Hoofdstukken van deze gids
Kosten & regels Gids · 21 hoofdstukkenDeel 1 · Kosten en rendement
- 1Wat een installatie kost
- 2Terugverdientijd
- 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
- 4Terugleververgoeding
- 5Terugleverkosten
- 6Btw: 0 % op panelen, 21 % op de rest
- 7Subsidies en leningen
- 8Offertes vergelijken
Deel 2 · Tarieven en meter
- 9Einde salderingsregeling 2027
- 10Netbeheerkosten en aansluitklasse
- 11Tijdsafhankelijk nettarief vanaf 2029
- 12Energiedelen
Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
- 13Aanmelden via energieleveren.nl
- 14NEN 1010 en inspectie
- 15Netbeheerderseisen
- 16Netcongestie
- 17Vergunning
Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen
- 18Brandveiligheid en verzekering
- 19Stekkerpanelen
- 20Erkende installateur
- 21Verkopen of verhuizen met zonnepanelen
Tot slot
Gids kosten en regels · Deel 1 · Kosten en rendement
2 Terugverdientijd
In het kort
De terugverdientijd is het aantal jaren tot je besparingen de investering hebben terugbetaald. ⏱ Vanaf 2027 is die in Nederland een stuk langer dan in de jaren met saldering, omdat teruggeleverde stroom netto bijna niets meer opbrengt. In ons standaardvoorbeeld (3.000 kWh verbruik, 8 panelen van 435 Wp, € 3.200) bespaar je zo'n € 260 per jaar en ben je na ruim 12 jaar uit de kosten, bij 30 % zelfverbruik. Gebruik je de helft van je zonnestroom zelf, dan is dat 8 jaar, bij 60 % bijna 7. Hoeveel je zelf gebruikt, weegt dus het zwaarst, en dat verschilt per gezin.
De formule
Jaarlijkse besparing = (kWh die je zelf gebruikt x de prijs die je daardoor niet meer betaalt) + (kWh die je teruglevert x netto terugleverwaarde) − jaarlijkse kosten.
De netto terugleverwaarde is de terugleververgoeding min de terugleverkosten. De eenvoudige terugverdientijd is de investering gedeeld door die jaarlijkse besparing, met constante prijzen. Wat die methode niet meeneemt (panelen die langzaam minder leveren en een nieuwe omvormer), staat verderop bij 'Wat de eenvoudige berekening niet meerekent'. Dat blijkt in Nederland meer uit te maken dan je zou denken.
De ingrediënten
Investering. Alles wat je betaalt om te starten: panelen, omvormer, montage, een eventuele aanpassing in de meterkast. Op panelen bij een woning betaal je 0 % btw. ⏱ We rekenen met de richtprijs van Milieu Centraal: € 3.200 voor 8 panelen van 435 Wp, samen 3,48 kWp. Een landelijke subsidie om af te trekken is er niet. Prijzen en btw lees je in Wat een installatie kost.

Productie. Een dak op het zuiden, zuidwesten of zuidoosten onder zo'n 36° haalt in Nederland ongeveer 870 kWh per kWp per jaar. Voor 3,48 kWp is dat ongeveer 3.030 kWh; bij een helling van 30°, waarmee de MYNRG Check standaard rekent, ongeveer 2.980 kWh. Een dak op het oosten of westen levert zo'n 15 % minder; meer daarover lees je in Oriëntatie en hellingshoek. Schaduw en het weer bepalen wat je in werkelijkheid haalt.
Zelfverbruik en teruglevering. Zelfverbruik is het deel van je zonnestroom dat je meteen zelf gebruikt: de koelkast, de router, de wasmachine die overdag draait. Milieu Centraal rekent zonder batterij met 30 %, en dat doen wij in het standaardvoorbeeld ook. Bij het ene gezin ligt het lager, bij het andere veel hoger. Wie thuiswerkt, overdag een elektrische auto laadt of een warmtepompboiler op zonnestroom laat draaien, haalt makkelijk 50 % of meer. Wat je niet zelf gebruikt, gaat het net op. Hoe je je zelfverbruik verhoogt, lees je in Zelfverbruik verhogen.
Zelfverbruik is iets anders dan zelfvoorziening. Zelfverbruik deelt de zonnestroom die je zelf gebruikt door je productie, zelfvoorziening deelt diezelfde stroom door je totale verbruik. In het standaardvoorbeeld liggen ze dicht bij elkaar, omdat productie en verbruik bijna even groot zijn: 896 kWh is 30 % van 2.976 kWh productie en 30 % van 3.000 kWh verbruik.
Wat een zelf gebruikte kWh waard is. Je bespaart de leveringsprijs en de energiebelasting, allebei met btw. Vaste kosten bespaar je niet: de netbeheerkosten, het vastrecht van je leverancier en de vermindering energiebelasting blijven even groot. ⏱ Vanaf 2027 rekenen we met € 0,25 per kWh: ongeveer € 0,145 levering en € 0,1065 energiebelasting. Je eigen prijs per kWh staat op je contract of jaarafrekening.
Wat een teruggeleverde kWh waard is. ⏱ Vanaf 2027 krijg je per kWh een terugleververgoeding, maar je leverancier rekent ook terugleverkosten. Milieu Centraal houdt bij een vast of variabel contract netto "ongeveer 1,25 cent per kWh" over. Wij rekenen met 1,5 cent. Hoe dat per contract verschilt, lees je in Terugleververgoeding en Terugleverkosten.
Stroomprijs. Niemand weet hoe die zich ontwikkelt. We rekenen met constante prijzen en laten apart zien wat +2 % per jaar zou doen.
Wat de salderingsregeling veranderde
Tot en met 2026 mocht je teruggeleverde stroom wegstrepen tegen de stroom die je op andere momenten van het net haalde. Een kWh die je in juli teruglevert, was dan evenveel waard als een kWh die je in december afneemt: zo'n 25 tot 26 cent. Met dezelfde prijzen zou het standaardvoorbeeld hieronder met saldering in ruim 4 jaar terugverdiend zijn, en maakte het weinig uit of je je stroom zelf gebruikte.
⏱ Vanaf 1 januari 2027 kan dat niet meer. In het standaardvoorbeeld kost dat zo'n € 490 per jaar aan opbrengst. Wat er precies verandert en wat je kunt doen, lees je in Einde salderingsregeling 2027. Op deze pagina rekenen we alles zonder saldering, want een installatie die je nu laat plaatsen, heeft er nog maar een paar weken iets aan.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Zwolle verbruikt 3.000 kWh per jaar. Het heeft een slimme meter en een vast of variabel contract. Dit is het standaardvoorbeeld op deze site. We gaan uit van:

- een dak op het zuiden, geen schaduw: 8 panelen van 435 Wp, samen 3,48 kWp;
- een investering van € 3.200 (0 % btw);
- 870 kWh per kWp, bij een dakhelling van 30° 2 % minder: ongeveer 2.976 kWh per jaar, zoals in de MYNRG Check;
- 30 % zelfverbruik zonder batterij, dus 896 kWh;
- € 0,25 per zelf gebruikte kWh en € 0,015 netto per teruggeleverde kWh, constante prijzen;
- geen onderhoudskosten, en in deze eerste berekening ook geen veroudering van de panelen en geen nieuwe omvormer.
Jaar 1:
- Zelf gebruikt: 896 kWh x € 0,25 = € 224
- Teruggeleverd: 2.080 kWh x € 0,015 = € 31
- Samen: ongeveer € 255 per jaar
De terugverdientijd is 3.202 / 255 = ongeveer 12,5 jaar. Na 25 jaar staat het resultaat, bij constante prijzen, op ongeveer +€ 3.180.
Valt dat tegen? Het is in elk geval eerlijk. Het verschil met de ruim 4 jaar die je met saldering had, zit bijna helemaal in die 2.080 kWh die vroeger 25 cent waard waren en nu 1,5 cent.
Zelfverbruik: daar draait het om
Zelfde installatie (3,48 kWp, € 3.200), zelfde prijzen. Alleen het zelfverbruik verandert.
| Zelfverbruik | Besparing jaar 1 | Terugverdientijd | Resultaat na 25 jaar |
|---|---|---|---|
| 30 % (standaard) | € 255 | 12,5 jaar | +€ 3.180 |
| 50 % | € 394 | 8,1 jaar | +€ 6.660 |
| 60 % | € 464 | 6,9 jaar | +€ 8.400 |
Elke kWh die je zelf gebruikt in plaats van terug te leveren, is in dit voorbeeld 23,5 cent meer waard. Een gezin dat 600 kWh per jaar van de avond naar de middag verschuift (de vaatwasser, de wasmachine, de boiler), wint daarmee zo'n € 140 per jaar.
Andere aannames, telkens één wijziging
Basis: 30 % zelfverbruik, 12,5 jaar.
| Wijziging | Terugverdientijd |
|---|---|
| Investering € 2.200 | 8,6 jaar |
| Investering € 4.200 | 16,5 jaar |
| Stroomprijs € 0,22 per kWh | 14,0 jaar |
| Stroomprijs € 0,28 per kWh | 11,3 jaar |
| Netto terugleverwaarde 0 cent | 14,3 jaar |
| Netto terugleverwaarde 4 cent | 10,4 jaar |
| Onderhoud € 100 per jaar | 20,6 jaar |
| Stroomprijs +2 % per jaar | 11,4 jaar |
De ongunstigste combinatie (30 % zelfverbruik, € 4.200, € 0,22 per kWh) geeft 18,4 jaar, de gunstigste (60 %, € 2.200, € 0,28 per kWh) 4,2 jaar. "De" terugverdientijd bestaat dus niet. Er is er alleen een voor jouw situatie.
Groter is niet per se beter
Met saldering was de vuistregel: zoveel panelen dat ze je jaarverbruik dekken. Zonder saldering levert elk extra paneel vooral stroom die je teruglevert, en die brengt weinig op. Het zelfverbruik in procenten daalt dan.
Hetzelfde gezin, met de prijzen en het zelfverbruik zoals de MYNRG Check ze rekent (zuiddak van 30°):
| Installatie | Prijs | Productie | Zelfverbruik (geschat) | Besparing jaar 1 | Terugverdientijd |
|---|---|---|---|---|---|
| 6 panelen | € 2.400 | 2.232 kWh | 35 % | € 216 | 11,1 jaar |
| 8 panelen | € 3.200 | 2.976 kWh | 30 % | € 255 | 12,5 jaar |
| 10 panelen | € 3.990 | 3.720 kWh | 27 % | € 291 | 13,7 jaar |
De grotere installatie levert in euro's wel meer op, maar elk extra paneel verdient zich trager terug. Ga je de komende jaren een warmtepomp of elektrische auto nemen, dan verandert dat beeld weer: dan stijgt je verbruik overdag en gebruik je meer zelf. Vertel dat je installateur, want dat bepaalt de goede grootte meer dan je huidige jaarverbruik.
Wat de eenvoudige berekening niet meerekent
Twee dingen sturen je rekening over de hele levensduur nog bij.
Veroudering. Panelen leveren elk jaar iets minder. Wij rekenen met 0,5 % per jaar. Een overzichtsstudie van het Amerikaanse onderzoeksinstituut NREL vond een mediaan van 0,5 % per jaar; oudere panelen verouderden sneller. Milieu Centraal rekent met een levensduur van 25 jaar.
Omvormer en onderhoud. Een omvormer gaat ongeveer 10 tot 15 jaar mee. Voor de vervanging rekenen we met € 1.150 rond jaar 12, het midden van een indicatieve range van € 800 tot € 1.500. Regen spoelt het meeste stof van de panelen; vogelpoep of mos haal je zelf weg of laat je weghalen.
Bij een terugverdientijd van 5 tot 7 jaar viel die nieuwe omvormer vroeger ná het break-evenpunt. ⏱ Nu de terugverdientijd boven 12 jaar ligt, valt hij ervóór, en dat schuift het hele break-evenpunt op. Wat dat in het standaardvoorbeeld doet:
| Jaar | Resultaat tot dan |
|---|---|
| 1 | −€ 2.947 |
| 5 | −€ 1.938 |
| 10 | −€ 706 |
| 11 | −€ 463 |
| 12 | −€ 1.371 (omvormer vervangen) |
| 16 | −€ 417 |
| 20 | +€ 518 |
| 25 | +€ 1.662 |
De terugverdientijd gaat van 12,5 naar ongeveer 17,8 jaar, en het resultaat na 25 jaar daalt van +€ 3.180 naar +€ 1.660. Bij een hoger zelfverbruik valt de omvormer wel weer na het break-evenpunt:
| Zelfverbruik | Terugverdientijd met veroudering en omvormer | Resultaat na 25 jaar, eenvoudig | Resultaat na 25 jaar, met veroudering en omvormer |
|---|---|---|---|
| 30 % (standaard) | 17,8 jaar | +€ 3.180 | +€ 1.660 |
| 50 % | 8,3 jaar | +€ 6.660 | +€ 4.940 |
| 60 % | 7,0 jaar | +€ 8.400 | +€ 6.580 |
Wat je hieruit haalt: met 30 % zelfverbruik zijn zonnepanelen in Nederland vanaf 2027 een investering op het randje. Met 50 % of meer zijn ze een goede investering. Waar jouw gezin uitkomt, bepalen vooral drie dingen: wanneer je stroom gebruikt, wat er de komende jaren bij komt en hoe groot de installatie is. Dat is per huis anders, en het loont om het door iemand ter plaatse te laten doorrekenen voor je tekent: je zit er 25 jaar aan vast. Een eerste beeld van jouw situatie geeft de gratis MYNRG Check.
Goed om te weten
- Extra verbruiken is geen besparing. Een apparaat laten draaien omdat de zon schijnt, levert alleen iets op als je die stroom anders op een duurder moment van het net zou halen. De wasmachine van de avond naar de middag verschuiven telt wel, een extra kachel aanzetten niet.
- Een zelf gebruikte kWh is ruim 16 keer meer waard dan een teruggeleverde. In dit voorbeeld € 0,25 tegenover € 0,015. Milieu Centraal noemt zelf gebruikte stroom ongeveer 4 keer voordeliger. Wij komen hoger uit, omdat we rekenen met wat er na de terugleverkosten overblijft.
- Je netbeheerkosten veranderen niet door panelen. Die zijn in Nederland een vast bedrag per aansluiting. Panelen maken ze niet hoger of lager. Meer in Netbeheerkosten en aansluitklasse.
- Onderhoud in euro's weegt zwaar. Een onderhoudscontract van € 100 per jaar maakt van 12,5 jaar ruim 20 jaar. Reinigen is zelden nodig; laat het alleen doen als er echt vuil op ligt.
Voor- en nadelen
| Eenvoudige methode | Jaar per jaar rekenen |
|---|---|
| Snel: investering gedeeld door jaarlijkse besparing | Houdt rekening met veroudering en een nieuwe omvormer |
| Goed genoeg als de omvormer na het break-evenpunt valt | Vraagt extra aannames over veroudering en omvormerprijs |
| Te optimistisch bij een lange terugverdientijd | Laat zien wanneer je echt uit de kosten bent |
Voor wie het technisch wil weten
- In Nederland zijn de netbeheerkosten voor een kleine aansluiting een vast bedrag per aansluitklasse. Er is geen piektarief. Panelen, een batterij of slimme sturing veranderen je netbeheerkosten dus niet. Dat verandert mogelijk vanaf 2029, zie Tijdsafhankelijk nettarief vanaf 2029.
- De vermindering energiebelasting is een vast bedrag per aansluiting met een verblijfsfunctie. Je krijgt ze met of zonder panelen; ze hoort dus niet in de besparing.
- Het geschatte zelfverbruik bij 6 en 10 panelen is een modelwaarde: we laten het meebewegen met de wortel van de verhouding tussen productie en verbruik, vertrekkend van 30 % bij 8 panelen.
- Productie in jaar t met veroudering: 3,48 x 870 x 0,983 x 0,995^(t−1) kWh (0,983 is de factor voor 30° helling in de MYNRG Check).
- De afnameprijs van € 0,25 gaat uit van een variabel contract in 2027. ⏱ De energiebelasting voor 2027 staat in het Belastingplan 2027, dat nog door het parlement moet.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Milieu Centraal, Kosten en opbrengst zonnepanelen
- Rijksoverheid, Salderingsregeling
- Staatsblad 2025, 17: Wet beëindiging salderingsregeling
- Belastingdienst, Energiebelasting
- Rijksfinanciën, Fiscale sleuteltabel 2027
- CBS StatLine, Gemiddelde energietarieven voor consumenten
- ACM, Netbeheerkosten
- NREL, Photovoltaic Degradation Rates: An Analytical Review
- PVGIS (Europese Commissie, JRC)
Veelgestelde vragen
Wat is een goede terugverdientijd voor zonnepanelen in Nederland?
⏱ Zonder saldering ligt hij in ons standaardvoorbeeld (en in de MYNRG Check) rond 12,5 jaar bij 30 % zelfverbruik, en rond 8 jaar bij 50 %. Milieu Centraal geeft bewust geen vast getal, omdat het per situatie verschilt. Je zelfverbruik en de prijs van je installatie bepalen het meest.
Moet ik de omvormervervanging meerekenen?
Ja, zeker bij een lange terugverdientijd. In het standaardvoorbeeld valt de nieuwe omvormer vóór het break-evenpunt, en dan schuift dat op van 12,5 naar ongeveer 17,8 jaar. Bij 50 % zelfverbruik maakt het bijna niets uit.
Waarom hoor ik nog veel kortere terugverdientijden?
Dat zijn vaak de getallen met saldering, toen een teruggeleverde kWh evenveel waard was als een afgenomen kWh. In ons voorbeeld was dat ruim 4 jaar. ⏱ Vanaf 2027 geldt dat niet meer. Wie nu nog zo'n korte terugverdientijd belooft zonder uit te leggen hoe, rekent waarschijnlijk met de oude regels.
Ik heb al panelen. Moet ik iets doen?
Je panelen zijn al betaald, dus ze blijven geld opleveren. Je opbrengst daalt wel vanaf 2027. Wat je kunt doen om meer zelf te gebruiken, lees je in Einde salderingsregeling 2027.
Wat als mijn panelen op oost en west liggen?
Dan levert elk paneel iets minder, maar de stroom komt meer in de ochtend en de avond, wanneer veel gezinnen hem gebruiken. Zonder saldering is dat een voordeel voor je zelfverbruik. Hoe dat uitvalt, lees je in Oriëntatie en hellingshoek.