Hoofdstukken van deze gids
Zonnepanelen Gids · 17 hoofdstukkenDeel 1 · Werking en technologie
- 1Hoe een zonnepaneel werkt
- 2Soorten panelen
- 3Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact
- 4Bifaciale en glas-glaspanelen
- 5Rendement, wattpiek en temperatuur
Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst
- 6Is je dak geschikt?
- 7Hoeveel panelen je nodig hebt
- 8Opbrengst in Nederland
- 9Oriëntatie en hellingshoek
- 10Schaduw, bypassdiodes en optimizers
- 11Opbrengst opvolgen
Deel 3 · Plaatsing en onderhoud
Deel 4 · Levensduur en garanties
Tot slot
Gids zonnepanelen · Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst
8 Opbrengst in Nederland
In het kort
Een installatie van 1 kWp (kilowattpiek, het nominale vermogen van de panelen) levert in Nederland op een zuidgericht dak met zo'n 35° helling zonder schaduw in de praktijk ongeveer 870 kWh per jaar. Dat is de waarde van Milieu Centraal, en daarmee rekent ook de MYNRG Check. Het rekenmodel PVGIS geeft theoretisch meer (Utrecht 1.024) en toont dat de kust iets meer haalt dan het noorden en oosten: van 994 in Groningen tot 1.081 kWh in Vlissingen. Een oost- of westdak haalt ongeveer 745 kWh per kWp, zo'n 15 % minder dan zuid. Ook zo'n dak is de moeite waard: het levert meer in de ochtend (oost) of de avond (west), wanneer veel gezinnen verbruiken. Een plat dak met vlakke panelen haalt ongeveer 785 kWh per kWp. Bijna 70 % van de jaaropbrengst valt tussen april en september, december levert net geen 3 %. Dit zijn gemiddelden: schaduw, helling en de plek op jouw dak schat je pas goed in ter plaatse.
Wat betekent kWh per kWp?
Het kWp-getal geeft het vermogen van de panelen onder gestandaardiseerde testomstandigheden: 1.000 W zonlicht per m² en 25 °C paneeltemperatuur. De specifieke opbrengst in kWh per kWp per jaar zegt hoeveel energie dat vermogen op een bepaalde plek en met een bepaalde richting in de praktijk levert. Handig aan die eenheid: je vermenigvuldigt ze gewoon met het vermogen van elke installatie. Een installatie van 3,48 kWp (8 panelen van 435 Wp) levert op een zuiddak van zo'n 35° dus ongeveer 3,48 × 870 = 3.030 kWh per jaar. Bij 30° helling is dat zo'n 2 % minder: ongeveer 2.980 kWh, het standaardvoorbeeld van de MYNRG Check.
Waar komen de cijfers vandaan?
De cijfers in de tabellen komen uit PVGIS, de gratis rekentool van het Joint Research Centre van de Europese Commissie. Het zijn theoretische waarden: in de praktijk valt de opbrengst zo'n 15 % lager uit. Gebruik de tabellen dus om steden, richtingen en maanden onderling te vergelijken, niet als verwachting voor je eigen dak. Daarvoor rekenen we met 870 kWh per kWp (zie hieronder). De instellingen van PVGIS:
- zonnestraling uit satellietgegevens van 2005 tot 2023, met een resolutie van ongeveer 5 km, en de lokale horizon meegerekend;
- kristallijn silicium als paneeltype, vrijstaande montage en 14 % systeemverlies. Dat verlies dekt kabels, omvormer, vuil en veroudering;
- twaalf steden voor de tabel per stad, en zes daarvan (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Groningen en Maastricht) voor de tabellen per richting en per maand;
- geen schaduw van bomen of gebouwen. Die komt aan bod in Schaduw, bypassdiodes en optimizers.
Resultaat per stad
Zuid, helling 35° (theoretische waarden volgens PVGIS):
| Stad | kWh per kWp per jaar (PVGIS, theoretisch) | Optimale helling | Opbrengst bij optimale helling (PVGIS) |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | 1.081 | 40° | 1.084 |
| Den Haag | 1.065 | 40° | 1.068 |
| Maastricht | 1.056 | 39° | 1.058 |
| Rotterdam | 1.033 | 39° | 1.035 |
| Eindhoven | 1.033 | 39° | 1.035 |
| Breda | 1.029 | 39° | 1.031 |
| Leeuwarden | 1.026 | 40° | 1.030 |
| Amsterdam | 1.024 | 39° | 1.026 |
| Utrecht | 1.024 | 39° | 1.026 |
| Arnhem | 1.021 | 39° | 1.023 |
| Zwolle | 1.016 | 40° | 1.018 |
| Groningen | 994 | 40° | 997 |
Het verschil binnen Nederland is klein: Vlissingen ligt ongeveer 9 % boven Groningen, en de kust doet het beter dan het binnenland. Dat is minder dan het effect van de richting van je dak. In deze gids rekenen we, net als de MYNRG Check, met de praktijkwaarde van Milieu Centraal: 870 kWh per kWp voor zuid, zo'n 35°. PVGIS komt voor Utrecht theoretisch op 1.024 (gemiddelde van de zes steden: 1.027); in de praktijk valt dat lager uit.
Resultaat per oriëntatie en helling
Theoretische waarden volgens PVGIS, gemiddelde van zes steden, ten opzichte van het optimum (zuid, 39 à 40°: 1.030 kWh per kWp):

| Opstelling | kWh per kWp per jaar | Bereik tussen de steden | % van het optimum |
|---|---|---|---|
| Zuid, 35° | 1.027 | 994 tot 1.056 | 100 % |
| Zuid, 45° | 1.026 | 994 tot 1.054 | 100 % |
| Zuid, 50° | 1.016 | 985 tot 1.044 | 99 % |
| Zuid, 25° | 1.005 | 973 tot 1.033 | 98 % |
| Zuid, 20° | 986 | 954 tot 1.014 | 96 % |
| Zuid, 60° | 980 | 950 tot 1.006 | 95 % |
| Zuid, 15° | 962 | 930 tot 988 | 93 % |
| Zuidoost, 35° | 969 | 942 tot 997 | 94 % |
| Zuidwest, 35° | 965 | 932 tot 987 | 94 % |
| Horizontaal (0°) | 858 | 829 tot 881 | 83 % |
| Oost, 10° | 853 | 826 tot 877 | 83 % |
| West, 10° | 852 | 822 tot 873 | 83 % |
| Oost, 30° | 827 | 805 tot 850 | 80 % |
| West, 30° | 822 | 793 tot 838 | 80 % |
| Oost, 35° | 817 | 796 tot 839 | 79 % |
| West, 35° | 811 | 783 tot 825 | 79 % |
| Zuid, verticaal (gevel, 90°) | 739 | 720 tot 758 | 72 % |
| Noord, 35° | 540 | 524 tot 550 | 52 % |
Wat dit betekent:
- Tussen 30° en 45° op zuid zit je binnen 1 % van het optimum, en ook 25° en 50° halen nog 98 à 99 %. Milieu Centraal noemt zuid, zuidwest en zuidoost met ongeveer 36° als beste.
- Voor een oost- of westdak reken je niet met de helft. PVGIS geeft theoretisch ongeveer 80 % van zuid; de MYNRG Check rekent met 86 %, ongeveer 745 kWh per kWp. Zo'n opstelling heeft wel een ander dagprofiel, zie Oriëntatie en hellingshoek.
- Een plat dak met vlakke panelen haalt volgens PVGIS 83 %, ongeveer evenveel als oost of west onder 10°. De MYNRG Check rekent met 90 %, ongeveer 785 kWh per kWp.
Verdeling over het jaar
Kilowattuur per kWp per maand, volgens PVGIS (theoretisch; de aandelen per maand gelden ook voor de praktijkwaarde), gemiddelde van de zes steden:

| Maand | Zuid 35° | Aandeel van het jaar | Oost 30° + west 30° | Aandeel van het jaar |
|---|---|---|---|---|
| Januari | 34,7 | 3,4 % | 16,8 | 2,0 % |
| Februari | 51,7 | 5,0 % | 30,8 | 3,7 % |
| Maart | 90,6 | 8,8 % | 65,4 | 7,9 % |
| April | 120,8 | 11,8 % | 100,0 | 12,1 % |
| Mei | 129,1 | 12,6 % | 118,6 | 14,4 % |
| Juni | 127,3 | 12,4 % | 122,0 | 14,8 % |
| Juli | 125,2 | 12,2 % | 118,5 | 14,4 % |
| Augustus | 114,6 | 11,2 % | 101,0 | 12,2 % |
| September | 96,8 | 9,4 % | 74,5 | 9,0 % |
| Oktober | 67,7 | 6,6 % | 43,6 | 5,3 % |
| November | 40,2 | 3,9 % | 20,7 | 2,5 % |
| December | 28,5 | 2,8 % | 12,6 | 1,5 % |
| Jaar | 1.027 | 100 % | 824 | 100 % |
- Zuid 35°: april tot en met september levert 69,5 % van het jaar, november tot en met januari samen 10,1 %. Juni levert ongeveer 4,5 keer zoveel als december.
- Oost-westopstelling 30°: april tot en met september levert 77,0 %. Juni levert ongeveer 9,7 keer zoveel als december.
De winter blijft het zwakke punt
De productie is ongelijk over het jaar verdeeld. Met 8 panelen van 435 Wp is december ongeveer 82 kWh, juni ongeveer 370 kWh. Een warmtepomp vraagt juist in de winter het meest, dus een positieve jaarbalans verbergt dat verschil. Tot en met 2026 strijkt de salderingsregeling dat nog glad; vanaf 2027 niet meer. Een thuisbatterij verschuift stroom over uren of een paar dagen. Ze bewaart zomerstroom niet tot de winter, ook niet als ze groot is, zie Hoe een thuisbatterij werkt.
Hoe zonnig is een Nederlands jaar?
- PVGIS geeft voor Utrecht (zuid 35°) een standaardafwijking van 49 kWh per kWp per jaar, of 4,8 %. Dat is een maat voor de schommeling van jaar tot jaar tussen 2005 en 2023.
- ⏱ Het KNMI telde in 2025 landelijk 2.124 uur zon, tegenover 1.774 uur normaal: ongeveer 20 % meer. Na 2022 (2.230 uur) was het het zonnigste jaar sinds het begin van de metingen. Maart 2025 was de zonnigste maart ooit gemeten.
- In de PVGIS-reeks voor Utrecht lag het slechtste jaar 6,5 % onder en het beste 12,8 % boven het gemiddelde.
Je opbrengst in één kalenderjaar kan dus gemakkelijk een paar tot meer dan 10 % afwijken van het langjarige gemiddelde.
Wat staat er in een goede opbrengstraming?
Op een offerte is een opbrengstraming pas bruikbaar als je kunt nagaan waarop ze steunt. Kijk of dit erin staat:
- de locatie, het aantal panelen en het totale kWp;
- de richting en helling per dakvlak, waarbij meerdere dakvlakken apart berekend en daarna opgeteld worden;
- de aangenomen verliezen (14 % is gangbaar) en hoe schaduw is meegenomen, zie Schaduw, bypassdiodes en optimizers;
- dat er niet twee keer verlies is afgetrokken: temperatuur- en systeemverliezen zitten al in een PVGIS-berekening.
Vergelijk de uitkomst met de praktijkwaarden in dit hoofdstuk (dezelfde als in de MYNRG Check): ongeveer 870 kWh per kWp op zuid, 745 op oost of west en 785 op een plat dak met vlakke panelen. Een raming die rechtstreeks uit PVGIS komt, ligt hoger (zo'n 1.025 op zuid). Ligt een offerte daar nog boven, vraag dan waarom.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Utrecht met 3.000 kWh verbruik per jaar, in twee varianten: 8 panelen van 435 Wp (3,48 kWp) op zuid (30°), of 9 panelen (3,92 kWp) op een oost- of westdakvlak (30°). We rekenen per dakvlak, zonder gecombineerde oost-westopstelling.
- Opbrengst per kWp zoals in de MYNRG Check: zuid 30° ongeveer 855 kWh, oost of west 30° ongeveer 745 kWh. De maandverdeling volgt het PVGIS-profiel van Utrecht.
- Geen schaduw.
- Het gezin verbruikt 3.000 kWh per jaar (250 kWh per maand), gelijk verdeeld over de maanden. Dat is een vereenvoudiging, want in de winter verbruik je meer.
| Maand | Zuid (kWh) | Dekking van het maandverbruik | Oost of west (kWh) | Dekking van het maandverbruik |
|---|---|---|---|---|
| Januari | 101 | 40 % | 59 | 24 % |
| Februari | 149 | 60 % | 107 | 43 % |
| Maart | 263 | 105 % | 232 | 93 % |
| April | 352 | 141 % | 354 | 142 % |
| Mei | 374 | 150 % | 420 | 168 % |
| Juni | 369 | 148 % | 433 | 173 % |
| Juli | 363 | 145 % | 419 | 168 % |
| Augustus | 333 | 133 % | 359 | 144 % |
| September | 279 | 112 % | 262 | 105 % |
| Oktober | 197 | 79 % | 154 | 62 % |
| November | 114 | 46 % | 72 | 29 % |
| December | 82 | 33 % | 44 | 18 % |
| Jaar | 2.976 | 99 % | 2.915 | 97 % |
Op jaarbasis dekt de zuidvariant 99 % van het verbruik en de variant met oost of west 97 %, met één paneel meer. Van november tot en met februari dekt de zuidvariant maar 33 tot 60 % van een gelijkmatig verbruik, terwijl ze in de zomer ruim meer opwekt dan het gezin gebruikt. ⏱ Vanaf 2027 levert dat zomeroverschot netto weinig op. Wat je ermee kunt doen, lees je in Hoeveel panelen je nodig hebt.
Deze tabel kent jouw dak niet: de schaduw van de buren, de helling van je dakkapel, de plek waar de panelen precies passen. Een installateur ter plaatse wel, en je beslist voor 25 jaar. Wil je een eerste schatting voor je eigen adres, doe dan de gratis MYNRG Check.
Goed om te weten
- Een oost- of westdak levert ongeveer 85 % van een zuiddak, niet de helft. Ongeveer 745 tegenover 870 kWh per kWp (praktijkwaarden, zoals in de MYNRG Check).
- Een plat dak met vlakke panelen haalt ongeveer 90 % van een zuiddak. Een helling van 10° naar oost of west geeft ongeveer hetzelfde. Op een plat dak kun je panelen ook schuin zetten, zie Panelen op een plat dak.
- Mei levert iets meer dan juni, en juni meer dan juli. De drie maanden samen leveren 37 % van het jaar.
- Een verticale zuidgevel wekt in december meer op dan een dak van 35°. In Utrecht is dat 33 tegenover 28 kWh per kWp. Over het hele jaar levert de gevel wel 28 % minder.
Voor- en nadelen
| Zuid (30° tot 50°) | Oost-westopstelling (10° tot 35°) |
|---|---|
| Hoogste jaaropbrengst per kWp, rond 870 | Ongeveer 15 % lagere opbrengst per kWp |
| Meer winteropbrengst: december 2,8 % van het jaar | Minder winteropbrengst: december 1,5 % van het jaar |
| Productie geconcentreerd rond het middaguur | Meer opbrengst in de ochtend en de avond van de zomer |
| Hogere middagpiek: meer kans op afschakelen bij netcongestie | Lagere piek, en vaak volstaat een kleinere omvormer |
Twee dakvlakken vergroten de kans op zelfverbruik als je 's ochtends en 's avonds verbruikt. Ben je overdag thuis, dan past zuid beter. Wat voor jou uitkomt, hangt af van je dagritme.
Voor wie het technisch wil weten
- Hoe PVGIS rekent. PVGIS berekent de straling op het paneelvlak uit satellietgegevens, houdt rekening met de horizon, corrigeert voor invalshoek, spectrum, temperatuur en lage instraling, en past daarna het systeemverlies toe. De uitvoer is de wisselstroomenergie na verliezen.
- Verliezen in Utrecht, zuid 35°. Invalshoek −3,10 %, spectrum +1,82 %, temperatuur en lage instraling −5,16 %, systeem −14 %. Samen −19,52 %. Op het paneelvlak valt 1.272,1 kWh/m² per jaar en er komt 1.023,8 kWh per kWp uit de omvormer. De performance ratio is dus 0,80.
- Helling. Op een horizontaal vlak in Utrecht valt gemiddeld 1.084,8 kWh/m² per jaar. Op een zuidhelling van 35° is dat 1.272,1 kWh/m², ongeveer 17 % meer.
- Gevoeligheid. Met 10 % systeemverlies krijg je 1.071 kWh per kWp (+4,7 %), met 18 % krijg je 976 (−4,7 %). Panelen op of in het dak zonder luchtstroom erachter halen 991 (−3,2 %). Voor nieuwere paneeltypes biedt PVGIS een instelling die ongeveer 3 % hoger uitkomt (1.053 voor Utrecht).
- Temperatuur. Zonnecellen werken het best bij lage temperaturen. De gemiddelde luchttemperatuur in Utrecht loopt in de PVGIS-gegevens van 3,7 °C in januari tot 18,5 °C in juli.
- Diffuus licht. Een groot deel van de productie komt uit verstrooid licht. Panelen werken dus ook op grijze dagen, maar minder.
- Veroudering. Panelen verliezen met de jaren wat vermogen: reken met 0,5 % per jaar, zie Degradatie en levensduur.
- Wat PVGIS niet kent. Schaduw van bomen, schoorstenen en buren, vuil, defecten en een omvormer die op piekmomenten afschakelt. Een gemeentelijke zonatlas houdt wel rekening met schaduw van gebouwen, zie Is je dak geschikt?.
- Milieu Centraal. De tabel van Milieu Centraal (6, 8 en 10 panelen van 435 Wp geven 2.300, 3.000 en 3.800 kWh) komt neer op ongeveer 870 kWh per kWp. Dat ligt lager dan PVGIS voor zuid 35°: in de praktijk spelen verliezen mee die het model niet kent (zie hierboven). Deze gids en de MYNRG Check rekenen daarom met 870 kWh per kWp als praktijkwaarde voor zuid, zo'n 35°, en met de verhoudingen van de Check voor andere richtingen (zuid 30° 0,98, oost of west 30° 0,86, plat 0,90).
Veelgestelde vragen
Hoeveel kWh levert één paneel op?
Het vermogen van het paneel in kWp maal de specifieke opbrengst. Met een paneel van 435 Wp (0,435 kWp) en ongeveer 870 kWh per kWp is dat ongeveer 380 kWh per jaar op een zuiddak zonder schaduw. Het werkelijke vermogen per paneel staat op je offerte.
Is 1.000 kWh per kWp realistisch?
Als theoretische waarde wel: PVGIS geeft voor een goed gericht zuiddak zonder schaduw in Nederland 994 tot 1.081. In de praktijk valt het lager uit. Milieu Centraal en de MYNRG Check rekenen met ongeveer 870 voor zuid, 745 voor een oost- of westdak en 785 voor vlakke panelen op een plat dak. Met schaduw ligt het lager, zie Schaduw, bypassdiodes en optimizers.
Wat leveren zonnepanelen op in de winter?
Weinig. December levert maar 2,8 % van de jaaropbrengst, juni 12,4 %. Met 8 panelen van 435 Wp (ongeveer 2.980 kWh per jaar) is dat ongeveer 82 kWh in december en 370 kWh in juni.
Wat levert een plat dak op?
Met vlakke panelen ongeveer 785 kWh per kWp, 90 % van een zuiddak (PVGIS geeft theoretisch 860, of 83 %). Zet je ze op zuid onder 15°, dan wordt dat ongeveer 810. Meer in Panelen op een plat dak.
Levert een zonnepaneel in het noorden van Nederland minder op?
Iets. Groningen haalt volgens PVGIS theoretisch 994 kWh per kWp op zuid 35°, Vlissingen 1.081: zo'n 9 % verschil. Het verschil is kleiner dan dat tussen een zuid- en een oost- of westdak.