Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsKosten & regels Gids · 18 hoofdstukken

Deel 1 · Kosten en rendement

  1. 1Wat een installatie kost
  2. 2Terugverdientijd
  3. 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
  4. 4Injectievergoeding
  5. 5Btw: 6 % of 21 %
  6. 6Premies en voordelen
  7. 7Offertes vergelijken

Deel 2 · Tarieven en meter

  1. 8Het capaciteitstarief
  2. 9Van terugdraaiende teller naar digitale meter
  3. 10Energiedelen

Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning

  1. 11Aanmelden bij Fluvius
  2. 12AREI-keuring
  3. 13Netvoorschriften C10/11 en C10/26
  4. 14Vergunning

Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen

  1. 15Brandveiligheid en verzekering
  2. 16Stekkerpanelen
  3. 17Erkende installateur
  4. 18Verkopen of verhuizen met zonnepanelen

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement

2 Terugverdientijd

In het kort

Je panelen hebben zich terugbetaald zodra je besparingen samen even groot zijn als wat je investeerde. Het aantal jaren tot dan heet de terugverdientijd. ⏱ Fluvius schat die in Vlaanderen op "zo'n acht tot tien jaar", naargelang je situatie.

In ons standaardvoorbeeld gaat het sneller. Een gezin in Leuven verbruikt 3.500 kWh en laat 7 panelen van 460 Wp plaatsen, samen 3,22 kWp, voor rond 2.900 euro. Het bespaart bijna 500 euro per jaar en heeft zijn investering na 5,8 jaar terug. We rekenen daarbij met 34 % zelfverbruik en 900 euro per kWp. Is de installatie duurder of gebruik je minder zelf, dan kom je dichter bij de schatting van Fluvius.

Gebruik je meer zelf, dan gaat het sneller: bij 50 % zelfverbruik 4,3 jaar, bij 60 % 3,8 jaar. Zelfverbruik weegt het zwaarst, en net dat cijfer verschilt van gezin tot gezin.

De formule

Wat je panelen per jaar opbrengen, reken je zo uit:

Jaarlijkse opbrengst = zelf verbruikte kWh x de prijs die je daardoor niet meer betaalt + geïnjecteerde kWh x de injectievergoeding - de jaarlijkse kosten.

Deel je investering door die jaarlijkse opbrengst en je hebt de eenvoudige terugverdientijd, met constante prijzen. Zo rekent ook de MYNRG Check, en daarom toont die een bereik: voor het standaardvoorbeeld 5 tot 7 jaar. Degradatie en een nieuwe omvormer neemt die methode niet mee. Wat die twee doen, lees je verderop bij 'Wat de MYNRG Check niet meerekent'.

De ingrediënten

Eerst de investering: alles wat je betaalt om te starten. Panelen, omvormer, montage, keuring, aanmelding en btw. Prijzen en btw-regels staan in Wat een installatie kost. ⏱ Voor zonnepanelen met omvormer reken je op 0,9 tot 1 euro per wattpiek, btw inbegrepen. Wij nemen 900 euro per kWp tot 4 kWp, lineair dalend naar 850 euro per kWp bij 10 kWp, voor panelen en omvormer zonder batterij. Voor 3,22 kWp geeft dat rond 2.900 euro. Een premie specifiek voor zonnepanelen bestaat in Vlaanderen niet meer sinds 1 januari 2024, er valt niets af te trekken.

De ingrediënten van de terugverdientijd op tafel: offerte, muntjes, woning met panelen en potten voor zelfverbruik en injectie

Dan de productie. Een zuiddak met 35° helling haalt in Vlaanderen rond 1.050 kWh per kWp per jaar, volgens PVGIS met 14 % systeemverliezen. Een oost- of westdak met 30° helling komt op zowat 900 kWh per kWp, of 15 % minder. De MYNRG Check rekent per dakvlak en kent geen gecombineerde oost-westopstelling. Wat je in werkelijkheid haalt, bepalen schaduw en weer. Een paneel van 460 Wp levert op een zuiddak rond 483 kWh per jaar. Het aantal panelen is je jaarverbruik gedeeld door die opbrengst per paneel, afgerond: 3.500 / 483 = 7,25, en zo kom je op 7 panelen.

Het derde ingrediënt is je zelfverbruik: de stroom van je panelen die je meteen zelf gebruikt. Zonder batterij speelt vooral de verhouding tussen productie en verbruik. Hoe groter je installatie tegenover je verbruik, hoe kleiner het deel dat je zelf opmaakt. En elk gezin is anders. Wie thuiswerkt, in ploegen werkt of een elektrische wagen overdag of 's nachts laadt, zit op een heel ander cijfer. Wij rekenen gemiddeld met 34 %. Waar dat cijfer vandaan komt, lees je in Zelfverbruik verhogen. ⏱ De Vlaamse overheid houdt het voor een gemiddeld gezin zonder batterij op zowat 28 %. Wat je niet zelf gebruikt, gaat naar het net. Voor die injectie krijg je een vergoeding van je leverancier, en dat kan enkel met een digitale meter.

Zelfverbruik en zelfvoorziening klinken gelijk, maar ze meten iets anders. Bij zelfverbruik deel je de zonnestroom die je zelf gebruikt door je productie. Bij zelfvoorziening deel je ze door je totale verbruik. In het standaardvoorbeeld gebruik je 1.135 kWh van je 3.381 kWh productie zelf: 34 % zelfverbruik. Diezelfde 1.135 kWh dekt maar 32 % van je jaarverbruik van 3.500 kWh, en dat is je zelfvoorziening.

Wat brengt een kWh op die je zelf verbruikt? Je bespaart enkel het variabele deel van je afnameprijs: de energiekost, het variabele deel van de nettarieven en heffingen, en de btw. Vaste kosten blijven. Daarom ligt de gemiddelde prijs 'alles inbegrepen' te hoog als rekenprijs. ⏱ Wij rekenen met 0,35 euro per kWh. Je eigen cijfer vind je op je jaarafrekening.

Een geïnjecteerde kWh brengt een pak minder op. ⏱ De vergoeding verschilt per contract, en wij rekenen met 0,045 euro per kWh, of 4,5 cent. De contracttypes en de negatieve vergoedingen komen aan bod in Injectievergoeding.

Blijft de stroomprijs. Hoe die evolueert, weet niemand. Wij rekenen met constante prijzen en tonen apart wat een stijging van 2 % per jaar zou doen.

Het capaciteitstarief

⏱ Heb je een digitale meter, dan betaal je een deel van de nettarieven op je maandpiek: het hoogste kwartiergemiddelde van wat je in een maand van het net haalt, in kW. In 2026 kost dat gemiddeld rond 53,39 euro per kW per jaar, zonder btw, met een minimum van 2,5 kW. Een gemiddeld gezin heeft een maandpiek van zowat 4,24 kW en betaalt zo rond 226 euro per jaar.

Wat verandert dat aan je terugverdientijd? Weinig. Het tarief bestaat met en zonder panelen. Je panelen veroorzaken het niet en veranderen je piek niet. Wel zit het al verrekend in je bespaarprijs per kWh: een bespaarde kWh is minder waard dan vroeger. De Vlaamse Nutsregulator schrijft dat zonnepanelen een interessante investering blijven, ook al duurt het bij ongewijzigd gedrag langer voor ze zich terugverdienen.

Anders wordt het als je een warmtepomp of een laadpaal bijzet. Dan kan je piek stijgen, en elke extra kW kost gemiddeld rond 53 euro per jaar. Dat raakt je totale energiekost. De opbrengst van je panelen blijft dezelfde.

Rekenvoorbeeld

Ons gezin in Leuven woont in een woning uit 1985, verbruikt 3.500 kWh per jaar en heeft een digitale meter. Met dit voorbeeld rekent ook de MYNRG Check. We gaan uit van:

Bij 34 % zelfverbruik is de investering na 5,8 jaar terugbetaald, bij 50 % na 4,3 jaar en bij 60 % na 3,8 jaar.
  • een zuiddak van 35° zonder schaduw, met 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp;
  • een investering van rond 2.900 euro, aan 900 euro per kWp;
  • 1.050 kWh per kWp, of 3.380 kWh per jaar;
  • 34 % zelfverbruik zonder batterij, precies 33,6 %, goed voor 1.135 kWh;
  • 0,35 euro bespaard per kWh, 0,045 euro injectievergoeding, en prijzen die gelijk blijven;
  • geen onderhoudskosten, en zoals in de MYNRG Check geen degradatie en geen omvormervervanging.

Het eerste jaar ziet er zo uit:

  • zelfverbruik: 3.381 x 33,6 % = 1.135 kWh x 0,35 = 397,32 euro
  • injectie: 2.246 kWh x 0,045 = 101,06 euro
  • samen: rond 498 euro

Deel 2.898 door 498 en je komt op 5,8 jaar. Na 25 jaar staat de teller op rond +9.560 euro, bij constante prijzen en zonder degradatie of nieuwe omvormer.

Wat als je meer zelf verbruikt?

Zelfde installatie van 3,22 kWp, zelfde prijs van rond 2.900 euro, zelfde stroomprijzen. Alleen het zelfverbruik schuift op, en daarmee wat je zelf gebruikt en wat je injecteert.

ZelfverbruikBesparing jaar 1, euroTerugverdientijd, jaarResultaat na 25 jaar, euro
34 %, model4985,8+9.561
50 %6684,3+13.796
60 %7713,8+16.374

Van 34 naar 50 % zelfverbruik scheelt anderhalf jaar. Zo'n sprong komt van wat je overdag laat draaien in plaats van 's avonds: de wasmachine, de vaatwasser, de boiler. Hoe ver je daarmee komt, lees je in Zelfverbruik verhogen.

Andere aannames, telkens één wijziging

We vertrekken weer van de basis: 34 % zelfverbruik en 5,8 jaar. Telkens veranderen we één ding.

WijzigingTerugverdientijd, jaar
Investering 1.900 euro3,8
Investering 3.900 euro7,8
Bespaarprijs 0,29 euro per kWh6,7
Bespaarprijs 0,41 euro per kWh5,1
Injectievergoeding 0 euro7,3
Onderhoud 100 euro per jaar7,3
Bespaarprijs +2 % per jaar5,6

Zet je het ongunstigste samen, 34 % zelfverbruik, 3.900 euro en 0,29 euro per kWh, dan duurt het 9,1 jaar. Zet je het gunstigste samen, 60 %, 1.900 euro en 0,41 euro per kWh, dan 2,1 jaar. Eén terugverdientijd voor iedereen bestaat niet. Er is alleen die van jou.

Wat de MYNRG Check niet meerekent

De MYNRG Check rekent met een constante productie en zonder nieuwe omvormer. Over de hele levensduur sturen nog twee dingen je rekening bij.

Panelen leveren na verloop van tijd iets minder. Wij rekenen met 0,5 % verlies per jaar. Op de datasheet van nieuwe panelen staat vaak 0,4 %. Het Amerikaanse onderzoeksinstituut NREL vond in een overzichtsstudie een mediaan van 0,5 % per jaar, en oudere panelen gingen sneller achteruit, rond 0,7 %. Fluvius noemt een gemiddelde levensduur van 25 tot 30 jaar.

Een omvormer gaat zowat 10 tot 15 jaar mee. Voor de vervanging rekenen wij met 1.150 euro rond jaar 12, het midden van een indicatieve vork van 800 tot 1.500 euro. Regen spoelt de panelen grotendeels schoon. Vogelpoep en korstmos haal je zelf weg of laat je weghalen.

In het standaardvoorbeeld, met 0,5 % degradatie per jaar en 1.150 euro in jaar 12, verloopt het zo:

JaarCumulatief resultaat, euro
1-2.400
5-431
6+55
10+1.975
11+2.449
12+1.771, omvormer vervangen
25+7.692

Aan de terugverdientijd verandert bijna niets: 5,9 jaar in plaats van 5,8, want de omvormer valt pas ná het break-evenpunt. Na 11 jaar sta je op +2.449 euro, en na de vervanging blijft er +1.771 euro over. Het resultaat na 25 jaar zakt wel, van zowat +9.560 naar +7.690 euro. Is de installatie duurder of je zelfverbruik lager, dan kan de omvormer wél vóór dat punt vallen, en dan schuift de terugverdientijd op.

ZelfverbruikTerugverdientijd met degradatie en omvormer, jaarResultaat na 25 jaar, MYNRG Check, euroResultaat na 25 jaar, met degradatie en omvormer, euro
34 %, model5,9+9.561+7.692
50 %4,4+13.796+11.681
60 %3,8+16.374+14.111

Welke rij bij jou past, weet je pas als iemand naar jouw woning kijkt. Je dak, je gezin en je gewoonten maken het verschil, en een installateur die ter plaatse komt, ziet wat geen rekenblad ziet. Je beslist voor 25 tot 30 jaar. De MYNRG Check rekent het eerst uit met jouw verbruik en jouw dak.

Goed om te weten

Een toestel extra laten draaien om je zelfverbruik op te drijven, levert niets op. Het telt alleen als die zonnestroom duurdere stroom van het net vervangt, zoals de wasmachine die overdag draait in plaats van 's avonds.

Een kWh die je zelf verbruikt, is in dit voorbeeld 7,8 keer meer waard dan een geïnjecteerde: 0,35 tegenover 0,045 euro.

En injecteren kan zelfs geld kosten. Volgens de Vlaamse Nutsregulator betaalden bijna 29.000 Vlaamse gezinnen in 2025 minstens één maand voor de stroom die ze injecteerden, omdat hun variabel contract een negatieve vergoeding gaf.

Voor- en nadelen

Eenvoudige methode, MYNRG CheckJaar per jaar rekenen
Snel: investering gedeeld door jaaropbrengstHoudt rekening met degradatie en omvormervervanging
Geeft een goed beeld zolang de omvormer na het break-evenpunt valtVraagt extra aannames over degradatie en omvormerprijs

Voor wie het technisch wil weten

  • Het capaciteitstarief rekent op kwartierwaarden. Bij een jaartarief is de facturatiepiek het gemiddelde van de maandpieken van de voorbije 12 maanden.
  • Met een klassieke meter betaal je een prosumententarief op basis van het AC-vermogen van je omvormer. Met een digitale meter valt dat weg.
  • Zonder batterij verhoog je je zelfverbruik door toestellen op de zonne-uren te plannen of een warmtepompboiler te sturen.
  • De PVGIS-berekening gaat uit van kristallijn silicium, 14 % systeemverliezen, 35° helling en opbouw op een gebouw. Je eigen berekening maak je in PVGIS zelf.
  • De MYNRG Check rekent het zelfverbruik zonder batterij zo uit: 0,33 gedeeld door de vierkantswortel van opbrengst gedeeld door verbruik, begrensd tussen 18 % en 70 %.
  • Het rekenvoorbeeld geldt voor Vlaanderen. Brussel en Wallonië hebben andere tarieven en regels.

Bronnen bij dit hoofdstuk

Veelgestelde vragen

Wat is een goede terugverdientijd?

Fluvius noemt zo'n 8 tot 10 jaar als algemene schatting. Ons standaardvoorbeeld komt op 5,8 jaar, en de MYNRG Check toont daarvoor 5 tot 7 jaar. Je zelfverbruik en je investering wegen het zwaarst.

Moet ik de omvormervervanging meerekenen?

De MYNRG Check doet het niet. In het standaardvoorbeeld wordt de terugverdientijd er nauwelijks langer door, 5,9 jaar, maar het resultaat na 25 jaar zakt. Voor een berekening over de hele levensduur reken je indicatief op 800 tot 1.500 euro, ergens tussen jaar 10 en 15.

Is 34 % zelfverbruik hetzelfde als 34 % zelfvoorziening?

Nee. Zelfverbruik is het deel van je productie dat je zelf gebruikt, zelfvoorziening het deel van je verbruik dat je met eigen zonnestroom dekt. In het standaardvoorbeeld komt 34 % zelfverbruik overeen met 32 % zelfvoorziening.

Waarom is de terugverdientijd soms 5,8 en soms 5,9 jaar?

De eenvoudige methode rekent met een constante jaaropbrengst en komt op 5,8 jaar. Met 0,5 % degradatie per jaar en een nieuwe omvormer in jaar 12 wordt het 5,9 jaar. Het verschil blijft klein omdat de omvormer pas na het break-evenpunt valt.

Wat als mijn panelen op oost en west staan?

Een oost- of westdak haalt zowat 900 kWh per kWp, 15 % minder dan een zuiddak. Met een zesde meer panelen haal je dezelfde opbrengst, maar die panelen kosten geld. In het rekenvoorbeeld van Oriëntatie en hellingshoek duurt het zo een jaar langer: rond 6,7 in plaats van 5,8 jaar. Hoeveel panelen je dan nodig hebt, lees je in Hoeveel panelen je nodig hebt.