Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsKosten & regels Gids · 18 hoofdstukken

Deel 1 · Kosten en rendement

  1. 1Wat een installatie kost
  2. 2Terugverdientijd
  3. 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
  4. 4Injectievergoeding
  5. 5Btw: 6 % of 21 %
  6. 6Premies en voordelen
  7. 7Offertes vergelijken

Deel 2 · Tarieven en meter

  1. 8Het capaciteitstarief
  2. 9Van terugdraaiende teller naar digitale meter
  3. 10Energiedelen

Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning

  1. 11Aanmelden bij Fluvius
  2. 12AREI-keuring
  3. 13Netvoorschriften C10/11 en C10/26
  4. 14Vergunning

Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen

  1. 15Brandveiligheid en verzekering
  2. 16Stekkerpanelen
  3. 17Erkende installateur
  4. 18Verkopen of verhuizen met zonnepanelen

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids kosten & regels · Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning

13 Netvoorschriften C10/11 en C10/26

In het kort

Je installateur kiest je omvormer niet zomaar. Het type moet op een lijst staan, en het vermogen moet binnen de grenzen van de netbeheerders blijven. Die regels heten C10/11 en C10/26.

C10/11 is het technisch voorschrift van Synergrid, de federatie van de Belgische netbeheerders, voor alles wat stroom opwekt of opslaat en parallel met het distributienet werkt: zonnepanelen, batterijen, bidirectionele laders en meer. C10/26 regelt de homologatie, de officiële goedkeuring. Een type omvormer of laadinrichting moet op de C10/26-lijst staan voor je het mag aansluiten. Als particulier merk je daar vooral iets van via je installateur, die een omvormer van de lijst kiest, rekening houdt met de vermogensgrenzen en je installatie aanmeldt.

⏱ Koop je een tweedehands omvormer, kijk dan zelf na of het type op de lijst staat. Dat raadt ook Fluvius aan.

Wat zijn C10/11 en C10/26?

Voluit heet C10/11 "Specifieke technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-installaties die parallel werken met het distributienet". ⏱ De huidige editie, 2.4, dateert van oktober 2025.

Het voorschrift geldt voor nieuwe of aangepaste installaties achter een netaansluiting die technisch parallel met het net kunnen werken, tot 25 MW, ongeacht het spanningsniveau of de technologie. Installaties met opslag vallen eronder, installaties zonder verbinding met het net niet. C10/11 bewaakt de stabiliteit en de veiligheid van het net. Voor de veiligheid binnen in je eigen installatie geldt het AREI, en daarover gaat AREI-keuring.

C10/26 beschrijft hoe een decentrale productie-eenheid gehomologeerd wordt volgens C10/11: de specificaties, de procedure en het aanvraagformulier. Het gaat om omvormers voor zonnepanelen en batterijen, noodstroomgeneratoren, bidirectionele laders, warmtekrachtkoppelingen en windturbines. De homologatie is gratis. Synergrid beoordeelt alleen het technische dossier, een testtoestel is niet nodig.

Pas als een eenheid op de C10/26-lijst staat, kan de aansluitprocedure starten. Panelen en batterijmodules staan er zelf niet op: alleen de omvormer moet gehomologeerd zijn.

Wat betekent dat voor jou?

Een omvormer mag alleen op het net als hij op de C10/26-lijst staat. Staat een type er in het rood, als niet toegelaten, dan mag het volgens Fluvius in Vlaanderen niet geïnstalleerd worden.

Bij een tweedehands omvormer kijk je dat zelf na. Reken er ook op dat een omvormer zowat 10 tot 15 jaar meegaat. Bij een tweedehands toestel is een deel van die tijd al op, en dat telt mee als je op je opbrengst wil kunnen rekenen.

De lijst verandert vaak. Kijk altijd in de online versie, niet in een exemplaar dat je ooit hebt gedownload. Per type staat er een link naar de gelijkvormigheidsverklaring, die je installateur nodig heeft om de aansluitingsaanvraag te starten.

En dan het vermogen. Op de lijst staat het nominaal actief vermogen, maar alleen ter informatie. Voor de netlimieten telt het maximaal schijnbaar vermogen, en wel het AC-vermogen op de kentekenplaat. Software of firmware die het vermogen begrenst, verandert daar niets aan. Volgens Synergrid tellen alleen omvormers mee, laadpunten niet, tenzij ze stroom terugleveren.

Kleine productie-installatie: de lichte procedure

Voor een kleine productie-installatie kent C10/11 een lichtere procedure. Klein wil zeggen dat vier voorwaarden tegelijk kloppen:

  1. Het vermogen blijft binnen de grenzen: bij een eenfasige aansluiting hoogstens 5 kVA productie en hoogstens 5 kVA opslag, bij een driefasige aansluiting hoogstens 10 kVA.
  2. Elke eenheid heeft een automatisch scheidingssysteem, dat de installatie van het net afschakelt als het moet. Is dat systeem extern, dan moet het door Synergrid gehomologeerd zijn en single fault tolerance hebben: het blijft werken bij één enkele fout.
  3. Bij energieopslag is een vermogensbeheersysteem verplicht.
  4. Er is geen bijzonder geval, zoals een kritieke of medische installatie.

Ga je over die grenzen, dan is je installatie niet verboden. Ze volgt dan de standaardprocedure van Synergrid. ⏱ Een netstudie komt er in Vlaanderen pas boven 25 kVA: Fluvius trok die grens op van 10 naar 25 kVA, en de minister bevestigde dat in april 2026. Tot 25 kVA meld je gratis aan in Mijn Fluvius, zoals beschreven in Aanmelden bij Fluvius. Over fases lees je meer in Eenfase of driefase.

Vermogensgrenzen op een rij ⏱

Drie eenheden lopen vaak door elkaar. kWp is het vermogen van de panelen onder testomstandigheden, kVA het schijnbaar vermogen van een omvormer, kWh de energie die een batterij kan opslaan. Een batterij van 10 kWh heeft niet per se een omvormer van 10 kVA. De grenzen van Fluvius hieronder gaan over het vermogen van de omvormers, in kVA.

AansluitingWat teltGrens
EenfasigOmvormers voor zonnepanelen en hybride omvormers, ook zonder panelenSamen maximaal 5 kVA
EenfasigOmvormers die enkel voor opslag dienenDaarbovenop maximaal 5 kVA
DriefasigAlle omvormers samen: zonnepanelen, hybride en opslagMaximaal 25 kVA, met hooguit 5 kVA onbalans per fase
Boven 25 kVAAlle omvormers samenEerst een netstudie aanvragen
Boven 10 kVA zonnepanelenOmvormervermogen van de panelenJe moet je registreren als zelfstandige: Aanmelden bij Fluvius

Een laadpaal telt niet mee, tenzij ze ook stroom terugstuurt naar het net. Wij zouden de installateur op het eendraadschema laten aanduiden welke vermogens hij heeft opgeteld en hoe hij de fasen verdeelde.

Meerfasig en onevenwicht

Boven 5 kVA is een meerfasige aansluiting verplicht. Voor opslag op een driefasige aansluiting volgt Fluvius dezelfde logica: hoogstens 25 kVA omvormervermogen, verdeeld over de fasen, met een onbalans van niet meer dan 5 kVA per fase.

Extern ontkoppelrelais of niet?

Tot en met 30 kVA totaal vermogen mag het interne automatische scheidingssysteem het werk doen in plaats van een extern relais. Dat totaal omvat het bestaande en het nieuwe vermogen, de batterijen inbegrepen. De FAQ van Synergrid geeft een voorbeeld: 20 kVA zonnepanelen en een batterij van 20 kVA maken samen 40 kVA, en dan is een extern, gehomologeerd relais verplicht. Fluvius zegt het voor particulieren zo: boven 30 kVA is een netontkoppelbeveiliging verplicht.

Batterijen onder C10/11

Bij een kleine installatie moet een vermogensbeheersysteem ervoor zorgen dat de batterij niet meer injecteert dan het opgetelde vermogen van de andere productie-eenheden. Is er geen andere productie, dan injecteert de batterij niets.

Een omvormer voor de zonnepanelen en een batterijomvormer met batterij, elk met een eigen kabel naar de zekeringkast

Dat beheer kan via de P1-poort van je digitale meter of via een sensor die stroomrichting en vermogen meet. ⏱ De P1-poort is daarvoor toegelaten sinds 15 oktober 2025. Hoe die poort werkt, lees je in De P1-poort.

Bij een hybride systeem hangt de batterij aan de gelijkstroomkant, samen met de panelen. Ze telt dan als "andere productie-eenheid" en het vermogensbeheersysteem is niet verplicht. Het verschil tussen die opstellingen leggen we uit in Hybride omvormer en AC- of DC-gekoppeld.

Een omvormer die alleen voor opslag dient, telt volgens Fluvius niet mee in de productielimiet van 5 kVA. Op de Synergrid-lijst herken je hem aan een kruisje bij "Energy storage" en niet bij "Solar energy". Een hybride omvormer telt wel mee, ook zonder panelen.

Stekkerpanelen en stekkerbatterijen

Stekkertoestellen mogen sinds 17 april 2025. Een vaste verbinding is niet langer verplicht, maar een toestel met een huishoudstekker moet gehomologeerd zijn en op de aparte plug-and-play-lijst staan voor je het inplugt. Het moet ook voldoen aan de Europese regels, met CE-markering. Of het toestel past bij je elektrische installatie, blijft jouw verantwoordelijkheid.

Vermogensgrenzen en een meldingsprocedure staan niet op die lijst. Die bepaalt de netbeheerder, en je vindt ze in Aanmelden bij Fluvius en Stekkerpanelen. Een toestel dat niet goedgekeurd is, mag je volgens Fluvius niet gebruiken of aanmelden. Stelt Fluvius er een vast, dan moet je het meteen uitschakelen.

Wie doet wat?

De fabrikant vraagt de homologatie aan bij Synergrid. Daar hoef jij niets voor te doen.

Een keurder bij de zekeringkast en de netbeheerder bij de digitale meter, binnen in de berging

Je installateur kiest een omvormer van de lijst, telt het vermogen volgens de regels, stelt het vermogensbeheer in en tekent het eendraadschema.

De keurder controleert of je installatie conform het AREI is. Zonder zijn verslag kan je niet aanmelden. Meer daarover in AREI-keuring.

De netbeheerder ontvangt de aanmelding, doet bij grotere installaties de netstudie en bepaalt hoeveel energie je mag injecteren.

En jij? Als netgebruiker blijf jij verantwoordelijk voor de melding.

Rekenvoorbeeld

Een gezin in Turnhout heeft een eenfasige aansluiting en wil 5 kVA zonnepanelen met een omvormer van 5 kVA, plus een batterij met een eigen batterijomvormer van 5 kVA. Het scenario volgt het voorbeeld uit de FAQ van Synergrid.

ControleBerekeningResultaat
Productie maximaal 5 kVA (eenfasig)5 kVAbinnen de grens
Opslag maximaal 5 kVA (eenfasig)5 kVAbinnen de grens
Telt de batterij-omvormer mee in de productielimiet?op de lijst een kruisje bij "Energy storage", geen kruisje bij "Solar energy"nee
Totaal onder 30 kVA5 + 5 = 10 kVAhet interne scheidingssysteem volstaat
Kleine installatiealle vier voorwaarden vervuldja, lichte procedure
Vermogensbeheerinjectie van de batterij beperkt tot het vermogen van de andere productie5 kVA

Je installateur moet hier drie dingen kunnen aantonen: de omvormers staan op de C10/26-lijst, het vermogensbeheersysteem is juist ingesteld en er is een eendraadschema.

Nog een variant: een driefasige aansluiting met 10 kVA zonnepanelen en een batterij van 5 kVA, samen 15 kVA, meld je ook gewoon aan in Mijn Fluvius. Een laadpaal telt niet mee, tenzij ze stroom terugstuurt.

Hoe dat bij jou uitvalt, verschilt met je aansluiting, je bestaande omvormer en wat je later nog wil bijzetten. Een installateur die je zekeringkast ter plaatse ziet, weet meteen of je eenfasig kan blijven of beter driefasig gaat. Je installatie ligt er voor 25 tot 30 jaar, en wat je vandaag kiest, bepaalt mee wat je later nog kan bijzetten. De MYNRG Check geeft je een eerste beeld van wat bij jouw woning past.

Goed om te weten

Wie een te grote omvormer neemt en hem in de software laat begrenzen, blijft voor de netlimieten toch boven de grens. Alleen het AC-vermogen op de kentekenplaat telt.

Wie tweedehands koopt, kan een omvormer in huis halen die niet aangesloten mag worden, ook al werkt hij perfect.

Voor- en nadelen van de voorschriften

VoordelenNadelen
Het net blijft stabiel en veilig.Een omvormer van een niet gehomologeerd type mag niet aangesloten worden, ook niet als hij technisch werkt.
De lijst maakt het voor jou en je installateur eenvoudig om na te gaan of een omvormer mag.De regels zijn technisch en wijzigen regelmatig.
Een lichte procedure voor kleine installaties.

Voor wie het technisch wil weten

C10/11 beschrijft onder meer de beveiligingen tegen een veiligheidsonderbreking, een intern defect, het wegvallen van het net, exportbegrenzing, faseonderbreking, te lage spanning en vermogensonevenwicht. De details en instellingen staan in de technische tekst zelf.

In de lichte procedure verklaart de installateur op eer dat de instellingen van het scheidingssysteem conform zijn. De melding gaat met een technisch dossier, met minstens een eendraadschema en die verklaring. Bij opslag bevestigt hij ook dat het vermogensbeheersysteem volgens de voorschriften is ingesteld, met de maximale injectielimiet erbij.

In de standaardprocedure komt er naast de AREI-keuring nog een keuring van de aansluitvoorschriften, door de netbeheerder of een erkend organisme. Daarbij horen onder meer een nazicht van de beveiligingen en een testverslag. Bij inbreuken wordt eerst hersteld en dan opnieuw gekeurd.

Vermogensbeheer via de P1-poort of een sensor kan bij kleine installaties. Bij grotere installaties is de P1-poort niet toegestaan.

Noodvoedingssystemen mogen maar kort parallel met het net werken. Meer daarover in Noodstroom via je omvormer. Sommige netbeheerders hebben nog aanvullende voorschriften. Voor Brussel en Wallonië werken we de regels hier niet uit.

Bronnen bij dit hoofdstuk

Veelgestelde vragen

Mag ik een tweedehands omvormer plaatsen?

Alleen als het type op de C10/26-lijst staat. Een type dat als niet toegelaten aangeduid is, mag in Vlaanderen niet geïnstalleerd worden.

Wat als mijn installatie groter is?

Dan volgt de standaardprocedure. ⏱ Een netstudie komt er pas boven 25 kVA. Tot dan meld je gratis aan in Mijn Fluvius.

Is een CE-markering genoeg voor een omvormer?

Nee. De CE-markering bewijst niet dat de Belgische homologatie er is. Het exacte type moet op de C10/26-lijst staan, en ook dan blijven keuring en aanmelding aparte stappen.

Hoeveel omvormervermogen mag ik aansluiten?

⏱ Eenfasig hoogstens 5 kVA voor omvormers van zonnepanelen en hybride omvormers, plus hoogstens 5 kVA voor omvormers die alleen opslaan. Driefasig samen hoogstens 25 kVA, daarboven eerst een netstudie. De volledige tabel staat bij "Vermogensgrenzen op een rij", de regels voor stekkertoestellen in Stekkerpanelen.