Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsKosten & regels Gids · 17 hoofdstukken

Deel 1 · Kosten en rendement

  1. 1Wat een installatie kost
  2. 2Terugverdientijd
  3. 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
  4. 4Injectievergoeding
  5. 5Btw: 6 % of 21 %
  6. 6Premies en voordelen
  7. 7Offertes vergelijken

Deel 2 · Tarieven en meter

  1. 8Het capaciteitstarief
  2. 9Van terugdraaiende teller naar digitale meter
  3. 10Energiedelen

Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning

  1. 11Aanmelden bij Fluvius
  2. 12AREI-keuring
  3. 13Netvoorschriften C10/11 en C10/26
  4. 14Vergunning

Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen

  1. 15Brandveiligheid en verzekering
  2. 16Stekkerpanelen
  3. 17Erkende installateur

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids kosten & regels · Deel 1 · Kosten en rendement

2Terugverdientijd

In het kort

De terugverdientijd is het aantal jaar tot je jaarlijkse besparingen de investering hebben terugbetaald. ⏱ Fluvius schat hem in Vlaanderen op "zo'n acht tot tien jaar", afhankelijk van je situatie.

In ons standaardvoorbeeld (3.500 kWh verbruik, 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp, voor ongeveer 2.900 euro) bespaar je ongeveer 500 euro per jaar en is de investering na ongeveer 5,8 jaar terugbetaald. Bij 50 % zelfverbruik is dat 4,3 jaar, bij 60 % 3,8 jaar. Zelfverbruik is de belangrijkste knop.

De formule

Jaarlijkse opbrengst = (kWh die je zelf verbruikt x prijs die je daardoor niet meer betaalt) + (kWh die je injecteert x injectievergoeding) - jaarlijkse kosten.

De eenvoudige terugverdientijd is investering gedeeld door jaarlijkse opbrengst, met constante prijzen. Zo rekent ook de MYNRG Check, die daarom een bereik toont ("5 tot 7 jaar" voor het standaardvoorbeeld). Wat die methode niet meerekent (degradatie en een nieuwe omvormer), lees je bij 'Wat de MYNRG Check niet meerekent'.

De ingrediënten

Investering. Alle kosten om te starten: panelen, omvormer, montage, keuring, aanmelding en btw. Prijzen en btw-regels staan in Wat een installatie kost. ⏱ Zonnepanelen met omvormer kosten ongeveer 0,9 tot 1 euro per wattpiek, inclusief btw. We rekenen met 900 euro per kWp tot 4 kWp, lineair dalend naar 850 euro per kWp bij 10 kWp (zonnepanelen en omvormer, zonder batterij). Voor 3,22 kWp is dat ongeveer 2.900 euro. Er is in Vlaanderen sinds 1 januari 2024 geen premie meer specifiek voor zonnepanelen, dus er valt niets af te trekken.

Productie. Een zuidgericht dak met 35° helling haalt in Vlaanderen ongeveer 1.050 kWh per kWp per jaar (PVGIS, met 14 % systeemverliezen). Een oost- of westdak met 30° helling haalt ongeveer 900 kWh per kWp, ongeveer 15 % minder dan zuid; de MYNRG Check rekent per dakvlak en kent geen gecombineerde oost-westopstelling. Schaduw en weer bepalen wat je in werkelijkheid haalt. Een paneel van 460 Wp levert dan ongeveer 483 kWh per jaar. Het aantal panelen is je jaarverbruik gedeeld door die opbrengst per paneel, afgerond: 3.500 / 483 = 7,25, dus 7 panelen.

Zelfverbruik en injectie. Zelfverbruik is de stroom van je panelen die je meteen zelf gebruikt. Zonder batterij hangt het af van de verhouding tussen productie en verbruik: hoe groter je installatie ten opzichte van je verbruik, hoe kleiner het aandeel dat je zelf gebruikt. Zelfverbruik verschilt per gezin: thuiswerk, ploegenwerk of een elektrische wagen die overdag of 's nachts laadt maken een groot verschil. Uit onze gegevens blijkt dat we gemiddeld op 34 % zelfverbruik zitten, maar dat kan veel hoger liggen als je slim verbruikt en stuurt. ⏱ De Vlaamse overheid noemt voor een gemiddeld gezin zonder batterij ongeveer 28 % (Vlaanderen.be). Ons rekenvoorbeeld gebruikt 34 %. Het overschot gaat naar het net (injectie), en daarvoor krijg je een injectievergoeding van je leverancier, enkel mogelijk met een digitale meter.

Zelfverbruik is niet hetzelfde als zelfvoorziening. Zelfverbruik deelt de zelf gebruikte zonnestroom door je productie, zelfvoorziening deelt diezelfde stroom door je totale verbruik. In het standaardvoorbeeld gebruik je 1.135 kWh van je 3.381 kWh productie zelf (34 % zelfverbruik), terwijl dat maar 32 % van je jaarverbruik van 3.500 kWh dekt (zelfvoorziening).

Tekening volgteen rijwoning in zijaanzicht met zeven panelen op het dak en twee pijlen: een korte pijl naar de woning met "34 % zelf gebruikt" en een lange pijl naar het elektriciteitsnet met "66 % geïnjecteerd".

VideoZelfconsumptie vs zelfvoorzieningBron: Maak Je Meter Slim (Volta), via YouTube

Wat een zelf verbruikte kWh waard is. Je bespaart enkel het variabele deel van je afnameprijs: energiekost, het variabele deel van de nettarieven en heffingen, en btw. Vaste kosten bespaar je niet. Daarom is de gemiddelde "alles-inclusief"-prijs te hoog als rekenprijs. ⏱ We rekenen met 0,35 euro per kWh. Jouw eigen waarde vind je op je jaarafrekening.

Wat een geïnjecteerde kWh waard is. ⏱ De vergoeding verschilt per contract. We rekenen met 0,045 euro per kWh (4,5 cent). Meer over de contracttypes en over negatieve vergoedingen staat in Injectievergoeding.

Stroomprijs. Niemand weet hoe die zich ontwikkelt. We rekenen met constante prijzen en tonen apart wat +2 % per jaar zou doen.

Het capaciteitstarief

⏱ Een Vlaams gezin met digitale meter betaalt een deel van de nettarieven op basis van de maandpiek: het hoogste kwartiergemiddelde van je afname uit het net in een maand, in kW. In 2026 is dat gemiddeld ongeveer 53,39 euro per kW per jaar (excl. btw), met een minimum van 2,5 kW. Een gemiddeld gezin heeft een maandpiek van ongeveer 4,24 kW, dus ongeveer 226 euro per jaar.

Wat betekent dat voor je terugverdientijd?

  • Het tarief bestaat met of zonder panelen. Panelen veroorzaken het niet en veranderen je piek niet.
  • Het zit al in je bespaarprijs per kWh: een bespaarde kWh is minder waard dan vroeger. De Vlaamse Nutsregulator (VNR) schrijft dat zonnepanelen een interessante investering blijven, ook al wordt de terugverdientijd bij ongewijzigd gedrag langer.
  • Voeg je een warmtepomp of laadpaal toe, dan kan je piek stijgen. Elke extra kW kost gemiddeld ongeveer 53 euro per jaar. Dat raakt je totale energiekost, niet de opbrengst van de panelen.
Rekenvoorbeeld

Gezin in een woning uit 1985, 3.500 kWh verbruik per jaar, digitale meter, Vlaanderen. Dit is het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check. Aannames:

  • Zuidgericht dak (35°), geen schaduw: 7 panelen van 460 Wp, samen 3,22 kWp.
  • Investering ongeveer 2.900 euro (900 euro per kWp).
  • Opbrengst 1.050 kWh per kWp, dus ongeveer 3.380 kWh per jaar.
  • Zelfverbruik zonder batterij ongeveer 34 % (33,6 %), dus ongeveer 1.135 kWh.
  • Bespaarprijs 0,35 euro per kWh, injectievergoeding 0,045 euro per kWh, prijzen constant.
  • Geen onderhoudskosten en, zoals in de MYNRG Check, geen degradatie en geen omvormervervanging.

Jaar 1:

  • Zelfverbruik: 3.381 x 33,6 % = 1.135 kWh x 0,35 = 397,32 euro
  • Injectie: 2.246 kWh x 0,045 = 101,06 euro
  • Totaal: ongeveer 498 euro per jaar

De terugverdientijd is 2.898 / 498 = ongeveer 5,8 jaar. Na 25 jaar staat het cumulatieve resultaat, bij constante prijzen en zonder degradatie en omvormervervanging, op ongeveer +9.560 euro.

Bij 34 % zelfverbruik is de investering na 5,8 jaar terugbetaald, bij 50 % na 4,3 jaar en bij 60 % na 3,8 jaar.
Zelfverbruik: de grootste knop

Zelfde installatie (3,22 kWp, ongeveer 2.900 euro), zelfde prijzen. Enkel het zelfverbruik verandert, en daarmee de verdeling tussen zelf verbruikt en geïnjecteerd.

Zelfverbruik Besparing jaar 1 (euro) Terugverdientijd (jaar) Resultaat na 25 jaar (euro)
34 % (model) 498 5,8 +9.561
50 % 668 4,3 +13.796
60 % 771 3,8 +16.374
Andere aannames, telkens één wijziging

Basis: 34 % zelfverbruik, 5,8 jaar.

Wijziging Terugverdientijd (jaar)
Investering 1.900 euro 3,8
Investering 3.900 euro 7,8
Bespaarprijs 0,29 euro per kWh 6,7
Bespaarprijs 0,41 euro per kWh 5,1
Injectievergoeding 0 euro 7,3
Onderhoud 100 euro per jaar 7,3
Bespaarprijs +2 % per jaar 5,6

De ongunstigste combinatie (34 % zelfverbruik, 3.900 euro, 0,29 euro per kWh) geeft 9,1 jaar, de gunstigste (60 %, 1.900 euro, 0,41 euro per kWh) 2,1 jaar. "De" terugverdientijd bestaat dus niet: er is er alleen een voor jouw situatie.

Wat de MYNRG Check niet meerekent

De MYNRG Check rekent met constante productie en zonder omvormervervanging. Twee zaken kunnen je rekening over de hele levensduur nog bijsturen.

Degradatie. Panelen leveren na verloop van tijd iets minder. Wij rekenen met 0,5 % verlies per jaar; op de datasheet van nieuwe panelen staat vaak 0,4 %. Een overzichtsstudie van het Amerikaanse onderzoeksinstituut NREL vond een mediaan van 0,5 % per jaar. Oudere panelen verouderden sneller, rond 0,7 %. Fluvius noemt een gemiddelde levensduur van 25 tot 30 jaar.

Omvormer en onderhoud. Een omvormer gaat ongeveer 10 tot 15 jaar mee. Voor de vervanging kun je rekenen met 1.150 euro rond jaar 12, het midden van een indicatieve range van 800 tot 1.500 euro. Regen reinigt panelen grotendeels; vogelpoep en korstmos verwijder je zelf of laat je verwijderen.

Wat dat in het standaardvoorbeeld doet, met 0,5 % degradatie per jaar en 1.150 euro in jaar 12:

Jaar Cumulatief resultaat (euro)
1 -2.400
5 -431
6 +55
10 +1.975
11 +2.449
12 +1.771 (omvormer vervangen)
25 +7.692

De terugverdientijd verandert nauwelijks: ongeveer 5,9 jaar in plaats van 5,8, want de omvormer valt ná het break-evenpunt. Het resultaat na 25 jaar daalt wel, van ongeveer +9.560 naar ongeveer +7.690 euro. Bij een duurdere installatie of een lager zelfverbruik kan de omvormer wél vóór de terugverdientijd vallen, en dan schuift die op.

Zelfverbruik Terugverdientijd met degradatie en omvormer (jaar) Resultaat na 25 jaar, MYNRG Check (euro) Resultaat na 25 jaar, met degradatie en omvormer (euro)
34 % (model) 5,9 +9.561 +7.692
50 % 4,4 +13.796 +11.681
60 % 3,8 +16.374 +14.111
Goed om te weten
  • Een omvormer valt meestal ná je terugverdientijd. In het standaardvoorbeeld staat het saldo na 11 jaar op ongeveer +2.449 euro. De vervanging in jaar 12 kost 1.150 euro en laat nog ongeveer +1.771 euro over.
  • Extra verbruiken is geen besparing. Een toestel extra laten draaien om je zelfverbruik te verhogen levert niets op. Het telt enkel als die stroom echt duurdere stroom van het net vervangt, zoals een wasmachine die je overdag laat draaien in plaats van 's avonds.
  • Zelfverbruik weegt zwaarder dan injectie. Een zelf verbruikte kWh is in dit voorbeeld ongeveer 7,8 keer meer waard dan een geïnjecteerde (0,35 tegenover 0,045 euro).
  • Injecteren kan geld kosten. Volgens de Vlaamse Nutsregulator betaalden in 2025 ongeveer 29.000 Vlaamse gezinnen minstens één maand voor de stroom die ze injecteerden, omdat hun variabele contract een negatieve vergoeding gaf.
  • Het capaciteitstarief maakt panelen niet onrendabel. Het verlaagt de waarde van een bespaarde kWh, maar de Nutsregulator concludeert dat ze een interessante investering blijven.
  • Een extra kW piek kost ongeveer 53 euro per jaar. Dat telt vooral mee voor de terugverdientijd van een warmtepomp of laadpaal.
Voor- en nadelen
Eenvoudige methode (MYNRG Check) Jaar per jaar rekenen
Snel: investering gedeeld door jaaropbrengst Houdt rekening met degradatie en omvormervervanging
Geeft een goed beeld zolang de omvormer na het break-evenpunt valt Vraagt extra aannames over degradatie en omvormerprijs
Voor wie het technisch wil weten
  • Het capaciteitstarief wordt berekend op kwartierwaarden. Bij een jaartarief is de facturatiepiek het gemiddelde van de maandpieken van de afgelopen 12 maanden.
  • Eigenaars met een klassieke meter betalen een prosumententarief op basis van het AC-vermogen van de omvormer. Met een digitale meter betaal je dat niet.
  • Zelfverbruik verhogen zonder batterij kan door toestellen te plannen tijdens zonuren of door sturing van een warmtepompboiler.
  • De PVGIS-berekening gebruikt kristallijn silicium, 14 % systeemverliezen, 35° helling en opbouw op een gebouw. Een eigen berekening maak je met PVGIS zelf.
  • Zelfverbruik zonder batterij in de MYNRG Check: 0,33 gedeeld door de vierkantswortel van (opbrengst gedeeld door verbruik), begrensd tussen 18 % en 70 %.
  • Het rekenvoorbeeld geldt voor Vlaanderen. In Brussel en Wallonië zijn tarieven en regels anders.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede terugverdientijd?

Fluvius noemt zo'n 8 tot 10 jaar als algemene schatting. In het standaardvoorbeeld is het ongeveer 5,8 jaar (de MYNRG Check toont 5 tot 7 jaar). Hij hangt sterk af van je zelfverbruik en je investering.

Moet ik de omvormervervanging meerekenen?

De MYNRG Check doet dat niet. In het standaardvoorbeeld verandert de terugverdientijd er nauwelijks door (ongeveer 5,9 jaar), maar het resultaat na 25 jaar daalt. Reken voor een levensduurberekening indicatief 800 tot 1.500 euro rond jaar 10 tot 15.

Is 34 % zelfverbruik hetzelfde als 34 % zelfvoorziening?

Nee. Zelfverbruik is het aandeel van je productie dat je zelf gebruikt, zelfvoorziening het aandeel van je verbruik dat je met eigen zonnestroom dekt. In het standaardvoorbeeld is 34 % zelfverbruik ongeveer 32 % zelfvoorziening.

Waarom is de terugverdientijd soms 5,8 en soms 5,9 jaar?

De eenvoudige methode (5,8 jaar) rekent met constante jaaropbrengsten. Met 0,5 % degradatie per jaar en een nieuwe omvormer in jaar 12 wordt dat ongeveer 5,9 jaar, omdat de omvormer na het break-evenpunt valt.

Wat als mijn panelen op oost en west staan?

Een oost- of westdak haalt ongeveer 900 kWh per kWp, ongeveer 15 % minder dan zuid. De MYNRG Check rekent per dakvlak. Je productie en je terugverdientijd liggen dus iets anders, zie 'De ingrediënten' en Hoeveel panelen je nodig hebt.

Bronnen bij dit hoofdstuk