Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsZonnepanelen Gids · 17 hoofdstukken

Deel 1 · Werking en technologie

  1. 1Hoe een zonnepaneel werkt
  2. 2Soorten panelen
  3. 3Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact
  4. 4Bifaciale en glas-glaspanelen
  5. 5Rendement, wattpiek en temperatuur

Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst

  1. 6Is je dak geschikt?
  2. 7Hoeveel panelen je nodig hebt
  3. 8Opbrengst in Vlaanderen
  4. 9Oriëntatie en hellingshoek
  5. 10Schaduw, bypassdiodes en optimizers
  6. 11Opbrengst opvolgen

Deel 3 · Plaatsing en onderhoud

  1. 12Panelen op een plat dak
  2. 13Montagesystemen
  3. 14Reinigen en onderhoud
  4. 15Appartement of huurwoning

Deel 4 · Levensduur en garanties

  1. 16Degradatie en levensduur
  2. 17Product- en vermogensgarantie

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids zonnepanelen · Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst

7 Hoeveel panelen je nodig hebt

In het kort

Deel je jaarverbruik in kWh door wat 1 kWp per jaar opbrengt: zowat 1.050 kWh op een zuiddak in Vlaanderen, rond 900 kWh op een oost- of westdak. Op oost of west heb je voor hetzelfde resultaat een zesde meer panelen nodig, bij een gewone woning één of twee extra.

Deel je dat vermogen door het vermogen van één paneel, 460 Wp, dan heb je het aantal. Voor 3.500 kWh kom je op een zuiddak uit op 3,3 kWp, afgerond 7 panelen of 3,22 kWp. Op een oost- of westdak wordt het 3,9 kWp, afgerond 8 panelen of 3,68 kWp.

Met een digitale meter is "evenveel produceren als verbruiken" niet langer de beste maatstaf. Stroom die je zelf gebruikt, is veel meer waard dan stroom die je injecteert. Wat je overdag verbruikt, hoeveel dak je hebt en welke toestellen er nog bij komen, weegt even zwaar.

Stap 1: weet wat je verbruikt

In 2024 verbruikte een gemiddeld Vlaams gezin 2.662 kWh. Dat cijfer zegt minder dan het lijkt, want gezinnen met zonnepanelen nemen een pak minder van het net af. De Vlaamse Nutsregulator rekent voor een doorsnee gezin met 3.500 kWh per jaar, met een dag- en nachtmeter verdeeld over 1.600 kWh overdag en 1.900 kWh 's nachts. Het typische Vlaamse gezin beschrijft dat getal niet, het is een rekencategorie.

Grote verbruikers trekken het verbruik flink op. Een warmtepomp in een goed geïsoleerde woning gebruikt gemiddeld zo'n 4.000 kWh per jaar. Een oudere woning met accumulatieverwarming komt volgens de Vlaamse overheid op 10.000 tot 20.000 kWh, naargelang de grootte.

Je eigen verbruik vind je op je jaarafrekening. Heb je al zonnepanelen en een digitale meter, tel dan je afname van het net op bij de zonnestroom die je zelf gebruikt hebt. Die laatste is je productie min je injectie. De productie lees je af op je omvormer, de injectie in Mijn Fluvius.

Ken je je verbruik niet, dan geeft de grootte van je gezin een eerste houvast. In de MYNRG Check rekenen wij met deze schattingen:

GezinGeschat verbruik per jaarZuid 35°Oost of west 30°
1 persoon1.600 kWh3 panelen (1,38 kWp)4 panelen (1,84 kWp)
2 personen2.600 kWh5 panelen (2,30 kWp)6 panelen (2,76 kWp)
3 tot 4 personen3.600 kWh7 panelen (3,22 kWp)9 panelen (4,14 kWp)
5 of meer5.000 kWh10 panelen (4,60 kWp)12 panelen (5,52 kWp)

We rekenen met panelen van 460 Wp, zonder warmtepomp of elektrische wagen. De Vlaamse overheid gaat uit van 1.000 kWh per persoon, onze Check schat kleine gezinnen hoger. Je eigen afrekening gaat altijd voor.

Stap 2: reken om naar kWp

Een kWp, of kilowattpiek, is het nominale vermogen van je panelen. De rekensom is eenvoudig:

nodig vermogen in kWp = jaarverbruik ÷ opbrengst per kWp

aantal panelen = jaarverbruik ÷ (1.050 × oriëntatiefactor × 0,46), afgerond

De opbrengst per kWp komt uit PVGIS, de gratis rekentool van de Europese Commissie. Per richting en per maand vind je ze in Opbrengst in Vlaanderen. Wat richting en schaduw doen, lees je in Oriëntatie en hellingshoek en Schaduw, bypassdiodes en optimizers.

De oriëntatiefactor is 1 voor zuid en 35° zonder schaduw, en lager voor andere richtingen of bij schaduw. Voor een oost- of westdak van 30° is hij 0,856, goed voor zowat 900 kWh per kWp. De MYNRG Check rekent een oost-westopstelling per dakvlak. Met panelen van 460 Wp, of 0,46 kWp, geeft dat:

JaarverbruikNodig bij zuid 35° (1.050 kWh/kWp)Nodig bij oost of west 30° (ca. 900 kWh/kWp)
2.500 kWh5 panelen (2,30 kWp)6 panelen (2,76 kWp)
3.500 kWh7 panelen (3,22 kWp)8 panelen (3,68 kWp)
5.000 kWh10 panelen (4,60 kWp)12 panelen (5,52 kWp)
7.500 kWh (3.500 + warmtepomp 4.000)16 panelen (7,36 kWp)18 panelen (8,28 kWp)

Waarom 7 panelen voor 3.500 kWh, en geen 8? Zeven panelen maken 3.381 kWh per jaar, net onder het verbruik. Een achtste paneel brengt je op 3.864 kWh en voegt 483 kWh toe. Maar omdat je maar 34 % van je productie meteen gebruikt, gaat het grootste deel van die extra stroom naar het net. Laten je dak, je budget of je verbruik overdag het toe, dan is een achtste paneel een goede keuze. Onze standaard blijft 7.

Van kWp naar panelen en dakoppervlak

Het kWp-getal geldt bij 1.000 W zonlicht per m². Met een paneelrendement van 21 tot 24 % heb je zowat 4,2 tot 4,8 m² per kWp nodig, of 13 tot 15 m² voor 3,22 kWp. Fluvius rekent dat een dak van 14 tot 24 m² volstaat voor een gemiddeld gezin met twee kinderen, zonder elektrische wagen of warmtepomp.

Hoeveel panelen dat worden, bepaalt het vermogen per paneel, en dat verschilt per type en per jaargang. In de tabel hierboven rekenen we met 460 Wp. Staat er op je offerte een ander vermogen, deel dan het totale kWp door het vermogen van die panelen.

Ter vergelijking: eind 2025 telde de Vlaamse Nutsregulator 1.048.626 installaties tot en met 10 kW, samen goed voor 4.639 MW. Gemiddeld is dat zowat 4,4 kW per installatie.

Wat veranderde er met de digitale meter?

Vroeger draaide een analoge teller terug zodra je injecteerde. Het net werkte als een grote batterij. Op je jaarverbruik dimensioneren was toen logisch: wie over een jaar evenveel produceerde als hij verbruikte, betaalde weinig meer dan de vaste kosten.

Een oude terugdraaiende teller naast een digitale meter die afname en injectie apart meet

Vandaag houdt een digitale meter afname en injectie apart bij. Je betaalt voor wat je werkelijk afneemt, en je injectie verkoop je via een terugleveringscontract aan je energieleverancier. Het prosumententarief, het nettarief voor eigenaars van zonnepanelen met een terugdraaiende teller, betaal je met een digitale meter niet.

⏱ Sinds 1 januari 2025 mag je niet meer weigeren dat je klassieke meter door een digitale vervangen wordt. Eind 2025 had 92 % van de prosumenten met een installatie tot en met 10 kW een digitale meter, tegenover 60 % een jaar eerder.

Wat is een zelf verbruikte kWh waard?

Hier ligt de sleutel voor de grootte van je installatie.

Slechts 34 % van de productie wordt zelf verbruikt, maar dat deel is goed voor ongeveer 80 % van de waarde in euro.

Een kWh die je zelf gebruikt, is de volle stroomprijs uit je contract waard: energie, nettarief, heffingen en btw samen. ⏱ Volgens de Vlaamse Nutsregulator spaarde een prosument in 2025 gemiddeld 468,69 euro uit op zijn factuur door zijn eigen zonnestroom te gebruiken.

Voor een geïnjecteerde kWh rekent de MYNRG Check ⏱ met 4,5 cent. Wat jij echt krijgt, staat in je contract. Bij variabele contracten die aan de beursprijs hangen, kan die vergoeding in sommige maanden zelfs negatief worden. In 2025 betaalden naar schatting bijna 29.000 Vlaamse gezinnen minstens één maand om te mogen injecteren, vooral in de lente en de zomer.

Met onze rekenwaarden van 0,35 euro per bespaarde kWh en 0,045 euro per geïnjecteerde kWh is een zelf verbruikte kWh 7,8 keer zoveel waard als een geïnjecteerde.

Zelfverbruik: wat kun je verwachten?

Volgens de Vlaamse overheid gebruikt een gemiddeld gezin dat niets aan zijn gewoonten verandert zelf zo'n 28 % van wat de panelen opwekken. Dat geldt voor panelen die over een jaar evenveel maken als het gezin verbruikt. Wie de wasmachine, de vaatwas en de droogkast rond de middag laat draaien, kan tot 35 % gaan.

Het profiel van je gezin weegt mee. De Vlaamse overheid rekent op 29 % bij een aanhoudend laag verbruik, 22 % met een warmtepomp, 17 % met een elektrische boiler op nachttarief en 8 % met accumulatieverwarming op nachttarief. Ook het seizoen speelt: voor het eerste profiel is het zelfverbruik 73 % in januari, 30 % in mei en juni en 84 % in december.

Een installatie die groter is dan je jaarverbruik vraagt, geeft meestal een lager zelfverbruik, een kleinere een hoger. Wij rekenen gemiddeld met 34 %. Waar dat cijfer vandaan komt, lees je in Zelfverbruik verhogen. Bij jou kan het hoger of lager liggen: thuiswerk, ploegenwerk of een elektrische wagen die overdag of net 's nachts laadt, maken het verschil. En het percentage zakt naarmate je installatie groter wordt tegenover je verbruik.

Zelfverbruik of zelfvoorziening?

De twee woorden lopen vaak door elkaar. Zelfverbruik is het deel van je productie dat je zelf gebruikt. Zelfvoorziening is het deel van je verbruik dat je panelen dekken.

VideoZelfconsumptie vs zelfvoorzieningBron: Maak Je Meter Slim (Volta), via YouTube

Met 7 panelen en 3.500 kWh verbruik ligt je zelfverbruik rond 34 %: van de 3.381 kWh gebruik je er 1.135 zelf. Je zelfvoorziening is dan 1.135 ÷ 3.500, zowat 32 %. De rest van je verbruik haal je van het net.

Een kleine installatie kan een hoog zelfverbruik halen en toch maar een klein deel van je jaarverbruik leveren. En een jaar waarin je evenveel produceert als je verbruikt, maakt je woning niet op elk moment zelfvoorzienend. Op zonnige middagen heb je overschot, 's avonds en in de winter neem je af.

Hoe groot mag je installatie zijn?

Wat een extra kWp oplevert, bepaalt het deel van die extra stroom dat je zelf verbruikt. Gaat alles naar het net, dan brengt 1 kWp 1.050 × 0,045 = 47 euro per jaar op. Gebruik je alles zelf, dan is het 1.050 × 0,35 = 368 euro. De werkelijkheid ligt ertussen, en hoe groter je installatie tegenover je verbruik overdag, hoe dichter bij die 47 euro. Zet dat naast de prijs per kWp in Wat een installatie kost. ⏱ Een Vlaamse premie voor zonnepanelen bestaat sinds 2024 niet meer.

Begin bij wat je overdag verbruikt, en niet alleen bij je jaarverbruik. Werk je thuis, heb je een warmtepompboiler of laad je overdag een elektrische wagen, dan benut je een grotere installatie wel.

Denk ook aan wat er nog komt. Een warmtepomp voegt zo'n 4.000 kWh toe, vooral in de winter. Net dan produceren je panelen weinig: december levert rond 3 % van de jaaropbrengst. Het volledige verbruik van een toekomstig toestel optellen alsof je panelen het vanzelf dekken, klopt niet. Voor een elektrische wagen die 's avonds laadt, geldt hetzelfde.

Stuur je verbruik waar het kan. De Vlaamse overheid raadt een energiemanagementsysteem aan om een laadpaal of boiler op de zonneproductie af te stemmen. Een thuisbatterij is een grote uitgave die niet bij iedereen loont. Wij zouden eerst je zelfverbruik optrekken. Meer daarover in Hoe een thuisbatterij werkt.

Vraag ten slotte drie scenario's: een bescheiden installatie, een installatie op maat van je toekomstige toestellen en een ruimere dakbezetting. Leg bij elk de investering, de productie, het deel dat je meteen gebruikt en de injectie naast elkaar. Een extra paneel loont vooral als de extra stroom ontstaat op een moment dat je hem kan gebruiken.

Grenzen voor je installatie

⏱ Op een eenfase-aansluiting mag je tot en met 5 kVA omvormervermogen hebben. Van meer dan 5 tot 25 kVA heb je een driefase-aansluiting nodig. Meer daarover in Eenfase of driefase en Wat een omvormer doet.

⏱ Boven 10 kVA moet je je als particulier registreren als zelfstandige om een injectievergoeding te krijgen, en betaal je belastingen op die inkomsten. Inlichtingen daarover geeft FOD Financiën. Boven 25 kVA is een netstudie verplicht.

Ook je dak stelt grenzen. Hellingen tussen 15° en 50° zijn meestal geschikt. Asbest is verboden, en rieten daken en groendaken worden afgeraden. Een eerste blik geeft de Zonnekaart van Vlaanderen. Wat je verder nakijkt, lees je in Is je dak geschikt?.

Rekenvoorbeeld

Een gezin in Antwerpen verbruikt 3.500 kWh per jaar en heeft een zuiddak met 35° helling, zonder schaduw. We kiezen panelen van 460 Wp en rekenen met 1.050 kWh per kWp.

Voor het zelfverbruik zonder batterij gebruiken we 0,33 ÷ √(opbrengst ÷ verbruik), begrensd tussen 18 en 70 %. Bij installatie A geeft dat zowat 34 %, bij de grotere installatie B 28 %. In de derde kolom schuift het gezin zijn verbruik naar de middag en haalt het 35 %. Een bespaarde kWh is 0,35 euro waard, een geïnjecteerde 0,045 euro.

A: 7 panelen, 3,22 kWp (dekt het jaarverbruik)B: 10 panelen, 4,60 kWp (ongeveer de gemiddelde Vlaamse installatie)B met 35 % zelfverbruik
Jaarproductie3.381 kWh4.830 kWh4.830 kWh
Zelf verbruikt1.135 kWh (34 %)1.357 kWh (28 %)1.691 kWh (35 %)
Geïnjecteerd2.246 kWh3.473 kWh3.140 kWh
Waarde zelfverbruik397 euro475 euro592 euro
Waarde injectie101 euro156 euro141 euro
Voordeel per jaar498 euro631 euro733 euro

Van A naar B, 1,38 kWp meer, stijgt het voordeel met 133 euro, of 96 euro per extra kWp. Verschuift het gezin bij B zijn verbruik naar de middag, dan komt er 102 euro per jaar bij zonder één paneel meer. Met hetzelfde verbruik op een oost- of westdak zijn 8 panelen of 3,68 kWp nodig voor een vergelijkbare productie: 3.310 kWh, tegenover 3.381 kWh bij A.

Eén ding toont dit voorbeeld goed: het juiste aantal panelen verschilt van gezin tot gezin, en een standaardantwoord bestaat niet. Een installateur die bij jou ter plaatse je dak, je verbruik en je plannen bekijkt, zorgt ervoor dat je installatie over tien jaar nog altijd klopt. Je beslist tenslotte voor 25 tot 30 jaar. Wil je eerst weten waar jij uitkomt, dan rekent de MYNRG Check het uit met jouw verbruik en jouw dak.

Goed om te weten

Je avondpiek zakt niet door meer panelen. Het capaciteitstarief is het deel van je nettarief dat op je hoogste afnamepiek steunt. ⏱ In 2026 kost het gemiddeld zowat 53,39 euro per kW per jaar zonder btw, met een minimum van 2,5 kW. Met een digitale meter en zonnepanelen tellen alleen je afnamepieken mee, je injectiepieken niet. Hoe het werkt, lees je in Het capaciteitstarief.

En de opbrengst schommelt van jaar tot jaar. 2025 was een heel zonnig jaar. Wij rekenen met het langjarige gemiddelde van 1.050 kWh per kWp, en niet met zo'n uitschieter.

Voor- en nadelen

Grotere installatieKleinere installatie
Meer productie in lente, zomer en herfstHoger zelfverbruikspercentage
Bruikbaar voor een latere warmtepomp of elektrische wagenMinder afhankelijk van de lage injectievergoeding
Meer injectie tegen een lage en schommelende vergoeding, soms negatiefLagere investering
Lager zelfverbruikspercentageDekt minder van je jaarverbruik
Bij hoge omvormervermogens een driefase-aansluiting of zelfstandigenstatuut nodigLater uitbreiden kan, maar moet je melden aan Fluvius

Voor wie het technisch wil weten

  • Zelfverbruik en zelfvoorziening. Zelfverbruik = (P − I) ÷ P × 100, met P de totale productie en I de injectie. Zelfvoorziening = (P − I) ÷ totaal verbruik × 100.
  • Kwartierdata. Met een digitale meter vind je je kwartierwaarden in Mijn Fluvius. Daarmee kan je je eigen zelfverbruik en je afnamepieken analyseren en nauwkeurig dimensioneren.
  • kWp en kVA. kWp is het paneelvermogen onder testomstandigheden, terwijl de grenzen van Fluvius over het omvormervermogen in kVA gaan. Je paneelvermogen mag hoger liggen dan het omvormervermogen. In ons klimaat vindt Fluvius een iets te kleine omvormer verstandiger dan een te grote, uitgelegd in Wat een omvormer doet.

Bronnen bij dit hoofdstuk

Veelgestelde vragen

Wat als ik later een warmtepomp of elektrische wagen neem?

Een warmtepomp gebruikt zo'n 4.000 kWh per jaar, vooral in de winter. Kies een iets grotere installatie of houd ruimte om uit te breiden. Een uitbreiding meld je aan bij Fluvius.

Is er een maximum aan het aantal panelen?

Niet per paneel, wel per omvormervermogen: 5 kVA op eenfase, tot 25 kVA op driefase. ⏱ Boven 10 kVA word je als particulier zelfstandige voor je injectie-inkomsten, boven 25 kVA is een netstudie verplicht.

Wat is het verschil tussen zelfverbruik en zelfvoorziening?

Zelfverbruik is het deel van je productie dat je zelf gebruikt, bij ons voorbeeldgezin 34 %. Zelfvoorziening is het deel van je verbruik dat je panelen dekken, bij 7 panelen en 3.500 kWh zowat 32 %.

Hoeveel dakoppervlak heb ik nodig?

Reken op 4,2 tot 4,8 m² per kWp. Voor 7 panelen van 460 Wp is dat 13 tot 15 m², plus ruimte voor randen en obstakels.

Is evenveel produceren als verbruiken de juiste maatstaf?

Niet meer sinds de digitale meter. Een zelf verbruikte kWh is 7,8 keer zoveel waard als een geïnjecteerde. Wanneer je verbruikt, telt even zwaar.

Heb ik een thuisbatterij nodig bij een grote installatie?

Niet per se. Trek eerst je zelfverbruik op. Een batterij is een grote uitgave en loont niet bij iedereen.