Hoofdstukken van deze gids
Zonnepanelen Gids · 17 hoofdstukkenDeel 1 · Werking en technologie
- 1Hoe een zonnepaneel werkt
- 2Soorten panelen
- 3Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact
- 4Bifaciale en glas-glaspanelen
- 5Rendement, wattpiek en temperatuur
Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst
- 6Is je dak geschikt?
- 7Hoeveel panelen je nodig hebt
- 8Opbrengst in Vlaanderen
- 9Oriëntatie en hellingshoek
- 10Schaduw, bypassdiodes en optimizers
- 11Opbrengst opvolgen
Deel 3 · Plaatsing en onderhoud
Deel 4 · Levensduur en garanties
Tot slot
Gids zonnepanelen · Deel 1 · Werking en technologie
4 Bifaciale en glas-glaspanelen
In het kort
Een bifaciaal paneel zet ook licht om dat op zijn achterkant valt. Een glas-glaspaneel heeft vooraan en achteraan een glasplaat, waar een gewoon paneel achteraan een folie heeft.
Het gaat om twee verschillende eigenschappen, die vaak samen voorkomen. Liggen de panelen dicht op een hellend dak, dan komt er volgens het internationale onderzoeksprogramma IEA PVPS "weinig tot geen" licht op de achterkant. Reken dan op 0 tot een paar procent extra opbrengst. Bij 3,22 kWp brengt 2 % extra zo'n 10 euro per jaar op.
Ook bij hagel maakt glas-glas op zich weinig verschil. Wat telt, is hoe dik het voorglas is.
Twee begrippen die door elkaar lopen
Bifaciaal gaat over het licht. Een bifaciale cel zet licht om dat op de voorkant én op de achterkant valt. Hoe goed de achterkant dat doet in vergelijking met de voorkant, heet de bifacialiteitsfactor. Staat er 80 % op de datasheet, dan zet de achterkant onder testomstandigheden 80 % zoveel licht om als de voorkant. Over je jaaropbrengst zegt dat getal niets: of er achteraan licht aankomt, bepaalt je dak. Bijna alle cellen op de markt zijn vandaag bifaciaal. Een cel kan het zijn zonder dat het paneel er iets mee doet.
Glas-glas gaat over de opbouw. Een gewoon paneel heeft glas vooraan en een achterfolie, een backsheet, achteraan. Bij glas-glas zit ook achteraan een glasplaat. Een bifaciaal paneel heeft een doorzichtige achterkant nodig, maar die hoeft niet van glas te zijn. ⏱ In 2026 heeft een doorzichtige achterfolie zowat 60 % van de markt van bifaciale modules.
⏱ Wereldwijd was in 2025 rond 68 % van de modules bifaciaal, en tegen 2036 verwacht men 85 %. Glas wordt binnen enkele jaren het gewoonste materiaal voor de achterkant. Grote kans dat er op je offerte een bifaciaal of glas-glaspaneel staat, zonder dat iemand daar bewust voor koos.
Hoeveel extra levert de achterzijde?
De extra opbrengst, in het Engels de "bifacial gain", is wat een bifaciaal paneel meer levert dan een gewoon paneel in dezelfde richting. Per paneel reken je ze zo: het licht achteraan gedeeld door het licht vooraan, maal de bifacialiteitsfactor. Valt er achteraan 10 % van het licht dat vooraan valt, en is de factor 80 %, dan win je zowat 8 %. Een factor van 80 % belooft nooit 80 % extra. Voor de hele installatie valt de winst nog wat lager uit, door extra verliezen in de kabels en omdat de omvormer vaker moet afkappen.

Hoeveel licht er achteraan komt, bepalen vier dingen: hoeveel de ondergrond weerkaatst, de hoogte boven die ondergrond, de hellingshoek en de afstand tussen de rijen. Die weerkaatsing, de albedo, weegt het zwaarst. Gras weerkaatst 15 tot 26 % van het licht, verweerd asfalt rond 18 %, sneeuw 55 tot 98 %.
Op een hellend dak met de panelen dicht op de pannen komt er weinig tot geen licht achteraan, en de extra opbrengst is klein of nul. Op een plat dak met panelen op een stellage tellen de hoogte, de helling en de kleur van de dakbedekking mee, maar metingen voor Vlaamse daken bestaan niet. Bij een carport, een overkapping of een opstelling in de tuin "ziet" de achterkant de grond eronder, en daar past bifaciaal het best. Sneeuw doet de winst sterk stijgen, alleen blijft die in Vlaanderen zelden lang liggen, en in de winter is er hier sowieso weinig zon. Hoe weinig, lees je in Opbrengst in Vlaanderen.
Rekenmodellen zijn hier onzeker. Toen onderzoekers 13 bifaciale modellen naast elkaar legden, verschilden de voorspelde winsten tot een factor twee. PVGIS rekent niet bifaciaal: de zowat 1.050 kWh per kWp waarmee wij rekenen, geldt voor een gewoon paneel.
Glas-glas: wat verandert er in het paneel?
Een glas-glaspaneel kan zwaarder zijn dan een paneel met achterfolie. Je installateur neemt dat mee in zijn onderzoek naar de draagkracht van je dak. Hoe dat werkt, lees je in Panelen op een plat dak en Montagesystemen.

Dubbel glas bewijst op zich niet dat een paneel langer meegaat. Gewicht en sterkte komen van de glasdikte, de afmetingen en het kader. Wij zouden vragen naar de test en de omstandigheden waarin die gebeurde, en de garantievoorwaarden naast elkaar leggen. Waar je daarbij op let, staat in Product- en vermogensgarantie.
Bij hagel komt het eigenlijke risico van glasbreuk. Modules die niet braken, verloren in een internationale hageltest met ijsballen van 35 tot 55 mm minder dan 2 % vermogen. Bij glas-glas liggen de cellen in het neutrale vlak, waar ze bij doorbuigen het minst onder spanning komen. Breken is een ander verhaal, en daar beslist de glasdikte. ⏱ In dezelfde test uit 2026 brak 61 % van de modules met 2,0 mm glas voor en achter bij hagel van 45 mm. Bij dikker glas, bijvoorbeeld 3,2 mm voorglas met een folie achteraan, was dat 7 %. Het glas brak eerst aan de randen en bij de gaten voor de aansluitdoos. Het gaat om modules die fabrikanten zelf instuurden, en een garantie voor jouw dak is het niet.
De minimale hageltest in de norm IEC 61215 gebruikt ijsballen van 25 mm. Vlaanderen heeft al grotere gezien. Op 26 mei 2009 noteerde het KMI langs de lijn Doornik, Wetteren, Sint-Gillis-Waas hagelstenen van gemiddeld 4 tot 6 cm, met uitschieters tot 10 cm. Bij Genk vielen er op 28 juni 2011 tot 7 cm, in Sleidinge op 9 juni 2014 ook tot 7 cm. Stenen van meer dan 6 cm noemt het KMI "erg uitzonderlijk". De norm blijft een minimum.
Bij potentiaal-geïnduceerde degradatie, kortweg PID, wandelen natriumionen uit het glas naar de cel. Dubbelglasmodules met EVA als bindmiddel kunnen daar gevoeliger voor zijn dan modules met een achterfolie. Met polyolefine, POE, als bindmiddel blijft PID grotendeels weg.
En doorzichtige achterfolies vergeelden in een betrouwbaarheidstest meer dan witte. Veel van die folies zijn nieuw en hebben nog weinig jaren op het dak achter de rug.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Kortrijk heeft een zuiddak met 35° helling, zonder schaduw, en een offerte voor 7 bifaciale glas-glaspanelen van 460 Wp: 3,22 kWp. Een gewoon paneel levert 1.050 kWh per kWp, samen 3.380 kWh per jaar.
We rekenen met 34 % zelfverbruik, ons vaste gemiddelde dat we toelichten in Zelfverbruik verhogen, met 0,35 euro per kWh die je niet moet kopen en 0,045 euro per geïnjecteerde kWh. Elke extra kWh is dan 0,34 × 0,35 + 0,66 × 0,045 waard, of zowat 15 cent. Voor de extra opbrengst werken we met scenario's, want een Vlaamse meting bestaat niet.
| Extra opbrengst | Extra kWh per jaar | Waarde per jaar | Wanneer realistisch |
|---|---|---|---|
| 0 % | 0 | 0 euro | panelen dicht op het dakvlak |
| 2 % | 68 | ca. 10 euro | lichte reflectie, hogere montage |
| 5 % | 169 | ca. 25 euro | opgestelde panelen boven een lichte ondergrond |
| 10 % | 338 | ca. 50 euro | gunstige hoogte, hellingshoek en ondergrond (veronderstelling) |
Op een hellend dak is 0 tot 2 % een redelijke verwachting. Vraagt de installateur een meerprijs, dan moet die terugkomen uit een kleine en onzekere winst. Krijgt de achterkant wel veel licht, dan stijgt ook de stroom, en die moet binnen de maximale ingangsstroom van je omvormer blijven. Daarover gaan DC/AC-ratio en afkappen en Stringdimensionering.
Op welk dak bifaciaal iets uithaalt, verschilt van woning tot woning. Een installateur ter plaatse ziet hoe hoog de panelen komen en wat eronder ligt. En omdat je voor 25 tot 30 jaar kiest, rekent de MYNRG Check eerst uit wat het jou oplevert.
Goed om te weten
Elke procent bifaciale winst is hier zo'n 34 kWh per jaar, of 5 euro.
Vraag bij een glas-glaspaneel altijd hoe dik het voorglas is. Dat het glas-glas is, zegt over hagel weinig.
Voor- en nadelen
| Eigenschap | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
| Bifaciaal | Extra opbrengst waar de achterzijde licht ziet. Bijna alle huidige cellen zijn bifaciaal, dus de keuze kost meestal niets extra | Op een hellend dak is de winst klein of nul. Hogere stroom vraagt aandacht voor omvormer en kabels. Modellen verschillen tot een factor twee |
| Glas-glas | Cellen in het neutrale vlak, weinig vermogensverlies bij niet-gebroken modules na hagel, geen achterfolie die kan vergelen | Zwaarder. Bij 2,0 + 2,0 mm glas brak 61 % van de geteste modules bij 45 mm hagel. In combinatie met EVA kan PID vaker voorkomen |
Voor wie het technisch wil weten
- Datasheet. Op bifaciale modules staat vaak een tweede vermogenstabel, met 1.000 W/m² vooraan en 135 W/m² achteraan. Het is een rekenpunt van de fabrikant en geen verwachting voor jouw dak.
- Systeemwinst. Het IEA PVPS maakt onderscheid tussen optische winst, het licht achteraan gedeeld door het licht vooraan, modulewinst, waar de bifacialiteitsfactor bij komt, en systeemwinst. Die laatste ligt lager door ohmse verliezen, die kwadratisch met de stroom stijgen, en door afkappen. De DC/AC-verhouding speelt mee, uitgelegd in DC/AC-ratio en afkappen.
- Ongelijk licht. De achterkant krijgt ongelijkmatiger licht dan de voorkant. Dat geeft mismatch binnen het paneel en tussen de panelen van een string. Micro-omvormers of optimizers kunnen dat opvangen, tegen een meerprijs. Meer in Micro-omvormers en Optimizers.
- Randeffecten. Panelen aan de rand van een opstelling vangen extra licht. Kleine proefopstellingen overschatten daardoor de winst van grote installaties.
- Mechanische stress. Bij grote modules van 2,5 tot 3,0 m² nam de breuk in een stresstest toe met een dunner kader. Panelen voor woningen, van zowat 2 m², vallen buiten dat bereik.
Veelgestelde vragen
Is een glas-glaspaneel te zwaar voor mijn dak?
Het verschil kan enkele kilo's per paneel zijn. Of je dak dat draagt, beoordeelt je installateur.
Dekt mijn verzekering hagelschade aan panelen?
Dat staat in je polis. Waar je op let, lees je in Brandveiligheid en verzekering.
Hebben bifaciale panelen altijd extra opbrengst?
Nee, alleen als de achterkant licht krijgt. Dicht op een hellend dak win je 0 tot 2 %. Boven een lichte ondergrond, op een carport of op een stellage kan het 5 % of meer worden.
Is glas-glas beter tegen hagel?
Niet per se. De dikte van het voorglas telt het zwaarst: in de test brak 61 % van de modules met 2,0 mm glas bij hagel van 45 mm, tegenover 7 % bij dikker glas.
Loont een bifaciaal paneel op een plat dak?
Soms. Hoogte, helling en de kleur van de dakbedekking bepalen hoeveel licht er achteraan komt, en metingen op Vlaamse platte daken ontbreken. Meer in Panelen op een plat dak.