Hoofdstukken van deze gids
Slim sturen Gids · 14 hoofdstukkenDeel 1 · Meter en gegevens
Deel 2 · Zelfverbruik en sturing
- 5Energiemanagementsysteem (EMS)
- 6Zelfverbruik verhogen
- 7Verbruik verschuiven
- 8Warmtepomp sturen
- 9Communicatie: Modbus, API, lokaal of cloud
- 10Voorspellingen: zon, verbruik en prijs
Deel 3 · Dynamische prijzen
- 11Dynamisch energiecontract
- 12Voor wie een dynamisch tarief loont
- 13Negatieve prijzen en injectie beperken
Deel 4 · Veiligheid
Tot slot
Gids slim sturen · Deel 2 · Zelfverbruik en sturing
6 Zelfverbruik verhogen
In het kort
Hoeveel van je zonnestroom je zelf gebruikt, verschilt per gezin. Werk je thuis, draai je ploegen, laadt de wagen overdag of 's nachts? Dat maakt allemaal verschil. Uit onze gegevens blijkt dat we gemiddeld op 34 % zelfverbruik zitten, maar dat kan veel hoger liggen als je slim verbruikt en stuurt.
De Vlaamse overheid rekent met 28 % voor een gemiddeld gezin. ⏱ Laat je afwasmachine, wasmachine en droogkast rond de middag draaien, dan kan dat volgens de overheid tot 35 % stijgen. Daarna ga je verder met warm water en laden op de zonne-uren, met automatische sturing en eventueel een thuisbatterij.
Wat is zelfverbruik en hoe bereken je het?
Zelfverbruik is het deel van je zonnestroom dat je meteen zelf gebruikt, zonder dat het eerst het net op gaat. Draait de wasmachine terwijl de panelen produceren, dan koop je die stroom niet aan.

Je rekent het zo uit: productie min injectie, gedeeld door de productie, maal 100. Je productie lees je af op de omvormer of de productiemeter. Je injectie staat in Mijn Fluvius, als je een digitale meter hebt.
Een gemiddeld gezin dat zijn verbruik niet afstemt op de zon, haalt volgens de Vlaamse overheid 28 % zelfverbruik. Het zet zo bijna 2.500 kWh per jaar op het net.
Haal zelfverbruik en zelfvoorziening niet door elkaar. Zelfverbruik zegt hoeveel van je productie je zelf gebruikt. Zelfvoorziening zegt hoeveel van je verbruik je met eigen stroom dekt. Met weinig panelen haal je makkelijk een hoog zelfverbruik en koop je toch nog veel stroom aan. Met veel panelen dek je een groot deel van je vraag, terwijl het merendeel van je productie naar het net gaat. Eén van de twee percentages alleen vertelt je weinig over je installatie.
Panelen produceren het meest tussen 11 en 15 uur, in de zomer met een piek rond 14 uur. Meer over de opbrengst lees je in Opbrengst in Vlaanderen, over de richting van je dak in Oriëntatie en hellingshoek.
Zelfverbruik per gebruiksprofiel
De Vlaamse overheid berekende het zelfverbruik over een jaar voor zeven soorten gezinnen. Wij noemen ze hier profiel 1 tot 7. Met de P1-poort van je meter hebben ze niets te maken.

| Profiel | Kenmerk | Zelfverbruik per jaar |
|---|---|---|
| 1 | lichte stijging 's ochtends en 's avonds | 30 % |
| 2 | opvallende stijging 's ochtends | 31 % |
| 3 | opvallende stijging 's avonds | 27 % |
| 4 | aanhoudend laag verbruik | 29 % |
| 5 | elektrische boiler op nachttarief | 17 % |
| 6 | accumulatieverwarming op nachttarief | 8 % |
| 7 | warmtepomp | 22 % |
Per maand schommelt dat flink. Profiel 1 gaat van 29 % in juni naar 84 % in december. In de winter produceren de panelen minder en verbruik je meer, en daardoor gaat bijna alles wat ze maken meteen op in huis.
Stap 1: meet waar je staat
Begin met je eigen cijfer, met de formule hierboven.
⏱ Kijk ook in Mijn Fluvius of de uitlezing van je kwartierwaarden aan staat. Je historiek begint pas op dat moment, en net daarin zie je wanneer je overschot naar het net gaat. Meer in De digitale meter.
Wil je het seconde per seconde volgen, dan toont een app op de P1-poort wat er gebeurt. Welke app wat kan, lees je in Energiedata en monitoring.
Stap 2: schuif toestellen naar de zonne-uren
Zet afwasmachine, wasmachine en droogkast rond de middag aan, en liefst na elkaar: de afwasmachine tussen 11 en 12 uur, daarna de wasmachine, dan de droogkast. Of hang de was buiten, als het weer meezit.
Ook strijken, elektrisch koken en de elektrische fiets of step opladen doe je beter overdag.
Een timer of uitstelknop helpt, maar laat toestellen alleen draaien als er iemand thuis is, voor de brandveiligheid. Meer over welke toestellen je het best verschuift, lees je in Verbruik verschuiven.
Stap 3: warm water
Een warmtepompboiler of een elektrische boiler met een voorraadvat houdt water uren warm. Je kan het water voor de douche van 's avonds tussen 11 en 15 uur opwarmen, en een eenvoudige timer doet dat vanzelf.
Heeft je boiler een aparte elektrische weerstand, let dan op. Die kan je piek flink opdrijven, en dat voel je in het capaciteitstarief. Je installateur weet welke opties je boiler heeft. Heb je een warmtepomp, dan lees je in Warmtepomp sturen hoe het warme water op de zonne-uren opwarmt.
Stap 4: verwarming
Een warmtepomp in een goed geïsoleerde woning verbruikt gemiddeld zowat 4.000 kWh per jaar. Een oudere woning met accumulatieverwarming komt op 10.000 tot 20.000 kWh, naargelang de grootte.
Verwarming laat zich maar beperkt verschuiven. Met slimme sturing verwarm je overdag wat meer en teer je 's avonds op de restwarmte. Een aangepaste sturing kan je verbruik ook doen stijgen, en daarom laat je ze best door een vakman instellen. Hoe dat met een warmtepomp gaat, lees je in Warmtepomp sturen.
Draait je accumulatieverwarming op een meter met uitsluitend nachttarief, dan kan ze geen zonnestroom gebruiken. Je panelen hangen dan aan een andere meter.
Stap 5: elektrische wagen
Elke laadbeurt thuis die je van de avond naar de middag verplaatst, levert iets op. Hoeveel, bepalen je kilometers, waar je thuis kan laden en hoe groot je installatie is.
De gemiddelde Vlaming rijdt 15.000 km per jaar, zowat 40 km per dag. Aan een laadpunt van 4 kW laad je rond 15 km per uur bij. Laad liever elke dag een beetje dan om de paar dagen helemaal, en niet aan het hoogste vermogen.
Meer over laden op zonnestroom lees je in Laden met zonnestroom. Hoe de laadpaal zich vanzelf aanpast aan het overschot, staat in Load balancing en dynamisch laden en Slimme laadpaal.
Stap 6: automatisch sturen
Wil je niet elke dag zelf aan knoppen draaien, dan neemt een energiemanagementsysteem het over. Het verschuift je verbruik naar de zon zonder dat jij hoeft in te grijpen.
Stap 7: een thuisbatterij?
De Vlaamse overheid noemt een thuisbatterij als extra middel "waar nuttig", maar geeft er geen cijfers bij. Of een batterij zich terugverdient, lees je in Rendabiliteit in Vlaanderen, hoe groot ze moet zijn in De juiste capaciteit. Met je eigen offerte en de btw-regels kan de uitkomst anders liggen dan in een standaardvoorbeeld.
Installatieontwerp
Ook het ontwerp van je installatie telt mee. Volgens de Vlaamse overheid geven meer panelen dan je jaarverbruik nodig heeft, en oost-westopstellingen, doorgaans een lager zelfverbruik. Kleinere installaties trekken het percentage op.
Fluvius ziet oost en west net als een voordeel voor wie vooral 's ochtends en 's avonds verbruikt. Meer daarover in Hoeveel panelen je nodig hebt en Oriëntatie en hellingshoek.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Kortrijk verbruikt 3.500 kWh per jaar en heeft 7 zonnepanelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp, op een zuiddak met 35° helling en zonder schaduw. Het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check.
We gaan uit van een opbrengst van zowat 1.050 kWh per kWp per jaar, of 3,22 × 1.050 = ca. 3.380 kWh. Zonder aanpassingen komt het zelfverbruik op ca. 34 %, het cijfer dat de MYNRG Check zonder batterij berekent bij deze verhouding tussen opbrengst en verbruik. Draaien de toestellen op de middag, dan rekenen we met 7 procentpunt meer, net als de stijging van 28 naar 35 % die de Vlaamse overheid noemt. Er is geen batterij. Een kWh die je niet moet kopen, is 0,35 euro waard, een geïnjecteerde kWh brengt 0,045 euro op.
| Zonder aanpassing | Met toestellen op de middag | |
|---|---|---|
| Zelfverbruik | ca. 34 % | ca. 41 % |
| Zelf verbruikt | 3.380 × 0,336 = ca. 1.135 kWh | 3.380 × 0,406 = ca. 1.372 kWh |
| Geïnjecteerd | 3.380 − 1.135 = ca. 2.245 kWh | 3.380 − 1.372 = ca. 2.008 kWh |
| Afname van het net | 3.500 − 1.135 = ca. 2.365 kWh | 3.500 − 1.372 = ca. 2.128 kWh |
| Zelfvoorziening (zelf verbruikt ÷ verbruik) | ca. 32 % | ca. 39 % |
Het gezin neemt zo 1.372 − 1.135 = 237 kWh per jaar minder af. Elke kWh die het zelf gebruikt, spaart 0,35 euro uit, maar de injectievergoeding van 0,045 euro valt weg. Per verschoven kWh blijft 0,305 euro over, en over een jaar wordt dat 237 × 0,305 = ca. 72 euro. Kost niets, levert iets op. Het grote werk zit bij de boiler en de wagen.
Op één dag ziet dat er zo uit: schuif je 2 kWh van de avond naar een zonnige middag, dan koop je voor 2 × 0,35 = 0,70 euro minder aan en mis je 2 × 0,045 = 0,09 euro injectie. Netto 0,61 euro.
En de wagen? 40 km per dag aan 4 kW, of 15 km per uur, vraagt zo'n 2,7 uur laden. Dat past ruim in het venster tussen 11 en 15 uur. Hoe je dat laat automatiseren, lees je in Energiemanagementsysteem (EMS).
Of dit voor jou klopt, hangt aan je dagritme, je dak en wat er nog bijkomt: een wagen, een warmtepomp, kinderen die het huis uit gaan. Je panelen liggen er 25 tot 30 jaar. De MYNRG Check rekent het uit met jouw verbruik en jouw dak, en de installateur ter plaatse ziet hoe je huis echt in elkaar zit.
Goed om te weten
Met een warmtepomp ligt je zelfverbruik lager dan gemiddeld: 22 % tegenover 28 %, volgens de Vlaamse overheid. De warmtepomp draait vooral in de winter en 's avonds, als de zon er niet is.
Een hoog percentage in de winter betekent weinig. Profiel 1 haalt 84 % in december, maar dan produceren de panelen nog maar weinig kWh.
Hoger is niet altijd beter. Een kleine installatie haalt een hoger percentage, maar produceert minder. Wat telt voor je portemonnee, is wat je uitspaart en ontvangt. Meer daarover in Terugverdientijd en Injectievergoeding.
Verschuiven levert alleen iets op voor stroom die je anders zou kopen. Zet je een toestel aan dat je niet nodig had, warm je je huis meer op dan nodig, of laat je een batterij leeglopen om morgen meer te kunnen opnemen, dan stijgt je percentage, maar niet wat je bespaart.
Voor- en nadelen
| Voordelen | Nadelen en aandachtspunten |
|---|---|
| Stroom die je zelf verbruikt, is gratis en vermijdt afname | Gedrag alleen heeft een beperkt effect |
| Vaak gratis (gedrag, timers), geavanceerder met een EMS | Timers: draai toestellen enkel als er iemand thuis is |
| Minder afhankelijk van het net (Injectievergoeding, Negatieve prijzen en injectie beperken) | Verkeerde sturing van een warmtepomp kan het verbruik verhogen |
| Helpt je piek (Het capaciteitstarief) | Een batterij is een grote investering die niet voor iedereen rendabel is (Rendabiliteit in Vlaanderen) |
Voor wie het technisch wil weten
- Begrippen. In het rekenvoorbeeld geeft 1.135 kWh ÷ 3.380 kWh ca. 34 % zelfverbruik, en 1.135 kWh ÷ 3.500 kWh ca. 32 % zelfvoorziening. Twee kanten van dezelfde 1.135 kWh.
- Meting. De digitale meter registreert afname en injectie apart, per kwartier. Zelfverbruik meet hij niet: je leidt het af uit productie en injectie.
- Wat verschuiven opbrengt. Per verschoven kWh win je het verschil tussen de aankoop die je vermijdt en de injectie die je misloopt, in het voorbeeld 0,35 − 0,045 = 0,305 euro. Een zelf verbruikte kWh is daarmee ca. 7,8 keer meer waard dan een geïnjecteerde. Die verhouding verandert met je contract. Meer in Injectievergoeding, Dynamisch energiecontract en Negatieve prijzen en injectie beperken.
- Piek en zelfverbruik. Een wagen die met 7 kW laadt terwijl de panelen 3 kW leveren, trekt 4 kW van het net. Laad je op het overschot, dan stijgt je zelfverbruik en zakt je kwartierpiek voor het capaciteitstarief.
Veelgestelde vragen
Wat is een goed zelfverbruik?
Dat verschilt per gezin. Ons eigen gemiddelde staat bovenaan deze pagina. ⏱ De Vlaamse overheid noemt 28 % voor een gemiddeld gezin, en tot 35 % als je je gewoonten aanpast.
Heeft een hoog zelfverbruik altijd zin?
Nee. Een kleinere installatie geeft een hoger percentage, maar minder opbrengst. En extra verbruik dat je niet nodig had, trekt het percentage op zonder dat je iets uitspaart. Meer in Hoeveel panelen je nodig hebt en Terugverdientijd.
Is rechtstreeks gebruikte zonnestroom gratis?
Op dat moment koop je ze niet aan. Maar je hebt in de installatie geïnvesteerd en je mist de injectievergoeding. Voor de vraag of verschuiven loont, telt het verschil: in ons voorbeeld 0,305 euro per kWh.
Wat is het verschil tussen zelfverbruik en zelfvoorziening?
Zelfverbruik is het deel van je productie dat je zelf gebruikt, zelfvoorziening het deel van je verbruik dat je zelf opwekt. In het rekenvoorbeeld 34 % tegenover 32 %: dezelfde kWh, een andere noemer.
Hoe bereken ik mijn zelfverbruik?
Trek je injectie af van je productie en deel door je productie. De productie staat op je omvormer, de injectie in Mijn Fluvius.
Heb ik een thuisbatterij nodig?
Niet per se. Begin met je gewoonten en sturing, en kijk daarna naar Rendabiliteit in Vlaanderen en De juiste capaciteit.