Hoofdstukken van deze gids
Omvormers Gids · 12 hoofdstukkenDeel 1 · Types omvormers
Deel 2 · Dimensioneren en aansluiten
Deel 3 · Storingen, noodstroom en vervanging
Tot slot
Gids omvormers · Deel 2 · Dimensioneren en aansluiten
9 Stringdimensionering
In het kort
Stringdimensionering is uitrekenen hoeveel panelen er in één string komen, en hoeveel strings er op de omvormer gaan. Een string is een rij panelen die in serie hangen.
Op de koudste winterochtend en op de heetste zomermiddag moet de spanning van de string binnen het bereik van de omvormer blijven. Panelen geven meer spanning in de kou en minder in de warmte, en daaruit volgt hoeveel panelen er minstens en hoogstens in een string mogen. Je installateur rekent dat uit met de datasheets van panelen en omvormer. Die berekening hoort bij je offerte.
Wat is een string?
Een string is een rij panelen in serie. De spanning van de string is de spanning van één paneel maal het aantal panelen.
Op één omvormer kunnen meerdere strings parallel hangen, meestal op een of meer MPPT-ingangen. De MPPT, maximum power point tracker, is het deel van de omvormer dat de spanning zoekt waarop de string het meeste vermogen geeft. Hoe dat werkt, lees je in MPPT.
Waarom temperatuur de sleutel is
Boven 25 °C daalt de spanning van een paneel, eronder stijgt ze. Dat geldt voor twee waarden die je op elke datasheet terugvindt. Voc is de open-klemspanning, de spanning als er niets op aangesloten is. Vmp is de spanning in het werkpunt met het grootste vermogen.
Hoe sterk de spanning met de temperatuur verandert, staat op de datasheet als temperatuurcoëfficiënt, in % of in V per °C. Het Amerikaanse ministerie van Energie zegt hetzelfde: bij hogere temperaturen daalt de spanning van een zonnecel sterk, en daarmee ook het vermogen. Meer in Rendement, wattpiek en temperatuur.
De vier controles
Een omvormer heeft vier spanningsgrenzen: een startspanning, een onder- en een bovengrens van het MPPT-bereik, en een absolute maximale ingangsspanning. Een cursus van Penn State zet de vier controles op een rij:

- De laagste Voc bij de hoogste gemiddelde temperatuur moet minstens gelijk zijn aan de startspanning.
- De laagste Vmp bij de hoogste gemiddelde temperatuur moet minstens de onderkant van het MPPT-bereik halen.
- De hoogste Voc bij de laagste temperatuur mag de absolute maximale ingangsspanning niet overschrijden.
- De hoogste Vmp bij de laagste temperatuur mag de bovenkant van het MPPT-bereik niet overschrijden.
De derde is de veiligheidsgrens. Gaat de spanning daarboven, dan kan de omvormer beschadigd raken. De andere drie bepalen vooral of de installatie goed produceert.
Waarom de koudste dag niet de zonnigste hoeft te zijn
De gangbare rekenmethode gaat ervan uit dat de koudste temperatuur samenvalt met vol zonlicht, 1.000 W/m². Onderzoekers van het Amerikaanse Lawrence Berkeley National Laboratory schrijven dat die aanname zowat 10 % strenger is dan nodig, zodat strings rond 10 % korter uitvallen dan strikt moet. Hun methode berekent de Voc op basis van historische weergegevens. Welke rekenmethode in België mag, volgt uit de Belgische installatievoorschriften, niet uit dat model.
Vermogen en vermogensgrenzen
Hoe het vermogen van je panelen zich verhoudt tot dat van je omvormer, lees je in DC/AC-ratio en afkappen. Fluvius aanvaardt een omvormer die groter of kleiner is dan het paneelvermogen, en vindt kleiner in ons klimaat verstandiger.
⏱ Fluvius telt al het omvormervermogen op je aansluiting samen, in kVA:
- Tot en met 5 kVA volstaat een eenfase-aansluiting. Omvormers die enkel een batterij bedienen, tellen niet mee, als ze bij Synergrid onder "Energy storage" staan. Hybride omvormers tellen wel mee. Laadpalen niet, behalve als ze teruggeven aan het net. Synergrid raadt boven 3,6 kVA sterk een driefase-aansluiting aan.
- Van meer dan 5 tot en met 25 kVA heb je een driefasige aansluiting nodig. Boven 10 kVA registreer je je als zelfstandige.
- Boven 25 kVA is een netstudie verplicht voor je plaatst en aansluit.
- Boven 30 kVA is een netontkoppelbeveiliging verplicht.
Een eenfase-installatie boven 5 kVA laat Fluvius niet toe. Andere netbeheerders in België hebben hun eigen regels.
Fluvius raadt driefasige omvormers aan: ze verdelen de stroom gelijk over de fasen en vallen minder snel uit. Je aansluiting moet dan wel driefasig zijn; meer in Eenfase of driefase.
Rekenvoorbeeld
Zo rekent een installateur uit hoeveel panelen er in een string kunnen, met het paneel van 460 Wp uit ons standaardgezin van 7 panelen, samen 3,22 kWp.
Het paneel heeft bij 25 °C een Voc van 41,0 V, een Vmp van 34,0 V, een Imp van 13,53 A en een Isc van 14,2 A. De Voc verandert met −0,25 % per °C, de Vmp met −0,30 % per °C. De omvormer is een eenfase-toestel van 3 kW met een maximale ingangsspanning van 600 V, een MPPT-bereik van 80 tot 550 V, een startspanning van 100 V, en per tracker hoogstens 16 A werkstroom en 20 A kortsluitstroom. Voor de cellen nemen we −10 °C als koudste en 65 °C als warmste temperatuur. Dat zijn aannames, geen Vlaamse normwaarden. En we rekenen alsof spanning en temperatuur in een rechte lijn samen bewegen, wat een vereenvoudiging is.
| Stap | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|
| Voc per paneel bij −10 °C | 41,0 × (1 + 0,0025 × 35) | 44,59 V |
| Maximum in serie (controle 3, 600 V) | 600 ÷ 44,59 = 13,5 | 13 panelen (13 × 44,59 = 580 V; 14 panelen geven 624 V en zijn niet toegelaten) |
| Vmp per paneel bij −10 °C | 34,0 × (1 + 0,003 × 35) | 37,57 V |
| Maximum voor de bovengrens van het MPPT-bereik (controle 4, 550 V) | 550 ÷ 37,57 = 14,6 | 14 panelen, dus niet beperkend |
| Voc per paneel bij 65 °C | 41,0 × (1 − 0,0025 × 40) | 36,90 V |
| Minimum voor de start (controle 1, 100 V) | 100 ÷ 36,90 = 2,7 | 3 panelen |
| Vmp per paneel bij 65 °C | 34,0 × (1 − 0,003 × 40) | 29,92 V |
| Minimum voor de ondergrens van het MPPT-bereik (controle 2, 80 V) | 80 ÷ 29,92 = 2,7 | 3 panelen |
Met deze omvormer kunnen er 3 tot 13 panelen in een string. Onze 7 panelen geven op de koudste dag 7 × 44,59 = 312 V en op de warmste 7 × 29,92 = 209 V. Ruim binnen de grenzen.
Twee strings parallel: ook de stroom telt
Eén string van 7 panelen levert rond 13,53 A werkstroom en 14,2 A kortsluitstroom. Hang je twee gelijke strings parallel op één tracker, dan tellen hun stromen op, tot zowat 27,06 A en 28,4 A. Meer dan de 16 A en 20 A die de tracker in dit voorbeeld aankan, ook al klopt de spanning. Een andere spanning lost dat niet op, een tweede tracker wel. Daarom zegt een extra aansluiting op de omvormer niet dat er ook een extra tracker is; meer in MPPT. Moderne panelen van 460 Wp hebben een hoge stroom en zitten sneller tegen die grens dan oudere.
Je hoeft dit als gezin niet zelf uit te rekenen. Wat wij wel in een offerte willen zien: met welke temperaturen er gerekend is, welke Voc en Vmp, wat de hoogste en laagste spanning van de string wordt en hoeveel stroom er per tracker loopt. De 3 panelen als minimum gelden alleen voor dit voorbeeld. Een ander toestel heeft andere grenzen.
Elke combinatie van paneel, omvormer en dak geeft andere getallen. Een installateur die je dak en je omvormer kent, maakt die berekening op maat, en ze bepaalt of je installatie de komende 25 tot 30 jaar veilig en volle kracht werkt. De MYNRG Check kijkt na of de offerte die berekening bevat.
Goed om te weten
De gevaarlijkste spanning ontstaat op een koude, heldere winterdag. Dan staat de Voc het hoogst, en de maximale ingangsspanning van de omvormer bepaalt hoeveel panelen er in een string mogen.
Een te korte string geeft net op warme zomerdagen problemen. Zakt de spanning onder de startspanning of onder het MPPT-bereik, dan start de omvormer niet of levert hij minder.
Toont je offerte een korte string, dan is die niet per se fout. De standaardmethode maakt strings vaak rond 10 % korter dan nodig. Optimaal is het dan misschien niet.
Voor- en nadelen
| Langere strings | Kortere strings |
|---|---|
| Lagere stroom in de DC-kabels | Meer marge ten opzichte van de maximale spanning |
| De omvormer start vroeger bij weinig licht | Risico dat de spanning op warme dagen onder het MPPT-bereik zakt |
| Dichter bij de maximale spanning in de kou | |
| Schaduw op één paneel beïnvloedt een grotere reeks (zie Schaduw, bypassdiodes en optimizers) |
Voor wie het technisch wil weten
- Het maximale aantal panelen per string is N_max = ⌊V_max,omvormer ÷ Voc(T_laag)⌋, met Voc(T) = Voc,25 + β × (T − 25 °C) en β de temperatuurcoëfficiënt in V/°C, die negatief is. Het minimum voor de start is N_min = ⌈V_start ÷ Voc(T_hoog)⌉. Dezelfde logica geldt voor Vmp en de grenzen van het MPPT-bereik.
- Het open rekenmodel van Lawrence Berkeley berekent de Voc voor elk uur van een jaar, met gegevens uit een databank van zonne-instraling en een thermisch model. Het is een voorbeeld van een methode, geen Belgisch voorschrift.
- Een hoge Voc in de kou staat op de kabels zolang er licht is, ook als de omvormer uit staat. Over brandveiligheid en DC-schakelaars gaat Brandveiligheid en verzekering.
- Optimizers en micro-omvormers veranderen de logica van een string. Meer in Optimizers en Micro-omvormers.
Bronnen bij dit hoofdstuk
Veelgestelde vragen
Waarom mag ik niet gewoon alle panelen in één lange string zetten?
In de kou kan de spanning dan boven de maximale ingangsspanning van de omvormer gaan, en dat kan hem beschadigen.
Wat gebeurt er als de string te kort is?
Op warme dagen kan de spanning te laag zakken. De omvormer start dan niet of levert minder.
Hoeveel panelen moeten er minstens in een string?
Dat verschilt per paneel en per omvormer, en ook de temperatuur speelt mee. Een vast minimum bestaat niet. In ons rekenvoorbeeld zijn het er 3.
Kan ik panelen van een ander type bijplaatsen?
Meestal wel, maar niet in dezelfde string. Een ander paneel komt op een eigen string of een eigen tracker. Evenveel wattpiek wil niet zeggen dat de spanning en stroom gelijk zijn.
Zijn Voc en Vmp hetzelfde?
Nee. Voc is de spanning zonder belasting, Vmp de spanning waarop het paneel het meeste vermogen geeft. Ze veranderen allebei met de temperatuur, en elk heeft een eigen controle.