Hoofdstukken van deze gids
Zonnepanelen Gids · 16 hoofdstukkenDeel 1 · Werking en technologie
- 1Hoe een zonnepaneel werkt
- 2Soorten panelen
- 3Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact
- 4Bifaciale en glas-glaspanelen
- 5Rendement, wattpiek en temperatuur
Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst
- 6Hoeveel panelen je nodig hebt
- 7Opbrengst in Vlaanderen
- 8Oriëntatie en hellingshoek
- 9Schaduw, bypassdiodes en optimizers
- 10Opbrengst opvolgen
Deel 3 · Plaatsing en onderhoud
Deel 4 · Levensduur en garanties
Tot slot
Gids zonnepanelen · Deel 1 · Werking en technologie
4Bifaciale en glas-glaspanelen
In het kort
"Bifaciaal" betekent dat een paneel ook licht benut dat de achterkant bereikt. "Glas-glas" betekent dat het paneel aan voor- én achterzijde een glasplaat heeft in plaats van een achterfolie.
Het zijn twee verschillende eigenschappen die vaak samen voorkomen. Op een hellend dak waar de panelen dicht op het dakvlak liggen, komt er volgens het IEA PVPS "weinig tot geen" licht op de achterzijde. Reken dan op een extra opbrengst van 0 tot een paar procent. Bij 3,22 kWp is 2 % extra ongeveer 10 euro per jaar. Of een glas-glaspaneel hagelbestendiger is, hangt vooral af van de dikte van het voorglas.
Twee begrippen die door elkaar lopen
Bifaciaal gaat over het licht. Een bifaciale cel zet licht op de voorzijde én op de achterzijde om in stroom. De verhouding tussen het rendement achteraan en vooraan heet de bifacialiteitsfactor. Staat er op de datasheet 80 %, dan zet de achterzijde onder testomstandigheden 80 % zoveel licht om als de voorzijde. Het is dus geen percentage extra jaaropbrengst: of er achteraan licht aankomt, hangt van je dak af. Bijna de hele celmarkt is al bifaciaal. Een cel kan dus bifaciaal zijn zonder dat het paneel er iets van benut.
Glas-glas gaat over de opbouw. Een gewoon paneel heeft glas vooraan en een achterfolie (backsheet) achteraan. Een glas-glaspaneel heeft ook achteraan een glasplaat. Een bifaciaal paneel heeft een doorzichtige achterzijde nodig, maar dat hoeft geen glas te zijn. Bij bifaciale modules heeft een doorzichtige achterfolie ⏱ in 2026 ongeveer 60 % van de markt.
⏱ Wereldwijd zijn ongeveer 68 % van de modules bifaciaal (2025), met een verwachte stijging naar ongeveer 85 % in 2036. Glas wordt binnen enkele jaren het dominante achtermateriaal. Het is dus waarschijnlijk dat je offerte een bifaciaal of glas-glaspaneel vermeldt, zonder dat het een bewuste keuze is.
Hoeveel extra levert de achterzijde?
De extra opbrengst ("bifacial gain") is de extra energie ten opzichte van een gewoon paneel met dezelfde oriëntatie. Op moduleniveau geldt: extra opbrengst ≈ (licht achteraan ÷ licht vooraan) × bifacialiteitsfactor. Komt er achteraan 10 % van het voorlicht aan en is de factor 80 %, dan is de winst ongeveer 8 %. Een bifacialiteitsfactor van 80 % belooft dus nooit 80 % extra. Op systeemniveau valt de winst lager uit, door extra verliezen in de kabels en omdat de omvormer vaker moet afkappen.
Wat het licht achteraan bepaalt: de albedo (de weerkaatsing van de ondergrond), de hoogte boven de ondergrond, de hellingshoek en de afstand tussen de rijen. Albedo weegt het zwaarst. Gras weerkaatst 15 tot 26 % van het licht, verweerd asfalt ongeveer 18 %, sneeuw 55 tot 98 %.
Wat dat op een Vlaams dak betekent: - Hellend dak, panelen dicht op het dakvlak. Weinig tot geen licht achteraan. De extra opbrengst is klein of nul. - Plat dak met panelen op een stellage. Hoogte, hellingshoek en de kleur van de dakbedekking tellen. Voor Vlaamse daken bestaan er geen metingen. - Carport, overkapping of grondopstelling. De achterzijde "ziet" de ondergrond. Hier past bifaciaal het best. - Sneeuw. Sneeuw verhoogt de winst sterk, maar in Vlaanderen ligt zelden lang sneeuw. De winterinstraling is bovendien klein, zie Opbrengst in Vlaanderen.
Rekenmodellen zijn onzeker. In een vergelijking van 13 bifaciale modellen verschilden de voorspelde winsten tot een factor twee. PVGIS rekent niet bifaciaal: de referentie van ongeveer 1.050 kWh per kWp geldt voor een gewoon paneel.
Glas-glas: wat verandert er in het paneel?
Gewicht. Een glas-glaspaneel kan zwaarder zijn dan een paneel met achterfolie. Dat hoort bij het draagkrachtonderzoek van je installateur, zie Panelen op een plat dak en Montagesystemen.
Levensduur. Dubbel glas is geen bewijs van een langere levensduur. Gewicht en sterkte hangen af van glasdikte, afmetingen en kader. Vraag naar de test en de omstandigheden waarin die gebeurde, en vergelijk de garantievoorwaarden, zie Product- en vermogensgarantie.
Hagelschade zonder breuk. In een internationale hageltest met ijsballen van 35 tot 55 mm hadden modules die niet braken minder dan 2 % vermogensverlies. Bij glas-glas liggen de cellen in het neutrale vlak, waar de spanning bij buigen het laagst is.
Kans op glasbreuk. Dat is het eigenlijke risico, en het hangt vooral af van de glasdikte. In dezelfde test (2026) brak ⏱ 61 % van de modules met 2,0 mm glas voor en achter bij 45 mm hagel. Modules met dikker glas (bijvoorbeeld 3,2 mm voorglas met folie) braken in 7 % van de gevallen. Het glas bij de randen en bij de gaten voor de aansluitdoos brak het eerst. Dat zijn testresultaten van door fabrikanten ingezonden modules, geen garantie voor jouw dak.
Normen en Vlaamse hagel. De minimale hageltest in de norm IEC 61215 gebruikt ijsballen van 25 mm. Het KMI noteerde hagelstenen van gemiddeld 4 tot 6 cm (uitschieters tot 10 cm) op 26 mei 2009 langs het traject Doornik - Wetteren - Sint-Gillis-Waas, tot 7 cm bij Genk op 28 juni 2011 en tot 7 cm in Sleidinge op 9 juni 2014. Het KMI noemt stenen van meer dan 6 cm "erg uitzonderlijk". De norm is een minimum.
PID. Bij PID (potentiaal-geïnduceerde degradatie) wandelen natriumionen uit het glas naar de cel. Dubbelglasmodules met EVA als bindmiddel kunnen daardoor gevoeliger zijn dan modules met een achterfolie. Polyolefine (POE) voorkomt PID grotendeels.
Doorzichtige achterfolies. Die vergeelden in een betrouwbaarheidstest meer dan witte. Veel ervan zijn nieuw en hebben nog geen lange veldgeschiedenis.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Gent heeft een zuiddak (helling 35°, geen schaduw) en een offerte voor 7 bifaciale glas-glaspanelen van 460 Wp (3,22 kWp).
- Opbrengst van een gewoon paneel: 1.050 kWh per kWp, dus 3,22 × 1.050 = ca. 3.380 kWh per jaar.
- Zelfverbruik ca. 34 %, bespaarde stroom 0,35 euro per kWh, injectie 0,045 euro per kWh.
- Waarde van één extra kWh: 0,34 × 0,35 + 0,66 × 0,045 = ca. 0,15 euro.
- De extra opbrengst is een scenario, want er is geen Vlaamse meting.
| Extra opbrengst | Extra kWh per jaar | Waarde per jaar | Wanneer realistisch |
|---|---|---|---|
| 0 % | 0 | 0 euro | panelen dicht op het dakvlak |
| 2 % | 68 | ca. 10 euro | lichte reflectie, hogere montage |
| 5 % | 169 | ca. 25 euro | opgestelde panelen boven een lichte ondergrond |
| 10 % | 338 | ca. 50 euro | gunstige hoogte, hellingshoek en ondergrond (veronderstelling) |
Op een hellend dak is 0 tot 2 % de redelijke verwachting. Een eventuele meerprijs moet uit een kleine, onzekere winst komen. Hogere stroom bij veel achterlicht betekent ook dat de maximale ingangsstroom van je omvormer telt, zie DC/AC-ratio en afkappen en Stringdimensionering.

Goed om te weten
- Bijna elke cel is bifaciaal, maar je dak benut dat bijna niet. "Bifaciaal" op je offerte betekent niet dat je meer kWh krijgt. Verwacht het alleen waar de achterzijde echt licht ziet.
- Glas-glas is niet automatisch hagelbestendiger. Vraag naar de dikte van het voorglas, niet alleen of het glas-glas is.
- Vlaanderen heeft hagelstenen van 4 tot 7 cm gezien. De minimumnorm test op 2,5 cm.
- Een bifaciale winst van 2 tot 10 % is hier ongeveer 10 tot 50 euro per jaar. Elke extra procent is ca. 34 kWh, ongeveer 5 euro.
- Bifaciale panelen leveren bij veel achterlicht meer stroom. Dat getal moet binnen de maximale ingangsstroom van de omvormer blijven.
Voor- en nadelen
Bifaciaal - Voordelen: extra opbrengst waar de achterzijde licht ziet. Bijna alle huidige cellen zijn bifaciaal, dus de keuze kost meestal niets extra. - Nadelen: op een hellend dak is de winst klein of nul. Hogere stroom vraagt aandacht voor omvormer en kabels. Modellen verschillen tot een factor twee.
Glas-glas - Voordelen: cellen in het neutrale vlak, weinig vermogensverlies bij niet-gebroken modules na hagel, geen achterfolie die kan vergelen. - Nadelen: zwaarder. Bij 2,0 + 2,0 mm glas brak 61 % van de geteste modules bij 45 mm hagel. In combinatie met EVA kan PID vaker voorkomen.
Voor wie het technisch wil weten
- Datasheet. Op bifaciale modules staat vaak een tweede vermogenstabel met 1.000 W/m² vooraan en 135 W/m² achteraan. Dat is een rekenpunt van de fabrikant, geen verwachting voor jouw dak.
- Systeemwinst. Het IEA PVPS onderscheidt optische winst (licht achteraan ÷ licht vooraan), modulewinst (× bifacialiteitsfactor) en systeemwinst. De laatste is lager door ohmse verliezen (kwadratisch in de stroom) en afkappen. De DC/AC-verhouding speelt mee, zie DC/AC-ratio en afkappen.
- Ongelijk belicht. De achterzijde krijgt ongelijkmatiger licht dan de voorzijde. Dat geeft mismatch binnen het paneel en tussen panelen in een string. Micro-omvormers of optimizers kunnen dat opvangen, maar kosten extra, zie Micro-omvormers en Optimizers.
- Randeffecten. Panelen aan de rand van een opstelling krijgen extra licht. Kleine proefopstellingen overschatten daardoor de winst van grote installaties.
- Mechanische stress. Bij grote modules van 2,5 tot 3,0 m² steeg de breuk in een stresstest bij een dunner kader. Residentiële modules van ongeveer 2 m² vallen buiten dat bereik.
Veelgestelde vragen
Is een glas-glaspaneel te zwaar voor mijn dak?
Het verschil kan enkele kilo's per paneel bedragen. Of je dak het aankan, beoordeelt je installateur.
Dekt mijn verzekering hagelschade aan panelen?
Dat hangt af van je polis, zie Brandveiligheid en verzekering.
Hebben bifaciale panelen altijd extra opbrengst?
Nee. Alleen als de achterzijde licht krijgt. Dicht op een hellend dak is de winst 0 tot 2 %; boven een lichte ondergrond, op een carport of een stellage kan het 5 % of meer zijn.
Is glas-glas beter tegen hagel?
Niet automatisch. De dikte van het voorglas telt het meest: in de test brak 61 % van de modules met 2,0 mm glas bij 45 mm hagel, tegenover 7 % bij dikker glas. Vraag naar de glasdikte.
Loont een bifaciaal paneel op een plat dak?
Soms. Hoogte, hellingshoek en kleur van de dakbedekking bepalen het licht achteraan. Metingen voor Vlaamse platte daken ontbreken. Zie Panelen op een plat dak.