Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsLaadpaal Gids · 14 hoofdstukken

Deel 1 · Thuis laden

  1. 1Een laadpaal thuis
  2. 2Laadvermogen
  3. 3Stekkers en laadkabels

Deel 2 · Slim en zuinig laden

  1. 4Laden met zonnestroom
  2. 5Load balancing en dynamisch laden
  3. 6Slimme laadpaal
  4. 7Laadpaal en capaciteitstarief
  5. 8Laadkosten vergelijken
  6. 9V2H en V2G

Deel 3 · Installatie en bijzondere situaties

  1. 10Installatie en keuring
  2. 11Laadpaal aanmelden
  3. 12Laadpaal van je werkgever
  4. 13Bedrijven en appartementen
  5. 14Publiek laden en snelladen

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids laadpaal · Deel 1 · Thuis laden

3Stekkers en laadkabels

In het kort

Thuis laad je met een stopcontact en een speciale laadkabel (laag vermogen, 10 A of 2,3 kW) of met een vaste laadpaal (meestal tot 11 kW). Een laadpaal heeft ofwel een vaste kabel, ofwel een stopcontact van het type 2 waarop je een eigen kabel met passende stekker aansluit.

Snelladers (gelijkstroom) hebben altijd een vaste kabel, meestal met een CCS2-stekker. Wagen, kabel, paal en aansluiting moeten alle vier het gewenste vermogen aankunnen.

Drie manieren om te laden
  1. Stopcontact met laadkabel (mode 2). De kabel heeft een geïntegreerd controlesysteem, de IC-CPD. Dat is een bescherming in de kabel die tegen overbelasting en kortsluiting beveiligt, met de wagen communiceert en de laadsnelheid aanpast aan wat huis en wagen aankunnen. Op een huishoudelijk stopcontact is de laadstroom maximaal 10 A.
  2. Laadpaal (mode 3, wisselstroom). De paal hangt aan een muur of staat op een voet, thuis, op het werk of langs de weg. Vlaanderen.be rekent met vermogens van 3,7 kW tot 22 kW en meer.
  3. Snellaadstation (mode 4, gelijkstroom). Gelijkstroom laadt de batterij rechtstreeks op en is veel sneller dan wisselstroom.

VideoJe elektrische auto opladen aan 'n gewoon stopcontact? Kan perfect, maar er zijn betere manierenBron: Testaankoop, via YouTube

De stekker: wat hangt waaraan?
  • Aan de kant van de laadpaal. Heeft de paal een speciaal stopcontact, dan is dat in Europa altijd een CEE type 2-stopcontact. Je hebt dan een kabel met een passende stekker nodig. Een laadpaal met vaste kabel heeft dat niet nodig.
  • Snelladers. De kabel zit vast, een eigen kabel is niet nodig. De meeste snelladers gebruiken een CCS2-stekker. Een kleiner aantal heeft ook de snellaadstekker van oudere Japanse wagens.
  • De definitie in de Vlaamse parkingregels. Een "laadpunt" is daar een punt met meer dan 3,7 kW (16 A) en een Type 2-connector (wisselstroom) of Combo 2-connector (gelijkstroom). Een standaardstopcontact valt er niet onder.
  • Aan de kant van de wagen. Welke stekker jouw wagen heeft, vind je in de handleiding.
  • Type 2 voor wisselstroom, CCS2 voor gelijkstroom. Type 2 is de gebruikelijke stekker voor AC-laden in Europa. CCS2 (ook Combo 2) heeft naast het Type 2-gedeelte twee grotere contacten voor gelijkstroom. Sommige oudere wagens en stations gebruiken een ander systeem. Een vorm die lijkt te passen, is geen toestemming om een willekeurige adapter te gebruiken.
  • Een eigen kabel is handig aan publieke palen zonder vaste kabel. Controleer beide uiteinden, de stroom waarvoor de kabel gemaakt is en het aantal fasen. Zie Publiek laden en snelladen.
Vermogen: fasen en ampère
  • Eenfasig (één fase) laden komt overeen met 3,7 kW, driefasig (drie fasen) met 11 kW, zegt Fluvius.
  • Driefasig laden vraagt een 400V-net in je straat. Fluvius: "de aanpassing naar 400V is niet gratis".
  • Driefasig laden werkt alleen als installatie, laadpunt, kabel én wagen dat toelaten. Een krachtiger laadpunt heeft geen zin als je wagen dat niet aankan.
  • Veel woningen hebben een aansluiting van 9,2 kW (eenfasig, 40 A).
  • De meeste thuislaadpunten gaan tot 11 kW. Thuis volstaan meestal lagere vermogens.
Laadtijd berekenen

De formule van Vlaanderen.be: laadtijd (uur) = energie (kWh) ÷ vermogen (kW) ÷ rendement. Voorbeeld: 20 kWh bij 10 kW en 90 % rendement duurt ongeveer 2 u 15 min.

Tijd om 100 km bij te laden, met 17 kWh per 100 km en 90 % rendement:

Laadvermogen Tijd voor 100 km
11 kW 1 u 43 min
7,4 kW 2 u 33 min
3,7 kW 5 u 6 min
2,3 kW (stopcontact) 8 u 13 min
De laadkabel zelf
  • Lengte. De meeste laadkabels zijn 3 tot 5 m lang. Plaats het laadpunt dicht bij de wagen en denk aan voor- of achteruit parkeren.
  • Vast of los. Bij een laadpaal kies je tussen een vaste en een losse kabel.
  • Fasen. Een kabel is gemaakt voor één of voor drie fasen, en voor een bepaalde stroom. Een driefasige kabel maakt van een eenfasige boordlader geen driefasige lader: de hele keten blijft beperkt tot de zwakste schakel.
  • Geen verlengkabel. Een verlengkabel is sterk afgeraden, en een gewone huishoudverlengkabel is ongeschikt omdat ze te warm wordt. Dat geldt ook voor een stekkerdoos.
  • Mode 2-kabel. De laadstroom is maximaal 10 A en elke mode 2-kabel moet 6 mA DC-beveiliging hebben. Een oudere kabel zonder die beveiliging vervang je best. Sommige wagens en kabels vereisen een nulgeleider.
  • Stopcontact om te laden. Vlaanderen.be vraagt een eigen stroomkring rechtstreeks in de zekeringkast, zonder andere stopcontacten op die kring. Het stopcontact is gecertificeerd voor minstens 16 A piek en 10 A continu. De bekabeling is minstens 2,5 mm² met een automaat van hoogstens 20 A, en de kring is geaard. De beveiliging is een type B-aardlekschakelaar van 30 mA, of een type A van 30 mA in combinatie met een kabel met 6 mA DC-lekdetectie.
Wat doe je bij een beschadigde stekker?

Beschadigde stekkers, vervorming, verkleuring, storingen of ongewone warmte moeten onderzocht worden. Stop de laadbeurt zoals de fabrikant voorschrijft en laat de oorzaak nakijken door je installateur. Trek een vergrendelde connector niet met kracht los.

Een praktische keuze

Parkeer zoals je dat elke dag doet en kijk of de connector zonder spanning op kabel of stekker aan de wagen komt. Denk aan een tweede wagen die er later misschien staat. Voorzie een houder waar kabel en connector beschermd kunnen hangen. De plaats van het laadpunt is minstens zo belangrijk als een extra meter kabel.

Het net in België: 3N400V en 3 × 230V

België heeft zowel 3N400V als 3 × 230V. Bij 3 × 230V heb je een transformator nodig om driefasig te laden, en sommige wagens gebruiken dan maar 2 van de 3 fasen, met een lager vermogen. Sommige wagens en kabels hebben een nulgeleider nodig. Dan is een transformator nodig, ook voor eenfasig laden. Een transformator is geen universele oplossing: of wagen en laadpunt op jouw 3 × 230V-net werken, hangt van de combinatie af.

Snelladen
  • De batterij kan tot 80 % worden opgeladen in minder dan 30 minuten, afhankelijk van batterijcapaciteit en wagen. De laatste 20 % duurt langer.
  • Rond 80 à 90 % vertraagt het laden. Een volledige lading kan een half uur tot een uur extra duren. Doe dat enkel af en toe en volg de aanbevelingen van de fabrikant.
  • Snelladen kan duurder zijn dan thuis of op het werk, door installatie- en onderhoudskosten.
  • Vlaanderen.be geeft 120 kW als voorbeeld van een snellaadvermogen.
Aanmelden

⏱ Meld een private laadpaal van 5 kVA of meer aan bij Fluvius, binnen 3 maanden na de AREI-keuring. Een laadkabel aan een stopcontact die niet meer dan 5 kW van het net neemt, hoef je niet te melden. Neemt ze meer, dan meld je ze als eenrichtingslaadpunt, met het keuringsattest van je binneninstallatie. Meer in Laadpaal aanmelden en Installatie en keuring.

Rekenvoorbeeld

Een gezin met een eenfasige aansluiting van 9,2 kW (40 A) dat gemiddeld 40 km per dag rijdt.

Aannames:

  • 40 km per dag, ongeveer 15.000 km per jaar.
  • 17 kWh per 100 km en 90 % rendement.
  • De wagen kan het getoonde vermogen aan.
  • Geen kostenberekening.

Energie per dag van het net: 40 km × 0,17 kWh/km ÷ 0,9 = ca. 7,6 kWh.

Optie Vermogen Duur voor 7,6 kWh Opmerking
Stopcontact met mode 2-kabel 2,3 kW ca. 3 u 18 min Noodoplossing, eigen kring en 6 mA DC-beveiliging vereist
Eenfasige laadpaal 3,7 kW ca. 2 u 3 min Past op de aansluiting (3,7 van 9,2 kW)
Driefasige laadpaal 11 kW ca. 41 min Vraagt driefasige installatie, laadpunt, kabel en wagen, en een aangepaste aansluiting

Voor een gemiddelde dagrit volstaat een stopcontactkabel technisch, maar laden aan 2,3 kW is volgens Vlaanderen.be een noodoplossing. Aan 3,7 kW laad je de dagelijkse rit in ruim twee uur. 11 kW is hier niet nodig.

Tekening volgteen ketting met vier schakels (wagen, kabel, laadpaal, aansluiting) waarbij de dunste schakel is omcirkeld en erbij staat dat die de snelheid bepaalt.
Tekening volgttwee stekkers naast elkaar met een bijschrift: de ronde Type 2-stekker voor wisselstroom en daaronder dezelfde stekker met twee extra dikke pinnen (CCS2) voor snelladen.
Goed om te weten
  • Een gewoon stopcontact levert maximaal 2,3 kW aan de wagen. De laadstroom is beperkt tot 10 A, en 10 A × 230 V is 2,3 kW. Dat kost 8 u 13 min per 100 km. Het stopcontact zelf moet wel minstens 16 A piek en 10 A continu aankunnen.
  • Niet elk Belgisch net is 400V. Bij een 3 × 230V-net heb je een transformator nodig om driefasig te laden.
  • Een kabel met nulgeleider kan een transformator nodig maken, zelfs bij eenfasig laden.
  • Een oudere mode 2-kabel is mogelijk niet meer in orde. Elke mode 2-kabel moet 6 mA DC-beveiliging hebben.
  • In de Vlaamse parkingregels telt een stopcontact met laadkabel niet als laadpunt. Daarvoor is meer dan 3,7 kW (16 A) met Type 2 of Combo 2 nodig.
  • De laatste 20 % van een snellaadbeurt duurt langer.
Voor- en nadelen
Voordelen Nadelen
Laadkabel op stopcontact (mode 2) Geen laadpaal nodig. Laag vermogen (8 u 13 min per 100 km). Eigen, gekeurde en geaarde kring nodig. Geen verlengkabel. Oudere kabels zonder 6 mA DC-beveiliging zijn af te raden.
Laadpaal met vaste kabel Kabel altijd bij de hand, je hoeft geen losse kabel te kiezen. De kabellengte ligt vast (meestal 3 tot 5 m), dus de parkeerrichting telt.
Laadpaal met stopcontact (losse kabel) Je kunt de kabel aanpassen aan een andere wagen. Je hebt een kabel met de juiste stekker nodig en moet hem opbergen of meenemen.
Voor wie het technisch wil weten
  • IC-CPD. De geïntegreerde beveiliging in de mode 2-kabel communiceert met de wagen en past de laadstroom aan.
  • Het AREI. Hoofdstuk 7.22 gaat over vaste laadinrichtingen met kabel. Voeding via een contactdoos (mode 1 en 2) valt onder de algemene delen van het AREI. Zie Installatie en keuring.
  • Ampère en kilowatt. Met 230 V per fase geeft 10 A ongeveer 2,3 kW. Dezelfde rekenregel geeft 16 A ≈ 3,7 kW en 32 A ≈ 7,4 kW eenfasig, en 16 A driefasig ≈ 11 kW.
  • Transformator bij 3 × 230V. Nodig om driefasig te laden.
  • Slim laden. Voor de communicatie tussen wagen, paal en netbeheer zie Slimme laadpaal.
  • Bidirectioneel laden. Een bidirectionele laadpaal heeft een omvormer en kan stroom uit de autobatterij terugsturen naar het net of je woning. Dat werkt volgens Fluvius nog met een beperkt aantal voertuigen. Zie V2H en V2G.
  • Regio. Deze tekst gaat over Vlaanderen.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn wagen aan een gewoon stopcontact laden?

Met een mode 2-laadkabel met controlesysteem wel, aan maximaal 10 A (2,3 kW). Zonder begrenzing en beveiliging is het verboden. Gebruik een eigen, geaarde stroomkring.

Mag ik een verlengkabel gebruiken?

Het is sterk afgeraden, en een gewone huishoudverlengkabel is ongeschikt omdat ze te warm wordt. Plaats het laadpunt dicht bij de wagen.

Welke kabel heb ik aan een publieke AC-paal nodig?

Heeft de paal geen vaste kabel, dan heb je meestal een eigen Type 2-kabel nodig. Check de stekker aan de wagenkant, de stroom waarvoor de kabel gemaakt is en het aantal fasen dat hij aankan.

Wat als een stekker warm wordt of verkleurt?

Stop de laadbeurt zoals de fabrikant voorschrijft en laat de oorzaak onderzoeken. Herhaaldelijk opnieuw inschakelen is geen diagnose. Trek een vergrendelde connector niet met kracht los.

Welke stekker hebben snelladers?

De meeste hebben CCS2, een kleiner aantal ook de snellaadstekker van oudere Japanse wagens. De kabel zit vast.

Bronnen bij dit hoofdstuk