybride omvormer), steigerwerk, extra kabellengte. Alles wat niet in de prijs zit, hoort apart vermeld te staan.
Opbrengst
- Een geraamde jaaropbrengst in kWh, met de rekenmethode erbij (oriëntatie, helling, schaduw, verliezen).
- Ter controle: PVGIS, het gratis rekeninstrument van de Europese Commissie, geeft voor een zuidgericht dak met 35° helling in Vlaanderen ongeveer 1.050 kWh per kWp per jaar. Voor een oost- of westdak rekent de MYNRG Check met ongeveer 900 kWh per kWp (PVGIS komt voor oost en west met 30° op ongeveer 845). Een raming die er ver boven ligt, verdient een vraag.
- Geen beloftes over terugverdientijd of "gratis stroom" zonder aannames. Wat een eerlijke berekening bevat, lees je in Terugverdientijd.
Prijs en btw
- De prijs uitgesplitst in materiaal, plaatsing, keuring, aanmelding en eventuele elektrische aanpassingen, met totaal excl. en incl. btw.
- ⏱ Het btw-tarief expliciet vermeld, met de grond erbij. 6% geldt als de woning ouder is dan 10 jaar, privé gebruikt wordt, en één aannemer de panelen levert én plaatst en rechtstreeks aan jou factureert. Anders is het 21%. Zie Btw: 6% of 21%.
- Wat er niet in zit: dakwerken, aanpassing van de elektrische installatie of meterkast, verzwaring van het dak, verwijdering van een oude installatie. Laat je het dak vernieuwen vóór de plaatsing, dan voorkom je later extra kosten om de panelen te demonteren.
Keuring en aanmelding
- AREI-keuring (AREI is het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) door een erkende keurder, vóór de ingebruikname. ⏱ De Vlaamse overheid gaat voor particuliere installaties uit van ongeveer 125 tot 170 euro. Het volledige keuringsverslag moet naar Fluvius, een samenvatting van de keurder volstaat niet.
- Aanmelding bij Fluvius binnen 3 maanden na de AREI-keuring. De eigenaar is verantwoordelijk, ook als de installateur het doet. Spreek schriftelijk af wie het doet. ⏱ Wie te laat aanmeldt, betaalt in 2026 volgens een consumentenorganisatie 117,68 euro extra (incl. btw).
- Voor de aanmelding heb je de EAN-code van je aansluiting, het positieve keuringsattest en het eendraadschema nodig (een vereenvoudigd elektrisch schema). Vraag dat het schema in de offerte of bij de oplevering is voorzien.
Garanties
- Vraag de duur in jaren én wie de garantie geeft (fabrikant of installateur), voor de panelen, de omvormer en de installatie zelf (dakdoorvoeren, dichtheid).
- Een consumentenorganisatie noemt 10 jaar omvormergarantie als minimum waar je naar vraagt. Voor andere termijnen is geen officiële norm gevonden: vergelijk de offertes onderling en lees de documenten van de fabrikant.
- Vraag of de garanties van de fabrikant rechtstreeks aan jou lopen en niet enkel via de installateur. Dat is nuttig als de installateur ophoudt te bestaan.
Contract en installateur
- Een bindende uitvoeringstermijn, een duidelijk betalingsschema en een geldigheidsduur van de offerte.
- De naam, het ondernemingsnummer en het adres van de installateur. Controleer het ondernemingsnummer zelf in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
- ⏱ Bij contracten buiten de verkoopruimte, bijvoorbeeld bij verkoop aan huis, heb je een wettelijke herroepingstermijn van 14 kalenderdagen vanaf de dag na ondertekening. Er zijn uitzonderingen, onder meer voor op maat gemaakte goederen. Of dit voor jouw installatie geldt, vraag je best na bij FOD Economie.
- Het RESCert-certificaat van bekwaamheid is voor zonnepanelen niet verplicht, maar de Vlaamse overheid raadt het aan. De lijst met gecertificeerde installateurs staat op rescert.be. Let op: sommige sites beweren dat het wel verplicht is. Zie ook Erkende installateur.
Rode vlaggen
- Een prijs of voorwaarden die ver afwijken zonder uitleg. Een offerte die per kWp ver onder de rest ligt, kan materiaal of diensten weglaten.
- Een installateur die geen specificaties of garantiedocumenten van panelen en omvormer wil geven.
- Geen vermelding van keuring en aanmelding, of een onduidelijke verantwoordelijkheid.
- Een btw-tarief dat niet vermeld is, of 6% voor een woning die jonger is dan 10 jaar.
- Een opbrengstraming zonder rekenmethode, of een terugverdientijd zonder aannames.
- Druk om meteen te tekenen. Een consumentenorganisatie waarschuwde in 2022 voor huis-aan-huisverkopers, handgeschreven offertes, bundeling met andere producten en termen als "haalbaarheidsstudie" in plaats van een echte offerte. Het artikel is van 2022, maar de tip blijft een nuttige voorzorg.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in een woning uit 1990 met 3.500 kWh jaarverbruik ontvangt drie offertes. De cijfers zijn fictief en tonen enkel de methode. Ter vergelijking: de MYNRG Check rekent voor 3,22 kWp met ongeveer 2.900 euro (900 euro per kWp).
| Offerte A | Offerte B | Offerte C | |
|---|---|---|---|
| Totaal incl. btw | 3.100 euro | 3.900 euro | 2.600 euro |
| Vermogen | 3,22 kWp (7 panelen van 460 Wp) | 3,22 kWp (7 panelen van 460 Wp) | 2,76 kWp (6 panelen van 460 Wp) |
| Prijs per kWp | 963 euro | 1.211 euro | 942 euro |
| Btw vermeld | 6% | 6% | niet vermeld |
| Keuring inbegrepen | ja | ja | nee |
| Aanmelding Fluvius | door installateur, schriftelijk | niet vermeld | niet vermeld |
| Omvormergarantie | 10 jaar | 12 jaar | niet vermeld |
| Opbrengstraming | 3.380 kWh, met schets | niet vermeld | 3.700 kWh, geen methode |
C lijkt het goedkoopst, maar heeft een lager vermogen, geen vermeld btw-tarief, geen keuring en geen vermelde aanmelding. Met de keuring van ongeveer 125 tot 170 euro erbij stijgt de prijs per kWp naar ongeveer 987 tot 1.004 euro. Ook de geraamde 3.700 kWh klopt niet met 2,76 kWp: bij ongeveer 1.050 kWh per kWp is dat ongeveer 2.900 kWh. B is het duurst per kWp en laat de aanmelding open, al heeft het een langere omvormergarantie. A is het meest volledig. Bij B vraag je wie de aanmelding doet en wat de meerprijs rechtvaardigt. Zonder checklist zou het totaalbedrag misleiden. Dit is een rekenvoorbeeld, geen uitspraak over wat een goede prijs is.
Goed om te weten
- RESCert is voor zonnepanelen niet verplicht, ook al beweren sommige sites van wel. Het is een aanbeveling.
- De eigenaar, niet de installateur, is verantwoordelijk voor de aanmelding. In 2025 kregen ongeveer 19.000 mensen extra kosten voor een te late aanmelding.
- Een samenvatting van de keurder volstaat niet. Fluvius wil het volledige keuringsverslag. Is het onvolledig, dan kan de installatie opnieuw gekeurd moeten worden.
- Koop je de panelen zelf, dan is het 21% btw, ook in een oude woning.
Voor- en nadelen
Met de checklist vergelijk je offertes onderling, zie je vroeg wat ontbreekt en sta je sterker in de onderhandeling. Het kost wel tijd en vraagt soms technische kennis. Zonder checklist blijft een lage prijs aantrekkelijk, ook als ze onvolledig is.
Voor wie het technisch wil weten
- kWp is het gelijkstroomvermogen (DC) van de panelen. De omvormer heeft een eigen wisselstroomvermogen (AC) in kVA. In de Vlaamse regelgeving is een prosument (een afnemer met eigen productie) iemand met een productie-eenheid tot maximaal 10 kVA.
- Een stringplan toont welke panelen aan welke ingang van de omvormer hangen. Panelen in serie vormen een string, waarvan de spanning binnen het bereik van de omvormeringang moet blijven. Ongelijke oriëntaties op één string verlagen de opbrengst. Vraag aan je installateur om dit uit te leggen.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Test Aankoop, Zonnepanelen laten installeren
- Test Aankoop, Zijn zonnepanelen nog rendabel?
- Test Aankoop, Zonnepanelen aanmelden bij je netbeheerder is verplicht
- Test Aankoop, 8 vragen over zonnepanelen installeren
- Vlaanderen.be, AREI-keuring van uw zonnepanelen
- Vlaanderen.be, Btw-tarief van 6% bij renovatie
- Vlaanderen.be, Groene-energie-installateurs met certificaat van bekwaamheid
- Fluvius, Wat heb je nodig om je zonnepanelen aan te melden?
- Fluvius, Veelgestelde vragen groene stroom
- FOD Economie, Twijfel na een aankoop? Gebruik je herroepingsrecht
- PVGIS (Europese Commissie, JRC)
Gids kosten & regels · Deel 2 · Tarieven en meter
8Het capaciteitstarief
In het kort
Met een digitale meter betaal je een deel van je nettarief op basis van je maandpiek. Dat is het hoogste gemiddelde vermogen (in kilowatt, kW) dat je in één kwartier van het net afneemt.
Wat is het capaciteitstarief?
Je netbeheerder middelt je maandpieken van de voorbije 12 maanden tot je "facturatiepiek", en die wordt vermenigvuldigd met een tarief per kW per jaar. ⏱ In 2026 is dat gemiddeld ongeveer 53,39 euro per kW (excl. btw), afhankelijk van je netgebied. Je betaalt altijd minstens voor 2,5 kW.
Het capaciteitstarief is een onderdeel van de distributienettarieven: het bedrag dat je betaalt om stroom tot bij jou thuis te krijgen. Je betaalt dus voor de mate waarin je het net belast, en niet enkel voor het aantal verbruikte kWh. Het geldt sinds 1 januari 2023 voor gezinnen en kleine ondernemingen op het laagspanningsnet.
Het is geen extra heffing bovenop de netkosten. Een deel van de netkosten dat vroeger volledig per kWh werd aangerekend, wordt nu per kW piekvermogen aangerekend. Met een digitale meter is het kWh-deel van je nettarief daardoor lager dan met een klassieke meter.
Dit hoofdstuk beschrijft het Vlaamse systeem. De Vlaamse Nutsregulator (VREG) keurt de tarieven goed voor de Vlaamse netbeheerder Fluvius. In Brussel en Wallonië bepalen andere regulatoren de tarieven en gelden andere tariefstructuren. Woon je daar, dan geldt dit hoofdstuk dus niet één op één.
Kwartierpiek, maandpiek en facturatiepiek
- Je digitale meter meet je afname per kwartier (15 minuten).
- De kwartierpiek is je gemiddeld vermogen over zo'n kwartier, in kW. Kort inschakelen telt maar voor een deel mee: een waterkoker van 2,2 kW die 3 minuten kookt, weegt voor een vijfde van het kwartier mee, ongeveer 0,44 kW.
- De maandpiek is de hoogste kwartierpiek in een kalendermaand.
- De facturatiepiek is het gemiddelde van je maandpieken van de laatste 12 maanden.
Een piek is meestal geen kort momentje, maar een kwartier waarin veel toestellen tegelijk aanstonden.
Zo wordt het bedrag berekend
- De netbeheerder bepaalt elke maand je maandpiek.
- Bij een jaarafrekening middelt hij de maandpieken van de afgelopen 12 maanden tot de facturatiepiek.
- Je leverancier past op die facturatiepiek het tarief in euro per kW per jaar toe. Heb je een maandafrekening, dan komt je laatste maandpiek op de factuur, aan het tarief per kW per maand.
- Je betaalt minstens voor 2,5 kW. Ligt je facturatiepiek lager, dan reken je toch met 2,5 kW.
- Elke kW kost evenveel. Boven 2,5 kW betaal je geen hoger tarief per kW.
- Het aantal fasen van je aansluiting (een- of driefasig) speelt geen rol, enkel het gemeten vermogen.
Tarief per netgebied in 2026 ⏱
Het tarief verschilt per netgebied. Deze tarieven gelden van 1 januari tot en met 31 december 2026, voor een digitale meter bij gezinnen en kleine ondernemingen:
| Netgebied | euro/kW/jaar excl. 6% btw | euro/kW/jaar incl. 6% btw | Minimum (2,5 kW) excl. btw, per jaar |
|---|---|---|---|
| Fluvius Antwerpen | 49,40 | 52,37 | 123,51 |
| Fluvius Halle-Vilvoorde | 56,04 | 59,41 | 140,11 |
| Fluvius Imewo | 54,20 | 57,45 | 135,50 |
| Fluvius Kempen | 56,21 | 59,58 | 140,52 |
| Fluvius Limburg | 49,05 | 51,99 | 122,62 |
| Fluvius Midden-Vlaanderen | 50,12 | 53,13 | 125,31 |
| Fluvius West | 57,10 | 60,53 | 142,75 |
| Fluvius Zenne-Dijle | 56,12 | 59,49 | 140,31 |
Het netgebied vind je op je factuur of via Fluvius. ⏱ De tarieven worden elk jaar herzien. Van 2024 naar 2026 steeg het tarief in de geopende tarieflijsten, bijvoorbeeld in Antwerpen van 37,96 naar 49,40 euro per kW en in Limburg van 38,97 naar 49,05 euro per kW (excl. btw).
Klassieke meter, zonnepanelen en uitzonderingen
Klassieke meter. Een klassieke meter kan geen pieken meten. Je betaalt dan een vast bedrag gelijk aan de minimumbijdrage van 2,5 kW, plus een hoger kWh-nettarief dan met een digitale meter. Een klassieke meter is dus niet automatisch goedkoper. Heb je ook zonnepanelen met een terugdraaiende teller, dan betaal je daarbovenop het prosumententarief. ⏱ In 2026 ligt dat tussen 51,54 en 65,65 euro per kW omvormervermogen per jaar (excl. btw), afhankelijk van het netgebied. Meer daarover lees je in Van terugdraaiende teller naar digitale meter.
Zonnepanelen. Met een digitale meter tellen enkel je afnamepieken mee. Wat je injecteert op het net, telt niet mee voor je piek.
Sociaal tarief. Gezinnen die recht hebben op het sociaal tarief (beschermde afnemers) betalen het capaciteitstarief niet.
Maximumtarief. ⏱ Voor klanten met een digitale meter geldt een plafond op het totaal van de netkosten per verbruikte MWh (1 MWh is 1.000 kWh): 327,62 euro/MWh excl. btw in 2026. De minimumbijdrage van 2,5 kW blijft ook dan van toepassing. Dat plafond raakt vooral wie bijna niets verbruikt maar toch hoge pieken heeft.
Zo vermijd je pieken
Fluvius geeft deze richtlijnen:
- Minder verbruiken blijft de beste besparing.
- Spreid zware toestellen in de tijd. De hoogste piek ontstaat meestal tijdens het koken. Combineer koken dus niet met vaatwasser, droogkast en wasmachine.
- Laad een elektrische wagen en schakel de warmtepomp bij voorkeur 's nachts of op een ander moment dan koken. Dat kan automatisch met een sturingsprogramma of een slimme laadpaal.
- Heb je zonnepanelen? Gebruik grote verbruikers wanneer de zon schijnt. Zo blijft wat je van het net afneemt lager.
- Andere grote verbruikers zijn accumulatieverwarming, zwembad, sauna, jacuzzi, oven, inductiekookvuur en zware hobbymachines. Ook veel kleine toestellen tegelijk geven een hoge piek.
- In Mijn Fluvius zie je je kwartierwaarden, maandpieken en facturatiepiek.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in het netgebied Fluvius Antwerpen, met een digitale meter en zonder zonnepanelen. Het tarief 2026 is 49,40 euro/kW/jaar excl. btw (52,37 incl. 6% btw). De vermogens zijn gekozen om te illustreren, het zijn geen meetgegevens:
- Basisverbruik van het huis in dat kwartier: 0,4 kW
- Kookplaat en oven: gemiddeld 3,0 kW over het kwartier
- Warmtepomp: gemiddeld 1,5 kW over het kwartier
- Laadpaal: 3,7 kW (eenfasig, 16 A bij 230 V)
Scenario A, alles tegelijk: 0,4 + 3,0 + 1,5 + 3,7 = 8,6 kW in dat kwartier.
Scenario B, de wagen laadt 's nachts: 0,4 + 3,0 + 1,5 = 4,9 kW.
Het verschil is 3,7 kW. Wat dat kost, hangt af van hoe vaak het gebeurt:
| Eén maand per jaar zo'n piek | Elke maand zo'n piek | |
|---|---|---|
| Extra facturatiepiek | 3,7 / 12 = 0,31 kW | 3,7 kW |
| Extra kost excl. btw | ca. 15 euro per jaar | ca. 183 euro per jaar |
| Extra kost incl. 6% btw | ca. 16 euro per jaar | ca. 194 euro per jaar |
Zijn al je maandpieken 4,9 kW, dan bedraagt de capaciteitscomponent 4,9 × 49,40 = ca. 242 euro per jaar excl. btw. Bij 8,6 kW elke maand is dat ca. 425 euro. Ter vergelijking: het minimum van 2,5 kW kost in dit netgebied 123,51 euro per jaar excl. btw. In het netgebied Fluvius West zou hetzelfde verschil van 3,7 kW, elke maand, 211 euro per jaar kosten (57,10 euro per kW).
Slim plannen haalt dus het grootste deel van de piek weg zonder dat je minder verbruikt.
Goed om te weten
- Eén slechte maand weegt maar voor een twaalfde. Omdat het gemiddelde over 12 maanden telt, kost een eenmalige extra piek van 3,7 kW slechts ongeveer 15 euro op jaarbasis (netgebied Antwerpen, excl. btw). Dezelfde piek elke maand kost ongeveer 183 euro. Gewoontes tellen dus meer dan uitschieters.
- Het gaat om het gemiddelde in een kwartier. Een toestel dat kort aanstaat, telt maar voor een deel mee.
- Boven 2,5 kW betaal je niet méér per kW. Maar de eerste 2,5 kW betaal je altijd. Wie weinig verbruikt, kan de bijdrage dus niet onder dat minimum drukken.
- Ook met een klassieke meter ontsnap je er niet aan. Je betaalt het dan als vast bedrag van 2,5 kW, plus een hoger kWh-nettarief.
- Het gemiddelde Vlaamse gezin zit boven het minimum. Volgens de VREG was de gemiddelde maandpiek voor gezinnen in Vlaanderen 4,24 kW (november 2025). Fluvius geeft voor een gezin met 3.500 kWh verbruik gemiddeld 4,26 kW.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| Je kunt je nettarief beïnvloeden door je verbruik te spreiden. | Je betaalt altijd minstens voor 2,5 kW. |
| Wie weinig tegelijk gebruikt, betaalt een lager kWh-nettarief en een beperkt capaciteitsdeel. | Warmtepomp, elektrische wagen en elektrisch koken samen geven makkelijk hoge pieken. |
| Injectiepieken van zonnepanelen tellen niet mee. | Het tarief per kW verschilt per netgebied en steeg van 2024 naar 2026. |
| Spreiden ontlast ook het net. | Zonder sturing (slimme laadpaal, timer) vraagt spreiden een gedragsaanpassing. |
Voor wie het technisch wil weten
- De kwartierpiek is het gemiddeld vermogen over een kwartier. Hoe de kwartieren precies worden afgebakend, vraag je best na bij Fluvius.
- Het capaciteitstarief en het kWh-nettarief vormen samen het distributienettarief. In de tarieflijst 2026 ligt het totale kWh-tarief voor digitale meters tussen 49,81 euro/MWh (Midden-Vlaanderen) en 63,19 euro/MWh (West), excl. btw. Voor klassieke meters ligt het tussen 76,30 en 97,18 euro/MWh. Dat verschil betaalt een klassieke meter extra.
- Bij een maandafrekening is de facturatiepiek de laatst gekende maandpiek, aan een tarief per kW per maand (gemiddeld 4,45 euro per kW per maand in 2026, excl. btw).
- Dit hoofdstuk gaat over laagspanning (gewone woningen en kleine bedrijven). Middenspanningsklanten betalen volgens een andere logica.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- VREG, Capaciteitstarief
- VREG, Hoeveel bedragen de distributienettarieven
- VREG, Distributienettarieven elektriciteit 2026 (tarieflijst)
- VREG, Distributienettarieven elektriciteit 2024 (tarieflijst)
- Fluvius, Het capaciteitstarief voor gezinnen en kleine ondernemingen
- Fluvius, Hoe wordt het capaciteitstarief aangerekend
- Fluvius, Wat zorgt voor een hoge kwartierpiek
- Fluvius, Hoe kan ik zelf mijn factuur verlagen
Gids kosten & regels · Deel 2 · Tarieven en meter
9Van terugdraaiende teller naar digitale meter
In het kort
Sinds 2025 is een digitale meter verplicht voor alle eigenaars van zonnepanelen in Vlaanderen. Je kunt de vervanging niet meer uitstellen of weigeren.
Hoe werkte de terugdraaiende teller?
Met een digitale meter betaal je geen prosumententarief meer, maar je injectie compenseert je afname niet meer: je betaalt voor wat je werkelijk afneemt, en je verkoopt je overschot via een terugleveringscontract. ⏱ Voor installaties die vanaf 1 april 2026 zijn overgeschakeld, wordt een productieoverschot op de oude meter niet meer vergoed.
Dit hoofdstuk gaat over Vlaanderen en de netbeheerder Fluvius.
Een klassieke (analoge) meter draait terug wanneer je injecteert. De stroom die je niet meteen zelf verbruikte, werd zo van je afname afgetrokken. Dat gebeurde maximaal tot de meterstand van de laatste officiële meteropname. Was je injectie tussen twee meteropnames groter dan je afname, dan kreeg je voor dat overschot geen vergoeding. Met een klassieke meter kun je ook geen terugleveringscontract afsluiten.
De terugdraaiende teller was dus nooit een onbeperkte "gratis batterij".
Wat is het prosumententarief?
Een prosument is een netgebruiker met een eigen productie-eenheid, hier met een omvormer tot maximaal 10 kVA (kVA is de eenheid voor schijnbaar vermogen, vergelijkbaar met kW). Het prosumententarief is een onderdeel van de distributienettarieven. Het geldt voor eigenaars van zonnepanelen met een terugdraaiende meter, voor de stroom die uit het net komt maar niet wordt geteld omdat de teller terugdraait.
- Het wordt berekend op het totale vermogen van je omvormers (in kW) maal het tarief van je netgebied. Het hangt niet af van je productie en ook niet van een eventuele batterij.
- Je betaalt het via de factuur van je energieleverancier, pro rata voor het aantal dagen dat de installatie is aangesloten.
- ⏱ In 2026 ligt het tussen 51,54 en 65,65 euro per kW omvormervermogen per jaar (excl. btw), afhankelijk van je netgebied.
- Meldde je je panelen niet tijdig aan, dan rekent Fluvius het tarief achteraf aan voor de periode tussen de keuringsdatum en de meldingsdatum, via een aparte factuur. Zie Aanmelden bij Fluvius.
- Met een digitale meter betaal je het niet meer.
Het einde van de terugdraaiende teller
| Moment | Wat |
|---|---|
| 2021 | Na een uitspraak van het Grondwettelijk Hof moest de Vlaamse wetgeving worden aangepast. Zonnepanelen die jonger waren dan 15 jaar en vóór 1 januari 2021 geplaatst werden, kregen uitstel tot eind 2024. |
| Eind 2023, eind 2024, eind 2025 | 49 %, 60 % en 92 % van de prosumenten (installaties tot en met 10 kW) had een digitale meter. |
| 1 januari 2025 | Prosumenten mogen de vervanging niet meer weigeren. Fluvius is wettelijk verplicht de meter te plaatsen. |
| 31 december 2025 | Laatste dag om de retroactieve investeringspremie aan te vragen. |
| 31 maart 2026 | Laatste dag van de oude regeling voor het saldo op de terugdraaiende teller. |
| 1 april 2026 | Een productieoverschot op de oude meter wordt niet meer vergoed. |
Hoe verloopt de vervanging? ⏱
- Fluvius stuurt enkele weken vooraf een uitnodiging met de bezoekperiode. Je kunt die nakijken via de planningschecker op de Fluvius-website.
- De vervanging is gratis en duurt ongeveer een uur.
- Na een uitnodiging kun je de plaatsing niet weigeren.
- Bij nieuwe of uitgebreide panelen plaatst Fluvius automatisch een digitale meter na de aanmelding. Zie Aanmelden bij Fluvius.
Wat gebeurt er met je saldo op de oude meter? ⏱
Het saldo is het verschil tussen wat je afnam en wat je injecteerde sinds de laatste meteropname.
- Digitale meter geplaatst vóór 1 april 2026: het verschil tussen de laatste stand en de stand bij de vervanging wordt verrekend op je volgende afrekening.
- Digitale meter geplaatst vanaf 1 april 2026: Fluvius noteert de stand van de oude meter en geeft die door aan je leverancier. Een productieoverschot (een negatief saldo) wordt niet verrekend, er wordt geen verbruik aangerekend en het saldo gaat niet mee naar de digitale meter.
- Fluvius waarschuwt: wacht met nieuwe diensten, zoals overstappen naar een andere leverancier, maandfacturatie, energiedelen of een tariefwissel, tot na je volgende jaarfactuur. Anders kan je saldo op nul worden gezet.
- Wie nu groenestroomcertificaten krijgt, blijft ze krijgen.
Wat verandert er financieel?
- Je betaalt voor je werkelijke afname, zoals een klant zonder zonnepanelen.
- De stroom die je zelf verbruikt, bespaart je de volledige elektriciteitsprijs.
- De stroom die je injecteert, verkoop je aan een leverancier via een terugleveringscontract. Zie Injectievergoeding.
- Je betaalt geen prosumententarief meer.
- Het capaciteitstarief (een deel van de netkosten op basis van je hoogste kwartierpiek per maand) wordt berekend op je afnamepieken. Injectiepieken tellen niet mee. Zie Het capaciteitstarief.
Zelfverbruik wordt daardoor het belangrijkste. Zie Zelfverbruik verhogen.
Rekenvoorbeeld
Een gezin met 3.500 kWh verbruik per jaar en 7 zonnepanelen van 460 Wp (3,22 kWp) op een zuidgericht dak (35°), zonder schaduw. Dit is het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check. We nemen een omvormervermogen gelijk aan het paneelvermogen (3,22 kW). Aannames:
- Opbrengst: ongeveer 1.050 kWh per kWp per jaar, dus ca. 3.380 kWh per jaar
- Zelfverbruik zonder batterij: ca. 34 %, dus ongeveer 1.135 kWh
- Injectie: ca. 2.245 kWh. Afname van het net: ca. 2.365 kWh
- Afgenomen stroom: 0,35 euro/kWh. Injectievergoeding: 0,045 euro/kWh
- Prosumententarief: 3,22 kW × 51,54 tot 65,65 euro per kW
- Terugdraaiende teller: injectie en afname worden op jaarbasis tegen elkaar weggestreept, dus je betaalt enkel het saldo (3.500 − 3.380 = 120 kWh)
- Vaste kosten en het capaciteitstarief zijn niet meegerekend
| Terugdraaiende teller | Digitale meter | |
|---|---|---|
| Afname die je betaalt | 120 kWh (saldo: verbruik 3.500 kWh min productie 3.380 kWh) | 2.365 kWh |
| Kost afname | 120 × 0,35 = ca. 42 euro | 2.365 × 0,35 = ca. 828 euro |
| Opbrengst injectie | 0 euro | 2.245 × 0,045 = ca. 101 euro |
| Prosumententarief | ca. 166 tot 211 euro | 0 euro |
| Totaal per jaar | ca. 208 tot 253 euro te betalen | ca. 727 euro te betalen |
Met de digitale meter betaalt dit gezin dus ongeveer 475 tot 520 euro per jaar méér. Dit geeft een ordegrootte, geen offerte. Een ander verbruiksprofiel, een ander contract of een ander jaar geeft andere cijfers.
Wat het gezin kan doen: het zelfverbruik verhogen. Elke kWh die je zelf verbruikt in plaats van te injecteren, is ongeveer 7,8 keer meer waard (0,35 tegenover 0,045 euro).
Goed om te weten
- Een overschot op je oude meter kan verdwijnen. Bij een digitale meter geplaatst vanaf 1 april 2026 wordt een productieoverschot niet meer verrekend en niet overgedragen. Daarvoor werd het verschil nog verrekend op je volgende afrekening.
- Overstappen vlak vóór de vervanging kan je saldo op nul zetten. Fluvius raadt aan met nieuwe diensten te wachten tot na je volgende jaarfactuur.
- Het prosumententarief hing van je omvormer af, niet van je productie. Een grotere omvormer betekende een hogere rekening, ook als je weinig injecteerde.
- De retroactieve investeringspremie is afgelopen. De premie compenseerde eigenaars die vóór de afschaffing investeerden met het oog op de terugdraaiende teller. Aanvragen kon tot en met 31 december 2025. Lopende aanvragen worden nog verwerkt.
Voor- en nadelen van de digitale meter
| Voordelen | Nadelen en aandachtspunten |
|---|---|
| Geen prosumententarief meer. | Je injectie compenseert je afname niet meer. |
| Kwartiergegevens in Mijn Fluvius, voor inzicht in je verbruik. | De injectievergoeding is laag, schommelt en kan negatief worden. |
| Toegang tot dynamische contracten en sturing op basis van je digitale meter. | Een overschot op je oude meter kan verloren gaan bij plaatsing vanaf 1 april 2026. |
| Gratis plaatsing, ongeveer een uur. | Het capaciteitstarief maakt je afnamepieken duurder. |
| Groenestroomcertificaten blijven behouden. |
Voor wie het technisch wil weten
- Een digitale meter registreert afname en injectie apart, per kwartier. Een klassieke meter heeft één teller die terugdraait bij injectie en zo enkel het saldo toont.
- De klassieke meter ziet de zelf verbruikte stroom niet. Via het prosumententarief haalt de netbeheerder de netkosten binnen die anders niet gedekt zouden zijn. Het tarief is bedoeld om de netkosten eerlijker te verdelen tussen prosumenten en andere netgebruikers.
- Voor klanten met zonnepanelen en een klassieke meter schat de netbeheerder de productie met een standaardprofiel per netgebied.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- VREG, Prosumententarief
- VREG, Capaciteitstarief
- VREG, Prijzenrapport 2025
- VREG, Distributienettarieven elektriciteit 2026 (tarieflijst)
- Fluvius, Zonnepanelen vóór 2021 laten plaatsen: verplichting digitale meter
- Fluvius, Zonnepanelen en digitale meter
- Fluvius, Prosumententarief
- Fluvius, Retroactieve investeringspremie zonnepanelen
- Fluvius, persbericht over de digitale meters voor zonnepaneeleigenaars (17 oktober 2024)
- Vlaanderen.be, Retroactieve investeringspremie
Gids kosten & regels · Deel 2 · Tarieven en meter
10Energiedelen
In het kort
Met energiedelen geef je het overschot van je groene stroom, per kwartier en virtueel via het bestaande net, door aan iemand anders: jezelf op een ander adres, één andere partij, bewoners van hetzelfde gebouw of leden van een energiegemeenschap. Je betaalt op gedeelde stroom nog altijd netkosten en heffingen, je bespaart enkel op de energiecomponent.
Wat is energiedelen?
Voor gezinnen is het volgens de Vlaamse Nutsregulator (VNR) moeilijk om er financieel voordeel uit te halen, vooral door de kosten die leveranciers aanrekenen.
Is er in een bepaald kwartier meer groene stroom geproduceerd dan jij verbruikt, dan kan iemand anders die stroom gebruiken als die in datzelfde kwartier verbruikt. Het delen is virtueel en loopt over het net van Fluvius. Je kan gratis delen of, in sommige vormen, verkopen. Wat je deelt of verkoopt, valt weg uit de injectie (de stroom die je op het net zet) waarvoor je leverancier je een terugleveringsvergoeding betaalt.
Eigen verbruik is steeds voordeliger dan delen, omdat een zelf gebruikte kWh geen netkosten en heffingen kent. Hoe je je zelfverbruik verhoogt, lees je in Zelfverbruik verhogen. De batterij als alternatief staat in Rendabiliteit in Vlaanderen.
De vormen in Vlaanderen
| Vorm | Wat het is | Prijs |
|---|---|---|
| Met jezelf | Productie van één adres gebruiken op een ander adres of vestiging, op dezelfde naam | Delen |
| Met een persoon of organisatie | Delen of verkopen aan één andere partij | Vrij te bepalen, 0 euro per kWh betekent schenken |
| Meervoudig met één koper | Meerdere verkopers leveren aan één grote afnemer | Vrij te bepalen |
| Binnen één gebouw | Delen tussen bewoners van een appartementsgebouw, zie Appartement of huurwoning | Gratis delen |
| Verkopen binnen één gebouw | De vereniging van mede-eigenaars of de gebouweigenaar verkoopt aan bewoners | Overeen te komen |
| In een energiegemeenschap | Leden van een rechtspersoon delen met elkaar | Geen prijs per kWh, wel een administratieve kost |
Je mag maar aan één van deze vormen deelnemen. Bij persoon-aan-persoon deelt een aanbieder met slechts één andere partij, een ontvanger mag wel van meerdere aanbieders ontvangen.
Wat heb je nodig?
- Een digitale meter met meetregime 3. Elke deelnemer heeft een digitale meter nodig die kwartierwaarden registreert. Voor meetregime 3 geef je zelf toestemming via Fluvius, niet via je leverancier. Standaard wordt jaarlijks gemeten. Zie De digitale meter en Van terugdraaiende teller naar digitale meter.
- Een eigen netaansluiting en een contract bij een commerciële leverancier voor elke deelnemer.
- Een locatie in het Vlaams Gewest. Delen met Wallonië, Brussel of het buitenland kan niet.
- Geen hoofdactiviteit. Het delen of verkopen mag niet je voornaamste commerciële of professionele activiteit zijn.
- Per kwartier, zonder opslag. Je kan nooit meer delen dan in datzelfde kwartier verbruikt wordt. Wat niemand gebruikt, geef je terug aan je eigen leverancier met een terugleveringscontract.
Wie doet wat?
Fluvius registreert de groep. Je meldt ze aan via Mijn Fluvius, onder "Delen of verkopen van energie", met de EAN-codes (de unieke codes van de aansluitingen), de rol per aansluiting en, indien nodig, een verdeelsleutel. De andere deelnemers geven toestemming. Het delen start zodra iedereen toestemt, of uiterlijk 30 kalenderdagen na registratie voor wie aan alle voorwaarden voldoet. Fluvius ontvangt dagelijks de kwartierwaarden, berekent maandelijks wat is uitgewisseld en stuurt de waarden naar de leveranciers. ⏱ Het Fluvius-protocol beperkt een groep tot 100 deelnemers.
Je leverancier verrekent de gedeelde stroom, meestal los van de gewone factuur via een aparte creditnota, driemaandelijks of jaarlijks. Wissel je van leverancier terwijl meetregime 3 actief is, dan moet je opnieuw toestemming geven via Fluvius. Doe je dat niet, dan stopt de groep automatisch en moet je opnieuw beginnen.
De VNR keurt het protocol goed, publiceert een jaarlijks rapport en bewaakt de naleving.
De energiegemeenschap
Er zijn twee types: de energiegemeenschap van burgers en de hernieuwbare-energiegemeenschap. Beide zijn een rechtspersoon, bijvoorbeeld een coöperatieve vennootschap of vzw. Een informele groep kan zich niet registreren.
- Je meldt de gemeenschap binnen 30 dagen na de oprichting bij de VNR, met het KBO-nummer (het ondernemingsnummer). Dat is verplicht sinds 1 januari 2022.
- Iedereen kan lid worden. Beslissende invloed is voorbehouden aan personen, lokale overheden en kleine ondernemingen.
- Elke aansluiting kan voor energiedelen aan maar één energiegemeenschap deelnemen.
- Leden betalen geen prijs per kWh voor gedeelde stroom, wel een administratieve kost.
Wat kost het en wat levert het op?
Je elektriciteitsprijs bestaat uit energiekost, netkosten en heffingen. Delen raakt enkel de energiekost. Netkosten, kosten voor groene stroom en heffingen blijven berekend op het volledige afgenomen volume. De ontvanger koopt minder bij zijn leverancier, de aanbieder verliest de terugleveringsvergoeding op het gedeelde deel. De gezamenlijke besparing is het verschil tussen die twee, maal het gedeelde volume. Een onderlinge prijs verandert dat totaal niet, enkel wie wat krijgt.
⏱ Leveranciers rekenen extra kosten aan voor administratie, meetdata en onbalans. In april 2025 lag de jaarlijkse kost voor gezinnen, als hij niet nul was, tussen 24 en 150 euro per jaar. Sommige leveranciers rekenen een bedrag per gedeelde MWh, en enkele laten delen enkel toe met een dynamisch contract (Dynamisch energiecontract). Slechts drie leveranciers rekenden geen kost aan gezinnen. Op die kosten komt 21% btw. Het actuele overzicht staat in de V-test van de VNR.
⏱ Voor particulieren heeft energiedelen over het algemeen geen directe fiscale impact. Een particuliere aanbieder die verkoopt met een omvormer tot en met 10 kVA is volgens Fluvius vrijgesteld van btw, tenzij hij al een andere belastbare activiteit heeft. Boven 10 kVA geldt de btw-regeling wel. Delen tussen werkgever en werknemer kan als voordeel van alle aard belastbaar zijn. Vraag bij twijfel advies aan een belastingadviseur.
Rekenvoorbeeld
Twee gezinnen, naar het scenario van de VNR. Gezin A verbruikt 2,0 MWh en injecteert 2,4 MWh. Gezin B verbruikt 3,5 MWh en injecteert niets.
- 20% van de injectie van A wordt in dezelfde kwartieren door B verbruikt: 0,20 × 2.400 kWh = 480 kWh.
- Waarde voor B: de energiecomponent van een doorsnee contract in december 2025, ongeveer 12,6 cent per kWh (441,04 euro op 3.500 kWh, incl. btw). Je eigen contract kan anders zijn.
- Verlies voor A: de terugleveringsvergoeding, gemiddeld 3,16 cent per kWh in 2025.
- Gezamenlijke besparing: (12,6 − 3,16) cent × 480 kWh = ongeveer 45 euro per jaar.
- Leverancierskost: we rekenen met 0, 24 of 150 euro per jaar per deelnemer, de ondergrens en bovengrens uit de VNR-tabel.
| Kost per deelnemer | Netto resultaat voor A en B samen |
|---|---|
| 0 euro | ongeveer + 45 euro per jaar |
| 24 euro | ongeveer − 3 euro per jaar |
| 150 euro | ongeveer − 255 euro per jaar |
Bij 24 euro per deelnemer heeft A ongeveer 21% van zijn injectie te delen nodig om break-even te draaien. Bij 150 euro zou het gedeelde volume groter moeten zijn dan de hele injectie, dus dat kan niet. In haar eigen oefening kwam de VNR met de toenmalige contracten op een verlies van 154 euro per jaar uit voor de twee gezinnen samen. Delen loont in dit voorbeeld enkel bij een leverancier die weinig of niets aanrekent, of bij een groter gedeeld volume.
Goed om te weten
- Delen bespaart enkel op de energiecomponent. Een zelf gebruikte kWh is dus altijd meer waard dan een gedeelde.
- Je leverancier kan het delen duurder maken dan het oplevert. Kijk in de V-test vóór je begint.
- Wissel je van leverancier, dan stopt de groep automatisch, tenzij je opnieuw toestemming voor meetregime 3 geeft via Fluvius.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| Overschot krijgt een bestemming wanneer de injectievergoeding laag is | Netkosten en heffingen blijven verschuldigd |
| Mogelijk voor huurders en bewoners zonder eigen dak, zie Appartement of huurwoning | Extra kosten bij je leverancier, enkel binnen hetzelfde kwartier |
Voor wie het technisch wil weten
- Kwartierwaarden. Fluvius berekent per kwartier wat is uitgewisseld. De gedeelde hoeveelheid is nooit groter dan wat in dat kwartier verbruikt wordt.
- Verdeelsleutel. Bij meerdere afnamepunten verdeel je de gedeelde energie in procenten. De som moet 100% zijn. Drie mede-eigenaars die 60%, 30% en 10% investeren, kunnen de energie in dezelfde verhouding verdelen.
- Regels in beweging. ⏱ Een Europese richtlijn verplichtte de lidstaten tot uiterlijk 17 juli 2026 om het recht op energiedelen om te zetten. De VNR verwacht wijzigingen aan de Vlaamse regels, onder meer aan de grens van 100 deelnemers, de meldingsprocedure en de leverancierskosten. Hoe ver die omzetting staat, is niet bevestigd. Vraag de actuele regels na bij Fluvius of de VNR.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Fluvius, Wat is energiedelen?
- Fluvius, Energie delen of verkopen
- Fluvius, Energiedelen met een persoon of organisatie
- Fluvius, Energiedelen binnen eenzelfde gebouw
- Fluvius, Energiedelen in een energiegemeenschap
- Fluvius, Rol van de leverancier bij energiedelen
- Vlaanderen.be, Energiedelen, iets voor u?
- Vlaamse Nutsregulator, Energiedelen en energie verkopen
- Vlaamse Nutsregulator, Energiegemeenschappen
- Vlaamse Nutsregulator, RAPP-2025-21 Energiegemeenschappen, energiedelen en energie verkopen
- Vlaamse Nutsregulator, Prijzenrapport 2025
Gids kosten & regels · Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
11Aanmelden bij Fluvius
In het kort
Na de AREI-keuring (de verplichte controle van je elektrische installatie, zie AREI-keuring) meld je je zonnepanelen aan bij Fluvius via Mijn Fluvius, binnen 3 maanden na de keuring. ⏱ Daarvoor heb je je EAN-code, een scan van het keuringsverslag en een scan van het eendraadschema nodig.
Wat is aanmelden, en waarom moet het?
Een thuisbatterij en een laadpaal van 5 kVA of meer meld je apart aan. ⏱ Te laat melden kost in 2026 eenmalig 97,26 euro excl. btw (installaties kleiner dan 10 kVA). Voor stekkerpanelen gelden aparte regels.
Dit hoofdstuk gaat over Vlaanderen. Brussel en Wallonië hebben andere netbeheerders en eigen procedures.
Aanmelden betekent dat je Fluvius laat weten dat er bij je woning een installatie staat die stroom opwekt of opslaat. Je doet dat online in Mijn Fluvius, met de knop "Nieuwe installatie melden".
- Het is een meldplicht, geen controle op je installatie. Fluvius wil weten waar, wanneer en hoeveel energie in het net kan komen, om het net in evenwicht te houden. Zonnepanelen, thuisbatterijen, laadpalen en stekkertoestellen kunnen pieken, instabiliteit en uitvallende omvormers veroorzaken.
- De melding is ook de voorwaarde voor je terugleververgoeding. Na je aanmelding verwittigt Fluvius automatisch je energieleverancier. Je hoeft die niet zelf te contacteren.
- Het geldt voor nieuwe zonnepanelen, thuisbatterijen, laadpalen en stekkertoestellen. Gewone huishoudtoestellen zoals een koelkast niet.
- Zonnepanelen zonder verbinding met het net (off-grid) hoef je niet aan te melden.
- Je hoeft je panelen niet bij de gemeente of de provincie aan te melden. Of je voor het plaatsen zelf een vergunning nodig hebt, lees je in Vergunning.
De volgorde in vier stappen
- Plaatsing door je installateur. Hij maakt ook het eendraadschema: een tekening van de elektrische installatie. Dat moet aanwezig zijn bij de keuring. Een eendraadschema van enkel de binneninstallatie volstaat niet.
- AREI-keuring door een erkend keurder, vóór je de installatie in gebruik neemt. Je krijgt een keuringsverslag.
- Aanmelden in Mijn Fluvius, binnen 3 maanden na de keuring. ⏱
- Digitale meter en bevestiging. Je krijgt een bevestigingsmail als alles in orde is. Je volgt je aanmelding in Mijn Fluvius onder "Groene stroom", "Installaties raadplegen".
Wat heb je nodig?
- EAN-code: 18 cijfers, begint met 54 en staat op de factuur van je energieleverancier. Het is het unieke nummer van je aansluiting.
- Scan van het AREI-keuringsverslag van een erkend keurder. De lijst van erkende keurders vind je bij de FOD Economie. Het verslag vermeldt het adres, de keuringsdatum, het aantal panelen (type en serienummer), omvormers, batterijen en laadpalen, het piekvermogen in Wp, de batterijcapaciteit in kWh en het omvormervermogen in kVA.
- Scan van het eendraadschema.
Ontbreken er bijlagen, dan kun je ze kort na je melding nog toevoegen in Mijn Fluvius. Lukt dat niet meer, contacteer dan Fluvius. Dat verlengt de aanmeldtermijn niet.
Wie meldt aan: jij of je installateur?
- Als netgebruiker blijf jij verantwoordelijk, ook als je installateur meldt.
- De installateur heeft een eigen meldingsplicht. Hij kan de aanmelding als service voor je doen, maar dat spreek je vooraf af. Bezorgt hij ook de bijlagen, dan geldt zijn meldingsdatum als effectieve datum.
- Ook als je huurder bent, blijft de netgebruiker verantwoordelijk voor de melding.
Grenzen
| Situatie | Wat doe je |
|---|---|
| Tot 25 kVA | Aanmelden in Mijn Fluvius, gratis |
| Boven 25 kVA | Niet aanmelden, maar vooraf een netstudie aanvragen bij Fluvius |
| Eenfasige aansluiting | Productie en opslag elk maximaal 5 kVA, daarboven eerst een driefasige aansluiting |
| Driefasige aansluiting | Samen maximaal 25 kVA |
| Particulier boven 10 kVA omvormervermogen met injectievergoeding | Registratie als zelfstandige is verplicht, met belastingen op de injectie-inkomsten (vraag het na bij de FOD Financiën) |
kVA is de eenheid voor het vermogen van je omvormer. Meer over fases en kVA vind je in Eénfase of driefase.
Thuisbatterij en laadpaal
- Thuisbatterij: sinds 1 januari 2017 geldt een meldingsplicht voor opslagsystemen. Onder 25 kVA meld je via Mijn Fluvius. Eenfasig mag het omvormervermogen maximaal 5 kVA zijn; driefasig maximaal 25 kVA, met hooguit 5 kVA onbalans per fase.
- Laadpaal: private laadpalen van 5 kVA of meer, sinds juni 2021. Zie Installatie en keuring. Heb je zonnepanelen, een batterij én een laadpaal, dan zijn dat drie aparte meldingen.
- Wijzigingen zoals uitbreiding, vervanging, verhuis of verwijdering meld je ook in Mijn Fluvius of via het contactformulier groene energie. Wanneer een nieuwe keuring nodig is, lees je in AREI-keuring. Voor een batterij bijplaatsen zie Bijplaatsen bij bestaande panelen.
Stekkerpanelen: aparte regels
Stekkerpanelen (plug-and-play) zijn toegelaten sinds 17 april 2025. Fluvius heeft er een aparte regeling voor: ⏱
- Digitale meter: aanmelden wordt aanbevolen, want dan krijg je sneller terugleververgoeding. Vanaf 800 W is aanmelden verplicht, binnen 30 dagen. Onder 800 W is het met een digitale meter niet verplicht.
- Analoge meter: aanmelden is altijd verplicht, binnen 30 dagen na het eerste gebruik, ongeacht het vermogen. Daarna plaatst Fluvius een digitale meter. Tot dan geldt het prosumententarief op basis van het vermogen van het toestel.
- Injectietarieven krijgen: daarvoor meld je het toestel altijd aan, ook onder 800 W of met een digitale meter.
- Gecombineerd met een vaste installatie: zodra het totale vermogen 800 W of meer is, moet je het toestel melden.
- Goedkeuring: het toestel moet CE-gemarkeerd zijn en op de lijst van goedgekeurde toestellen staan. Niet-goedgekeurde toestellen mag je niet gebruiken of aanmelden. Zie Plug-and-play panelen.
- Keuring: een stekkertoestel hoort volgens het AREI niet bij de vaste installatie, dus je binneninstallatie moet niet herkeurd worden. Pas je de vaste installatie aan om het toestel te plaatsen, dan kan de keuringsplicht wel gelden.
Of dezelfde grens van 800 W ook voor stekkerbatterijen geldt, vraag je best na bij Fluvius.
De digitale meter na aanmelding
Heb je nog geen digitale meter, dan plaatst Fluvius die automatisch na je aanmelding, binnen ongeveer drie maanden. ⏱ Je kunt er ook gratis een aanvragen in Mijn Fluvius. Wat dat voor je rekening betekent, lees je in Van terugdraaiende teller naar digitale meter.
Hoe lang duurt de verwerking?
De meeste aanmeldingen worden binnen enkele weken verwerkt. Complexe dossiers kunnen tot maximaal 4 maanden duren. Dat is de verwerkingstijd bij Fluvius, niet de termijn die jij hebt om aan te melden.
Te laat of niet aanmelden ⏱
Meld je later dan 3 maanden na de keuring, dan geldt je melding als laattijdig. Fluvius rekent dan een eenmalige administratieve kost aan. Die gaat naar de netgebruiker met een lopend energiecontract op dat EAN, die op de keuringsdatum netgebruiker was.
Bedrag per jaar van de effectieve aanmelding (excl. btw, geïndexeerd, installaties kleiner dan 10 kVA, met analoge of digitale meter):
| Jaar | Bedrag excl. btw |
|---|---|
| 2023 | 89,15 euro |
| 2024 | 92,79 euro |
| 2025 | 95,44 euro |
| 2026 | 97,26 euro |
Heb je geen digitale meter, dan komt er een aparte factuur voor achterstallig prosumententarief bovenop. Met een officieel attest van het sociaal tarief hoef je dat achterstallige tarief niet te betalen. Bij grootschalige fraude gelden hogere bedragen.
Rekenvoorbeeld
Een gezin met een nieuwe installatie van 7 zonnepanelen van 460 Wp (3,22 kWp), eenfasige aansluiting, nog zonder digitale meter. De data zijn een illustratie. Het gezin heeft geen sociaal tarief en de installateur is niet gevraagd om aan te melden.
| Stap | Datum | Opmerking |
|---|---|---|
| Plaatsing | 2 maart 2026 | |
| Keuring | 12 maart 2026 | Start van de termijn |
| Uiterste aanmelddatum | 12 juni 2026 | 3 maanden na de keuring |
| Aanmelden in Mijn Fluvius | bv. 20 maart 2026 | Met EAN, keuringsverslag en eendraadschema |
| Digitale meter | rond 20 juni 2026 | ongeveer drie maanden na de aanmelding |
Meldt het gezin pas in juli 2026 aan, dan rekent Fluvius 97,26 euro excl. btw. Heeft het gezin een analoge meter, dan komt het achterstallige prosumententarief tussen de keuring en de aanmelding daar nog bij. Het bedrag daarvan vraag je na bij Fluvius.
Goed om te weten
- De termijn loopt vanaf de keuringsdatum, niet vanaf de plaatsing of de ingebruikname. Laat je het keuringsverslag liggen, dan verlies je tijd van die 3 maanden.
- De kost voor laattijdigheid treft wie op de keuringsdatum netgebruiker was. Verhuis of verkoop je tussen keuring en aanmelding, spreek dan vooraf af met je koper of verkoper wie wat draagt.
- Een installateur die aanmeldt, neemt jouw verantwoordelijkheid niet over. Alleen als hij ook alle bijlagen bezorgt, geldt zijn meldingsdatum als effectieve datum. Maak schriftelijk af wie meldt.
- Een eendraadschema van je binneninstallatie volstaat niet. Het schema moet de zonnepaneleninstallatie tonen.
- Een stekkerpaneel onder 800 W met digitale meter moet je niet verplicht melden, maar zonder melding krijg je geen injectietarieven.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen | |
|---|---|---|
| Zelf aanmelden | Je houdt de controle over het moment en ziet de status in Mijn Fluvius. | Je moet EAN, verslag en eendraadschema zelf verzamelen. |
| Installateur laten aanmelden | Minder werk; zijn meldingsdatum geldt als effectieve datum als hij ook de bijlagen bezorgt. | Je moet het vooraf afspreken en de verantwoordelijkheid blijft bij jou. |
Voor wie het technisch wil weten
- Installaties die parallel met het net werken, vallen onder de netvoorschriften van Synergrid, de federatie van de Belgische netbeheerders. De melding is het administratieve deel van die aansluitprocedure. Zie Netvoorschriften C10/11 en C10/26.
- Voor installaties kleiner dan 25 kVA volstaat de klantmelding. Grotere installaties gaan via de netstudie.
- Is een batterij gekoppeld aan lokale productie, zoals zonnepanelen, dan meld je ook die productie aan in Mijn Fluvius.
- Productiemeterstanden geef je enkel door als je recht hebt op groenestroomcertificaten.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Fluvius, Zonnepanelen: verplichtingen
- Fluvius, Veelgestelde vragen over groene stroom
- Fluvius, Zonnepanelen aanmelden (verplicht)
- Fluvius, Wie doet wat
- Fluvius, Waarom is aanmelden nodig
- Fluvius, Zonnepanelen en digitale meter
- Fluvius, Opslagsysteem aanmelden
- Fluvius, Plug-en-play toestellen
- Fluvius, Aanpassen van je installatie
Gids kosten & regels · Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
12AREI-keuring
In het kort
AREI staat voor Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties. Een erkend controleorganisme keurt je zonnepaneleninstallatie vóór je ze in gebruik neemt.
Wat is een AREI-keuring?
Zonder keuring mag je ze niet gebruiken. Plaats je enkel een batterij bij, dan is een nieuwe keuring niet verplicht zolang de zekering in de zekeringkast niet wijzigt. Bij een krachtigere of extra omvormer is ze wel verplicht. ⏱ Na de keuring meld je de installatie aan bij Fluvius, binnen 3 maanden. Het keuringsverslag is daarvoor de voorwaarde.
Dit hoofdstuk gaat over Vlaanderen. Het AREI is federaal, maar de aanmeldregels na de keuring gelden via Fluvius. Brussel en Wallonië hebben een andere netbeheerder.
Het AREI is het federale reglement waaraan elektrische installaties moeten voldoen. Een keuring is een controle van je installatie op die regels, uitgevoerd door een erkend controleorganisme: een keuringsinstantie die door de overheid is erkend. De lijst van erkende organismen staat bij de FOD Economie.
Fluvius heeft zelf geen rol bij de keuring. Die verplichting ligt bij jou en de keuringsinstantie. De keurder voert de keuring uit en stelt het keuringsverslag op. Bij een goede keuring krijg je een verslag dat conform het AREI is. Dat verslag heb je nodig om je installatie aan te melden. Vragen over de inhoud van je keuring stel je dus aan de keurder of je installateur.
Wanneer is een keuring verplicht?
Volgens Vlaanderen.be moet een elektrische installatie gekeurd worden bij:
- Ingebruikstelling: vóór je de installatie in gebruik neemt.
- Verbouwing: bij een belangrijke wijziging of uitbreiding van de installatie.
- Verzwaring: bij een verzwaring van de aansluiting.
- Verkoop: bij de verkoop van een woning met een oude installatie.
- Periodiek: het AREI legt om de 25 jaar een nieuwe controle op. ⏱
Voor zonnepanelen is de keuring dus verplicht vóór de eerste ingebruikname.
Wat staat in het keuringsverslag?
Het verslag vermeldt het installatieadres, de keuringsdatum, het aantal panelen (type en serienummer), de omvormers, batterijen en laadpalen, het piekvermogen in Wp, de batterijcapaciteit in kWh en het omvormervermogen in kVA. Een volledige lijst van wat de keurder precies nakijkt, vind je bij de keuringsinstantie zelf.
Het eendraadschema maakt je installateur. Dat is een tekening van de elektrische installatie. Het moet aanwezig zijn bij de keuring. Een eendraadschema van enkel de binneninstallatie volstaat niet.
Controleer na de keuring of alles wat je wilt aanmelden ook echt in het verslag staat.
Nieuwe keuring bij een bestaande installatie? ⏱
Dit zijn de regels van Fluvius voor een bestaande installatie die je aanpast. Controleer ze bij twijfel opnieuw bij Fluvius, want de formulering kan wijzigen.
| Wat je aanpast | Nieuwe keuring? | Melden? |
|---|---|---|
| Enkel een batterij bijplaatsen | Niet verplicht zolang de zekering in de zekeringkast niet wijzigt | Ja, in Mijn Fluvius |
| Een krachtigere omvormer plaatsen | Verplicht (de beveiligingsautomaat wijzigt) | Ja |
| Een extra omvormer (bv. naast een batterij) | Verplicht: dit is een nieuwe installatie, met nieuw eendraadschema | Ja, als nieuwe installatie |
| Omvormer vervangen door een omvormer van gelijk of lager vermogen | Niet verplicht, wel aangewezen | Ja, elke vervanging |
| Extra batterij of extra panelen op de bestaande omvormer | Niet verplicht, wel aangewezen. Bij extra panelen is wel een keuring nodig bij een aanpassing aan de onderconstructie of de aarding, of bij een volledig nieuwe installatie naast de bestaande | Ja |
| Defecte batterij of defecte panelen vervangen | Niet verplicht, wel aangewezen | Ja |
| Installatie met groenestroomcertificaten: batterij met bidirectionele groenestroomteller | Ja, een nieuwe AREI-keuring | Ja |
Voor een batterij bijplaatsen, zie ook Bijplaatsen bij bestaande panelen.
Stekkerpanelen en stekkerbatterijen
Een stekkertoestel (plug-and-play) hoort volgens het AREI niet bij de vaste elektrische installatie. Je binneninstallatie hoeft daarom niet herkeurd te worden. Pas je de vaste installatie aan om het toestel te plaatsen, dan kan de keuringsplicht wel gelden. Het toestel zelf moet CE-gemarkeerd en gehomologeerd (officieel goedgekeurd) zijn. Zie Plug-and-play panelen.
Na de keuring: aanmelden
Je meldt de installatie aan in Mijn Fluvius, binnen 3 maanden na de keuring. ⏱ Zie Aanmelden bij Fluvius. Een laadpaal wordt gekeurd vóór het eerste gebruik. Het keuringsverslag moet dan het aantal laadpalen met serienummer en type vermelden. Zie Installatie en keuring.
Rekenvoorbeeld
Een gezin heeft sinds 2014 een installatie van 5 kWp met een eenfasige omvormer van 4 kVA. De installatie is al gekeurd en aangemeld. Het gezin overweegt een batterij. Er zijn geen groenestroomcertificaten en we rekenen geen prijzen.
| Keuze | Nieuwe omvormer? | Zekering in de zekeringkast wijzigt? | Nieuwe AREI-keuring? | Melden? |
|---|---|---|---|---|
| A. Enkel een batterij bijplaatsen | Nee | Nee | Niet verplicht | Ja, de batterij in Mijn Fluvius |
| B. Batterij met een extra omvormer | Ja, extra | Hangt van de installatie af | Ja, nieuwe installatie | Ja |
| C. Oude omvormer vervangen door een krachtigere hybride omvormer | Ja, krachtiger | De beveiligingsautomaat wijzigt | Ja | Ja |
De uitkomst per keuze volgt de regels hierboven. Welke keuze het best past, bepaal je op basis van je verbruik en een concrete offerte.
Goed om te weten
- Fluvius keurt niets en regelt de keuring niet. Dat zegt Fluvius zelf.
- Het keuringsverslag bepaalt wat je kunt aanmelden. Panelen, omvormers, batterijen en laadpalen moeten erin staan, met hun vermogens.
- Een batterij bijplaatsen vraagt geen nieuwe keuring zolang de zekering niet wijzigt, een krachtigere of extra omvormer wel. Het verschil zit in de zekering en in de vraag of er een nieuwe installatie ontstaat.
- Een stekkerpaneel maakt je binneninstallatie niet herkeuringsplichtig.
- De keuring is niet tijdloos. Het AREI legt om de 25 jaar een nieuwe controle op. Dat is dezelfde orde van grootte als de levensduur van zonnepanelen.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen | |
|---|---|---|
| Keuring laten uitvoeren | Wettelijk verplicht bij ingebruikstelling. Je krijgt het verslag dat je nodig hebt voor de aanmelding. Een keuring kan inbreuken aan het licht brengen. | Ze kost geld en plantijd. Bij inbreuken is een herkeuring nodig. |
| Niet verplichte keuring (bij gelijk of lager omvormervermogen, extra batterij, extra panelen, defecte onderdelen) | Fluvius noemt ze aangewezen: zo heb je zekerheid. | Ze kost geld. |
Wat een keuring kost, verschilt per organisme. Vraag een offerte aan een erkend organisme.
Voor wie het technisch wil weten
- De controle moet gebeuren door een organisme dat door de federale overheid erkend is.
- Voor kleine productie-installaties vragen de netvoorschriften van Synergrid (C10/11) dat een erkend controleorganisme de conformiteit met het AREI controleert. Het conformiteitsverslag is nodig om aan te melden en in gebruik te nemen, tenzij een (her)keuring niet verplicht is. Het AREI gaat over de veiligheid van je installatie zelf, C10/11 over het gedrag aan het net. Zie Netvoorschriften C10/11 en C10/26.
- Voor laadinrichtingen voorziet het AREI een gelijkvormigheidscontrole vóór de ingebruikname. Zie Installatie en keuring.
- Een verzwaring van de aansluiting is volgens Vlaanderen.be een keuringsmoment.
- Off-grid zonnepanelen moet je niet aanmelden bij Fluvius. Of een keuring dan nog nodig is, volgt uit het AREI.
Gids kosten & regels · Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
13Netvoorschriften C10/11 en C10/26
In het kort
Synergrid is de federatie van de Belgische netbeheerders. C10/11 is haar technisch voorschrift voor installaties die stroom opwekken of opslaan en parallel met het distributienet werken: zonnepanelen, batterijen, bidirectionele laders en meer.
Wat zijn C10/11 en C10/26?
C10/26 is de homologatie, dat is de officiële goedkeuring: een type omvormer of laadinrichting moet op de C10/26-lijst staan voordat je het mag aansluiten. Als particulier merk je dat vooral via je installateur. Die kiest een omvormer van de lijst, houdt rekening met de vermogensgrenzen en meldt je installatie aan. ⏱ Fluvius adviseert zelf om bij een tweedehands omvormer te controleren of het type op de lijst staat.
C10/11 heet officieel: "Specifieke technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-installaties die parallel werken met het distributienet". ⏱ De huidige editie is 2.4, van oktober 2025.
- Ze geldt voor nieuwe of aangepaste installaties achter een netaansluiting die technisch parallel met het net kunnen werken, tot 25 MW, ongeacht spanningsniveau of technologie. Ook installaties met energieopslag vallen eronder.
- Installaties zonder verbinding met het net (off-grid) vallen erbuiten.
- Het doel is de stabiliteit en veiligheid van het net. De interne veiligheid van je eigen installatie valt daarbuiten. Daarvoor geldt het AREI, zie AREI-keuring.
C10/26 bevat de specificaties, de procedure en het aanvraagformulier voor de homologatie van decentrale productie-eenheden volgens C10/11. Het gaat om omvormers voor zonnepanelen en batterijen, noodstroomgeneratoren, bidirectionele laders, warmtekrachtkoppelingen en windturbines. De homologatie is gratis. Synergrid beoordeelt enkel het technische dossier, er is geen testtoestel nodig.
Een eenheid moet op de C10/26-lijst staan voordat de aansluitprocedure kan starten. Zonnepanelen en batterijmodules zelf staan niet op de lijst. Enkel de omvormer moet gehomologeerd zijn.
Wat betekent dat voor jou?
- Omvormer kiezen: een omvormer mag alleen op het net aangesloten worden als hij op de C10/26-lijst staat. Types die op de lijst als niet toegelaten (rood) staan, mogen volgens Fluvius niet geïnstalleerd worden in Vlaanderen.
- Tweedehands omvormer: controleer of het type op de lijst staat. Fluvius noemt voor een omvormer ook een beperkte levensduur, tussen 8 en 12 jaar, als je je opbrengst wilt verzekeren.
- De lijst verandert vaak. Raadpleeg de online versie en niet een gedownload exemplaar.
- Gelijkvormigheidsverklaring: de lijst bevat per type een link naar die verklaring. Je installateur heeft ze nodig om de aansluitingsaanvraag te starten.
- Welk vermogen telt: op de lijst staat het nominaal actief vermogen enkel ter informatie. De referentie voor de netlimieten is het maximaal schijnbaar vermogen. Software of firmware die het vermogen begrenst, telt niet mee: het AC-vermogen op de kentekenplaat is de referentie.
Kleine productie-installatie: de lichte procedure
C10/11 kent een lichtere procedure voor een kleine productie-installatie. Een installatie is klein als aan vier voorwaarden tegelijk voldaan is:
- Het vermogen blijft binnen de grenzen: bij een eenfasige aansluiting maximaal 5 kVA productie en maximaal 5 kVA opslag, bij een driefasige aansluiting maximaal 10 kVA.
- Elke eenheid heeft een automatisch scheidingssysteem: het systeem dat de installatie van het net afschakelt als dat nodig is. Een extern systeem moet single fault tolerance hebben (het blijft werken bij één enkele fout) en door Synergrid gehomologeerd zijn.
- Bij energieopslag is een vermogensbeheersysteem verplicht.
- Er is geen bijzonder geval, zoals een kritieke of medische installatie.
Overschrijdt je installatie de grenzen, dan is ze niet verboden. Ze valt dan onder de standaardprocedure, met een netstudie door de netbeheerder. Voor particulieren in Vlaanderen noemt Fluvius de netstudie pas boven 25 kVA. ⏱ Voor jou geldt wat Fluvius vermeldt. Twijfel je, vraag het dan na. Zie ook Aanmelden bij Fluvius en Eénfase of driefase.
Meerfasig en onevenwicht
- Boven 5 kVA is een meerfasige aansluiting verplicht.
- Bij opslag op een driefasige aansluiting gebruikt Fluvius dezelfde logica: maximaal 25 kVA omvormervermogen, verdeeld over de fasen met een onbalans van hooguit 5 kVA per fase.
Extern ontkoppelrelais of niet?
Bij een totaal vermogen (bestaand en nieuw, inclusief batterijen) tot en met 30 kVA mag het interne automatische scheidingssysteem gebruikt worden in plaats van een extern relais. Een voorbeeld uit de FAQ van Synergrid: 20 kVA zonnepanelen met 20 kVA batterij is samen 40 kVA, dus dan is een extern, gehomologeerd relais verplicht. Fluvius vermeldt voor particulieren: boven 30 kVA is een netontkoppelbeveiliging verplicht.
Batterijen onder C10/11
- Bij een kleine installatie moet een vermogensbeheersysteem de injectie van de batterij begrenzen tot het gesommeerde vermogen van de andere productie-eenheden. Zonder andere productie is de injectie nul.
- Dat kan via de P1-poort van de digitale meter (zie De P1-poort) of via een sensor voor stroomrichting en vermogen. ⏱ De P1-poort is toegelaten sinds 15 oktober 2025.
- Een hybride systeem, waarbij de batterij aan de gelijkstroomzijde met de panelen gekoppeld is, valt onder "andere productie-eenheden". Daar is het vermogensbeheersysteem niet verplicht. Zie Hybride omvormer en AC- of DC-gekoppeld.
- Een omvormer die enkel voor opslag dient, telt volgens Fluvius niet mee in de productielimiet van 5 kVA. Je herkent hem op de Synergrid-lijst aan een kruisje bij "Energy storage" en niet bij "Solar energy". Een hybride omvormer telt wel mee, ook zonder panelen.
Stekkerpanelen en stekkerbatterijen
- Stekkertoestellen (plug-and-play) zijn sinds 17 april 2025 toegelaten.
- Een vaste verbinding is niet langer verplicht. Een toestel met een huishoudelijke stekker moet gehomologeerd zijn en op de aparte lijst voor plug-and-play staan voordat je het inplugt. Het moet ook voldoen aan de Europese regels (CE-markering). Jij blijft verantwoordelijk voor de compatibiliteit met je elektrische installatie.
- Die lijst vermeldt geen vermogensgrenzen of meldingsprocedure. Die vind je bij de netbeheerder. Zie Aanmelden bij Fluvius en Plug-and-play panelen.
- Niet-goedgekeurde toestellen mag je volgens Fluvius niet gebruiken of aanmelden. Stelt Fluvius een vast, dan moet je het onmiddellijk uitschakelen.
Wie doet wat?
- Fabrikant: vraagt de homologatie aan bij Synergrid. Jij hoeft daar niets voor te doen.
- Installateur: kiest een omvormer van de lijst, telt het vermogen volgens de regels, stelt het vermogensbeheer in en tekent het eendraadschema.
- Keurder: controleert de conformiteit van je installatie met het AREI. Het verslag is nodig om aan te melden. Zie AREI-keuring.
- Netbeheerder: ontvangt de aanmelding, doet de netstudie bij grotere installaties en bepaalt hoeveel energie je mag injecteren.
- Jij: blijft als netgebruiker verantwoordelijk voor de melding.
Rekenvoorbeeld
Een gezin met een eenfasige aansluiting wil 5 kVA zonnepanelen (omvormer van 5 kVA) en een batterij met eigen batterij-omvormer van 5 kVA. Het scenario volgt het voorbeeld uit de FAQ van Synergrid. Er worden geen prijzen berekend.
| Controle | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|
| Productie maximaal 5 kVA (eenfasig) | 5 kVA | binnen de grens |
| Opslag maximaal 5 kVA (eenfasig) | 5 kVA | binnen de grens |
| Telt de batterij-omvormer mee in de productielimiet? | op de lijst een kruisje bij "Energy storage", geen kruisje bij "Solar energy" | nee |
| Totaal onder 30 kVA | 5 + 5 = 10 kVA | het interne scheidingssysteem volstaat |
| Kleine installatie | alle vier voorwaarden vervuld | ja, lichte procedure |
| Vermogensbeheer | injectie van de batterij beperkt tot het vermogen van de andere productie | 5 kVA |
Wat de installateur dus moet kunnen aantonen: de omvormer(s) op de C10/26-lijst, een correct ingesteld vermogensbeheersysteem en een eendraadschema.
Een variant van Fluvius: driefasig met 10 kVA zonnepanelen, een batterij van 5 kVA en een laadpaal van 5 kVA (samen 20 kVA) kun je aanmelden via Mijn Fluvius. Met een laadpaal van 11 kVA (samen 26 kVA) is een netstudie nodig.
Goed om te weten
- Het vermogen op de lijst is niet het vermogen dat telt. Het nominaal actief vermogen staat er ter informatie, de netlimieten rekenen met het maximaal schijnbaar vermogen. Software die het vermogen begrenst, helpt niet.
- Enkel de omvormer is gehomologeerd, niet je panelen of batterijmodules.
- Een omvormer in het rood op de lijst mag in Vlaanderen niet geïnstalleerd worden. Wie een tweedehandsomvormer koopt, kan dus een toestel kopen dat niet aangesloten mag worden.
- Het plafond voor opslag staat los van het plafond voor productie. Eenfasig is maximaal 5 kVA productie én maximaal 5 kVA opslag mogelijk, en 5 kVA panelen met 5 kVA batterij blijft een kleine installatie.
- Ook een stekkertoestel moet op een lijst staan voor je het inplugt.
Voor- en nadelen van de voorschriften
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| Het net blijft stabiel en veilig. | Een omvormer van een niet gehomologeerd type mag niet aangesloten worden, ook niet als hij technisch werkt. |
| De lijst maakt het voor jou en je installateur eenvoudig om na te gaan of een omvormer mag. | De regels zijn technisch en wijzigen regelmatig. |
| Een lichte procedure voor kleine installaties. |
Voor wie het technisch wil weten
- C10/11 beschrijft onder meer beveiligingen tegen een veiligheidsonderbreking, een intern defect, het wegvallen van het net, exportbegrenzing, faseonderbreking, te lage spanning en vermogensonevenwicht. De details en instellingen staan in de technische tekst zelf.
- In de lichte procedure bevestigt de installateur met een verklaring op eer dat de instellingen van het scheidingssysteem conform zijn. De melding gebeurt met een technisch dossier, met minstens een eendraadschema en die verklaring. Bij opslag bevestigt hij ook dat het vermogensbeheersysteem volgens de voorschriften is ingesteld, inclusief de maximale injectielimiet.
- In de standaardprocedure volgt naast de AREI-keuring een keuring van de aansluitvoorschriften door de netbeheerder of een erkend organisme, met onder meer nazicht van de beveiligingen en een testverslag. Bij inbreuken wordt eerst hersteld en dan opnieuw gekeurd.
- Voor kleine installaties kan het vermogensbeheer via de P1-poort of een sensor voor stroomrichting en vermogen. Voor grotere installaties is de P1-poort niet toegestaan.
- Noodvoedingssystemen mogen maar kortstondig parallel met het net werken. Zie Noodstroom en back-up.
- Sommige netbeheerders hebben aanvullende voorschriften. Voor Brussel en Wallonië zijn hier geen regels uitgewerkt.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Synergrid, Technische voorschriften elektriciteit
- Synergrid, C10/11 editie 2.4 (oktober 2025)
- Synergrid, Homologatie decentrale productie-eenheden (C10/26)
- Synergrid, FAQ over C10/11
- Synergrid, Plug-and-play lijst
- Fluvius, Welke omvormer kies ik
- Fluvius, Zonnepanelen: verplichtingen
- Fluvius, Opslagsysteem aanmelden
- Fluvius, Plug-en-play toestellen
- Fluvius, Veelgestelde vragen over groene stroom
Gids kosten & regels · Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
14Vergunning
In het kort
Zonnepanelen op een hellend dak of op een plat dak (tot maximaal 1 meter boven de dakrand) zijn in Vlaanderen vrijgesteld van een omgevingsvergunning, op voorwaarde dat je aan een paar algemene voorwaarden voldoet. Aan een gevel geldt een vrijstelling tot 4 m² per gevel, en ook aan een balkonrailing mag je panelen hangen.
Vergunning, keuring en aanmelding zijn drie aparte dingen
Voor een vaste thuisbatterij of een laadpaal is dit minder duidelijk: vraag dat na bij je gemeente. Bij beschermd erfgoed gelden aparte regels.
Een omgevingsvergunning is een toestemming van de overheid, meestal je gemeente, voor bouwen, verbouwen en andere handelingen met een impact op de omgeving. Ze staat los van de AREI-keuring (de verplichte controle van je elektrische installatie, zie AREI-keuring) en van de aanmelding bij Fluvius (zie Aanmelden bij Fluvius). Een vrijstelling van de vergunning bevrijdt je dus niet van die twee stappen. Je hoeft je panelen wel niet aan te melden bij je gemeente of provincie.
Soms volstaat een melding in plaats van een vergunning, en soms is er een vrijstelling. De Vlaamse overheid biedt hiervoor de omgevingscheck op het omgevingsloket aan. ⏱ Regels kunnen veranderen en gemeenten kunnen bijkomende voorwaarden opleggen.
Wanneer is een omgevingsvergunning niet nodig? ⏱
Volgens Vlaanderen.be zijn zonnepanelen bij een woning vrijgesteld als aan alle voorwaarden voldaan is:
| Plaatsing | Vrijstelling |
|---|---|
| Plat dak | Tot maximaal 1 meter boven de dakrand |
| Hellend dak | Ingewerkt in of geplaatst op het hellende dakvlak |
| Gevel | Maximaal 4 m² per gevel |
| Balkon | Aan een balkonrailing |
Daarnaast gelden deze algemene voorwaarden:
- Er is geen vergunningsplichtige functiewijziging.
- Het aantal woongelegenheden blijft gelijk.
- De werken gebeuren aan een woning of gebouw dat hoofdzakelijk vergund of vergund geacht is.
- De werken zijn niet in strijd met verordeningen, vergunningsvoorwaarden, lokale plannen of recente verkavelingen. Regels over onroerend erfgoed en het Burgerlijk Wetboek blijven van toepassing.
De officiële pagina behandelt niet: panelen in de tuin, afstanden tot de perceelsgrens, hoogtes boven de 1 meter bij een plat dak en de regels in beschermde stads- of dorpsgezichten. Dat vraag je na bij je gemeente.
Als de vrijstelling niet geldt
Dan heb je vooraf een omgevingsvergunning nodig. Dit loopt zo:
- Architect: niet verplicht voor panelen in het dakvlak of op een plat dak, in andere gevallen wel.
- Procedure: de gewone procedure (met openbaar onderzoek) of de vereenvoudigde procedure (zonder). Je gemeente zegt welke geldt.
- Indienen: via het omgevingsloket.
- Termijnen: binnen 30 dagen krijg je bericht of je dossier volledig en ontvankelijk is. De beslissing komt in principe na ongeveer 3 maanden (vereenvoudigd) of 6 maanden (met openbaar onderzoek). Dat zijn richttermijnen, geen bindende termijnen.
- Na goedkeuring: de beslissing wordt uitgehangen. Je mag pas starten vanaf de 35e dag daarna, want in die periode kunnen derden in beroep gaan.
- Na weigering: je hebt 30 dagen om in beroep te gaan.
Stekkerpanelen
Een stekkerpaneel (plug-and-play, zie Plug-and-play panelen) is in Vlaanderen niet vergunningsplichtig, behalve bij beschermd erfgoed. Dezelfde plaatsingen als hierboven komen in aanmerking: plat dak, hellend dak, gevel en balkonrailing.
Er zijn uitzonderingen:
- In een werelderfgoedsite of de bufferzone ervan, en bij onbeschermde gebouwen op de inventaris van het bouwkundig erfgoed, is er geen vrijstelling voor panelen aan een gevel of balkon.
- Een gemeentelijk reglement kan strenger zijn. Zo laat Stad Mechelen plaatsing aan een voorgevel niet toe, tenzij ze deel uitmaakt van een esthetisch ontwerp voor de hele voorgevel. Zichtbare plaatsingen op zij- of achtergevels zijn daar vergunningsplichtig.
De regels voor stekkerpanelen zijn recent verduidelijkt. Vraag voor je koopt na bij je gemeente wat er bij jou geldt.
Thuisbatterij en laadpaal
Voor een vaste thuisbatterij en een vaste laadpaal is er geen bevestigde officiële Vlaamse regel gevonden die zegt of je een vergunning of melding nodig hebt. Vlaanderen.be verwijst voor die projecten naar de omgevingscheck en naar je gemeente. Doe die check dus voor je bestelt.
Wat wel zeker geldt voor een laadpaal: de installatie moet gekeurd en aangemeld worden. Meer daarover vind je in Installatie en keuring. Voor veiligheid en plaatsing van een batterij zie Veiligheid en plaatsing.
Beschermd erfgoed
Onroerend Erfgoed heeft sinds midden oktober 2022 een eigen beleid voor zonnepanelen. De algemene regel luidt dat panelen op daken van beschermd erfgoed "altijd mogelijk" zijn, met enkele uitzonderingen. ⏱
- Beschermd monument: vraag vooraf een toelating aan bij Onroerend Erfgoed.
- Beschermd stads- of dorpsgezicht: doe een melding.
- Documenten: foto's van de bestaande toestand en een legplan met de echte plaats van de panelen.
- Geen schade: de panelen mogen geen erfgoedelementen verwijderen of beschadigen, zoals dakkapellen, windhanen, dakbedekking of boordplanken.
- Strengere beoordeling blijft gelden voor panelen op daken van werelderfgoed, op gevels en op de grond, voor grote zonnevelden en voor in het dak ingewerkte panelen.
- Gemeentelijk beleid: een onroerenderfgoedgemeente kan een eigen beleid hebben. Vraag ernaar voor je aanvraag.
Stad Gent formuleert het strenger: in een beschermd stadsgezicht zijn panelen op het dak er "niet zomaar toegestaan" en hangt de beslissing af van de impact op het stadsgezicht. Laat je dus altijd begeleiden door je eigen gemeente. Of je woning beschermd is, zie je op de kaart van Onroerend Erfgoed en in de inventaris van het bouwkundig erfgoed.
Rekenvoorbeeld
Twee woningen in Vlaanderen willen 6 kWp zonnepanelen op een zuidgericht hellend dak. Het gaat hier enkel om de procedure, niet om kosten.
Aannames: de panelen komen in of op het dakvlak, beide woningen zijn hoofdzakelijk vergund, er is geen functiewijziging en de gemeente heeft geen strengere reglementen.
| Stap | Woning A: niet beschermd | Woning B: beschermd dorpsgezicht |
|---|---|---|
| Omgevingsvergunning | Niet nodig (vrijstelling hellend dak) | Een melding; navragen bij de gemeente en Onroerend Erfgoed |
| Voorbereiden | Algemene voorwaarden nakijken | Foto's van de bestaande toestand en een legplan |
| Daarna | AREI-keuring en aanmelding binnen 3 maanden na de keuring | Idem |
Woning B kijkt eerst na of de gemeente een eigen erfgoedbeleid heeft. Zou het om een beschermd monument gaan, dan is de eerste stap een toelating van Onroerend Erfgoed.
Goed om te weten
- De vrijstelling gaat over de plaatsing, niet over de aansluiting. Keuring en aanmelding bij Fluvius blijven verplicht.
- Een plat dak heeft een hoogtegrens. Wat meer dan 1 meter boven de dakrand uitkomt, valt buiten de vrijstelling. Meer over opstellingen op een plat dak: Panelen op een plat dak.
- "Altijd mogelijk" betekent niet "zonder papieren". Op een beschermd monument vraag je toch vooraf een toelating.
- Een niet-beschermd huis kan toch op de inventaris staan. Dan zijn gevel- en balkonpanelen nooit vrijgesteld.
- Je gemeente kan strenger zijn dan Vlaanderen. Vlaanderen laat gevelpanelen toe, sommige gemeenten beperken ze.
Voor- en nadelen
| Vrijstelling | Vergunning of melding | |
|---|---|---|
| Voordelen | Geen aanvraag, geen wachttijd, geen architect | Duidelijkheid vooraf |
| Nadelen | Je moet zelf nagaan of alle voorwaarden kloppen; een gemeentelijk reglement of verkavelingsvoorschrift kan toch beperken | Extra stappen en documenten, termijnen van maanden, afhankelijk van de gemeente |
Voor wie het technisch wil weten
De vrijstellingen staan in het Vlaamse vrijstellingenbesluit voor stedenbouwkundige handelingen. Voor de juridische tekst raadpleeg je het besluit zelf of een jurist. Vergunningsvrij betekent niet regelloos: zichten en lichten, verkavelingsvoorschriften en brandveiligheid blijven gelden (zie Brandveiligheid en verzekering). Asbesthoudende dakbedekking is verboden voor zonnepanelen, ongeacht de vergunningsvraag. Hoe de 1 meter boven de dakrand precies gemeten wordt, bijvoorbeeld bij een opstaande rand, staat niet op de officiële pagina. Vraag dat na bij je gemeente.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Vlaanderen.be, Omgevingsvergunning: zonnepanelen bij een woning
- Vlaanderen.be, Omgevingsvergunning
- Vlaanderen.be, Stekkerzonnepanelen en stekkerbatterijen in Vlaanderen
- Vlaanderen.be, Uw elektrische wagen thuis laden
- Onroerend Erfgoed, Zonnepanelen op beschermd erfgoed
- Stad Mechelen, antwoord balkonzonnepanelen
- Stad Gent, Renoveren van een beschermd gebouw of stadsgezicht
- Fluvius, Zonnepanelen: verplichtingen
Gids kosten & regels · Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen
15Brandveiligheid en verzekering
In het kort
De verplichte veiligheidspoort voor zonnepanelen in Vlaanderen is de AREI-keuring door een erkende keurder, vóór je de installatie in gebruik neemt. Daarnaast hangt de veiligheid af van de kwaliteit van de installatie: kabels, connectoren, de plaats van de omvormer en onderhoud.
Welke regels gelden?
Je brandverzekeraar breng je best op de hoogte: alles wat de heropbouwwaarde van je woning wijzigt, moet je melden, en zonnepanelen vallen daaronder. Zo vermijd je onderverzekering.
- AREI-keuring. Het AREI is het algemeen reglement voor elektrische installaties. Een erkende keurder beoordeelt of het veilig is om de panelen te activeren. Het keuringsverslag heb je nodig voor de aanmelding bij Fluvius. Je bezorgt Fluvius het volledige verslag; een beslissing van de keurder alleen volstaat niet. Bij een onvolledig verslag past de installateur de installatie aan en volgt een nieuwe keuring. De kost van de keuring zit meestal in de offerte. Zie AREI-keuring.
- Veiligheidsonderbreking van de omvormer. Die blijft verplicht en zit bij kleinere installaties meestal in de omvormer. Ze beschermt het net en de mensen die eraan werken. Het is geen brandpreventie van je dak. Zie Netvoorschriften C10/11 en C10/26 voor de netvoorschriften.
- Aanmelden bij Fluvius. Binnen 3 maanden na de AREI-keuring. Wie te laat is, betaalt een administratieve kost: in 2026 is dat 97,26 euro excl. btw bij kleine installaties. ⏱ Zie Aanmelden bij Fluvius.
- Brandweerschakelaar of vrije afstand. Voor een gewone woning is niet bevestigd dat er een Vlaamse of federale regel bestaat die dit voorschrijft. Vraag het na bij je installateur en je brandweerzone. Lokale regels kunnen bestaan.
Wat raden de brandweerzones aan?
Brandweerzone Antwerpen geeft deze aandachtspunten:
- Kies een erkende installateur (zie Erkende installateur).
- Kabels en connectoren mogen niet los op het dak liggen. Connectoren moeten van dezelfde fabrikant zijn of een typeverklaring hebben.
- Een constructieberekening toont of het dak sterk genoeg is. Vraag na of een vergunning nodig is (Vergunning).
- Plaats de omvormer op een brandveilige ondergrond zoals steen of gips, zorg dat de warmte weg kan en leg geen spullen binnen 1 meter rondom.
- Weet waar de hoofdschakelaar zit. Bij geknetter of twijfel schakel je de panelen uit en bel je de installateur.
- Breng je verzekering op de hoogte.
- Onderhoud: elk jaar op een vast moment. In de eerste 3 jaar volg je zelf een checklist, tussen 3 en 5 jaar laat je een vakman nakijken, tussen 5 en 10 jaar ga je na of de panelen nog goed renderen, en vanaf 10 jaar kan de omvormer aan vervanging toe zijn. Let onder meer op vogels rond de panelen, een stofvrije omvormer, kabels die niet strak gespannen staan en verkleurde kabels naar de omvormer. Zie Reinigen en onderhoud.
Wat gebeurt er bij een brand?
Voor Vlaanderen is er geen eigen interventierichtlijn gevonden. De Nederlandse brandweerdocumenten beschrijven wel hoe zonnepanelen zich gedragen, en die fysica is dezelfde:
- Panelen blijven spanning leveren zolang er licht op valt, ook als je de installatie uitschakelt. Ook kunstlicht van werklampen kan ze activeren.
- Blussen kan met een sproeistraal vanaf minstens 0,5 m. Een sproeistraal geleidt geen elektriciteit.
- Beschadigde of hangende panelen kunnen onder spanning blijven. Een elektrische schok en herontsteking blijven mogelijk, ook na het incident.
- Na een interventie maakt een installateur de installatie definitief veilig, niet de brandweer.
Voor jou betekent dit: ga bij brand niet zelf op het dak, blijf weg van beschadigde panelen en kabels en bel 112. Voor thuisbatterijen, die een eigen brandverloop hebben, zie Veiligheid en plaatsing.
Verzekering: wat moet je weten?
Wat dekt een brandverzekering? Volgens de beroepsvereniging van verzekeraars (Assuralia) onder meer brand, rook, ontploffing, bliksem, overspanning, waterschade, storm, hagel, sneeuw- en ijsdruk en natuurrampen. Niet gedekt is de oorzaak zelf, zoals een defect toestel. Wel gedekt is de gevolgschade. Een defecte omvormer zelf is dus niet gedekt, de brandschade die hij veroorzaakt wel.
Moet je de panelen melden? Ja: alles wat de heropbouwwaarde mogelijk wijzigt, meld je aan je brandverzekeraar. De heropbouwwaarde is wat het kost om je woning opnieuw op te bouwen. In de meeste gevallen leiden zonnepanelen niet tot een hogere premie. Vraagt je verzekeraar bij een nieuwe polis niet naar zonnepanelen, dan zijn ze automatisch verzekerd. Je polis kan strengere voorwaarden bevatten: lees ze.
Wat is de evenredigheidsregel? Is de verzekerde waarde te laag, dan verlaagt de verzekeraar de uitkering evenredig. Het bedrag wordt berekend als schade × verzekerde waarde ÷ werkelijke waarde.
Eigenaar of huurder? Eigenaars krijgen een vergoeding in nieuwwaarde, huurders in werkelijke waarde. Een huurdersaansprakelijkheidsverzekering is in Vlaanderen verplicht bij nieuwe of vernieuwde huurcontracten sinds 1 januari 2019. ⏱
Appartement. De syndicus sluit een blokpolis af voor het hele gebouw, inclusief het dak. Plaatst de vereniging van mede-eigenaars panelen, dan geeft de syndicus dat door aan de verzekeraar. Zie Appartement of huurwoning.
Rekenvoorbeeld
Een gezin met een eengezinswoning is brandverzekerd voor 250.000 euro heropbouwwaarde en laat zonnepanelen plaatsen. Alle bedragen zijn fictief en tonen enkel de rekenregel.
Aannames:
- De panelen, inclusief montage, verhogen de heropbouwwaarde met 8.000 euro.
- Het gezin meldt niets en de verzekeraar vraagt er niet naar.
- Er ontstaat een keukenbrand met 40.000 euro schade, zonder rekening te houden met een franchise.
Berekening: 40.000 × 250.000 ÷ 258.000 = ca. 38.760 euro. Het gezin krijgt dus ca. 1.240 euro minder dan de schade. Had het gezin de panelen gemeld en de waarde laten aanpassen, dan was de volledige schade vergoed. De voorzorg kost één telefoontje of mail. Wil je zekerheid, vraag dan schriftelijk of de panelen in de verzekerde waarde zitten.
Goed om te weten
- Uitschakelen maakt panelen niet spanningsvrij. Zolang er licht op valt, staat er spanning op de gelijkstroomkabels.
- Niet melden kan geld kosten. Door de evenredigheidsregel kan een deel van de uitkering wegvallen.
- Na een brand maakt een installateur alles veilig. De brandweer kan vertrekken voordat de situatie gesecuriseerd is.
- Als huurder kan je toch aansprakelijk zijn. Ook als de eigenaar afstand van verhaal geeft, blijf je mogelijk aansprakelijk tegenover buren of andere derden. Dat telt ook voor een stekkerpaneel op je balkon (Plug-and-play panelen).
- Een garantie op de omvormer is iets anders dan je brandverzekering. Zie Product- en vermogensgarantie.
Voor- en nadelen van melden
| Je verzekeraar melden | |
|---|---|
| Voordelen | Geen discussie over onderverzekering; duidelijkheid over de dekking; meestal geen hogere premie |
| Nadelen | Een beetje administratie; mogelijk een herberekening van de verzekerde waarde of een hogere premie |
Voor wie het technisch wil weten
Brandweerdocumenten noemen vlambogen en langdurige kortsluitingen op de gelijkstroomzijde als risico, vooral bij grotere installaties, omdat panelen bij licht blijven produceren. De veiligheid daar hangt af van goede connectoren en kabels. Een schakelaar voor de gelijkstroomzijde komt voor in de Nederlandse richtlijnen; of die in België voor een woning verplicht is, is niet bevestigd. Een foute installatie van omvormer, binneninstallatie of bekabeling kan een installatie na verloop van tijd laten uitvallen, en dat valt buiten de verantwoordelijkheid van Fluvius. ABEX is de index van de bouwprijzen waarmee de verzekerde waarde jaarlijks meeschuift, tenzij je polis anders bepaalt.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Fluvius, Zonnepanelen: verplichtingen
- Fluvius, Zonnepanelen storingen
- Vlaanderen.be, AREI-keuring van uw zonnepanelen
- Assuralia, Moet ik mijn brandverzekeraar verwittigen als ik zonnepanelen plaats?
- Assuralia, De brandverzekering dekt veel meer dan alleen brand
- Assuralia, Huurdersaansprakelijkheidsverzekering
- Brandweerzone Antwerpen, Zonnepanelen en brandveiligheid
- NIPV, Aandachtskaart Incidentbestrijding Zonnepanelen (Nederland)
- Synergrid, Plug & Play in België
Gids kosten & regels · Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen
16Plug-and-play panelen
In het kort
Sinds 17 april 2025 mag je in België een gehomologeerd plug-and-play zonnepaneel (stekkerpaneel) zelf in een stopcontact steken. Voor het toestel zelf is geen AREI-keuring nodig, maar de omvormer moet op de lijst van gehomologeerde toestellen van Synergrid staan.
Wat is een plug-and-play toestel?
Aanmelden bij Fluvius is niet verplicht als de omvormer onder 800 W blijft en je een digitale meter hebt. Anders meld je het binnen 30 dagen na het eerste gebruik aan.
Synergrid, de sectororganisatie van de netbeheerders, omschrijft het als een klein, compact en verplaatsbaar toestel dat elektriciteit produceert of opslaat en via een stekker op het net zet. Denk aan balkonzonnepanelen, kleine batterijen met huishoudstekker en bidirectionele laders voor elektrische voertuigen. Hier gaat het vooral over stekkerpanelen. Voor een vaste installatie zie Aanmelden bij Fluvius en AREI-keuring.
Waarom mag het pas sinds 2025?
Het technisch voorschrift C10/11 van Synergrid eiste vroeger een vaste verbinding met het net. In editie 2.3, gepubliceerd op 17 oktober 2024, is die eis weggenomen. Producenten konden daarna een homologatie aanvragen. Dat is een typegoedkeuring waarbij Synergrid nagaat of een toestel voldoet aan de netvoorschriften. De lijst van gehomologeerde toestellen verscheen op 17 maart 2025 en op 17 april 2025 mochten die toestellen effectief aangesloten worden.
Wat controleer je vóór je koopt?
- Homologatie. Staat het toestel niet op de Synergrid-lijst, dan mag je het niet gebruiken en niet aanmelden. Fluvius vraagt je het dan onmiddellijk uit te schakelen. Meestal is enkel de omvormer gehomologeerd. Controleer dus merk en referentie van de omvormer. Dat staat niet altijd duidelijk bij het product: vraag het de verkoper.
- CE-markering en EU-conformiteitsverklaring. Volg ook de instructies van de fabrikant.
- De omvormer bepaalt het vermogen, niet het paneel. Vlaanderen.be raadt aan de omvormer onder 800 W te houden. Fluvius legt de aanmeldgrens ook op 800 W.
Hoe sluit je het aan?
- Rechtstreeks in een stopcontact, niet in een stekkerblok of verlengsnoer, bij voorkeur op een aparte kring zonder andere zware toestellen.
- Brandweerzone Rivierenland adviseert enkel geaarde stopcontacten, stevig bevestigen, niet tegen brandbare materialen zoals een houten balustrade en een kabel niet onder meubels laten liggen. Dat is advies van die zone, geen regel van Fluvius. Zie ook Brandveiligheid en verzekering.
- Een toestel op een gevel of balkonafsluiting is niet vergunningsplichtig, behalve bij beschermd erfgoed (Vergunning).
- Je vereniging van mede-eigenaars, stad, gemeente of verhuurder kan extra beperkingen opleggen. Zie Appartement of huurwoning.
Keuring
Voor het stekkertoestel zelf is geen AREI-keuring verplicht: het is een toestel en geen deel van de vaste installatie. Pas je de elektrische installatie zelf aan om het toestel te installeren, bijvoorbeeld met een nieuwe kring, dan geldt de keuringsplicht wel.
Aanmelden bij Fluvius
Dit is een andere regel dan voor een vaste installatie, waar je binnen 3 maanden na de keuring aanmeldt. ⏱
| Situatie | Aanmelden? |
|---|---|
| Omvormer onder 800 W + digitale meter | Niet verplicht. Fluvius raadt het toch aan via Mijn Fluvius, voor de injectietarieven. |
| Omvormer onder 800 W + analoge meter | Verplicht, binnen 30 dagen na het eerste gebruik. Daarna plaatst Fluvius een digitale meter. |
| Omvormer van 800 W of meer | Altijd verplicht, binnen 30 dagen, ongeacht de meter. |
| Toestel onder 800 W, naast een gemelde vaste installatie die samen 800 W of meer haalt | Ook aanmelden. |
Niet verplicht aanmelden is niet hetzelfde als geen gevolgen. Om injectietarieven te krijgen, meld je aan via Mijn Fluvius, ook onder 800 W met een digitale meter. Tot de digitale meter er is, past Fluvius het prosumententarief toe op basis van het vermogen van het toestel. Zie De digitale meter.
De stekkerbatterij, in het kort
Een stekkerbatterij moet ook gehomologeerd zijn. Sinds 15 oktober 2025 kan de P1-poort van de digitale meter, via een dongle, een volwaardig alternatief zijn om ze aan te sturen. ⏱ De batterij heeft een automatische vermogensregeling, zodat je samen met het paneel niet meer injecteert dan dat paneel kan. Voor veiligheid en plaatsing zie Veiligheid en plaatsing.
Wat het niet is
- Het telt niet mee voor je EPC of EPB-aangifte.
- Vlaanderen.be vermeldt er geen premie voor.
- Je hebt geen installateur nodig om het toestel in gebruik te nemen. Bij twijfel over de veiligheid raadt Synergrid er wel een aan.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Gent heeft een zuidgericht balkon met één set van 0,4 kWp (omvormer onder 800 W) en een digitale meter.
Aannames:
- Opbrengst: 0,4 × 758 kWh per kWp = ca. 303 kWh per jaar voor een verticaal paneel op zuid (PVGIS, 14 % systeemverlies, geen schaduw). Staat het paneel op 35°, dan is het ongeveer 1.050 kWh per kWp.
- Een zelf verbruikte kWh bespaart 0,35 euro.
- Niet zelf verbruikte stroom brengt 0,045 euro per kWh op, mits je het toestel hebt aangemeld.
- Zelfverbruik: 100 %, 70 % of 34 %. Dat laatste is het zelfverbruik zonder batterij in het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check. Voor een klein stekkerpaneel is er geen bevestigd typisch percentage.
| Zelfverbruik | Waarde per jaar |
|---|---|
| 100 % | ca. 106 euro |
| 70 % | ca. 78 euro |
| 34 % | ca. 45 euro |
Stel dat de set 500 euro kost (een aanname, enkel ter illustratie). Dan is de terugverdientijd ongeveer 5 jaar bij 100 % zelfverbruik, 6 jaar bij 70 % en 11 jaar bij 34 %. Reken ook met de levensduur en de garantie van het toestel, want die zijn bij stekkerpanelen niet bevestigd.
Goed om te weten
- De homologatie geldt meestal enkel de omvormer. Een set kan "gehomologeerd" heten zonder dat je weet welke omvormer erin zit.
- De termijn loopt vanaf het eerste gebruik. Bij een vaste installatie loopt hij vanaf de keuring. Een stekkertoestel wordt niet gekeurd.
- 800 W is een richtwaarde. Synergrid noemt als principe 2.600 W, wat een kring in de woning volgens het AREI aankan, en zegt dat instanties uit veiligheidsoverwegingen 600 à 800 W aanraden.
- Een verticaal balkonpaneel levert ongeveer 72 % van een paneel op 35°. Volgens PVGIS voor Gent is dat 758 tegenover ongeveer 1.050 kWh per kWp per jaar. Zie Oriëntatie en hellingshoek.
- Een stekkerpaneel levert geen noodstroom. Het schakelt uit bij netuitval.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| Geen dak, geen installateur en geen AREI-keuring voor het toestel | Klein vermogen; verticaal ca. 72 % van de opbrengst op 35° |
| Verplaatsbaar, ook voor huurders | Moeilijk na te gaan of het toestel gehomologeerd is |
| Onder 800 W met digitale meter in principe geen aanmelding | Zonder aanmelding geen injectietarieven |
| Vereniging, gemeente of verhuurder kan beperken | |
| Telt niet in het EPC |
Voor wie het technisch wil weten
De homologatie volgt de C10/26-procedure van Synergrid, met testverslagen bij voorkeur volgens EN 50549. De veiligheidsonderbreking uit C10/11 blijft verplicht en zit bij kleinere eenheden meestal in de omvormer, wat verklaart waarom een stekkerpaneel bij netuitval stopt. Een omvormer met batterijaansluiting aan de gelijkstroomzijde moet zowel voor zonne-energie als voor opslag gehomologeerd zijn. Of het paneelvermogen boven 800 W mag zolang de omvormer eronder blijft, is niet bevestigd: de bronnen spreken over de omvormer. Voor deelname aan energiedelen heb je meetregime 3 nodig (Energiedelen).
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Fluvius, Plug-en-play toestellen
- Vlaanderen.be, Stekkerzonnepanelen en stekkerbatterijen in Vlaanderen
- Synergrid, Plug&Play-toestellen
- Synergrid, Plug & Play in België (homologatie-leidraad)
- Brandweerzone Rivierenland, Stekkerzonnepanelen
- Fluvius, Zonnepanelen: verplichtingen
- PVGIS (Europese Commissie), PVcalc
Gids kosten & regels · Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen
17Erkende installateur
In het kort
Een installateur met een RESCert-certificaat van bekwaamheid is voor zonnepanelen niet verplicht, maar de Vlaamse overheid raadt het aan. In een offerte kan "erkend" drie dingen betekenen: een RESCert-certificaat voor de persoon die installeert, een erkend controleorganisme dat de AREI-keuring doet (een onafhankelijke partij, niet je installateur), of een eigen label van het bedrijf zonder wettelijke waarde.
Wat is RESCert?
Controleer het certificaat altijd zelf: RESCert waarschuwt dat er valse certificaten circuleren.
RESCert is het certificaat van bekwaamheid voor installateurs van groene-energiesystemen. Het Vlaamse, Waalse en Brusselse Gewest hebben het samen opgezet om de opbrengst, veiligheid en levensduur van installaties te verhogen. Het certificaat hangt aan een persoon, niet aan een firmanaam.
Verplicht of niet?
- Zonnepanelen: een installateur met certificaat kiezen is niet verplicht, wel aangeraden.
- Warmtepomp: voor de Vlaamse renovatiepremie voor een warmtepomp is het strenger. De installatie moet geplaatst of gevalideerd zijn door een installateur met zo'n certificaat. ⏱
- Wat sites beweren: sommige vergelijkingssites noemen RESCert voor zonnepanelen verplicht. De Vlaamse overheid zegt het tegendeel.
Hoe krijgt een installateur het certificaat?
Volgens Vlaanderen.be moet hij aan alle voorwaarden voldoen: een erkende opleiding volgen, een erkend examen afleggen en slagen, voldoen aan de toekenningsvoorwaarden en minstens 1 maand beroepservaring in de categorie hebben. Het certificaat vraagt hij uiterlijk twaalf maanden na het examen aan.
In Vlaanderen is het certificaat 7 jaar geldig. ⏱ Verlengen kan in de laatste twee jaar, na een bijscholing van 3 uur en een examen. Wie te laat is, verliest het certificaat en het nummer. Een aspirant-certificaat bestaat niet meer en telt niet mee voor premies.
Voor welke installaties?
Vlaanderen.be vermeldt een categorie "Zonnepanelen" en een aparte categorie "Zonnepanelen, batterij en oplaadpunt", die ook thuisbatterijen en oplaadpunten met vraagsturing omvat. Of een certificaat voor enkel zonnepanelen volstaat voor een thuisbatterij, is niet bevestigd. Vraag het je installateur uitdrukkelijk. De indeling van de categorieën kan nog wijzigen. ⏱
Hoe controleer je een installateur?
- Vraag het certificaat van de persoon op. RESCert zegt zelf dat je het geldige certificaat van bekwaamheid van de persoon moet vragen. Twijfel je, dan kan je info@rescert.be contacteren.
- Zoek hem op in de lijst van gecertificeerde installateurs op rescert.be, categorie zonnepanelen.
- Vraag wie op je dak werkt en wie de installatie valideert. Een RESCert-installateur mag het werk van een niet-gecertificeerde installateur valideren. Hij controleert en keurt het goed en neemt de verantwoordelijkheid voor de goede werking. Een geldig nummer zegt dan niets over de persoon die effectief plaatst.
- Controleer het ondernemingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
- Vraag een bewijs van zijn verzekering. Welke verzekering hij heeft, is niet voor elke installateur wettelijk bepaald; laat het je schriftelijk tonen.
Wat een erkenning niet regelt
- De keuring is een andere partij. De AREI-keuring gebeurt door een erkende keurder, een controleorganisme, vóór de ingebruikname. Je installateur kan je doorverwijzen, maar de keurder blijft onafhankelijk. Zie AREI-keuring.
- De aanmelding bij Fluvius blijft jouw verantwoordelijkheid. Je kan ze aan je installateur overlaten, maar niet aanmelden leidt tot een administratieve kost voor jou. Bij een gecertificeerde installateur heb je volgens Fluvius extra zekerheid dat hij zijn eigen meldingsplicht nakomt. Zie Aanmelden bij Fluvius.
- De btw hangt niet van RESCert af. ⏱ Het verlaagde tarief van 6 % geldt voor zonnepanelen en een thuisbatterij bij een privéwoning ouder dan 10 jaar, als één aannemer ze levert én plaatst. Anders is het 21 %. Koop je zelf materiaal, dan is het 21 %. Zie Btw: 6% of 21%.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in een privéwoning van 25 jaar oud krijgt een offerte van 6.000 euro excl. btw voor panelen, omvormer en plaatsing. Alle bedragen zijn fictief.
Aannames:
- Eén aannemer levert en plaatst en factureert rechtstreeks aan het gezin.
- De woning is ouder dan 10 jaar en wordt privé gebruikt.
| Situatie | Btw | Totaal |
|---|---|---|
| Voorwaarden voor 6 % vervuld | 360 euro | 6.360 euro |
| Voorwaarden niet vervuld, bijvoorbeeld door zelf materiaal te kopen | 1.260 euro | 7.260 euro |
Het verschil is 900 euro (6.000 × 0,21 − 6.000 × 0,06). Komt de installatie niet binnen 3 maanden na de keuring bij Fluvius terecht, dan komt er in 2026 nog een administratieve kost van 97,26 euro excl. btw bij. ⏱ Een RESCert-certificaat verandert de prijs niet. Het verandert wie je kan aanspreken over de kwaliteit.
Goed om te weten
- Een installateur zonder certificaat kan zijn werk laten valideren door een gecertificeerde collega. Vraag dus wie wat gedaan heeft.
- Het certificaat is persoonlijk en verloopt na 7 jaar. Wie te laat verlengt, verliest het nummer.
- Een certificaat voor enkel zonnepanelen is niet automatisch een bewijs voor een batterij.
- Jij blijft verantwoordelijk voor de aanmelding bij Fluvius, ook als de installateur het doet.
Voor- en nadelen
| RESCert-installateur | Installateur zonder certificaat | |
|---|---|---|
| Voordelen | Aangeraden door de overheid; aantoonbare opleiding en examen; extra zekerheid over de meldingsplicht; klacht mogelijk via Vlaanderen.be | Voor zonnepanelen niet wettelijk verplicht |
| Nadelen | Niet verplicht; zegt niets over prijs of dienstverlening; jij controleert het certificaat | Geen certificaatnummer; verantwoordelijke enkel via validatie door een gecertificeerde collega |
Voor wie het technisch wil weten
De gewesten stellen het opleidings- en examenmateriaal op en erkennen de opleidings- en exameninstellingen. Opleidingscentra geven de opleidingen, examencentra organiseren de examens en RESCert behandelt de aanvragen namens de drie gewesten. Als ervaring tellen installeren, in gebruik nemen, herstellen, onderhouden en optreden als project- of werfleider. Voorbereidende en administratieve taken en het opstellen van offertes tellen niet. Bij een premieaanvraag staat het nummer van de verantwoordelijke installateur op het attest. De keurder oordeelt over het AREI-verslag; de installateur levert onder meer het eendraadschema, dat Fluvius vraagt bij de aanmelding.
Bronnen bij dit hoofdstuk
Gids kosten & regels · Tot slot
?Veelgestelde vragen
Wat kost 1 kWp gemiddeld?
Gepubliceerde indicaties lopen van ongeveer 1.000 tot ruim 2.000 euro per kWp. Er is geen officiële statistiek.
Uit hoofdstuk 1: Wat een installatie kost
Is 6% of 21% btw van toepassing?
6% bij een privéwoning ouder dan 10 jaar waar één aannemer levert en plaatst en rechtstreeks aan jou factureert. Anders 21%.
Uit hoofdstuk 1: Wat een installatie kost
Is er nog een premie voor zonnepanelen?
Nee. In Vlaanderen bestaat er sinds 1 januari 2024 geen specifieke premie meer.
Uit hoofdstuk 1: Wat een installatie kost
Zit de keuring in de prijs?
Meestal wel. Staat ze er niet in, reken dan op ongeveer 125 tot 170 euro.
Uit hoofdstuk 1: Wat een installatie kost
Moet ik zelf aanmelden bij Fluvius?
De eigenaar is verantwoordelijk, ook als de installateur het doet. Spreek schriftelijk af wie het doet.
Uit hoofdstuk 1: Wat een installatie kost
Wat kost een nieuwe omvormer later?
Indicatief 800 tot 1.500 euro. In de levensduurberekening van Terugverdientijd rekenen we met 1.150 euro.
Uit hoofdstuk 1: Wat een installatie kost
Wat is een goede terugverdientijd?
Fluvius noemt zo'n 8 tot 10 jaar als algemene schatting. In het standaardvoorbeeld is het ongeveer 5,8 jaar. Hij hangt sterk af van je zelfverbruik en je investering.
Uit hoofdstuk 2: Terugverdientijd
Wat telt zwaarder: zelfverbruik of injectie?
Zelfverbruik. Een zelf verbruikte kWh bespaart je het variabele deel van je afnameprijs, een geïnjecteerde levert enkel de kale energieprijs op.
Uit hoofdstuk 2: Terugverdientijd
Moet ik de omvormervervanging meerekenen?
De MYNRG Check doet dat niet. In het standaardvoorbeeld verandert de terugverdientijd er nauwelijks door (ongeveer 5,9 jaar), maar het resultaat na 25 jaar daalt. Reken voor een levensduurberekening indicatief 800 tot 1.500 euro rond jaar 10 tot 15.
Uit hoofdstuk 2: Terugverdientijd
Beïnvloedt het capaciteitstarief mijn terugverdientijd?
Onrechtstreeks. Het verlaagt de waarde van een bespaarde kWh, maar panelen verhogen je piek niet.
Uit hoofdstuk 2: Terugverdientijd
Is een oost-westopstelling slechter?
Een oost- of westdak levert in de MYNRG Check ongeveer 85% van een zuiddak per kWp, maar kan je verbruiksprofiel beter volgen. Reken met je eigen profiel.
Uit hoofdstuk 2: Terugverdientijd
Wat is een goede IRR voor zonnepanelen?
Dat hangt af van het alternatief en het risico. In het standaardvoorbeeld is de IRR 15,1% na inflatie. Vergelijk met wat jij anders met het geld zou doen.
Uit hoofdstuk 3: Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
Wat is het verschil tussen NCW en terugverdientijd?
De terugverdientijd zegt wanneer je geld terug is. De NCW zegt hoeveel meer of minder je investering waard is dan je alternatief.
Uit hoofdstuk 3: Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
Welke rente gebruik ik voor de NCW?
Kies er twee, bijvoorbeeld 2% en 4%, en kijk of de conclusie dezelfde blijft. Er is geen officiële waarde.
Uit hoofdstuk 3: Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
Waarom verschilt mijn ROI van die van een andere berekening?
ROI heeft geen vaste definitie. Kijk naar de periode, het btw-tarief, de omvormer en het onderhoud.
Uit hoofdstuk 3: Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
Telt de omvormer mee in de IRR?
Ja, met vervanging in jaar 12 is de IRR 15,10%, zonder 16,35%. De MYNRG Check zelf rekent geen omvormervervanging mee.
Uit hoofdstuk 3: Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
Wat als de stroomprijs stijgt?
Bij +2% per jaar op de bespaarprijs is de IRR 16,89% en de terugverdientijd 5,7 jaar. Dat is een aanname, geen voorspelling.
Uit hoofdstuk 3: Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
Hoeveel krijg ik voor mijn overtollige zonnestroom?
⏱ Gemiddeld 3,16 cent per kWh in 2025. In mei 2026 noemde een consumentenorganisatie 3 à 4 cent, met een spreiding van 0,94 tot 4,90 cent.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Kan mijn injectievergoeding negatief worden?
Ja, bij variabele en dynamische contracten die gekoppeld zijn aan de groothandelsprijs. In 2025 overkwam dat naar schatting bijna 29.000 gezinnen in minstens één maand.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Is de vergoeding belastbaar?
Boven 10 kVA is ze belastbaar en moet je je registreren als zelfstandige. Voor een gezinsinstallatie tot 10 kVA kan je dit het best navragen bij FOD Financiën.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Moet ik een apart contract voor injectie afsluiten?
Met een digitale meter heb je een terugleveringscontract nodig. Meestal biedt je leverancier dat automatisch aan.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Wat als ik nog een klassieke meter heb?
Dan wordt je injectie verrekend met je afname en wordt een overschot boven je afname niet vergoed. Zie Van terugdraaiende teller naar digitale meter.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Loont het om van contract te veranderen?
In 2025 was het verschil tussen de meest en de minst voordelige contractversie 271,82 euro per jaar voor de gemiddelde prosument. Reken je afname- en injectieprijs wel samen, want de contracten zijn vaak gekoppeld.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Hoe verhoog ik mijn rendement zonder van contract te veranderen?
Door meer zelf te verbruiken: toestellen overdag laten draaien, een warmtepompboiler of laadpaal overdag gebruiken, of een energiemanagementsysteem inzetten, zie Zelfverbruik verhogen.
Uit hoofdstuk 4: Injectievergoeding
Welke btw betaal ik op zonnepanelen?
⏱ 6% bij een privéwoning ouder dan 10 jaar waar één aannemer levert én plaatst en rechtstreeks aan jou factureert. Anders 21%.
Uit hoofdstuk 5: Btw: 6% of 21%
Welke btw betaal ik op een thuisbatterij?
⏱ Hetzelfde als op zonnepanelen: 6% onder dezelfde voorwaarden, anders 21%.
Uit hoofdstuk 5: Btw: 6% of 21%
Geldt 6% ook voor een nieuwbouwwoning?
Voor zonnepanelen en batterij niet: de woning is dan jonger dan 10 jaar, dus 21%. Voor een warmtepomp voor verwarming geldt 6% wel, ook in jonge woningen.
Uit hoofdstuk 5: Btw: 6% of 21%
Welke btw betaal ik op een laadpaal?
⏱ Dat is niet bevestigd. Vraag je installateur het tarief en de grondslag op de offerte te vermelden en laat het zo nodig bevestigen.
Uit hoofdstuk 5: Btw: 6% of 21%
Zijn de prijzen op een offerte met of zonder btw?
Controleer het altijd. Bronnen vermelden niet altijd of prijzen incl. of excl. btw zijn.
Uit hoofdstuk 5: Btw: 6% of 21%
Is er nog een premie voor zonnepanelen in Vlaanderen?
⏱ Nee, sinds 1 januari 2024 niet meer. Je kan wel 6% btw krijgen onder voorwaarden en een Mijn VerbouwLening aanvragen.
Uit hoofdstuk 6: Premies en voordelen
Is er nog een premie voor een thuisbatterij?
⏱ Nee, de premie is stopgezet.
Uit hoofdstuk 6: Premies en voordelen
Is er een premie voor een laadpaal?
We vonden geen Vlaamse premie. Vraag bij je gemeente na of er lokale voordelen bestaan.
Uit hoofdstuk 6: Premies en voordelen
Is er een premie voor een warmtepompboiler?
⏱ Ja, via Mijn VerbouwPremie. Het bedrag hangt af van je inkomenscategorie en is beperkt tot een percentage van de factuur.
Uit hoofdstuk 6: Premies en voordelen
Moet ik de premie voor of na de werken aanvragen?
Voor de warmtepompboiler vraag je ze aan met de eindfactuur, nadat de werken volledig zijn uitgevoerd.
Uit hoofdstuk 6: Premies en voordelen
Gelden deze premies ook in Brussel en Wallonië?
Nee, het gaat om Vlaamse premies. Voor Brussel en Wallonië zijn de regels niet onderzocht.
Uit hoofdstuk 6: Premies en voordelen
Moet de installateur RESCert-gecertificeerd zijn?
Niet verplicht voor zonnepanelen, wel aangeraden door de Vlaamse overheid.
Uit hoofdstuk 7: Offertes vergelijken
Wie meldt de installatie aan bij Fluvius?
De eigenaar is verantwoordelijk. De installateur kan het doen als dat schriftelijk is afgesproken.
Uit hoofdstuk 7: Offertes vergelijken
Hoeveel voorschot is normaal?
Daar vonden we geen betrouwbare norm voor. Maak een duidelijk betalingsschema schriftelijk af en laat het opnemen in de offerte.
Uit hoofdstuk 7: Offertes vergelijken
Kan ik een ondertekende offerte nog herroepen?
Bij contracten buiten de verkoopruimte bestaat een herroepingstermijn van 14 kalenderdagen. Vraag bij FOD Economie na of dit voor jouw situatie geldt.
Uit hoofdstuk 7: Offertes vergelijken
Is 6% of 21% btw van toepassing?
Dat hangt af van de leeftijd van je woning en van wie levert en plaatst. Zie Btw: 6% of 21%.
Uit hoofdstuk 7: Offertes vergelijken
Geldt het capaciteitstarief ook in Wallonië en Brussel?
Niet op dezelfde manier. Het hier beschreven systeem met maandpieken is Vlaams. Wallonië en Brussel hebben eigen regulatoren en tariefstructuren.
Uit hoofdstuk 8: Het capaciteitstarief
Wat betaal ik minimaal?
Het equivalent van 2,5 kW. ⏱ In 2026 is dat tussen 122,62 en 142,75 euro per jaar excl. btw, afhankelijk van het netgebied.
Uit hoofdstuk 8: Het capaciteitstarief
Betaal ik meer met een driefasige aansluiting?
Nee. Enkel het gemeten piekvermogen telt.
Uit hoofdstuk 8: Het capaciteitstarief
Tellen zonnepanelen mee?
Alleen je afnamepieken tellen mee, injectiepieken niet.
Uit hoofdstuk 8: Het capaciteitstarief
Hoe zie ik mijn eigen piek?
In Mijn Fluvius, met een digitale meter en geactiveerde kwartierwaarden: je ziet er je kwartierwaarden, maandpieken en facturatiepiek.
Uit hoofdstuk 8: Het capaciteitstarief
Betalen beschermde afnemers het capaciteitstarief?
Nee, gezinnen met recht op het sociaal tarief betalen het niet.
Uit hoofdstuk 8: Het capaciteitstarief
Wanneer verdween de terugdraaiende teller?
Niet op één datum. Installaties van vóór 2021 vormden de uitzondering en kregen uitstel tot eind 2024. Sinds 1 januari 2025 is de vervanging verplicht en kun je ze niet meer weigeren. Eind 2025 had 92 % van de prosumenten een digitale meter. ⏱
Uit hoofdstuk 9: Van terugdraaiende teller naar digitale meter
Wat kost de vervanging?
Fluvius plaatst de digitale meter gratis. Het duurt ongeveer een uur. ⏱
Uit hoofdstuk 9: Van terugdraaiende teller naar digitale meter
Wat gebeurt er met mijn saldo op de oude meter?
Bij plaatsing vóór 1 april 2026 wordt het verschil verrekend op je volgende afrekening. Bij plaatsing vanaf 1 april 2026 wordt een productieoverschot niet meer verrekend. ⏱
Uit hoofdstuk 9: Van terugdraaiende teller naar digitale meter
Betaal ik nog een prosumententarief?
Nee, niet met een digitale meter.
Uit hoofdstuk 9: Van terugdraaiende teller naar digitale meter
Kan ik de retroactieve investeringspremie nog aanvragen?
Nee. De aanvraagperiode eindigde op 31 december 2025.
Uit hoofdstuk 9: Van terugdraaiende teller naar digitale meter
Wat moet ik doen na de plaatsing?
Zorg voor een terugleveringscontract zodat je je overschot kunt verkopen. Vergelijk afname- en injectieprijs samen.
Uit hoofdstuk 9: Van terugdraaiende teller naar digitale meter
Kan ik zonnestroom delen met mijn buur?
Ja, via persoon-aan-persoon delen of verkopen. Jij deelt met slechts één andere partij, binnen het Vlaams Gewest, met een digitale meter en meetregime 3 aan beide kanten.
Uit hoofdstuk 10: Energiedelen
Moet ik btw betalen als ik zonnestroom verkoop?
⏱ Een particuliere aanbieder met een omvormer tot en met 10 kVA is vrijgesteld, tenzij hij al een andere belastbare activiteit heeft. Boven 10 kVA geldt de btw-regeling. Bij kosteloos delen is ze niet van toepassing.
Uit hoofdstuk 10: Energiedelen
Hoe richt ik een energiegemeenschap op?
Je hebt een rechtspersoon nodig, meldt die binnen 30 dagen na de oprichting bij de VNR en registreert de deelnemers bij Fluvius. Er bestaan ondersteuningspunten voor technische, juridische en organisatorische vragen.
Uit hoofdstuk 10: Energiedelen
Is energiedelen interessanter dan een thuisbatterij?
Dat hangt af van het gedeelde volume en de kosten van je leverancier. Zie het rekenvoorbeeld en Rendabiliteit in Vlaanderen.
Uit hoofdstuk 10: Energiedelen
Binnen welke termijn moet ik mijn zonnepanelen aanmelden?
Binnen 3 maanden na de AREI-keuring. ⏱
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Wat kost aanmelden?
Voor installaties tot 25 kVA niets. Te laat aanmelden kost in 2026 eenmalig 97,26 euro excl. btw voor installaties kleiner dan 10 kVA. ⏱
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Mag mijn installateur aanmelden?
Ja, als je dat vooraf afspreekt. Jij blijft verantwoordelijk.
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Moet ik een thuisbatterij apart aanmelden?
Ja, ook de batterij meld je aan in Mijn Fluvius. Zie Bijplaatsen bij bestaande panelen.
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Moet ik een stekkerpaneel aanmelden?
Met een digitale meter onder 800 W is het aanbevolen, en nodig om injectietarieven te krijgen. Vanaf 800 W is het verplicht, binnen 30 dagen. Met een analoge meter meld je altijd binnen 30 dagen aan. ⏱
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Moet ik mijn panelen ook bij de gemeente aanmelden?
Nee, enkel bij Fluvius. Een vergunning voor het plaatsen kan wel nodig zijn, zie Vergunning.
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Wanneer krijg ik een digitale meter?
Fluvius plaatst die automatisch na je aanmelding, binnen ongeveer drie maanden, als je er nog geen hebt. ⏱
Uit hoofdstuk 11: Aanmelden bij Fluvius
Is een keuring van zonnepanelen verplicht?
Ja, vóór je de installatie in gebruik neemt. Zonder keuring mag je ze niet gebruiken. ⏱
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Wie voert de keuring uit?
Een erkend controleorganisme. De lijst staat bij de FOD Economie.
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Wat kost een keuring?
Dat verschilt per organisme. Vraag een offerte aan een erkend organisme.
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Moet ik mijn installatie herkeuren als ik een batterij bijplaats?
Niet als je enkel een batterij bijplaatst en de zekering in de zekeringkast niet wijzigt. Bij een krachtigere of extra omvormer wel. ⏱
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Moet ik na de keuring nog iets doen?
Ja, aanmelden bij Fluvius in Mijn Fluvius, binnen 3 maanden na de keuring. ⏱ Zie Aanmelden bij Fluvius.
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Moet een stekkerpaneel gekeurd worden?
Je binneninstallatie moet niet herkeurd worden. Pas je de vaste installatie aan, dan kan de keuringsplicht wel gelden.
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Hoe vaak moet een elektrische installatie gekeurd worden?
Het AREI legt om de 25 jaar een nieuwe controle op. ⏱
Uit hoofdstuk 12: AREI-keuring
Wat is C10/11?
Het technisch voorschrift van Synergrid voor productie-installaties die parallel met het distributienet werken, ook batterijen. De huidige editie is 2.4 (oktober 2025). ⏱
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Wat is C10/26?
De homologatie van decentrale productie-eenheden zoals omvormers en bidirectionele laders, met een lijst van goedgekeurde types.
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Mag ik een tweedehands omvormer plaatsen?
Alleen als het type op de C10/26-lijst staat. Types die als niet toegelaten staan aangeduid, mogen in Vlaanderen niet geïnstalleerd worden.
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Wat is een kleine productie-installatie?
Een installatie die binnen de vermogensgrenzen blijft (eenfasig 5 kVA productie en 5 kVA opslag, driefasig 10 kVA), een automatisch scheidingssysteem heeft, bij opslag een vermogensbeheersysteem heeft en geen bijzonder geval is.
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Wat als mijn installatie groter is?
Dan valt ze onder de standaardprocedure, met netstudie. Voor particulieren in Vlaanderen noemt Fluvius de netstudie boven 25 kVA. ⏱
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Moet ik zelf iets doen voor de homologatie?
Nee, die vraagt de fabrikant aan. Jij kiest met je installateur een type van de lijst.
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Mag ik een stekkerpaneel of stekkerbatterij zomaar inpluggen?
Alleen een gehomologeerd toestel van de lijst voor plug-and-play, met CE-markering. Over aanmelden lees je meer in Aanmelden bij Fluvius.
Uit hoofdstuk 13: Netvoorschriften C10/11 en C10/26
Heb ik een vergunning nodig voor zonnepanelen op mijn dak?
Meestal niet, als ze op een hellend dak in of op het dakvlak liggen of op een plat dak tot maximaal 1 meter boven de dakrand, en aan de algemene voorwaarden voldaan is. ⏱
Uit hoofdstuk 14: Vergunning
Mag ik panelen aan de gevel of het balkon hangen?
Ja, tot maximaal 4 m² per gevel en aan een balkonrailing. Niet in een werelderfgoedsite, de bufferzone ervan of bij onbeschermd inventarisgoed. Je gemeente kan extra regels hebben. ⏱
Uit hoofdstuk 14: Vergunning
Heb ik een vergunning nodig voor een thuisbatterij of laadpaal?
Dat is niet bevestigd. Vlaanderen.be verwijst naar de omgevingscheck en naar je gemeente.
Uit hoofdstuk 14: Vergunning
Moet ik naast de vergunning ook aanmelden bij Fluvius?
Ja. De AREI-keuring en de aanmelding bij Fluvius blijven bestaan, ook bij een vrijstelling. Zie Aanmelden bij Fluvius en AREI-keuring.
Uit hoofdstuk 14: Vergunning
Hoe lang duurt een vergunningsaanvraag?
Binnen 30 dagen weet je of je dossier volledig is. De beslissing volgt in principe na ongeveer 3 maanden (vereenvoudigd) of 6 maanden (met openbaar onderzoek). ⏱
Uit hoofdstuk 14: Vergunning
Is de AREI-keuring een brandveiligheidskeuring?
Ze controleert of de installatie veilig is om in gebruik te nemen. Of ze specifiek brandpreventie beoordeelt, is niet bevestigd.
Uit hoofdstuk 15: Brandveiligheid en verzekering
Moet ik mijn brandverzekeraar op de hoogte brengen?
Ja, alles wat de heropbouwwaarde mogelijk wijzigt, moet je melden. Zonnepanelen vallen daaronder.
Uit hoofdstuk 15: Brandveiligheid en verzekering
Verhoogt mijn premie door zonnepanelen?
In de meeste gevallen niet. Je polis bepaalt het.
Uit hoofdstuk 15: Brandveiligheid en verzekering
Zijn zonnepanelen gedekt tegen hagel en storm?
Hagel wordt uitdrukkelijk als risico genoemd en storm en hagel horen bij de basisdekkingen. Je polisvoorwaarden en de franchise bepalen de details.
Uit hoofdstuk 15: Brandveiligheid en verzekering
Moet ik de brandweer verwittigen van mijn installatie?
Een wettelijke meldplicht voor een woning is niet bevestigd. Vraag het na bij je brandweerzone.
Uit hoofdstuk 15: Brandveiligheid en verzekering
Mag ik een stekkerzonnepaneel in een gewoon stopcontact steken?
Ja, sinds 17 april 2025, als het toestel gehomologeerd en CE-gemarkeerd is. Gebruik geen verlengsnoer of stekkerblok.
Uit hoofdstuk 16: Plug-and-play panelen
Moet ik het aanmelden bij Fluvius?
Onder 800 W met een digitale meter niet. Met een analoge meter of vanaf 800 W binnen 30 dagen. Voor injectietarieven raadt Fluvius altijd aan om aan te melden.
Uit hoofdstuk 16: Plug-and-play panelen
Heb ik een AREI-keuring nodig?
Niet voor het toestel zelf. Pas je de installatie aan om het toestel te installeren, dan wel.
Uit hoofdstuk 16: Plug-and-play panelen
Hoe weet ik of mijn toestel gehomologeerd is?
Zoek merk en referentie van de omvormer op de lijst van Synergrid. Staat het er niet op, dan mag je het niet gebruiken.
Uit hoofdstuk 16: Plug-and-play panelen
Mag mijn vereniging van mede-eigenaars of verhuurder dit weigeren?
Zij kunnen extra beperkingen opleggen. Vraag het vooraf, zie Appartement of huurwoning.
Uit hoofdstuk 16: Plug-and-play panelen
Is een RESCert-installateur verplicht voor zonnepanelen?
Nee, het is aangeraden. Voor een Vlaamse premie voor een warmtepomp wel.
Uit hoofdstuk 17: Erkende installateur
Hoe lang is een RESCert-certificaat geldig?
In Vlaanderen 7 jaar. Verlengen kan in de laatste twee jaar, na een bijscholing van 3 uur en een examen. ⏱
Uit hoofdstuk 17: Erkende installateur
Wat is een erkende keurder?
Een controleorganisme dat de AREI-keuring uitvoert. Dat is iets anders dan een erkende installateur.
Uit hoofdstuk 17: Erkende installateur
Wie meldt mijn zonnepanelen aan bij Fluvius?
Jij bent verantwoordelijk. Je installateur kan het doen, maar spreek het schriftelijk af en controleer het.
Uit hoofdstuk 17: Erkende installateur
Wat als mijn installateur geen RESCert heeft?
Dan kan een gecertificeerde installateur de installatie valideren en de verantwoordelijkheid nemen. Vraag wie dat is en bewaar het nummer.
Uit hoofdstuk 17: Erkende installateur
Wat doe ik bij een klacht over een RESCert-installateur?
Dien een klacht in via de klachtenpagina op Vlaanderen.be.
Uit hoofdstuk 17: Erkende installateur
Gratis
MYNRG Check
Nog geen offertes?
Ontdek welke installatie bij jouw woning past, wat ze kost en wat ze oplevert. Daarna kan je offertes aanvragen.
Al offertes ontvangen?
Kijk of ze passen bij jouw verbruik en jouw dak, en laat ze gratis controleren.
Gids kosten & regels · Tot slot
!Wist je dat?
- Op 14 januari 2021 vernietigde het Grondwettelijk Hof de Vlaamse regeling voor de terugdraaiende teller.
- Sinds 1 januari 2023 hangt een deel van je nettarief af van je hoogste kwartierpieken: het capaciteitstarief.
- Het AREI, het reglement achter de keuring van je elektrische installatie, gaat terug op een koninklijk besluit van 1981.
- Je zonnepanelen moeten gekeurd zijn voor je ze gebruikt. Aanmelden bij Fluvius doe je ten laatste drie maanden na de keuring.
- Sinds 17 april 2025 mogen goedgekeurde stekkerzonnepanelen en stekkerbatterijen op het net.
- Op 6 februari 2025 bereikte Vlaanderen de kaap van 1 miljoen zonne-installaties, samen bijna 7 gigawatt.
- Wie zijn zonnepanelen tussen 2006 en juli 2012 liet plaatsen, krijgt 20 jaar lang groenestroomcertificaten.
- De premie voor zonnepanelen werd elk jaar kleiner: 1.500 euro in 2021 en 2022, 750 euro in 2023, en sinds 2024 niets meer.
- Met energiedelen kun je je overschot aan zonnestroom delen met je buren, familie of zelfs met je eigen tweede aansluiting.
- Een laadpaal van 5 kVA of meer moet je sinds juni 2021 aanmelden bij Fluvius.
Laatst gecontroleerd op 9 oktober 2026. ⏱ markeert informatie die kan veranderen.