Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsZonnepanelen Gids · 17 hoofdstukken

Deel 1 · Werking en technologie

  1. 1Hoe een zonnepaneel werkt
  2. 2Soorten panelen
  3. 3Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact
  4. 4Bifaciale en glas-glaspanelen
  5. 5Rendement, wattpiek en temperatuur

Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst

  1. 6Is je dak geschikt?
  2. 7Hoeveel panelen je nodig hebt
  3. 8Opbrengst in Nederland
  4. 9Oriëntatie en hellingshoek
  5. 10Schaduw, bypassdiodes en optimizers
  6. 11Opbrengst opvolgen

Deel 3 · Plaatsing en onderhoud

  1. 12Panelen op een plat dak
  2. 13Montagesystemen
  3. 14Reinigen en onderhoud
  4. 15Appartement of huurwoning

Deel 4 · Levensduur en garanties

  1. 16Degradatie en levensduur
  2. 17Product- en vermogensgarantie

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids zonnepanelen · Deel 4 · Levensduur en garanties

16 Degradatie en levensduur

In het kort

Zonnepanelen verliezen langzaam vermogen. Je rekent met 0,5 % per jaar; op de datasheet van nieuwe panelen staat vaak 0,4 %. Oudere panelen verouderden sneller, rond 0,7 %. Na 25 jaar lever je zo nog ongeveer 88 % van je beginvermogen. Vermogensgaranties lopen nu meestal over 30 jaar. Milieu Centraal rekent met een levensduur van 25 jaar; veel panelen werken daarna nog door, met wat minder vermogen.

Wat is degradatie?

Degradatie is het geleidelijke vermogensverlies van een paneel door de jaren heen, uitgedrukt in procent per jaar van het beginvermogen. Dat is iets anders dan een defect. Een paneel met 0,5 % degradatie per jaar werkt gewoon, het levert alleen elk jaar iets minder. Een defect, zoals gebarsten glas of een kapotte verbinding, is een plotselinge of plaatselijke fout.

Veroudering van een zonnepaneel: nieuw en na 25 jaar, met peilbuisjes voor het vermogen

Houd ook twee dingen uit elkaar:

  • Vermogensverlies van het paneel: de cellen en materialen verouderen.
  • Prestatieverlies van de installatie: paneel, kabels, omvormer, vuil en schaduw samen. De meeste praktijkstudies meten dit tweede cijfer, dus het bevat meer dan alleen paneeldegradatie.

Wat zeggen de studies?

Bij 0,4 of 0,5 % degradatie per jaar daalt de opbrengst over 25 jaar maar met 10 tot 12 %, minder dan de weersschommeling tussen jaren.
StudieOmvangResultaat
NREL, 2012ca. 2.000 cijfersmediaan 0,5 % per jaar
NREL, 2016meer dan 11.000 cijfers uit bijna 200 studies in 40 landenkristallijn silicium: mediaan 0,5 tot 0,6 %, gemiddelde 0,8 tot 0,9 % per jaar
Amerikaanse vloot, 2023ca. 19.000 omvormers op ca. 2.200 locatiesmediaan ca. 0,75 % per jaar, trager in koelere klimaten
Vloot van woninginstallaties (TU Eindhoven), 2021meer dan 8.400 kleine installaties, gemiddeld 30 maanden oud0,74 tot 0,86 % per jaar
Commerciële vloot, 2024ca. 190.000 omvormers in bijna 6.000 installatiesmediaan 0,9 % per jaar

De spreiding is groot, omdat de studies verschillende dingen meten, andere technologieën en leeftijden bevatten en andere methoden gebruiken. Ze gaan vooral over oudere panelen, die sneller verouderden. Voor nieuwe panelen reken je met 0,5 % per jaar.

LID: een sneller verlies in het begin

LID (light-induced degradation, door licht veroorzaakte degradatie) is een verlies in de eerste uren tot dagen zonlicht bij bepaalde kristallijne siliciumcellen. Volgens IEA PVPS ligt het rond 2 tot 4 %. Het geldt niet als fout zolang het verlies niet groter is dan wat de nominale vermogensklasse al meeneemt. Daarom lijkt het eerste jaar vaak sneller te dalen dan de jaren daarna.

LeTID: traag verlies, dan herstel

LeTID (light- and elevated temperature-induced degradation) is een verlies dat zich langzaam opbouwt bij warmte en licht, en daarna gedeeltelijk of helemaal herstelt. Het treft vooral PERC-cellen, een veelgebruikte celtechniek. Fraunhofer ISE mat in tests 2 tot 3,6 % bij mono-PERC en 3,8 tot 7,5 % bij multi-PERC, en tot 9,2 % onder versnelde omstandigheden.

PID: het effect van spanning

PID (potential-induced degradation) ontstaat door de hoge spanning tussen de cellen en het geaarde frame, vooral bij vocht en warmte. Vaak is maar een deel van de panelen in een string getroffen, het is deels omkeerbaar, en aan het paneel hoeft niets zichtbaar te veranderen. Bij veel zon is het effect klein, bij weinig licht groter. In je maandcijfers merk je het dus moeilijk.

Levensduur: 25 jaar is geen einddatum

De 25 jaar van Milieu Centraal is een gemiddelde, geen fysieke grens. Ook Fraunhofer ISE rekent met 25 jaar levensduur. Vermogensgaranties lopen nu meestal over 30 jaar, zie Product- en vermogensgarantie.

Wat versnelt of vertraagt het verlies?

  • Warmte, vorst en vervuiling wegen het zwaarst.
  • Koelere klimaten degraderen trager. Nederland ligt daar gunstig.
  • Weinig ventilatie achter de panelen kan de degradatie verhogen.
  • Een hoge systeemspanning speelt mee bij PID.

Moet je oude panelen vervangen?

Meestal niet. Een goed werkend ouder paneel vervangen levert extra productie op, maar kost een nieuwe investering en werk op het dak, en de oude panelen moeten verwerkt worden. Kijk naar de hele installatie, ook naar de resterende levensduur van omvormer en dak. Het einde van de vermogensgarantie betekent niet dat de panelen onbruikbaar zijn.

Bewaar de productbladen, serienummers en garantievoorwaarden van je panelen. Moet je ooit een claim indienen, dan leg je het gemeten gedrag met die documenten naast de belofte, zie Product- en vermogensgarantie.

Rekenvoorbeeld

Een gezin in Zwolle heeft 8 panelen van 435 Wp (3,48 kWp) op een zuiddak (30°) en verbruikt 3.000 kWh per jaar. We gaan uit van:

  • een opbrengst in jaar 1 van 3,48 × 870 × 0,98 = ca. 2.980 kWh (MYNRG Check: 2.976);
  • een lineair verlies ten opzichte van jaar 1, in twee scenario's: 0,4 % per jaar (wat op de datasheet van veel nieuwe panelen staat) en 0,5 % per jaar (de rekenwaarde);
  • ⏱ 30 % zelfverbruik zonder batterij, 0,25 euro per bespaarde kWh en netto 0,015 euro per teruggeleverde kWh (vanaf 2027). Gewogen: 0,30 × 0,25 + 0,70 × 0,015 = ca. 0,086 euro per kWh;
  • energieprijzen die gelijk blijven, een vereenvoudiging.
0,4 % per jaar0,5 % per jaar
Opbrengst in jaar 25 ten opzichte van jaar 190,4 %88 %
Gemiddelde over 25 jaar95,2 %94 %
Totale productie in 25 jaarca. 70.830 kWhca. 69.940 kWh
Waarde bij 0,086 euro/kWhca. 6.100 euroca. 6.000 euro

Het verschil tussen de scenario's is ongeveer 890 kWh, of zo'n 75 euro over 25 jaar. Dat is een veel kleinere onzekerheid dan de ontwikkeling van de stroomprijs en van de terugleverkosten. Degradatie bepaalt je terugverdientijd (Terugverdientijd) dus minder dan het prijsverloop en je zelfverbruik.

Hoe lang jouw panelen goed blijven presteren, hangt ook af van hoe ze gelegd zijn: ventilatie, bekabeling, klemmen. Dat zie je op een offerte niet, wel als een installateur het werk goed doet. Je beslist voor 25 jaar of langer.

Goed om te weten

  • Oudere panelen verouderden sneller. In de grote studie met 11.000 metingen aan oudere panelen is de mediaan 0,5 tot 0,6 % en het gemiddelde 0,8 tot 0,9 %, omdat een groep slechte panelen het gemiddelde optrekt. Voor nieuwe panelen reken je met 0,5 % per jaar.
  • LID, LeTID en PID zijn drie verschillende mechanismen. LID zit in het eerste jaar, LeTID is traag en kan herstellen, PID komt van de spanning en is deels omkeerbaar.
  • Het ene jaar is het andere niet. Zonder dat er één paneel verandert, schommelt de PVGIS-opbrengst voor Utrecht tussen 940 en 1.134 kWh per kWp. Dat is veel meer dan het degradatieverlies van één jaar (0,5 %), dus je leest degradatie niet af uit twee opeenvolgende jaren.
  • Voor nieuwe celtypes ontbreekt de langste praktijkgeschiedenis. De studies gaan over oudere technologie, zie Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact.

Voor- en nadelen van de gangbare cijfers

  • Voordeel: je rekent realistisch (Terugverdientijd) en weet wat een vermogensgarantie moet dekken (Product- en vermogensgarantie).
  • Beperking: praktijkcijfers zijn gemiddelden van oudere technologie.
  • Beperking: prestatieverlies van de installatie omvat meer dan paneeldegradatie.

Voor wie het technisch wil weten

  • Lineair of samengesteld. Bij 0,5 % per jaar lineair blijft na 24 jaar 88 % over (24 × 0,5 % = 12 % verlies). Verlies je elk jaar 0,5 % van wat er nog over is, dan is dat ongeveer 88,7 %. Het verschil is klein, maar vergelijk een garantie alleen met de rekenwijze die in de garantie zelf staat.
  • Verloop. Een verlies in het eerste jaar gevolgd door een lineair verloop is een gangbare vereenvoudiging. NREL ziet het grootste deel van het vroege verlies in jaar 1, met medianen van −0,25 tot −0,55 % per jaar daarna voor de meeste types.
  • Afwijking van het label. Het werkelijke beginvermogen kan van het label afwijken. Is het label de referentie, dan lees je dat in praktijkstudies als degradatie.
  • Systeemverlies in PVGIS. De standaardwaarde van 14 % bevat onder meer kabels, omvormer en vuil. Met 10 % verlies geeft PVGIS voor Utrecht 1.071 kWh/kWp, met 18 % verlies 976.
  • Omvormer. Die heeft een eigen levensduur en wordt vaak eerder vervangen, zie Levensduur en vervanging.

Bronnen bij dit hoofdstuk

Veelgestelde vragen

Hoe lang gaan zonnepanelen mee?

Milieu Centraal rekent met 25 jaar, met ongeveer 0,5 % vermogensverlies per jaar. Dat is een gemiddelde, geen einddatum: na 25 jaar lever je nog ongeveer 88 % van je beginvermogen, en panelen werken meestal door. De omvormer vervang je vaak eerder.

Kan ik degradatie meten aan mijn productiecijfers?

Moeilijk. Het weer verschuift je jaaropbrengst een paar procent omhoog of omlaag, veel meer dan de degradatie. Vergelijk over meerdere jaren en corrigeer voor de instraling, zie Opbrengst opvolgen.

Vallen degradatie en defecten onder de garantie?

Een vermogensgarantie dekt vermogensverlies onder een afgesproken grens, en die garanties lopen nu meestal over 30 jaar. Defecten vallen onder de productgarantie. Zie Product- en vermogensgarantie.