Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsOmvormers Gids · 12 hoofdstukken

Deel 1 · Types omvormers

  1. 1Wat een omvormer doet
  2. 2Stringomvormer
  3. 3Micro-omvormers
  4. 4Hybride omvormer
  5. 5Optimizers

Deel 2 · Dimensioneren en aansluiten

  1. 6Eenfase of driefase
  2. 7MPPT
  3. 8DC/AC-ratio en afkappen
  4. 9Stringdimensionering

Deel 3 · Storingen, noodstroom en vervanging

  1. 10Storingen en foutcodes
  2. 11Noodstroom en back-up
  3. 12Levensduur en vervanging

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids omvormers · Deel 2 · Dimensioneren en aansluiten

9Stringdimensionering

In het kort

Stringdimensionering is bepalen uit hoeveel panelen je een string opbouwt en hoeveel strings je op een omvormer aansluit. Een string is een rij in serie geschakelde panelen.

De spanning van de string moet bij de koudste én de warmste omstandigheden binnen het spanningsbereik van de omvormer blijven. Panelen geven meer spanning bij kou en minder bij warmte, en dat bepaalt het maximale en het minimale aantal panelen per string. De installateur rekent dit uit met de datasheets van panelen en omvormer. Vraag in je offerte om die berekening.

Wat is een string?

Een string is een reeks panelen in serie. De spanning van de string is de spanning van één paneel maal het aantal panelen in de reeks.

Meerdere strings kunnen parallel op één omvormer worden aangesloten, meestal via een of meer MPPT-ingangen. Een MPPT (maximum power point tracker) is het onderdeel in de omvormer dat de spanning zoekt waarbij de string het meeste vermogen levert. Zie MPPT.

Waarom temperatuur de sleutel is

De spanning van een paneel daalt boven 25 °C en stijgt eronder. Dat geldt voor twee waarden: - Voc: de open-klemspanning, de spanning zonder belasting. - Vmp: de spanning in het werkpunt met maximaal vermogen.

Het effect staat in de datasheet van het paneel als temperatuurcoëfficiënt, in % per °C of in V per °C. Het sluit aan op wat het Amerikaanse Department of Energy zegt: bij hogere temperaturen daalt de spanning van een zonnecel sterk, en daarmee het vermogen (zie Rendement, wattpiek en temperatuur).

De vier controles

Een omvormer heeft vier spanningsgrenzen: een minimale startspanning, een MPPT-bereik (onder- en bovengrens) en een absolute maximale ingangsspanning. Een cursus van Penn State beschrijft de vier controles:

  1. De laagste Voc bij de hoogste gemiddelde temperatuur moet minstens gelijk zijn aan de startspanning.
  2. De laagste Vmp bij de hoogste gemiddelde temperatuur moet minstens de onderkant van het MPPT-bereik halen.
  3. De hoogste Voc bij de laagste temperatuur mag de absolute maximale ingangsspanning niet overschrijden.
  4. De hoogste Vmp bij de laagste temperatuur mag de bovenkant van het MPPT-bereik niet overschrijden.

Controle 3 is de veiligheidsgrens. Wordt die overschreden, dan kan de omvormer beschadigd raken. De andere drie bepalen vooral of de installatie goed produceert.

Waarom de koudste dag niet de zonnigste hoeft te zijn

De gangbare rekenmethode veronderstelt dat de koudste temperatuur samenvalt met een instraling van 1.000 W/m². Onderzoekers van het Amerikaanse Lawrence Berkeley National Laboratory schrijven dat dit ongeveer 10 % conservatiever is dan nodig, waardoor strings ongeveer 10 % korter uitvallen dan strikt nodig. Hun methode rekent Voc uit op basis van historische weergegevens. Welke rekenmethode in België is toegelaten, volgt uit de Belgische installatievoorschriften en niet uit dat model.

Vermogen en vermogensgrenzen

Over de verhouding tussen paneel- en omvormervermogen (de DC/AC-verhouding) lees je meer in DC/AC-ratio en afkappen. Fluvius vindt zowel overdimensioneren als onderdimensioneren aanvaardbaar en onderdimensioneren verstandiger in ons klimaat.

⏱ Fluvius telt het totaal van alle omvormers op je aansluiting, in kVA: - Tot en met 5 kVA: eenfase-aansluiting. Omvormers die enkel voor batterijopslag dienen, tellen niet mee (op voorwaarde dat ze bij Synergrid onder "Energy storage" staan). Hybride omvormers tellen wel mee. Laadpunten tellen niet mee, tenzij ze terugleveren aan het net. Synergrid raadt boven 3,6 kVA sterk een driefase-aansluiting aan. - Meer dan 5 tot en met 25 kVA: driefasige aansluiting nodig. Boven 10 kVA registreer je je als zelfstandige. - Meer dan 25 kVA: een netstudie is verplicht vóór plaatsing en aansluiting. - Vanaf 30 kVA: netontkoppelbeveiliging verplicht.

Een eenfase-installatie boven 5 kVA staat Fluvius niet toe. Andere netbeheerders in België hebben eigen regels.

Volgens Fluvius verdelen driefasige omvormers de energie gelijkmatig over de fasen en verkleinen ze de kans op een uitvallende omvormer. Je aansluiting moet dan wel driefasig zijn (zie Eenfase of driefase).

Rekenvoorbeeld

Zo bepaalt een installateur hoeveel panelen er in een string kunnen, met een paneel van 460 Wp zoals in ons standaardgezin (7 panelen, 3,22 kWp).

Aannames: - Paneel van 460 Wp: Voc bij 25 °C = 41,0 V, Vmp = 34,0 V, Imp = 13,53 A, Isc = 14,2 A. Temperatuurcoëfficiënt van Voc −0,25 % per °C, van Vmp −0,30 % per °C. - Eenfase-omvormer van 3 kW: maximale ingangsspanning 600 V, MPPT-bereik 80 tot 550 V, startspanning 100 V, per tracker maximaal 16 A werkstroom en 20 A kortsluitstroom. - Laagste celtemperatuur −10 °C, hoogste 65 °C (aannames, geen Vlaamse normwaarden). - Spanning en temperatuur verlopen lineair (vereenvoudiging).

Stap Berekening Resultaat
Voc per paneel bij −10 °C 41,0 × (1 + 0,0025 × 35) 44,59 V
Maximum in serie (controle 3, 600 V) 600 ÷ 44,59 = 13,5 13 panelen (13 × 44,59 = 580 V; 14 panelen geven 624 V en zijn niet toegelaten)
Vmp per paneel bij −10 °C 34,0 × (1 + 0,003 × 35) 37,57 V
Maximum voor de bovengrens van het MPPT-bereik (controle 4, 550 V) 550 ÷ 37,57 = 14,6 14 panelen, dus niet beperkend
Voc per paneel bij 65 °C 41,0 × (1 − 0,0025 × 40) 36,90 V
Minimum voor de start (controle 1, 100 V) 100 ÷ 36,90 = 2,7 3 panelen
Vmp per paneel bij 65 °C 34,0 × (1 − 0,003 × 40) 29,92 V
Minimum voor de ondergrens van het MPPT-bereik (controle 2, 80 V) 80 ÷ 29,92 = 2,7 3 panelen

In dit voorbeeld zijn 3 tot 13 panelen in een string mogelijk. Onze 7 panelen geven op de koudste dag 7 × 44,59 = 312 V en op de warmste 7 × 29,92 = 209 V, ruim binnen de grenzen.

Twee strings parallel: ook de stroom telt

Eén string van 7 panelen levert ongeveer 13,53 A werkstroom en 14,2 A kortsluitstroom. Twee gelijke strings parallel op één tracker tellen hun stromen op: ca. 27,06 A en 28,4 A. Dat overschrijdt de 16 A en 20 A van de tracker in dit voorbeeld, ook al is de spanning in orde. De oplossing is een tweede tracker, geen andere spanning. Daarom is een aansluiting meer niet hetzelfde als een tracker meer, zie MPPT. Panelen met een hoge stroom, zoals moderne panelen van 460 Wp, bereiken die grens sneller dan oudere.

Een gezin hoeft dit niet zelf uit te rekenen. Vraag in de offerte wel bij welke temperaturen is gerekend, welke Voc en Vmp zijn gebruikt, wat de maximale en minimale spanning van de string is en wat de stroom per tracker wordt. Een minimum van 3 panelen geldt enkel voor dit voorbeeld: een ander toestel heeft andere grenzen.

Een string van 13 panelen blijft bij −10 °C met 580 V onder de grens van 600 V, bij 14 panelen (624 V) wordt die grens overschreden.
Goed om te weten
  • De gevaarlijkste spanning is die van een koude, heldere dag. Voc stijgt bij kou, en de maximale ingangsspanning van de omvormer bepaalt hoeveel panelen er in een string mogen.
  • Een te korte string kan precies op zonnige zomerdagen problemen geven. Op warme dagen zakt de spanning. Komt ze onder de startspanning of onder het MPPT-bereik, dan start de omvormer niet of levert hij minder.
  • De standaardmethode kan strings ongeveer 10 % korter maken dan nodig. Een offerte met een korte string is dus niet fout, maar mogelijk niet optimaal.
  • Met een batterij kun je over een grens van je aansluiting gaan. Een hybride omvormer telt mee voor de grens van 5 kVA, een omvormer enkel voor opslag niet.
Voor- en nadelen
Langere strings Kortere strings
Lagere stroom in de DC-kabels Meer marge ten opzichte van de maximale spanning
De omvormer start vroeger bij weinig licht Risico dat de spanning op warme dagen onder het MPPT-bereik zakt
Dichter bij de maximale spanning in de kou
Schaduw op één paneel beïnvloedt een grotere reeks (zie Schaduw, bypassdiodes en optimizers)
Voor wie het technisch wil weten
  • Formules. Maximum aantal panelen per string: N_max = ⌊V_max,omvormer ÷ Voc(T_laag)⌋, met Voc(T) = Voc,25 + β × (T − 25 °C) en β de temperatuurcoëfficiënt in V/°C (negatief). Minimum voor de start: N_min = ⌈V_start ÷ Voc(T_hoog)⌉. Dezelfde logica geldt voor Vmp en de grenzen van het MPPT-bereik.
  • Rekenen op uurbasis. Het open rekenmodel berekent Voc voor elk uur van een jaar met gegevens uit een zonne-instralingsdatabase en een thermisch model. Het is een voorbeeld van een methode, geen Belgisch voorschrift.
  • Gelijkstroomzijde. Een hoge Voc bij kou staat aan zolang er licht is, ook als de omvormer is uitgeschakeld. Brandveiligheid en DC-schakelaars staan in Brandveiligheid en verzekering.
  • Schaduw en optimizers. Optimizers en micro-omvormers veranderen de stringlogica: zie Optimizers en Micro-omvormers.
Veelgestelde vragen
Waarom mag ik niet gewoon alle panelen in één lange string zetten?

De spanning in de kou kan boven de maximale ingangsspanning van de omvormer uitkomen. Dat kan de omvormer beschadigen.

Wat gebeurt er als de string te kort is?

Op warme dagen kan de spanning onder de startspanning of onder het MPPT-bereik zakken. De omvormer start dan niet of levert minder.

Hoeveel panelen moeten er minstens in een string?

Dat hangt af van de paneelspanning, de temperatuur en de start- en MPPT-grenzen van de omvormer. Er is geen vast minimum voor alle toestellen. In het rekenvoorbeeld zijn het er 3.

Kan ik panelen van een ander type bijplaatsen?

Meestal wel, maar niet in dezelfde string. Panelen met een andere spanning of stroom zet je op een eigen string of een eigen tracker. Evenveel wattpiek betekent niet dat panelen elektrisch gelijk zijn.

Zijn Voc en Vmp hetzelfde?

Nee. Voc is de spanning zonder belasting, Vmp de spanning in het werkpunt met maximaal vermogen. Beide veranderen met de temperatuur en elk heeft een eigen controle.

Bronnen bij dit hoofdstuk