Hoofdstukken van deze gids
Thuisbatterij Gids · 15 hoofdstukkenDeel 1 · Basis en rendement
Deel 2 · Techniek en levensduur
- 4Batterijchemie: LFP of NMC
- 5Laagspanning of hoogspanning
- 6Het batterijbeheersysteem (BMS)
- 7SoC, SoH en DoD
- 8Levensduur en garantie
- 9AC- of DC-gekoppeld
Deel 3 · Plaatsen en gebruiken
- 10Bijplaatsen bij bestaande panelen
- 11Noodstroom
- 12Batterij en dynamisch contract
- 13Veiligheid en plaatsing
- 14Storingen
- 15Recycling van je thuisbatterij
Tot slot
Gids thuisbatterij · Deel 1 · Basis en rendement
3 De juiste capaciteit
In het kort
Kies niet te groot. Dat is het eerste advies van Milieu Centraal, en wij sluiten ons erbij aan. De juiste maat volgt uit wat je 's avonds en 's nachts verbruikt: een batterij die groter is, raakt in de praktijk nooit helemaal leeg. Een vaak gebruikte vuistregel is 1 tot 1,5 kWh batterij per kWp zonnepanelen. De MYNRG Check zet de batterij op zo'n 70 % van je dagverbruik, met een minimum van 5 en een maximum van 20 kWh. Reken altijd met de bruikbare capaciteit, en haal capaciteit en vermogen niet door elkaar. Het eerste is het reservoir (kWh), het tweede hoe snel je laadt en ontlaadt (kW).
Capaciteit (kWh) en vermogen (kW)
Capaciteit, in kWh (kilowattuur), zegt hoeveel energie de batterij kan opslaan. Vermogen, in kW (kilowatt), zegt hoeveel stroom ze op hetzelfde moment kan leveren. Thuisbatterijen gaan volgens Milieu Centraal van zo'n 2 kWh voor een kleine tot zo'n 20 kWh voor een grote, vaak in modules. Gemiddeld gaat het om rond 6 kWh.

Denk aan een emmer en een kraan. De capaciteit is de grootte van de emmer, het vermogen de dikte van de kraan. Met een smalle kraan duurt het lang voor een grote emmer vol of leeg is.
Twee voorbeelden maken het concreet. Een batterij van 4 kWh houdt een sluipverbruik van 100 W zo'n 40 uur gaande. Een oven van 2.000 W kan er rond 2 uur op werken.
Draaien kookplaat, oven en wasdroger 's avonds tegelijk, dan dekt een batterij met te weinig vermogen die piek niet volledig. De rest komt van het net. Voor je nettarief maakt dat in Nederland niets uit, want dat is een vast bedrag per aansluiting. Het betekent alleen dat je die kWh's koopt in plaats van uit de batterij haalt. Een vaste richtwaarde voor het vermogen bestaat niet. Welk vermogen jouw avondpiek dekt, kan je installateur voor je uitrekenen.
[FIGUUR: capaciteit tegenover vermogen]
Nominale en bruikbare capaciteit
Op de specificaties staat de nominale capaciteit. In de praktijk haal je de bruikbare of netto capaciteit, want een batterij houdt altijd een deel achter dat ze nooit gebruikt. In een Belgische praktijkproef (Energent, 2024) stond de maximale ontlading op 90 %, en had een batterij van 5 kWh netto 4,5 kWh.
Daarbovenop gaat er bij het omzetten stroom verloren. Stekkerbatterijen haalden in een test van Test Aankoop gemiddeld 82,4 % rendement bij 23 °C en 78,1 % bij 5 °C. Vaste batterijen halen doorgaans 88 tot 97 %.
Offertes vergelijk je daarom het best op bruikbare kWh. Wij zouden de installateur vragen om beide capaciteiten te vermelden, samen met het maximale vermogen bij laden en ontladen.
Vuistregel in drie stappen
Stap 1: het vermogen van je zonnepanelen. Een veelgebruikte vuistregel, die onder meer de Vlaamse overheid hanteert, is 1 tot 1,5 kWh batterij per kWp. Een kWp (kilowattpiek) is het maximale vermogen van je panelen onder standaardomstandigheden. Met 4 kWp kom je zo op 4 tot 6 kWh.
Stap 2: je avond- en nachtverbruik. Kijk hoeveel kWh je verbruikt als de panelen weinig of niets leveren, ruwweg van zonsondergang tot de volgende ochtend. Milieu Centraal raadt aan dat te meten met een P1-meter op je slimme meter. Ook de app van je leverancier of de verbruiksgegevens van je netbeheerder kunnen het tonen. Neem het gemiddelde avond- en nachtverbruik van een gewone dag en deel het door 0,9 voor de bruikbare capaciteit. Een batterij die groter is dan dat verbruik, raakt zelden leeg en benut je dus niet volledig.
Verwarm je met een warmtepomp of laad je een elektrische auto, dan schuift alles op. Die extra kWh's vallen vooral in de winter of 's avonds, en een groot deel ervan kan geen batterij uit zonnestroom dekken.
Rekenregel van de MYNRG Check. Wij zetten de batterijcapaciteit op ongeveer 70 % van je dagverbruik, met een ondergrens van 5 kWh en een bovengrens van 20 kWh. Je dagverbruik is je jaarverbruik gedeeld door 365. Bij 3.000 kWh per jaar is dat rond 8,2 kWh per dag, en dus een batterij van 5,8 kWh, afgerond 6 kWh.
Stap 3: zomer en winter. Zonder batterij ligt je zelfverbruik in de winter veel hoger dan in de zomer, want je panelen leveren dan weinig en je gebruikt bijna alles meteen zelf. Een batterij die je op de zomer afstemt, staat in de winter grotendeels leeg.
Zomer en winter verschillen sterk
Voor Eindhoven rekent de Europese tool PVGIS (helling 35 graden, zuid, 14 % verliezen) op zo'n 1.030 kWh per kWp per jaar. In juni is dat rond 127 kWh per kWp, in december rond 30 kWh: ruim vier keer minder. Dat zijn theoretische waarden; in de praktijk rekenen Milieu Centraal en de MYNRG Check met zo'n 870 kWh per kWp. De verhouding tussen zomer en winter blijft dezelfde.

[FIGUUR: dezelfde woning in juni en december]
Een batterij die in de zomer vol raakt, wordt in de winter dus nauwelijks gevuld. Kies je de grootte op de zomer, dan staat ze in de winter grotendeels leeg. Kies je op de winter, dan loopt ze in de zomer vol en gaat veel overschot toch naar het net. Van seizoen tot seizoen opslaan kan niet: de batterij helpt je hooguit een of enkele dagen.
Rekenvoorbeeld
Een gezin in Eindhoven verbruikt 3.000 kWh per jaar, met 10 panelen van 435 Wp (4,35 kWp) op het zuiden onder 35 graden. Er is geen warmtepomp en geen elektrische auto. We rekenen met een constant verbruik van 3.000 / 365, rond 8,2 kWh per dag. Daarvan valt 40 % overdag en 60 % 's avonds en 's nachts. Die verdeling is een aanname: met je echte meterdata wordt het nauwkeuriger. Alle getallen hieronder zijn afgerond.
- Vuistregel: 4,35 kWp x 1 tot 1,5 kWh geeft 4,4 tot 6,5 kWh.
- Avond en nacht: 0,6 x 8,2 = 4,9 kWh per dag. Bij 90 % bruikbaar is dat 4,9 / 0,9 = 5,5 kWh nominaal.
- MYNRG Check: 70 % van 8,2 kWh is 5,8 kWh, afgerond 6 kWh. Dat valt binnen de grenzen van 5 tot 20 kWh.
- Jaar: 4,35 x 870 = zo'n 3.785 kWh (praktijkwaarde, zuid 35°).
- Juni: 12,3 % van het jaar = 465 kWh, of 15,5 kWh per dag. Overdag verbruikt het gezin 0,4 x 8,2 = 3,3 kWh. Er blijft dus zo'n 12 kWh per dag over: de batterij raakt elke dag vol, de rest gaat naar het net.
- December: 2,9 % van het jaar = 110 kWh, of 3,5 kWh per dag. Na het verbruik overdag (3,3 kWh) blijft er nauwelijks iets over. De batterij blijft grotendeels leeg.
Drie wegen, drie uitkomsten die dicht bij elkaar liggen: 4,4 tot 6,5 kWh volgens de vuistregel, 5,5 kWh volgens het avondverbruik en 6 kWh volgens de MYNRG Check. Bij een gezin dat 's avonds meer verbruikt, of minder panelen heeft, lopen ze verder uiteen, want de vuistregel vertrekt van je panelen en de twee andere van je verbruik. In de zomer is er overschot genoeg om 6 kWh te vullen, in de winter niet. Een grotere batterij werkt alleen in de zonnige maanden. Of ze economisch loont, lees je in Rendabiliteit in Nederland.
We rekenden met een constant dagverbruik, terwijl je in de winter in werkelijkheid meer verbruikt. Met je echte meterdata wordt het resultaat nauwkeuriger, en precies daarmee rekent de MYNRG Check. Elke woning is anders: een installateur ter plaatse kijkt daarna of de batterij past bij je omvormer, je meterkast en de plek waar ze moet komen. En omdat je zo'n batterij voor lange tijd koopt, loont het om die maat goed te kiezen.
Goed om te weten
In de winter dient een batterij vooral als buffer. Je panelen leveren dan zo weinig dat je bijna alles meteen zelf verbruikt, en er valt weinig op te slaan.
Ook in de zomer past niet alles in de batterij. Milieu Centraal geeft het voorbeeld van tien panelen die op een junidag zo'n 15 kWh leveren, terwijl een gemiddelde batterij rond 6 kWh opslaat.
Heb je een elektrische auto, dan staat er op de oprit al een batterij van zo'n 60 kWh. Kun je die overdag op zonnestroom laden, dan is dat vaak een goedkopere manier om je zelfverbruik te verhogen dan een extra thuisbatterij.
Grote of kleine batterij
| Grotere batterij | Kleinere batterij | |
|---|---|---|
| Wat ze doet | Dekt meer van je avond- en nachtverbruik, ook op minder zonnige dagen | Raakt vaker helemaal leeg, dus je benut ze beter |
| Kosten | Kost meer, en de extra kWh werken alleen in de zonnige maanden | Lagere investering |
| Let op | Ook de verliezen en het verbruik in rust tellen mee | Dekt niet je hele avond- en nachtverbruik |
Voor wie het technisch wil weten
- Verhouding vermogen en capaciteit. Deel het vermogen (kW) door de capaciteit (kWh) en je ziet hoe snel de batterij laadt en ontlaadt. Een batterij van 5 kWh met 2,5 kW komt op 0,5.
- Aansluiting en fasen. Het vermogen van je batterijomvormer moet passen binnen je aansluiting (bijvoorbeeld 1x35A of 3x25A) en binnen de eisen van je netbeheerder voor vermogen per fase. Welke eisen dat precies zijn, lees je in Netbeheerderseisen. Je installateur kijkt dat na.
- Dubbele omzetting. Bij AC-koppeling gaat de stroom van de panelen via twee omvormers naar de batterij en terug. Met een hybride omvormer gebeurt dat minder vaak. Meer in AC- of DC-gekoppeld en Hybride omvormer.
- Zelfverbruik berekenen. Zelfverbruik = (P − T) / P x 100, met P de totale productie en T de totale teruglevering.
- Meetgegevens. De slimme meter registreert je verbruik per kwartier en geeft via de P1-poort zelfs elke paar seconden een waarde. Met die gegevens bepaal je je avond- en nachtverbruik.
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Milieu Centraal, Thuisbatterij: zonne-energie opslaan
- Milieu Centraal, Kosten en opbrengst zonnepanelen
- PVGIS 5.3, Europese Commissie (JRC), berekening voor Eindhoven
- Vlaanderen.be, Thuisbatterij (vuistregel per kWp)
- Praktijktest thuisbatterijen in Gent, Energent (2024)
- Test Aankoop, test van plug-and-playbatterijen (26/08/2026)
Veelgestelde vragen
Hoeveel kWh heb ik nodig?
Begin bij je avond- en nachtverbruik en kies niet groter. De vuistregel van 1 tot 1,5 kWh per kWp zonnepanelen is een controle. De MYNRG Check zet de batterij op zo'n 70 % van je dagverbruik, tussen 5 en 20 kWh.
Hoeveel kWh heb ik nodig bij 3.000 kWh verbruik per jaar?
Rond 6 kWh. Je dagverbruik is dan 3.000 / 365 = 8,2 kWh, en de MYNRG Check neemt daar 70 % van: 5,8 kWh, afgerond 6 kWh.
Hoeveel kW vermogen moet mijn batterij hebben?
Een vaste richtwaarde bestaat niet. Het vermogen bepaalt hoeveel toestellen tegelijk op de batterij kunnen draaien, zoals kookplaat en oven samen. Is het te klein, dan komt de rest van het net. Je installateur kan nagaan welk vermogen jouw avondpiek dekt en wat je aansluiting toelaat.
Is een grotere batterij altijd beter?
Niet per se. Ze moet in de zomer ook vol raken, en in de winter is er weinig overschot om haar te vullen. Een batterij die nooit leeg raakt, betaal je voor niets.
Heb ik een grotere batterij nodig met een warmtepomp of elektrische auto?
Een warmtepomp verschuift je verbruik naar de winter, net wanneer de zon weinig levert. Een grotere batterij lost dat niet op. Een auto met een grote batterij kan zelf als buffer dienen als je hem overdag laadt, en dan heeft een thuisbatterij mogelijk minder meerwaarde.