Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsKosten & regels Gids · 17 hoofdstukken

Deel 1 · Kosten en rendement

  1. 1Wat een installatie kost
  2. 2Terugverdientijd
  3. 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
  4. 4Injectievergoeding
  5. 5Btw: 6 % of 21 %
  6. 6Premies en voordelen
  7. 7Offertes vergelijken

Deel 2 · Tarieven en meter

  1. 8Het capaciteitstarief
  2. 9Van terugdraaiende teller naar digitale meter
  3. 10Energiedelen

Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning

  1. 11Aanmelden bij Fluvius
  2. 12AREI-keuring
  3. 13Netvoorschriften C10/11 en C10/26
  4. 14Vergunning

Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen

  1. 15Brandveiligheid en verzekering
  2. 16Stekkerpanelen
  3. 17Erkende installateur

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement

3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW

In het kort

De terugverdientijd zegt wanneer je geld terug is. ROI, IRR en NCW zeggen wat je daarna overhoudt, rekening houdend met het tijdstip van elk bedrag.

In ons standaardvoorbeeld (3,22 kWp voor ongeveer 2.900 euro, 34 % zelfverbruik, zie Terugverdientijd) is het resultaat na 25 jaar +7.692 euro (ROI 265 %), de IRR 15,1 % per jaar en de NCW +5.410 euro bij 2 % en +3.794 euro bij 4 %. Bij 50 % zelfverbruik is de IRR 21,6 %, bij 60 % 25,3 %. Die levensduurrekening houdt rekening met 0,5 % degradatie per jaar en een nieuwe omvormer in jaar 12; de MYNRG Check rekent die twee niet mee.

Wat betekenen ROI, IRR en NCW?
  • ROI (return on investment) is het netto resultaat gedeeld door de investering. Er is geen vaste definitie. Wij tellen alle jaarlijkse opbrengsten op, trekken de investering af en delen door de investering.
  • NCW (netto contante waarde, in het Engels NPV) is het verschil tussen wat je binnenkrijgt en uitgeeft, omgerekend naar vandaag tegen een rente die jij kiest. Een euro over twintig jaar is minder waard dan een euro nu. Is de NCW groter dan 0, dan doet de investering het beter dan je alternatief, is ze kleiner dan 0, dan doet ze het slechter.
  • IRR (interne rentevoet) is het jaarlijkse rendement van de investering zelf: de rente waarbij de NCW precies nul is. Je hoeft zelf geen rente te kiezen.

De terugverdientijd zegt niets over wat er na het break-evenpunt gebeurt. De NCW telt alle kosten en baten mee, ongeacht wanneer ze vallen.

Tekening volgteen weegschaal met links een stapel munten "vandaag" en rechts een grotere stapel "over 20 jaar" die toch lichter doorweegt, om te tonen dat een bedrag later minder waard is dan nu.
De aannames

Het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check, aangevuld met de twee zaken die de MYNRG Check niet meerekent.

Aanname Waarde
Gezin 3.500 kWh verbruik per jaar, zuid 35°, geen schaduw
Installatie 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp, ongeveer 2.900 euro (900 euro per kWp)
Opbrengst 1.050 kWh per kWp in jaar 1, dus ongeveer 3.380 kWh
Degradatie 0,5 % per jaar (niet in de MYNRG Check)
Zelfverbruik zonder batterij 34 % (gemiddelde uit onze gegevens, het verschilt per gezin; gevoeligheid: 50 %, 60 %)
Bespaarde stroom 0,35 euro per kWh, constant
Injectievergoeding 0,045 euro per kWh, constant
Omvormer vervangen in jaar 12 voor 1.150 euro (niet in de MYNRG Check)
Onderhoud 0 euro per jaar
Looptijd 25 jaar, geen restwaarde

⏱ De prijzen zijn constant. Daardoor is de rente in dit hoofdstuk een reële rente, dus een rente na inflatie.

Eén installatie, vier "rendementen"

Voor dezelfde ongeveer 2.900 euro kun je de volgende cijfers lezen:

  • Over 25 jaar: 7.692 / 2.898 = 265 % (zonder omvormervervanging 305 %).
  • Gemiddeld per jaar: 265 % / 25 = 10,6 %.
  • Bruto jaarrendement in jaar 1: 498 / 2.898 = 17,2 %.
  • IRR: 15,1 % per jaar.

Elk cijfer is juist, maar ze beantwoorden een andere vraag. Vraag bij een ROI-getal altijd over welke periode het gaat en wat is meegeteld (omvormer, onderhoud).

NCW bij verschillende rentes

Er is geen "juiste" rente. Kies er twee en kijk of je conclusie dezelfde blijft.

Rente NCW (euro)
0 % +7.692
2 % +5.410
4 % +3.794
6 % +2.622
8 % +1.753
10 % +1.096

⏱ Ter vergelijking: een consumentenorganisatie noemde voor de staatsbon van 4 september 2026 een rente van 2,75 % bruto op 1 jaar en 3,70 % bruto op 10 jaar. Dat zijn nominale rentes, dus niet na inflatie, en daarom niet rechtstreeks vergelijkbaar met onze reële rente.

De IRR ligt waar de NCW nul wordt: 15,10 % per jaar. Zonder omvormervervanging is dat 16,35 %. Met de gedisconteerde terugverdientijd (de terugverdientijd met toekomstige bedragen omgerekend naar vandaag) duurt het iets langer: 6,3 jaar bij 2 %, 6,6 jaar bij 3 % en 6,9 jaar bij 4 %, tegenover 5,9 jaar zonder omrekening. Bij 6 % is dat 7,5 jaar.

De cumulatieve kasstroom stijgt over 25 jaar tot +7.692 euro bij 0 % rente en +3.794 euro bij 4 % rente, met een knik in jaar 12 door de nieuwe omvormer.
Rekenvoorbeeld

Een gezin in een woning uit 1985 verbruikt 3.500 kWh per jaar, heeft een digitale meter en woont in Vlaanderen. De aannames zijn die uit de tabel bij 'De aannames'.

Jaar 1: 3.381 kWh x 33,6 % = 1.135 kWh zelf verbruikt x 0,35 euro = 397,32 euro. Daarnaast 2.246 kWh geïnjecteerd x 0,045 euro = 101,06 euro. Samen 498 euro.

Jaar Netto kasstroom Cumulatief Cumulatief bij 2 % Cumulatief bij 4 %
0 -2.898 -2.898 -2.898 -2.898
1 +498 -2.400 -2.409 -2.419
5 +488 -431 -572 -701
6 +486 +55 -140 -316
10 +476 +1.975 +1.483 +1.061
12 -678 (472 min 1.150 omvormer) +1.771 +1.329 +945
16 +462 +3.634 +2.728 +2.001
20 +453 +5.460 +3.994 +2.886
25 +442 +7.692 +5.410 +3.794

Zonder omrekening verdien je je geld terug in jaar 6 (5,9 jaar met degradatie en omvormervervanging, 5,8 jaar zonder). Bij 2 % staat de installatie na 25 jaar 5.410 euro beter dan je alternatief, bij 4 % 3.794 euro en bij 6 % 2.622 euro.

Zelfverbruik is de grootste hefboom
Zelfverbruik Besparing jaar 1 (euro) Terugverdientijd (jaar) IRR NCW bij 2 % NCW bij 4 %
34 % (basis) 498 5,9 15,10 % +5.410 +3.794
50 % 668 4,4 21,55 % +8.542 +6.312
60 % 771 3,8 25,33 % +10.449 +7.845
Wat mag er verkeerd lopen?

Telkens één variabele, de rest zoals in de basis:

  • Minimaal zelfverbruik voor een NCW van 0: 1,9 % bij 0 %, 5,2 % bij 2 % en 8,8 % bij 4 %. Het model van de MYNRG Check gaat nooit onder 18 % zelfverbruik, dus dit is een rekenkundige grens.
  • Maximale investering voor een NCW van 0 (met omvormervervanging): 8.308 euro bij 2 % (ongeveer 2.580 euro per kWp) en 6.692 euro bij 4 % (ongeveer 2.078 euro per kWp). Dat is een rekenkundige grens, geen prijsadvies.
  • Minimale bespaarprijs voor een NCW van 0: 0,092 euro per kWh bij 2 % en 0,125 euro bij 4 %.
Wijziging Terugverdientijd (jaar) IRR NCW bij 2 % (euro)
Basis 5,9 15,10 % +5.410
Investering 1.900 euro 3,8 24,58 % +6.410
Investering 3.900 euro 8,0 10,34 % +4.410
Bespaarprijs 0,29 euro per kWh 6,8 12,38 % +4.151
Bespaarprijs 0,41 euro per kWh 5,2 17,74 % +6.670
Injectievergoeding 0 euro 7,4 11,02 % +3.542
Onderhoud 100 euro per jaar 7,4 10,91 % +3.458
Bespaarprijs +2 % per jaar 5,7 16,89 % +7.240
Geen degradatie 5,8 15,66 % +5.925
Zonder omvormervervanging 5,9 16,35 % +6.317
Effect van de btw en de looptijd

Veronderstel dat de ongeveer 2.900 euro inclusief 6 % btw is. Bij 21 % in plaats van 6 % btw kost dezelfde installatie ongeveer 3.308 euro (zie Btw: 6 % of 21 %). De terugverdientijd wordt dan 6,7 jaar, de IRR 12,83 % en de NCW +5.000 euro bij 2 % en +3.384 euro bij 4 %.

Fluvius noemt een gemiddelde levensduur van 25 tot 30 jaar. Voor 30 jaar veronderstellen we een tweede omvormervervanging in jaar 24.

Looptijd IRR NCW bij 2 % (euro) Resultaat zonder omrekening (euro)
20 jaar 14,48 % +3.994 +5.460
25 jaar 15,10 % +5.410 +7.692
30 jaar 15,13 % +5.946 +8.718
Wat zit er niet in?
  • Waardestijging van de woning of een beter EPC (energielabel). Fluvius meldt dat de waarde kan stijgen, maar noemt geen bedrag.
  • ⏱ Premies: sinds 1 januari 2024 is er geen premie meer specifiek voor zonnepanelen, zie Premies en voordelen.
  • Een stijgende of dalende stroomprijs (basis: constant).
  • Belastingen op het rendement en de kost van een lening.
Goed om te weten
  • 100 euro onderhoud per jaar kost je veel rendement. Geef je elk jaar 100 euro uit, dan zakt de IRR van 15,10 % naar 10,91 % en de NCW bij 2 % van +5.410 naar +3.458 euro. Een flinke regenbui haalt gewoon stof weg. Vogelpoep of korstmos vraagt wel aandacht, maar reinig niet vaker dan nodig.
  • De omvormer kost je ongeveer 1,3 procentpunt rendement. De IRR gaat van 16,35 % zonder naar 15,10 % met omvormervervanging.
  • Een lage injectievergoeding doet pijn, maar niet het meest. Bij 0 euro injectievergoeding zakt de IRR van 15,10 % naar 11,02 %. Een lagere bespaarprijs (0,29 in plaats van 0,35 euro per kWh) kost 2,7 procentpunt.
  • Reëel en nominaal vergelijken is appelen met peren. Onze 15,1 % is een rendement na inflatie. Leg je het naast een nominale rente op een spaarproduct, dan vergelijk je twee verschillende dingen. Bespaarde stroom is bovendien geen belegging die je kunt verkopen.
  • De btw weegt door in je rendement. Met 21 % in plaats van 6 % btw zakt de IRR van 15,10 % naar 12,83 %.
Voor- en nadelen van de maatstaven
Maatstaf Voordelen Nadelen
Terugverdientijd Begrijpelijk, snel te berekenen Negeert wat na het break-evenpunt komt en de tijdswaarde van geld
ROI Eén vertrouwd getal Geen vaste definitie, hangt af van periode en wat je meetelt
IRR Jaarlijks rendement, zonder dat je zelf een rente kiest Zegt niets over het bedrag; vergelijkt enkel goed bij gelijke looptijd en risico
NCW Telt alle kasstromen mee en geeft een bedrag in euro Je moet een rente kiezen en die bepaalt de uitkomst
Voor wie het technisch wil weten
  • De investering staat in jaar 0. Opbrengsten en kosten van elk jaar komen aan het einde van dat jaar.
  • Productie: P(t) = 3,22 kWp x 1.050 x 0,995^(t-1) kWh. In jaar 25 is dat ongeveer 2.998 kWh.
  • Kasstroom: C(t) = P(t) x (33,6 % x 0,35 + 66,4 % x 0,045) euro, dus P(t) x 0,147 euro. In jaar 12 gaat daar 1.150 euro van af.
  • NCW = som van C(t) / (1 + r)^t, van t = 0 tot de looptijd, met C(0) = -2.898 euro.
  • De kasstroom is negatief in jaar 0, negatief in jaar 12 en positief in de andere jaren. Toch heeft de NCW tussen -50 % en +100 % maar één nulpunt, dus de IRR is eenduidig.
  • De grenswaarden bepalen we door de NCW voor één variabele op nul te leggen.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede IRR voor zonnepanelen?

Dat hangt af van het alternatief en het risico. In het standaardvoorbeeld is de IRR 15,1 % na inflatie. Vergelijk met wat jij anders met het geld zou doen.

Wat is het verschil tussen NCW en terugverdientijd?

De terugverdientijd zegt wanneer je geld terug is. De NCW zegt hoeveel meer of minder je investering waard is dan je alternatief.

Is een ROI van 265 % een jaarrendement?

Nee. Het is het totale netto resultaat over 25 jaar gedeeld door de investering. Het percentage delen door 25 geeft ook geen samengesteld jaarrendement. Daarvoor gebruik je de IRR, hier 15,1 % per jaar.

Welke rente gebruik ik voor de NCW?

Er bestaat geen juiste rente. Kies er twee, bijvoorbeeld 2 % en 4 %, en kijk of je conclusie dezelfde blijft. Gebruik een reële rente (na inflatie) zolang je met constante prijzen rekent.

Kan een investering in zonnepanelen negatief uitdraaien?

Ja, maar dan moet het erg tegenzitten. Bij een prijs van 3.900 euro, 0,29 euro per bespaarde kWh en 34 % zelfverbruik duurt de terugverdientijd al 9,1 jaar (zie Terugverdientijd). Het is vooral een risico bij een hoge prijs, een laag zelfverbruik en een dalende stroomprijs tegelijk.

Bronnen bij dit hoofdstuk