Overslaan naar inhoud
Hoofdstukken van deze gidsZonnepanelen Gids · 17 hoofdstukken

Deel 1 · Werking en technologie

  1. 1Hoe een zonnepaneel werkt
  2. 2Soorten panelen
  3. 3Celtechnologie: TOPCon, HJT en back contact
  4. 4Bifaciale en glas-glaspanelen
  5. 5Rendement, wattpiek en temperatuur

Deel 2 · Dimensioneren en opbrengst

  1. 6Is je dak geschikt?
  2. 7Hoeveel panelen je nodig hebt
  3. 8Opbrengst in Nederland
  4. 9Oriëntatie en hellingshoek
  5. 10Schaduw, bypassdiodes en optimizers
  6. 11Opbrengst opvolgen

Deel 3 · Plaatsing en onderhoud

  1. 12Panelen op een plat dak
  2. 13Montagesystemen
  3. 14Reinigen en onderhoud
  4. 15Appartement of huurwoning

Deel 4 · Levensduur en garanties

  1. 16Degradatie en levensduur
  2. 17Product- en vermogensgarantie

Tot slot

  1. ?Veelgestelde vragen
  2. !Wist je dat?

Gids zonnepanelen · Deel 3 · Plaatsing en onderhoud

13 Montagesystemen

In het kort

Op een hellend dak hangen zonnepanelen aan rails die met dakhaken in de houten dakconstructie geschroefd zijn. Op een plat dak blijven ze liggen door ballast (gewicht), door bevestiging aan de constructie of door lijm. De grootste kracht op een paneel is de wind. In een rekenvoorbeeld van het Belgische bouwonderzoekscentrum WTCB (nu Buildwise) trekt de wind met ongeveer 100 tot 166 kg per m² aan een paneel dat zelf 11 tot 13 kg per m² weegt. Daarom is de bevestiging een berekening en geen kwestie van "een paar schroeven". In Nederland beschrijft de norm NEN 7250 de bouwkundige eisen.

De onderdelen van een montagesysteem

  • Paneel: wordt met klemmen op rails of profielen gehouden. Het paneel mag niet vervormen door de klemmen, want dat kan verborgen celschade geven. Een verstelbaar bevestigingssysteem heeft de voorkeur.
  • Rails: metalen profielen waarop de panelen rusten. Ze verdelen de krachten over de dichtstbijzijnde haken en kunnen staand (portret) of liggend (landschap) lopen.
  • Dakhaken: verbinden de rails met het dak. Ze gaan door de overlap van de dakbedekking en worden in de dakconstructie (gordingen, sporen of panlatten) geschroefd.
  • Bevestigingsmateriaal: schroeven, klemmen en eventueel ballast, meestal van roestvrij staal of aluminium. Alleen de haken verschillen per soort dakbedekking.

Klemzones en aanhaalmoment

De paneelfabrikant geeft aan waar je een paneel mag klemmen (de klemzones), hoe het gemonteerd moet worden en welke belasting het aankan. Klem je buiten die zones, dan belast je het paneel anders dan het getest is. Ook het aanhaalmoment van klemmen en bevestigingen moet kloppen met de instructies. Sterke rails maken ongeschikte schroeven of een te zwakke ondergrond niet goed: elke schakel in de keten moet berekend zijn op de verwachte belasting.

Detail van een klem tussen twee paneelframes op een montagerail

Drie manieren om panelen op een hellend dak te plaatsen

  • Op de dakbedekking. De panelen rusten op rails die aan de dakconstructie vastzitten. De dakbedekking blijft de regen tegenhouden. Dit is de gangbare manier.
  • Integratie (indak). Een deel van de dakbedekking wordt vervangen door panelen met waterdichte aansluitingen.
  • Half geïntegreerd. Onder de panelen nemen vervangende elementen de functie van het dak over. Dat is eerder zeldzaam en vooral interessant bij nieuwbouw of renovatie.

⏱ Let op de btw: panelen die als dakbedekking in een nieuwbouwwoning zijn geïntegreerd, vallen volgens de Belastingdienst onder 21 % btw, gewone panelen op of bij een woning onder 0 %. Meer in Btw: 0 % op panelen, 21 % op de rest.

Welke haak voor welk dak?

DakbedekkingBevestiging
PannenHaken gaan door de overlap van de pannen. De pan wordt zo nodig aangepast, zodat de haak de pan niet raakt (minstens 5 mm afstand).
LeienSpeciale leihaken of vervangende platen; vraag de installateur hoe hij de waterdichtheid garandeert.
Zink met staande naadKlemmen op de staande naden. Minstens twee vaste klemmen per naad wordt aanbevolen; vraag het na bij de fabrikant van de dakbedekking.
Golfplaten of stalen profielplatenDe rails worden aan de dakconstructie of met speciale schroeven aan de platen bevestigd.
Dak met isolatie boven de sporenDe constructie is moeilijker bereikbaar. Haken komen in de tengels of panlatten, die de extra belasting moeten aankunnen.

Enkele vuistregels:

  • Bevestigingen moeten geschroefd zijn. Vastgespijkerde systemen zijn niet geschikt.
  • Onder de panelen blijft minstens 50 mm vrij (rails dwars op de helling) of 20 mm (rails evenwijdig met de helling), zodat je bladeren kunt verwijderen.
  • Langs de dakranden en de nok blijft een vrije zone van ongeveer 30 cm voor inspectie.

De resterende levensduur van het dak moet langer zijn dan die van de installatie: reken op minstens 20 tot 25 jaar. Doorboringen moeten waterdicht en vakkundig uitgevoerd zijn. Corrosie is een risico bij water, zeelucht, industrie en een combinatie van verschillende metalen.

Wind: de Eurocode in gewone taal

De windbelasting volgt de Eurocode NEN-EN 1991-1-4 met de Nederlandse nationale bijlage. Voor een paneel op een hellend dak geldt: windkracht = stuwdruk × krachtcoëfficiënt. De stuwdruk is de plaatselijke maximale winddruk, afhankelijk van het windgebied, het terrein en de hoogte. De krachtcoëfficiënt hangt af van de plek op het dak en de montagewijze. Een minteken betekent zuiging: de wind trekt het paneel naar buiten.

Wind over een hellend dak met zonnepanelen: de rand- en hoekzones van het dak krijgen de zwaarste zuiging

Rand- en hoekzones van het dak krijgen de hoogste belasting. Nederland is verdeeld in drie windgebieden. De referentiewindsnelheid is 29,5 m/s in windgebied I (de kust en de Waddeneilanden), 27,0 m/s in windgebied II en 24,5 m/s in windgebied III (het binnenland in het zuiden en oosten). Een paneel aan de kust moet dus steviger vast dan hetzelfde paneel in Brabant.

De norm NEN 7250 vertaalt dat naar zonne-energiesystemen: windbelasting, brandveiligheid, bevestiging en de geschiktheid van het dak. ⏱ De huidige versie verscheen in januari 2022. Laat een installateur met de actuele waarden rekenen.

Sneeuw en gewicht

Sneeuw schuift naar de onderrand van de panelen en hoopt zich daar op. Vorst en dooi kunnen die sneeuw verdichten. Een zonnepaneel weegt zelf ongeveer 11 tot 13 kg per m².

Plat dak: ballast, verankering of lijm

Deze cijfers zijn indicatief. Meer uitleg vind je in Panelen op een plat dak.

  • Ballast: indicatief meer dan 80 kg per m² dak. Veel platte daken van woningen zijn licht gebouwd. Het dak en de draagconstructie moeten het extra gewicht aantoonbaar aankunnen; een constructeur controleert dat.
  • Verankerd aan de constructie: indicatief meer dan 40 kg per m². Dat vraagt een volledige afdichting rond de ankerpunten.
  • Gekleefd: flexibele dunnefilmpanelen, onder 10 kg per m², voor een helling van 0° tot 10°.

Losliggende panelen met ballast kunnen oplichten, kantelen of schuiven. Leg geen panelen in de hoek- en randzones van het dak. Die zones zijn zo breed als de kleinste van twee maten: twee keer de gebouwhoogte of de gebouwbreedte. Na stormen worden vooral schadegevallen bij systemen met ballast gemeld.

Stalen profielplaten (steeldeck)

Voor de bevestiging op stalen profielplaten (draagkracht van de plaat, plaats en aantal schroeven) bestaat geen algemene vuistregel. Laat dat uitwerken door een constructeur of de installateur, en vraag de berekening op papier.

Rekenvoorbeeld

Dit voorbeeld laat zien hoe de krachten oplopen. Het neemt de waarden over uit het rekenvoorbeeld van het WTCB: een stuwdruk van 815 Pa, een helling van 40°, een gebouw van 12 m hoog in een bebouwde omgeving. De natuurkunde is in Nederland dezelfde; de stuwdruk voor jouw woning hangt af van je windgebied, de omgeving en de hoogte.

We gaan uit van:

  • één paneel van 1,7 × 1,1 m (een aangenomen oppervlak van 1,87 m²);
  • een drukcoëfficiënt van −1,2 in het midden en −2,0 in de randzone;
  • een eigen gewicht van 12 kg per m².
Midden van het dakvlakRandzone
Zuiging per m²978 Pa (ca. 100 kg/m²)1.630 Pa (ca. 166 kg/m²)
Kracht op één paneelca. 1.830 N (ca. 186 kg)ca. 3.050 N (ca. 311 kg)
Eigen gewicht paneelca. 22 kgca. 22 kg

De zuiging is dus tot ongeveer 14 keer het gewicht van het paneel. De kracht loopt van de wind naar het paneel, de klemmen, de rail, de haken, de schroeven en het hout. De zwakste schakel bepaalt de sterkte. In het WTCB-voorbeeld is de kracht op een haak 1.227 N, en twee schroeven van 6 × 80 mm houden tot ongeveer 3.885 N vast. In windgebied I aan de kust ligt de stuwdruk hoger dan in het binnenland, dus daar lopen deze getallen nog op.

Hoe stevig jouw panelen vast moeten, volgt uit een berekening voor jouw dak, met je windgebied en de staat van je dakconstructie. Een installateur die het dak van binnen en van buiten bekijkt, kan die maken. De panelen moeten er 25 jaar stormen doorstaan.

Wat vraag je in het montagedossier?

Een foto van de afgewerkte panelen zegt weinig over wat eronder zit. Vraag daarom een montagedossier: de naam van het systeem, de windberekening volgens NEN 7250 of NEN-EN 1991-1-4, de plaats van de bevestigingen en foto's van de belangrijke details tijdens de uitvoering (haken, doorvoeren, afdichtingen). Doorvoeren moeten duurzaam waterdicht zijn, er moet ruimte zijn voor ventilatie en een veilige kabelgeleiding, en de materialen moeten bij elkaar passen zodat er geen corrosie ontstaat.

Goed om te weten

  • De wind trekt harder aan een paneel dan zijn eigen gewicht. In het voorbeeld is de zuiging in de randzone ruim tien keer het paneelgewicht.
  • Twee dikke schroeven houden meer vast dan vier dunne. In het WTCB-voorbeeld (houtklasse C18) houden vier schroeven van 4 × 50 mm 3.938 N vast, twee schroeven van 6 × 80 mm 6.170 N.
  • Aan de kust moet het steviger. Windgebied I heeft een referentiewindsnelheid van 29,5 m/s, windgebied III 24,5 m/s.
  • Niet elk dak kan panelen dragen. Op een asbestdak raden we panelen af, en rieten daken en groendaken vragen een aparte beoordeling.

Voor- en nadelen

SysteemVoordeelNadeel
Hellend dak, op de dakbedekkingDakbedekking blijft de regen tegenhouden, goede ventilatieHaken door de dakbedekking zijn een zwakke plek bij slechte uitvoering
Half geïntegreerd of indakWeinig zichtbaarZeldzaam, vraagt waterdichte aansluitingen; bij nieuwbouw soms 21 % btw
Plat dak, ballastGeen doorboring van de dakbedekkingVeel gewicht, gevoelig voor wind
Plat dak, verankerdLichterVraagt een perfecte afdichting rond de ankers
Plat dak, gekleefdZeer lichtAlleen voor flexibele dunnefilmpanelen op een lage helling

Voor wie het technisch wil weten

  • Krachtenpad. Bij zuiging gaat de kracht via paneel, klemmen en rail naar de haken en dan naar de schroeven in het hout. De schroefkracht volgt uit het moment rond het draaipunt van de haak.
  • Uittrekweerstand. Die hangt af van de houtklasse (C14 tot D70, dichtheid 290 tot 900 kg/m³), de schroef en de indringdiepte. Het aantal schroeven telt niet lineair mee: de rekenformule gebruikt n^0,9.
  • Windgebieden. Volgens de Nederlandse nationale bijlage bij NEN-EN 1991-1-4 is de referentiewindsnelheid 29,5, 27,0 en 24,5 m/s voor windgebied I, II en III. Dicht bij de grens tussen twee gebieden geldt een geleidelijke overgang.
  • Windweerstand testen. Kiwa test de windweerstand van zonne-energiesystemen volgens de methode in NEN 7250.

Bronnen bij dit hoofdstuk

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn dakconstructie sterk genoeg is?

Dat vraagt een controle van het houtwerk: afmetingen, houtklasse en staat. Een installateur (Erkende installateur) rekent de bevestiging uit voor jouw windgebied.

Wat is een klemzone?

Het deel van het paneelframe waar de fabrikant toestaat te klemmen. Klemmen buiten die zone belast het paneel anders dan getest en kan je garantie in gevaar brengen, zie Product- en vermogensgarantie.

Wat zit er in een goed montagedossier?

De naam van het systeem, de windberekening, de plaats van de haken of ballast en foto's van de details tijdens de uitvoering.

Kan elk dak zonnepanelen dragen?

Nee. Kijk naar de resterende levensduur van het dak (minstens 20 tot 25 jaar), de draagkracht en de dakbedekking. Op een asbestdak raden we panelen af.

Heb ik een vergunning nodig voor een montagesysteem op een plat dak?

⏱ Meestal niet. Volgens het Bbl mag het vergunningvrij als de panelen minstens zo ver van de dakrand staan als ze hoog zijn, en niet op een monument. Zie Vergunning.