Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsSlim sturen Gids · 13 hoofdstukken

Deel 1 · Meter en gegevens

  1. 1De digitale meter
  2. 2De P1-poort
  3. 3Energiedata en monitoring

Deel 2 · Zelfverbruik en sturing

  1. 4Energiemanagementsysteem (EMS)
  2. 5Zelfverbruik verhogen
  3. 6Verbruik verschuiven
  4. 7Warmtepomp sturen
  5. 8Communicatie: Modbus, API, lokaal of cloud
  6. 9Voorspellingen: zon, verbruik en prijs

Deel 3 · Dynamische prijzen

  1. 10Dynamisch energiecontract
  2. 11Voor wie een dynamisch tarief loont
  3. 12Negatieve prijzen en injectie beperken

Deel 4 · Veiligheid

  1. 13Cyberveiligheid

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids slim sturen · Deel 2 · Zelfverbruik en sturing

5Zelfverbruik verhogen

In het kort

Zelfverbruik verschilt per gezin: thuiswerk, ploegenwerk en een elektrische wagen die overdag of 's nachts laadt maken verschil. Uit onze gegevens blijkt dat we gemiddeld op 34 % zelfverbruik zitten, maar dat kan veel hoger liggen als je slim verbruikt en stuurt.

De Vlaamse overheid noemt 28 % voor een gemiddeld gezin. ⏱ Door afwasmachine, wasmachine en droogkast rond de middag te laten draaien kan dat volgens de Vlaamse overheid tot 35 % stijgen. Daarna kun je het verder opdrijven met warm water en laden op zonne-uren, automatische sturing (Energiemanagementsysteem (EMS)) en eventueel een thuisbatterij (Hoe een thuisbatterij werkt).

Wat is zelfverbruik en hoe bereken je het?

Zelfverbruik is het deel van je zonnestroom dat je rechtstreeks zelf gebruikt, zonder dat het eerst het net op gaat. Stroom die je verbruikt terwijl de panelen produceren, is gratis.

De formule: zelfverbruik (%) = (P − I) ÷ P × 100. - P is je totale productie, te lezen op de omvormer of de productiemeter. - I is je totale injectie op het net, te lezen in Mijn Fluvius bij een digitale meter (zie De digitale meter).

Volgens de Vlaamse overheid haalt een gemiddeld gezin dat niet inspeelt op de productie 28 % zelfverbruik en levert het bijna 2.500 kWh per jaar aan het net.

Zelfverbruik is niet hetzelfde als zelfvoorziening. Het eerste meet hoeveel van je productie je zelf gebruikt, het tweede hoeveel van je verbruik je met eigen productie dekt. Je kunt een hoog zelfverbruik hebben met weinig panelen en toch veel stroom aankopen. Je kunt ook veel produceren en een groot deel van je vraag dekken, terwijl het merendeel van je productie op het net belandt. Geen van beide percentages zegt alleen genoeg over je installatie.

Tekening volgteen rijwoning met panelen en twee cirkeldiagrammen ernaast. Links: van de productie gaat een klein deel naar het huis (zelfverbruik). Rechts: van het verbruik komt een deel van de panelen en de rest van het net (zelfvoorziening). Dezelfde stroom, twee noemers.

Zonnepanelen produceren het meest tussen 11 en 15 uur, met in de zomer een piek rond 14 uur. Over de opbrengst lees je meer in Opbrengst in Vlaanderen en over de oriëntatie in Oriëntatie en hellingshoek.

Zelfverbruik per gebruiksprofiel

De Vlaamse overheid geeft het jaarlijkse zelfverbruik voor zeven gezinsprofielen. Ze heten hier "profiel 1" tot "profiel 7", niet te verwarren met de P1-poort uit De P1-poort.

Profiel Kenmerk Zelfverbruik per jaar
1 lichte stijging 's ochtends en 's avonds 30 %
2 opvallende stijging 's ochtends 31 %
3 opvallende stijging 's avonds 27 %
4 aanhoudend laag verbruik 29 %
5 elektrische boiler op nachttarief 17 %
6 accumulatieverwarming op nachttarief 8 %
7 warmtepomp 22 %

Per maand schommelt dat sterk. Profiel 1 gaat van 29 % in juni tot 84 % in december. In de winter ligt het percentage hoger omdat de panelen minder produceren en de vraag hoger is.

Het zelfverbruik per gezinsprofiel loopt van 31 % bij een stijging 's ochtends tot slechts 8 % bij accumulatieverwarming op nachttarief.

VideoToepassing 1: PV met elektrische boiler en wasmachineBron: Maak Je Meter Slim (Volta), via YouTube

Stap 1: meet waar je staat
  • Bereken je zelfverbruik met de formule uit 'Wat is zelfverbruik en hoe bereken je het?'.
  • ⏱ Controleer in Mijn Fluvius of de uitlezing van je kwartierwaarden actief is (zie De digitale meter). Een historiek bestaat pas vanaf dat moment. Zo zie je wanneer je overschot injecteert.
  • Een app op de P1-poort toont het ook seconde per seconde (zie De P1-poort en Energiedata en monitoring).
Stap 2: schuif toestellen naar de zonne-uren
  • Start afwasmachine, wasmachine en droogkast rond de middag, na elkaar: bijvoorbeeld de afwasmachine rond 11 tot 12 uur, dan de wasmachine en daarna de droogkast. Een waslijn is een goed alternatief voor de droogkast.
  • Strijken, elektrisch koken en elektrische fietsen en steps opladen overdag helpt ook.
  • Een timer of uitstelknop is handig, maar laat toestellen enkel draaien als er iemand thuis is. Dat is een kwestie van brandveiligheid.
  • Meer over gedrag en toestellen: Verbruik verschuiven.
Stap 3: warm water

Een warmtepompboiler of elektrische boiler met een thermisch voorraadvat houdt water vele uren warm. Je kunt het water voor douche of bad tussen 11 en 15 uur opwarmen, en een eenvoudige timer kan dat automatisch doen. Let op bij een boiler met een aparte elektrische weerstand: die kan je piekvermogen sterk verhogen (zie Het capaciteitstarief). Vraag je installateur naar de opties. Heb je een warmtepomp, dan lees je in Warmtepomp sturen hoe je het warme water op de zonne-uren laat opwarmen.

Stap 4: verwarming
  • Een warmtepomp in een goed geïsoleerde woning verbruikt gemiddeld ongeveer 4.000 kWh per jaar. Oudere woningen met accumulatieverwarming verbruiken 10.000 tot 20.000 kWh per jaar, afhankelijk van de grootte.
  • Verwarming verschuiven kan maar beperkt. Met slimme sturing verwarm je overdag meer en geniet je 's avonds van de restwarmte. Aanpassingen aan de sturing kunnen ook tot een hoger energiegebruik leiden, dus laat ze instellen door een vakman. Meer over sturen met een warmtepomp in Warmtepomp sturen.
  • Accumulatieverwarming op een meter voor uitsluitend nachttarief kan niet werken met zelf opgewekte zonnestroom: de panelen hangen dan aan een aparte meter.
Stap 5: elektrische wagen

Elke thuislaadbeurt die je van de avond naar de middag verplaatst, levert voordeel op. Hoeveel hangt af van je kilometers, je thuislaadmogelijkheden en de grootte van je installatie.

De gemiddelde Vlaming rijdt 15.000 km per jaar, ongeveer 40 km per dag. Laden aan een laadpunt van 4 kW levert ongeveer 15 km per uur. Laad liever elke dag wat bij dan om de paar dagen volledig, en niet aan het hoogste vermogen. Meer over laden met zonnestroom: Laden met zonnestroom. Over automatisch afstemmen op het overschot: Load balancing en dynamisch laden en Slimme laadpaal.

Stap 6: automatisch sturen

Een energiemanagementsysteem (EMS, zie Energiemanagementsysteem (EMS)) stuurt het zelfverbruik automatisch, zonder dat je telkens moet ingrijpen.

Stap 7: een thuisbatterij?

De Vlaamse overheid noemt een thuisbatterij als extra middel "waar nuttig", maar geeft er geen cijfers voor. Of ze zich terugverdient, lees je in Rendabiliteit in Vlaanderen en de dimensionering in De juiste capaciteit. Met je eigen offerte (Offertes vergelijken) en de btw-regels (Btw: 6 % of 21 %) kan het resultaat verschillen van een standaardvoorbeeld.

Installatieontwerp

Panelen met meer vermogen dan je jaarverbruik nodig heeft en oost-westopstellingen geven doorgaans een lager zelfverbruik. Kleinere installaties verhogen het. Zie Hoeveel panelen je nodig hebt en Oriëntatie en hellingshoek.

Rekenvoorbeeld

Gezin in Gent met 3.500 kWh verbruik per jaar en 7 zonnepanelen van 460 Wp (3,22 kWp) op een zuidgericht dak met 35° helling, zonder schaduw. Dit is het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check.

Aannames: - Opbrengst ongeveer 1.050 kWh per kWp per jaar (zuid, 35°), dus 3,22 × 1.050 = ca. 3.380 kWh. - Zelfverbruik zonder aanpassing ca. 34 % (het zelfverbruik dat de MYNRG Check zonder batterij berekent bij deze verhouding tussen opbrengst en verbruik). Met toestellen op de middag nemen we een stijging van 7 procentpunt, naar analogie met de stijging van 28 naar 35 % die de Vlaamse overheid noemt. - Geen batterij. - Rekenwaarden: bespaarde stroom 0,35 euro/kWh, injectievergoeding 0,045 euro/kWh. Het verschil is 0,305 euro per verschoven kWh.

Zonder aanpassing Met toestellen op de middag
Zelfverbruik ca. 34 % ca. 41 %
Zelf verbruikt 3.380 × 0,336 = ca. 1.135 kWh 3.380 × 0,406 = ca. 1.372 kWh
Geïnjecteerd 3.380 − 1.135 = ca. 2.245 kWh 3.380 − 1.372 = ca. 2.008 kWh
Afname van het net 3.500 − 1.135 = ca. 2.365 kWh 3.500 − 1.372 = ca. 2.128 kWh
Zelfvoorziening (zelf verbruikt ÷ verbruik) ca. 32 % ca. 39 %

Het gezin neemt ongeveer 237 kWh minder af per jaar (1.372 − 1.135). Elke kWh die je zelf verbruikt, bespaart 0,35 euro, maar je mist de injectievergoeding van 0,045 euro. De netto winst is dus 237 × (0,35 − 0,045) = 237 × 0,305 = ca. 72 euro per jaar. Toestellen verschuiven kost niets maar levert een bescheiden voordeel op. De grotere hefbomen zijn boiler en wagen.

Per verschoven kWh is dat 0,305 euro. Verplaats je 2 kWh van de avond naar een zonnige middag, dan vermijd je 2 × 0,35 = 0,70 euro aankoop en mis je 2 × 0,045 = 0,09 euro injectie: samen 0,61 euro.

Laden van de wagen: 40 km per dag aan 4 kW (15 km per uur) vraagt ongeveer 2,7 uur (40 ÷ 15). Dat past in het venster tussen 11 en 15 uur. Hoe je dat automatiseert, lees je in Energiemanagementsysteem (EMS).

Goed om te weten
  • Een warmtepomp heeft een lager zelfverbruik dan het gemiddelde. Het profiel met warmtepomp haalt 22 % tegenover 28 % gemiddeld (Vlaamse overheid), omdat het verbruik vaak buiten de zonne-uren valt (winter, avond).
  • Een hoog percentage in de winter zegt weinig. Profiel 1 haalt 84 % in december, maar dan produceren de panelen weinig. Een hoog percentage betekent daar weinig kWh.
  • Een hoger percentage is niet altijd beter. Een kleine installatie heeft een hoger percentage maar produceert minder. Voor je portemonnee telt wat je uiteindelijk bespaart en ontvangt, niet het percentage alleen (zie Terugverdientijd en Injectievergoeding).
  • Verschuiven levert enkel iets op voor stroom die je anders zou aankopen. Zet je een extra toestel aan dat je niet nodig had, dan vermijd je geen aankoop, je gebruikt gewoon meer. Hetzelfde geldt voor je woning verder opwarmen dan nuttig is of een batterij onnodig leegmaken om morgen meer te kunnen opnemen. Het percentage stijgt, je portemonnee niet.
  • Een nachtmeter sluit zonnestroom uit. De profielen met een elektrische boiler (17 %) of accumulatieverwarming (8 %) op nachttarief hebben ook het laagste zelfverbruik van de zeven.
Voor- en nadelen
Voordelen Nadelen en aandachtspunten
Stroom die je zelf verbruikt, is gratis en vermijdt afname Gedrag alleen heeft een beperkt effect
Vaak gratis (gedrag, timers), geavanceerder met een EMS Timers: draai toestellen enkel als er iemand thuis is
Minder afhankelijk van het net (Injectievergoeding, Negatieve prijzen en injectie beperken) Verkeerde sturing van een warmtepomp kan het verbruik verhogen
Helpt je piek (Het capaciteitstarief) Een batterij is een grote investering die niet voor iedereen rendabel is (Rendabiliteit in Vlaanderen)
Voor wie het technisch wil weten
  • Begrippen. In het rekenvoorbeeld is 1.135 kWh ÷ 3.380 kWh = ca. 34 % zelfverbruik en 1.135 kWh ÷ 3.500 kWh = ca. 32 % zelfvoorziening. Het zijn twee gezichtspunten op dezelfde 1.135 kWh.
  • Meting. De digitale meter registreert afname en injectie apart, per kwartier. Zelfverbruik meet hij niet rechtstreeks. Je leidt het af uit productie en injectie.
  • Rendement van verschuiven. De winst per verschoven kWh is het verschil tussen de afname die je vermijdt en de injectie die je misloopt, in het rekenvoorbeeld 0,35 − 0,045 = 0,305 euro (Injectievergoeding). Een zelf verbruikte kWh is dan ca. 7,8 keer meer waard dan een geïnjecteerde. Dat verschil verandert met je contract (Dynamisch energiecontract, Negatieve prijzen en injectie beperken).
  • Piek en zelfverbruik. Een auto die met 7 kW laadt terwijl de panelen 3 kW leveren, belast het net met 4 kW. Laden op het overschot verhoogt dus je zelfverbruik en verlaagt je kwartierpiek (Het capaciteitstarief).
Veelgestelde vragen
Wat is een goed zelfverbruik?

Dat verschilt per gezin. Uit onze gegevens blijkt dat we gemiddeld op 34 % zitten, en dat kan veel hoger liggen als je slim verbruikt en stuurt. ⏱ De Vlaamse overheid noemt 28 % voor een gemiddeld gezin, en tot 35 % met aangepast gedrag.

Heeft een hoog zelfverbruik altijd zin?

Niet altijd. Een kleinere installatie geeft een hoger percentage, maar minder opbrengst. Ook extra verbruik dat je niet nodig had, verhoogt het percentage zonder dat je iets bespaart. Zie Hoeveel panelen je nodig hebt en Terugverdientijd.

Is rechtstreeks gebruikte zonnestroom gratis?

Op dat moment koop je die stroom niet aan, maar je hebt wel in de installatie geïnvesteerd en je mist de injectievergoeding. Voor de keuze om verbruik te verplaatsen telt het verschil tussen vermeden aankoop en gemiste vergoeding: in het voorbeeld 0,305 euro per kWh.

Wat is het verschil tussen zelfverbruik en zelfvoorziening?

Zelfverbruik is het deel van je productie dat je zelf gebruikt. Zelfvoorziening is het deel van je verbruik dat je met eigen productie dekt. In het rekenvoorbeeld is dat 34 % tegenover 32 %: dezelfde kWh, een andere noemer.

Hoe bereken ik mijn zelfverbruik?

Trek je injectie van je productie af en deel het resultaat door je productie. De productie lees je af op de omvormer, de injectie in Mijn Fluvius (De digitale meter).

Heb ik een thuisbatterij nodig?

Niet noodzakelijk. Begin met gedrag en sturing en kijk daarna naar Rendabiliteit in Vlaanderen en De juiste capaciteit.

Bronnen bij dit hoofdstuk