Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsLaadpaal Gids · 14 hoofdstukken

Deel 1 · Thuis laden

  1. 1Een laadpaal thuis
  2. 2Laadvermogen
  3. 3Stekkers en laadkabels

Deel 2 · Slim en zuinig laden

  1. 4Laden met zonnestroom
  2. 5Load balancing en dynamisch laden
  3. 6Slimme laadpaal
  4. 7Laadpaal en capaciteitstarief
  5. 8Laadkosten vergelijken
  6. 9V2H en V2G

Deel 3 · Installatie en bijzondere situaties

  1. 10Installatie en keuring
  2. 11Laadpaal aanmelden
  3. 12Laadpaal van je werkgever
  4. 13Bedrijven en appartementen
  5. 14Publiek laden en snelladen

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids laadpaal · Deel 3 · Installatie en bijzondere situaties

13 Bedrijven en appartementen

In het kort

In een appartementsgebouw heb je meestal drie mogelijkheden: een laadpaal op je eigen staanplaats achter je eigen meter, een paal op een gemeenschappelijke parking met toestemming of kennisgeving aan de vereniging van mede-eigenaars, de VME, of een gemeenschappelijke laadinstallatie met load balancing. Bedrijven met een parking hebben Vlaamse verplichtingen: een bestaand niet-woongebouw met meer dan 20 plaatsen moet sinds 1 januari 2025 minstens 2 laadpunten hebben.

⏱ Bij een grotere installatie is het vaak de netaansluiting die de grens trekt. De regels over mede-eigendom zijn federaal, de verplichtingen voor parkings en de netbeheerder zijn Vlaams. Betrek je syndicus van bij het begin.

Appartementen: de technische opties

Fluvius beschrijft twee oplossingen voor een appartementsgebouw. De eerste: laadpalen achter de privémeters. Dan moet elke binneninstallatie en de aansluiting van het gebouw grondig technisch onderzocht worden. De tweede: een gemeenschappelijke laadinstallatie met een centrale meter, waarbij load balancing het beschikbare vermogen over de laadpunten verdeelt zodat het totaal binnen de netaansluiting blijft.

Laadpalen in een ondergrondse parking, gevoed vanuit een centrale zekeringkast

Een gemeenschappelijke aansluiting heeft volgens Fluvius vaak de voorkeur, omdat ze eenvoudiger te realiseren is. Je bent daarbij niet beperkt tot één gemeenschappelijke meter om aan te melden. Hoe load balancing werkt, met een uitgewerkt voorbeeld van vier wagens op één parking, lees je in Load balancing en dynamisch laden.

Bij een centraal systeem moeten er afspraken komen over toegang, de verdeling van het vermogen, de kosten en het beheer. Met een eigen meter of contract wordt de verdeling eenvoudiger, maar de gezamenlijke capaciteit van het gebouw is daarmee nog niet opgelost.

Een uitbreidbaar plan

Leg vast hoeveel laadpunten er nu nodig zijn en hoeveel er later bijkomen. Reken niet met de optelsom van wat alle toestellen maximaal kunnen, maar met de energie per wagen, de tijd dat de wagens blijven staan en een verdeling die werkt. Load balancing zorgt dat niet alle wagens tegelijk zwaar laden, maar het kan geen energie toveren als het gezamenlijke budget over de hele beschikbare tijd te klein is. Vraag voor grotere vermogens tijdig een beoordeling aan de netbeheerder. Ook als de laadpunten samen weinig vragen, telt het andere verbruik van het gebouw mee.

Beheer dat kan worden overgedragen

Voorzie een beheerder, een aanspreekpunt als er iets misloopt en toegang tot de gegevens die nodig zijn. Leg vast wat er gebeurt als de uitbater of de syndicus verandert. Duidelijke meetgegevens en documentatie die je kan doorgeven, maken het beheer voor de bewoners op lange termijn een pak eenvoudiger.

Appartementen: wat zegt de wet?

⏱ Dit zijn de hoofdlijnen volgens juridische toelichtingen.

Zet je een paal op je privé-staanplaats en sluit je hem aan op je eigen meter, dan heb je volgens die toelichtingen meestal geen toestemming van de VME nodig. Je blijft wel aansprakelijk voor schade aan privé- of gemeenschappelijke delen.

Moeten er kabels door de gemeenschappelijke delen, dan zou een mede-eigenaar een wettelijk recht hebben om ze daar te leggen. Voorwaarde is dat het de energie-, water- of telecominfrastructuur van de privédelen verbetert, en dat de anderen er niet voor moeten betalen. Daarvoor stuur je minstens twee maanden voor de start van de werken een aangetekende zending met een beschrijving van de werken naar de andere mede-eigenaars of de syndicus. Binnen dezelfde termijn kunnen zij zich verzetten, als ze een rechtmatig belang hebben. Wie de termijn laat verlopen, kan zijn rechten verliezen.

Voor een paal op een gemeenschappelijke staanplaats heb je in de regel toestemming van de VME nodig, via de kennisgevingsprocedure of via een beslissing van de algemene vergadering. Welke meerderheid daarvoor nodig is, verschilt per toelichting en kan intussen gewijzigd zijn. Je syndicus of een jurist kan het je zeggen.

De basisakte of het huishoudelijk reglement kan laadpunten zelf regelen en de kennisgevingsprocedure uitschakelen. Wordt een beslissing betwist, dan kan je naar de vrederechter. Een privé-installatie betaalt de eigenaar. Bij een gemeenschappelijke installatie betaalt in de regel wie ze vraagt, tenzij de VME voor een collectieve installatie kiest.

In de praktijk verwittig je via de syndicus de verzekeraar van het gebouw, vraag je de brandveiligheidsregels na bij je gemeente of hulpverleningszone, laat je de bedrading en de netcapaciteit nakijken, werk je met een erkende installateur en laat je de installatie keuren voor je ze gebruikt. Bij een gedeeld systeem zijn load balancing en een afspraak over de meting nodig. Huur je, vraag dan toestemming aan je verhuurder.

Appartementen: wat moet het gebouw voorzien?

Volgens de Vlaamse overheid:

  • een nieuw woongebouw met 2 of meer parkeerplaatsen, met een vergunning aangevraagd vanaf 11 maart 2021, voorziet laadinfrastructuur voor elke plaats;
  • bij een grondige renovatie met meer dan 10 plaatsen en een vergunning vanaf 11 maart 2021 geldt hetzelfde;
  • een bestaand woongebouw zonder grondige renovatie heeft geen verplichting.

Laadinfrastructuur betekent hier leidingen of minstens kabelgoten, zodat je later laders kan bijplaatsen zonder grote breek- of graafwerken. Kabels en laders zelf zijn niet verplicht. Opritten van huizen tellen niet als parkeerplaatsen. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, het VEKA, controleert. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk, bij nieuwbouw de vergunninghouder.

Bedrijven: verplichtingen voor de parking ⏱

SituatieVerplichting
Nieuw of grondig gerenoveerd niet-woongebouw, meer dan 10 plaatsenMinstens 2 laadpunten en laadinfrastructuur voor 1 op 4 plaatsen
Bestaand niet-woongebouw, meer dan 20 plaatsen (vanaf 1 januari 2025)Minstens 2 laadpunten

Een laadpunt is in deze regels meer dan een standaardstopcontact: meer dan 3,7 kW, of 16 A, met een type 2-connector voor wisselstroom of een Combo 2-connector voor gelijkstroom.

Gebouwen die één parking delen, worden elk apart berekend en daarna opgeteld. Staan een supermarkt en een schoenwinkel aan dezelfde parking, dan hebben ze sinds 1 januari 2025 samen vier laadpunten nodig. Eén toegangsweg betekent één parking, aparte toegangswegen betekenen aparte parkings met elk hun eigen verplichting.

Bij een grondige renovatie gelden de verplichtingen alleen voor het deel van de laadwerken tot 7 % van de totale renovatiekost. Je kiest zelf of de laadpunten publiek toegankelijk zijn of niet. Alleen personenwagens tellen, vrachtwagens, tractoren en werfmachines niet. Wie zich niet aan de regels houdt, kan een sanctie krijgen van het VEKA.

Bedrijven: netaansluiting

Vanaf een aansluiting van 100 kVA ben je grootvermogenklant.

⏱ Op sommige plaatsen verwacht Fluvius netcongestie. Bedrijven die van fossiele energie overstappen op elektriciteit, kunnen op bepaalde plaatsen en momenten meer vragen dan het net aankan. Voor een nieuwe of zwaardere aansluiting kan dat betekenen dat een klassieke aansluiting niet meteen kan, dat het gevraagde vermogen pas komt na versterkingen van het net, of dat er extra afspraken nodig zijn. Fluvius zoekt per aanvraag een andere oplossing. Het staat er niet specifiek bij voor laadpalen, maar het geldt in principe ook voor grotere laadinstallaties.

Een van die oplossingen heet Fall-Back Flex: je krijgt het vermogen dat je vraagt, maar Fluvius kan vragen om het tijdelijk te beperken. Wachttijden zijn niet gepubliceerd; voor jouw locatie verwijst Fluvius naar het contactformulier.

Bedrijven: aanmelden, publiek openstellen en bedrijfswagens

⏱ Een private laadpaal van 5 kVA of meer op het laagspanningsnet meld je aan bij Fluvius, binnen 3 maanden na de keuring. Openbare en semipublieke palen zitten al in het publieke laadnetwerk. Semipubliek noemt Fluvius een paal op de parking van een bedrijf, een winkel of een andere instelling, waar de eigenaar beslist wie er mag laden, onder welke voorwaarden en wanneer.

Burgers, bedrijven en organisaties kunnen via het e-loket "Paal volgt Wagen" een publieke paal aanvragen. Wil je zelf een paal openstellen voor het publiek, vraag dan de regels na bij Fluvius. Een werkgever kan ook een installatie bij de werknemer thuis laten plaatsen, zoals beschreven in Laadpaal van je werkgever.

⏱ De federale belastingvermindering voor thuislaadstations bestaat niet meer voor uitgaven na 31 augustus 2024. Of een bedrijf een laadstation fiscaal kan aftrekken en welk btw-tarief geldt, verschilt per bedrijf. FOD Financiën of je boekhouder kan het je zeggen.

A. Bedrijf met een bestaande parking van 30 plaatsen

Het gaat om een bestaand niet-woongebouw, zonder grondige renovatie, met één parking en één toegangsweg. We nemen aan dat het bedrijf twee laadpunten van 11 kW plaatst.

StapRegelResultaat
Plaatsen30 plaatsen is meer dan 20De verplichting geldt sinds 1 januari 2025
Aantal laadpuntenMinstens 22 laadpunten (meer dan 3,7 kW, Type 2)
Vermogen2 × 11 kW22 kW samen, onder de grens van 100 kVA voor grootvermogenklanten

Of de bestaande aansluiting volstaat, bepaalt de rest van wat het bedrijf verbruikt: de koelcellen, de machines, de verwarming. Met load balancing blijft het laden binnen het beschikbare vermogen; hoe, lees je in Load balancing en dynamisch laden.

B. Nieuwbouw woongebouw met 8 parkeerplaatsen

De vergunning werd aangevraagd na 11 maart 2021, en 8 plaatsen is meer dan 2. Het gebouw moet voor alle 8 plaatsen laadinfrastructuur voorzien, leidingen of kabelgoten. Laders en kabels zijn niet verplicht.

C. Appartement van 8 woningen, bestaand gebouw

Het gebouw heeft geen verplichting. De VME kan wel zelf kiezen voor een gemeenschappelijke installatie met load balancing en een centrale meter, of voor palen achter de privémeters. Wil een mede-eigenaar zelf een paal, dan begint hij met een aangetekende brief aan de syndicus en volgt hij daarna de weg die de statuten en een jurist aangeven.

Een bestaand appartementsgebouw met gedeelde laadpalen in de parking, gestuurd door één regelkastje bij de centrale meter

Geen twee gebouwen zijn hetzelfde: de aansluiting, de statuten, de plaats van de meters en de plannen van de buren verschillen. Een installateur die het gebouw ter plaatse bekijkt, ziet of palen achter privémeters haalbaar zijn of dat een gemeenschappelijke installatie verstandiger is. Wat nu in de kelder gelegd wordt, moet nog jaren meegaan met de bewoners. De MYNRG Check helpt je de eerste vragen op een rij te zetten.

Goed om te weten

Een appartementsgebouw hoeft niet met één gemeenschappelijke meter te werken. Je bent daar bij het aanmelden niet toe beperkt.

⏱ Een groot laadproject kan vastlopen op de netaansluiting. Een aansluiting met Fall-Back Flex kan het vermogen tijdelijk beperken, maar laat het project wel doorgaan.

Voor- en nadelen

VoordelenNadelen
Gemeenschappelijke installatie met centrale meter en load balancingEenvoudiger te realiseren. Het totaal blijft binnen de netaansluiting.Beslissing in de VME nodig. Meet- en verrekeningsafspraken tussen gebruikers nodig.
Palen achter privémetersElke gebruiker heeft een eigen meter en contract.Grondig technisch onderzoek van elke binneninstallatie en van de gebouwaansluiting.
Eigen aanvraag via kennisgevingMogelijk een recht op kabels in gemeenschappelijke delen, onder voorwaarden.Termijnen van twee maanden. Verzet is mogelijk. Je betaalt zelf de installatie.
Bedrijf: laadpunten voor personeel en klantenJe kiest zelf of ze publiek of beperkt toegankelijk zijn.Wettelijke verplichtingen. Netcongestie kan de aansluiting vertragen of beperken.

Voor wie het technisch wil weten

  • Hoofdstuk 7.22 van het AREI vraagt bij een gedeelde voeding voor elk verbindingspunt een eigen stroombaan met een eigen aardlekbeveiliging, hoogstens 30 mA en werkzaam bij gelijkstroomfouten. Voor laadinrichtingen met meerdere verbindingspunten die niet tegelijk werken, mag de overstroombeveiliging gemeenschappelijk zijn. Bij een gemeenschappelijke voeding in een gebouw komt er een noodonderbreking. Buiten is minstens IP44 nodig, plus bescherming tegen aanrijding. Meer in Installatie en keuring.
  • Bij load balancing wordt de laadstroom per punt voortdurend bijgestuurd, zodat het totaal onder het beschikbare aansluitvermogen blijft. Lees Load balancing en dynamisch laden en Slimme laadpaal.
  • Bij netcongestie onderscheidt Fluvius Fall-Back Flex, waarbij je toegang krijgt tot het gevraagde vermogen maar het tijdelijk beperkt kan worden, T-Flex, waarbij de injectie van grote productie-installaties tijdelijk beperkt wordt, en andere vormen van flexibiliteit tegen vergoeding.
  • Hoe je stroom in een gedeeld systeem doorrekent aan de gebruikers, is hier niet uitgewerkt. De Vlaamse Nutsregulator kan je dat zeggen.
  • Het VEKA handhaaft de verplichtingen voor parkings.
  • Brussel en Wallonië hebben eigen netbeheerders en eigen regels.

Bronnen bij dit hoofdstuk

Veelgestelde vragen

Heb ik toestemming van de VME nodig?

Voor een paal op je privé-staanplaats achter je eigen meter meestal niet. Moeten er kabels door de gemeenschappelijke delen, dan volg je de kennisgevingsprocedure. Voor een paal op een gemeenschappelijke staanplaats heb je wel toestemming nodig.

Hoeveel laadpunten moet mijn bedrijfsparking hebben?

⏱ Een bestaand gebouw met meer dan 20 plaatsen minstens 2, sinds 1 januari 2025. Nieuwbouw of een grondige renovatie met meer dan 10 plaatsen minstens 2, plus laadinfrastructuur voor 1 op 4 plaatsen.

Wat als mijn bedrijf geen netaansluiting krijgt voor extra vermogen?

⏱ Fluvius zoekt per aanvraag een andere oplossing, bijvoorbeeld een aansluiting die tijdelijk beperkt kan worden, Fall-Back Flex.

Hoe verdeel je kosten en verbruik op een gedeelde parking?

Met een eigen meter en contract per laadpunt, of met een centrale meter die elke sessie registreert. Leg in beide gevallen vast wie wat betaalt, hoe er gemeten wordt en hoe de gemeenschappelijke kosten verdeeld worden.

Is de optelsom van alle laadpunten het vermogen dat ik nodig heb?

Nee. Vier laadpunten van 11 kW zijn samen 44 kW, maar die lopen nooit allemaal tegelijk. De energie per wagen en de tijd dat de wagens aangesloten blijven, bepalen wat er nodig is. Met load balancing blijft het totaal binnen het budget.