Begrippenlijst
AC-gekoppeld — De batterij heeft een eigen omvormer en hangt aan de wisselstroomkant van je installatie, naast de omvormer van je zonnepanelen. Voor bestaande panelen is dat meestal de eenvoudigste weg. Zie: B1, B9, B10
AREI — Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties: de regels waaraan elke elektrische installatie in België moet voldoen. Zie: R4, L9, B14
AREI-keuring — Een erkend controleorganisme keurt je installatie voor je ze in gebruik neemt; zonder keuring mag je ze niet gebruiken. Het keuringsverslag heb je nodig om aan te melden bij Fluvius. Zie: R4, R3, R7
Back-up (EPS) — Een aparte uitgang van de omvormer die bij een stroompanne enkele toestellen van stroom blijft voorzien. Een gewone installatie valt bij een panne uit, ook als de zon schijnt. Zie: B11, O11
Ballast — Gewicht waarmee panelen op een plat dak blijven liggen. Het dak moet de belasting aankunnen en dicht blijven. Zie: Z11, Z12
Bifaciaal paneel — Een paneel dat ook licht van de achterkant benut. Op een hellend dak levert dat weinig tot niets extra op. Zie: Z4
BMS (batterijbeheersysteem) — De elektronica in de batterij die de cellen bewaakt, het laden en ontladen beveiligt en met de omvormer praat. Het BMS verbruikt zelf ook stroom. Zie: B6
Btw 6% — Verlaagd btw-tarief op zonnepanelen en thuisbatterij bij een privéwoning ouder dan 10 jaar, als één aannemer levert én plaatst. In alle andere gevallen is het 21%. Zie: K5, K1, B2
Bypassdiode — Onderdeel in het paneel dat ervoor zorgt dat schaduw op een deel van het paneel niet het hele paneel uitschakelt. Meestal zitten er drie in één paneel. Zie: Z9
Capaciteit (kWh) en vermogen (kW) — Capaciteit is het reservoir van een batterij, uitgedrukt in kWh. Vermogen is hoe snel je kunt laden en ontladen, uitgedrukt in kW. Zie: B3
Capaciteitstarief — Een deel van je nettarief dat afhangt van je maandpiek: het hoogste gemiddelde vermogen dat je in één kwartier van het net afneemt. Je betaalt altijd minstens voor 2,5 kW. Zie: R1, L6, B13
CREG — De energieregulator die onder meer het maximale tarief per kWh bepaalt voor het terugbetalen van thuisladen van een bedrijfswagen. Ze analyseert ook de prijzen op de groothandelsmarkt. Zie: L8, S5, S8
Cyclus (batterij) — Eén keer laden en ontladen. Een batterij veroudert door gebruik (cycli) én door tijd en temperatuur. Zie: B8
DC/AC-ratio — Het vermogen van de panelen (kWp) gedeeld door het wisselstroomvermogen van de omvormer (kVA). Een omvormer die kleiner is dan de panelen kost in Vlaanderen weinig opbrengst. Zie: O8
DC-gekoppeld — Zonnepanelen en batterij hangen aan dezelfde (hybride) omvormer. Dat geeft minder omzettingsverliezen, maar het voordeel hangt af van het systeem. Zie: B1, B9, O4
Degradatie — Het langzame verlies aan vermogen van zonnepanelen. Na 25 jaar lever je ongeveer 80 à 90% van het beginvermogen. Zie: Z10
Digitale meter — Elektronische meter die je verbruik per kwartier meet en automatisch naar Fluvius doorstuurt. Hij heeft een gebruikerspoort (P1-poort). Plaatsing is gratis en je kunt ze niet weigeren. Zie: S1, R2
DoD (ontladingsdiepte) — Hoeveel van de batterij je per ronde mag of kunt leegmaken. Op een datasheet is dat meestal het bruikbare deel van de nominale capaciteit. Zie: B7
Dynamisch contract — Een energiecontract waarvan de prijs per kWh de groothandelsprijs volgt, per kwartier. De prijzen voor morgen zijn meestal rond 13 uur bekend. Alleen de energiecomponent is dynamisch. Zie: S5, S6, S7
EAN-code — Het nummer van je aansluiting. Je hebt het nodig om je installatie aan te melden bij Fluvius. Zie: R3, R10
Eendraadschema — Een tekening van de elektrische installatie. De installateur maakt ze en ze moet aanwezig zijn bij de keuring. Zie: R3, R4
Eénfase en driefase — Een eénfase-aansluiting laat maximaal 5 kVA productievermogen toe; daarboven is een meerfasige aansluiting nodig. Een driefasige meter betekent niet automatisch een driefasige aansluiting. Zie: O5
EMS (energiemanagementsysteem) — Een app of toestel dat je verbruik en productie meet en toestellen zoals laadpaal, warmtepomp, boiler of batterij automatisch aanstuurt. Zie: S3, S8, S11
Energiedelen — Het overschot van je groene stroom per kwartier virtueel doorgeven aan jezelf op een ander adres, aan één andere partij, aan bewoners van hetzelfde gebouw of aan een energiegemeenschap. Netkosten en heffingen betaal je nog altijd. Zie: R10
Fluvius — De netbeheerder in Vlaanderen. Je meldt je installatie bij Fluvius aan via Mijn Fluvius en je vindt er je meetgegevens. Zie: R3, S1, S9
Garantie op zonnepanelen — Naast de wettelijke garantie van 2 jaar zijn er vrijwillige garanties: product (defecten), vermogen (minimaal vermogen na x jaar) en installatie (het werk). Ze zijn maar zoveel waard als de partij die ze geeft. Zie: Z15
Groenestroomcertificaten — Certificaten voor installaties die ze nog krijgen. Bij een batterij die je bijplaatst verlies je ze niet, maar er gelden extra regels, zoals een bidirectionele groenestroomteller. Zie: B10
Hybride omvormer — Eén toestel dat zowel zonnepanelen als thuisbatterij aanstuurt. Fluvius raadt hem aan als je een batterij plaatst of wilt bijplaatsen. Zie: O4, B9, B10
Injectie — De stroom die je niet zelf verbruikt en op het net zet. Zie: Z1, K4
Injectievergoeding (terugleververgoeding) — De prijs die je leverancier betaalt voor de stroom die je op het net zet. In 2025 was dat gemiddeld 3,16 cent per kWh, tegenover ongeveer 33,6 cent voor een kWh die je zelf verbruikt. De MYNRG Check rekent met 0,045 en 0,35 euro per kWh: een zelf verbruikte kWh is dan ongeveer 7,8 keer meer waard. Zie: K4, S7
Kilowattpiek (kWp) — Het nominale vermogen van zonnepanelen onder labo-omstandigheden. Op een zuiddak met 35° helling geeft 1 kWp in Vlaanderen ongeveer 1.050 kWh per jaar. Zie: Z1, Z5, Z6
Kilowattuur (kWh) — De eenheid van energie, zoals op je factuur en voor de capaciteit van een batterij. Zie: B3, Z6
kVA — De eenheid voor het vermogen van een omvormer. Op een eénfase-aansluiting mag het totaal maximaal 5 kVA zijn, op een driefasige aansluiting tot 25 kVA. Zie: O5, O4, O8
Laadpaal — Een vast laadpunt voor een elektrische wagen, geplaatst door een installateur. Je laat het keuren en meldt een private laadpaal van 5 kVA of meer aan bij Fluvius. Zie: L1, L9
Laadvermogen — Het vermogen waarmee je wagen laadt. Voor de meeste Vlaamse chauffeurs volstaat 3,7 kW; hoe hoger het vermogen, hoe groter de kans op een hogere maandpiek. Zie: L2, L6
LFP (lithium-ijzerfosfaat) — De chemie van de meeste thuisbatterijen die nu verkocht worden. Ze is zwaarder dan NMC voor dezelfde energie, maar dat telt thuis weinig. Zie: B4
Load balancing — Het laadpunt verlaagt automatisch het laadvermogen of stopt tijdelijk als er te weinig vermogen overblijft. Fluvius noemt het sterk aanbevolen vanaf 2 laadpunten. Zie: L4, L11
Meetregime 3 — Instelling waarbij de kwartierwaarden van je digitale meter naar je leverancier mogen. Je geeft daar zelf toestemming voor via Fluvius. Je hebt het nodig voor een dynamisch contract. Zie: S1, S5, S6
Micro-omvormer — Kleine omvormer op of achter elk paneel. Schaduw op één paneel beïnvloedt de andere niet. Zonder schaduw is de winst klein. Zie: O3, O2, Z9
Mijn VerbouwLening — Een voordelige lening tot 60.000 euro; de rente hangt af van je inkomen. Zie: K6
Mijn VerbouwPremie — Vlaams premiesysteem voor energiezuinige werken. Voor zonnepanelen en thuisbatterij bestaat er geen premie meer; voor een warmtepompboiler wel. Zie: K6
MPPT — De regeling in de omvormer die het punt zoekt waar het paneel het meeste vermogen geeft. Dat punt verschuift met licht en temperatuur. Zie: O7
NCW, ROI en IRR — Maten voor wat een investering oplevert. ROI is het netto resultaat gedeeld door de investering, IRR het jaarlijkse rendement en NCW de opbrengst omgerekend naar vandaag. Zie: K3
Negatieve prijs — Op momenten met veel zon en weinig vraag kan de groothandelsprijs nul of negatief zijn. Met een dynamisch terugleveringscontract betaal je dan om te injecteren. Zie: S7
Netstudie — Studie van de netbeheerder die nodig is bij een grotere installatie, bijvoorbeeld boven 25 kVA of bij een bidirectionele laadpaal van grotere omvang. Zie: O5, L7
Noodstroom — Stroom bij een panne via een omvormer met back-upfunctie. Een gewone installatie valt uit bij een stroompanne. Zie: B11, O11
MYNRG Check — Een gratis nazicht van een offerte. Zie: K7
Omvormer — Zet de gelijkstroom van de panelen om in wisselstroom en koppelt de installatie veilig los van het net. Fluvius noemt 8 tot 12 jaar als maximumleeftijd om je opbrengst veilig te stellen. Zie: O1, O12
Optimizer — Kleine DC/DC-omzetter op één of enkele panelen. Hij loont vooral bij matige tot zware schaduw of bij panelen met verschillende oriëntatie in dezelfde string. Zie: O6, Z9
P1-poort — De gebruikerspoort van je digitale meter. Ze stuurt elke seconde je verbruik uit, na activatie via Mijn Fluvius (tot 72 uur). Zie: S2, S9, S10
Performance ratio — Je opbrengst gedeeld door wat de instraling toelaat. Voor Vlaamse installaties ligt die rond 77 à 80%. Zie: Z16
Plug-and-play zonnepaneel (stekkerpaneel) — Gehomologeerd paneel dat je zelf in een stopcontact steekt, toegelaten sinds 17 april 2025. Onder 800 W met een digitale meter hoef je het niet aan te melden; anders binnen 30 dagen. Zie: R8, Z14, R6
Prosumententarief — Tarief dat eigenaars van zonnepanelen met een klassieke meter betalen. Met een digitale meter vervalt het, maar je injectie compenseert je afname niet meer. Zie: R2, R1, K4
PVGIS — Europese rekentool voor de opbrengst van zonnepanelen. Voor Gent geeft ze ongeveer 1.050 kWh per kWp bij zuid 35° en ongeveer 850 bij een oost-westopstelling. Zie: Z6, Z1, Z16
RESCert — Certificaat van bekwaamheid voor installateurs. Het is niet verplicht voor zonnepanelen, maar de Vlaamse overheid raadt het aan. Zie: R9
Seizoensopslag — Opslag van zomer naar winter. Een thuisbatterij doet dat niet: ze bewaart stroom voor uren tot enkele dagen. Zie: B1
Slim laden — Het laadpunt past zelf aan wanneer en met hoeveel vermogen de wagen laadt, op basis van wat er in je woning gebeurt. Zie: L5, L3, L4
SoC en SoH — SoC is het laadniveau van de batterij in procent. SoH zegt hoeveel capaciteit er nog over is ten opzichte van nieuw. Zie: B7
Stringomvormer — Eén centraal toestel dat de gelijkstroom van een reeks in serie geschakelde panelen omzet. Het is de eenvoudigste en meest gangbare opzet. Zie: O2, O9
Synergrid — De federatie van de Belgische netbeheerders. Haar voorschriften (C10/11) en homologatielijst (C10/26) bepalen welke omvormers je mag aansluiten. Zie: R5, O4
Terugleveringscontract — Contract waarmee je met een digitale meter je overschot verkoopt aan een leverancier. Er zijn geen nettarieven of heffingen op die vergoeding. Zie: K4, R2
Terugverdientijd — Het aantal jaar tot je besparingen de investering hebben terugbetaald. Zelfverbruik is de belangrijkste knop. In het standaardvoorbeeld (zonder batterij) is dat ongeveer 5,8 jaar. Zie: K2, B2
Thuisbatterij — Slaat stroom tijdelijk op. Het overschot van je panelen gaat eerst naar de batterij en pas daarna naar het net. Zie: B1, B2, B3
V2H en V2G — Vehicle-to-home: de wagen voorziet je woning van stroom. Vehicle-to-grid: hij levert stroom terug aan het net. Slechts weinig wagens kunnen dit vandaag. Zie: L7
VME (vereniging van mede-eigenaars) — De vereniging van de eigenaars van een appartementsgebouw. Zij kan panelen op het gemeenschappelijke dak plaatsen; voor een laadpaal op een gemeenschappelijke parking is toestemming of kennisgeving aan de VME nodig. Zie: Z14, L11
VNR en VREG — De Vlaamse Nutsregulator (voorheen VREG) houdt toezicht op de energiemarkt in Vlaanderen en keurt de distributienettarieven goed. Zie: R1, R10
Wattpiek (Wp) — Het vermogen van een paneel onder gestandaardiseerde labo-omstandigheden. Op een Vlaams dak haal je dat praktisch nooit. Zie: Z8
Zelfverbruik — Het deel van je zonnestroom dat je zelf gebruikt. Volgens de Vlaamse overheid is dat zonder aanpassingen gemiddeld 28%; toestellen rond de middag laten draaien kan dat tot 35% brengen. De MYNRG Check rekent in het standaardvoorbeeld met ongeveer 34%. Zie: S4, B1, K2