Hoofdstukken van deze gids
Kosten & regels Gids · 17 hoofdstukkenDeel 1 · Kosten en rendement
- 1Wat een installatie kost
- 2Terugverdientijd
- 3Rendabiliteit: ROI, IRR en NCW
- 4Injectievergoeding
- 5Btw: 6 % of 21 %
- 6Premies en voordelen
- 7Offertes vergelijken
Deel 2 · Tarieven en meter
Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
Deel 4 · Veiligheid, installateur en bijzondere gevallen
Tot slot
Gids kosten & regels · Deel 3 · Keuring, aanmelding en vergunning
13Netvoorschriften C10/11 en C10/26
In het kort
Synergrid is de federatie van de Belgische netbeheerders. C10/11 is haar technisch voorschrift voor installaties die stroom opwekken of opslaan en parallel met het distributienet werken: zonnepanelen, batterijen, bidirectionele laders en meer.
C10/26 is de homologatie, dat is de officiële goedkeuring: een type omvormer of laadinrichting moet op de C10/26-lijst staan voordat je het mag aansluiten. Als particulier merk je dat vooral via je installateur. Die kiest een omvormer van de lijst, houdt rekening met de vermogensgrenzen en meldt je installatie aan. ⏱ Fluvius adviseert zelf om bij een tweedehands omvormer te controleren of het type op de lijst staat.
Wat zijn C10/11 en C10/26?
C10/11 heet officieel: "Specifieke technische voorschriften voor elektriciteitsproductie-installaties die parallel werken met het distributienet". ⏱ De huidige editie is 2.4, van oktober 2025.
- Ze geldt voor nieuwe of aangepaste installaties achter een netaansluiting die technisch parallel met het net kunnen werken, tot 25 MW, ongeacht spanningsniveau of technologie. Ook installaties met energieopslag vallen eronder.
- Installaties zonder verbinding met het net (off-grid) vallen erbuiten.
- Het doel is de stabiliteit en veiligheid van het net. De interne veiligheid van je eigen installatie valt daarbuiten. Daarvoor geldt het AREI, zie AREI-keuring.
C10/26 bevat de specificaties, de procedure en het aanvraagformulier voor de homologatie van decentrale productie-eenheden volgens C10/11. Het gaat om omvormers voor zonnepanelen en batterijen, noodstroomgeneratoren, bidirectionele laders, warmtekrachtkoppelingen en windturbines. De homologatie is gratis. Synergrid beoordeelt enkel het technische dossier, er is geen testtoestel nodig.
Een eenheid moet op de C10/26-lijst staan voordat de aansluitprocedure kan starten. Zonnepanelen en batterijmodules zelf staan niet op de lijst. Enkel de omvormer moet gehomologeerd zijn.
Wat betekent dat voor jou?
- Omvormer kiezen: een omvormer mag alleen op het net aangesloten worden als hij op de C10/26-lijst staat. Types die op de lijst als niet toegelaten (rood) staan, mogen volgens Fluvius niet geïnstalleerd worden in Vlaanderen.
- Tweedehands omvormer: controleer of het type op de lijst staat. Een omvormer gaat ongeveer 10 tot 15 jaar mee: houd daar rekening mee als je je opbrengst wilt verzekeren.
- De lijst verandert vaak. Raadpleeg de online versie en niet een gedownload exemplaar.
- Gelijkvormigheidsverklaring: de lijst bevat per type een link naar die verklaring. Je installateur heeft ze nodig om de aansluitingsaanvraag te starten.
- Welk vermogen telt: op de lijst staat het nominaal actief vermogen enkel ter informatie. De referentie voor de netlimieten is het maximaal schijnbaar vermogen. Software of firmware die het vermogen begrenst, telt niet mee: het AC-vermogen op de kentekenplaat is de referentie. Enkel het vermogen van omvormers telt mee; laadpunten tellen niet mee, tenzij ze terugleveren (Synergrid).
Kleine productie-installatie: de lichte procedure
C10/11 kent een lichtere procedure voor een kleine productie-installatie. Een installatie is klein als aan vier voorwaarden tegelijk voldaan is:
- Het vermogen blijft binnen de grenzen: bij een eenfasige aansluiting maximaal 5 kVA productie en maximaal 5 kVA opslag, bij een driefasige aansluiting maximaal 10 kVA.
- Elke eenheid heeft een automatisch scheidingssysteem: het systeem dat de installatie van het net afschakelt als dat nodig is. Een extern systeem moet single fault tolerance hebben (het blijft werken bij één enkele fout) en door Synergrid gehomologeerd zijn.
- Bij energieopslag is een vermogensbeheersysteem verplicht.
- Er is geen bijzonder geval, zoals een kritieke of medische installatie.
Overschrijdt je installatie de grenzen, dan is ze niet verboden. Ze valt dan onder de standaardprocedure, met een netstudie door de netbeheerder. Voor particulieren in Vlaanderen noemt Fluvius de netstudie pas boven 25 kVA. ⏱ Voor jou geldt wat Fluvius vermeldt. Zie ook Aanmelden bij Fluvius en Eenfase of driefase.
Vermogensgrenzen op een rij ⏱
Drie eenheden lopen vaak door elkaar: kWp is het vermogen van de panelen onder testomstandigheden, kVA het schijnbaar vermogen van een omvormer en kWh de energie die een batterij kan opslaan. Een batterij van 10 kWh heeft dus niet automatisch een omvormer van 10 kVA. De grenzen hieronder gaan over het vermogen van de omvormers in kVA (Fluvius).
| Aansluiting | Wat telt | Grens |
|---|---|---|
| Eenfasig | Omvormers voor zonnepanelen en hybride omvormers (ook zonder panelen) | Samen maximaal 5 kVA |
| Eenfasig | Omvormers die enkel voor opslag dienen | Daarbovenop maximaal 5 kVA |
| Driefasig | Alle omvormers samen (zonnepanelen, hybride en opslag) | Maximaal 25 kVA, met hooguit 5 kVA onbalans per fase |
| Boven 25 kVA | Alle omvormers samen | Eerst een netstudie aanvragen |
| Boven 10 kVA zonnepanelen | Omvormervermogen van de panelen | Je moet je registreren als zelfstandige, zie Aanmelden bij Fluvius |
Een laadpaal telt niet mee in deze grenzen, tenzij ze ook stroom terugstuurt naar het net. Laat je installateur op het eendraadschema aanduiden welke vermogens hij heeft opgeteld en hoe de fasen zijn verdeeld.
Meerfasig en onevenwicht
- Boven 5 kVA is een meerfasige aansluiting verplicht.
- Bij opslag op een driefasige aansluiting gebruikt Fluvius dezelfde logica: maximaal 25 kVA omvormervermogen, verdeeld over de fasen met een onbalans van hooguit 5 kVA per fase.
Extern ontkoppelrelais of niet?
Bij een totaal vermogen (bestaand en nieuw, inclusief batterijen) tot en met 30 kVA mag het interne automatische scheidingssysteem gebruikt worden in plaats van een extern relais. Een voorbeeld uit de FAQ van Synergrid: 20 kVA zonnepanelen met 20 kVA batterij is samen 40 kVA, dus dan is een extern, gehomologeerd relais verplicht. Fluvius vermeldt voor particulieren: boven 30 kVA is een netontkoppelbeveiliging verplicht.
Batterijen onder C10/11
- Bij een kleine installatie moet een vermogensbeheersysteem de injectie van de batterij begrenzen tot het gesommeerde vermogen van de andere productie-eenheden. Zonder andere productie is de injectie nul.
- Dat kan via de P1-poort van de digitale meter (zie De P1-poort) of via een sensor voor stroomrichting en vermogen. ⏱ De P1-poort is toegelaten sinds 15 oktober 2025.
- Een hybride systeem, waarbij de batterij aan de gelijkstroomzijde met de panelen gekoppeld is, valt onder "andere productie-eenheden". Daar is het vermogensbeheersysteem niet verplicht. Zie Hybride omvormer en AC- of DC-gekoppeld.
- Een omvormer die enkel voor opslag dient, telt volgens Fluvius niet mee in de productielimiet van 5 kVA. Je herkent hem op de Synergrid-lijst aan een kruisje bij "Energy storage" en niet bij "Solar energy". Een hybride omvormer telt wel mee, ook zonder panelen.
Stekkerpanelen en stekkerbatterijen
- Stekkertoestellen (plug-and-play) zijn sinds 17 april 2025 toegelaten.
- Een vaste verbinding is niet langer verplicht. Een toestel met een huishoudelijke stekker moet gehomologeerd zijn en op de aparte lijst voor plug-and-play staan voordat je het inplugt. Het moet ook voldoen aan de Europese regels (CE-markering). Jij blijft verantwoordelijk voor de compatibiliteit met je elektrische installatie.
- Die lijst vermeldt geen vermogensgrenzen of meldingsprocedure. Die vind je bij de netbeheerder. Zie Aanmelden bij Fluvius en Stekkerpanelen.
- Niet-goedgekeurde toestellen mag je volgens Fluvius niet gebruiken of aanmelden. Stelt Fluvius een vast, dan moet je het onmiddellijk uitschakelen.
Wie doet wat?
- Fabrikant: vraagt de homologatie aan bij Synergrid. Jij hoeft daar niets voor te doen.
- Installateur: kiest een omvormer van de lijst, telt het vermogen volgens de regels, stelt het vermogensbeheer in en tekent het eendraadschema.
- Keurder: controleert de conformiteit van je installatie met het AREI. Het verslag is nodig om aan te melden. Zie AREI-keuring.
- Netbeheerder: ontvangt de aanmelding, doet de netstudie bij grotere installaties en bepaalt hoeveel energie je mag injecteren.
- Jij: blijft als netgebruiker verantwoordelijk voor de melding.
Rekenvoorbeeld
Een gezin met een eenfasige aansluiting wil 5 kVA zonnepanelen (omvormer van 5 kVA) en een batterij met eigen batterij-omvormer van 5 kVA. Het scenario volgt het voorbeeld uit de FAQ van Synergrid.
| Controle | Berekening | Resultaat |
|---|---|---|
| Productie maximaal 5 kVA (eenfasig) | 5 kVA | binnen de grens |
| Opslag maximaal 5 kVA (eenfasig) | 5 kVA | binnen de grens |
| Telt de batterij-omvormer mee in de productielimiet? | op de lijst een kruisje bij "Energy storage", geen kruisje bij "Solar energy" | nee |
| Totaal onder 30 kVA | 5 + 5 = 10 kVA | het interne scheidingssysteem volstaat |
| Kleine installatie | alle vier voorwaarden vervuld | ja, lichte procedure |
| Vermogensbeheer | injectie van de batterij beperkt tot het vermogen van de andere productie | 5 kVA |
Wat de installateur dus moet kunnen aantonen: de omvormer(s) op de C10/26-lijst, een correct ingesteld vermogensbeheersysteem en een eendraadschema.
Een variant: driefasig met 10 kVA zonnepanelen en een batterij van 5 kVA (samen 15 kVA) kun je aanmelden via Mijn Fluvius. Een laadpaal telt daarbij niet mee, tenzij ze ook terugstuurt naar het net.
Goed om te weten
- Het vermogen op de lijst is niet het vermogen dat telt. Het nominaal actief vermogen staat er ter informatie, de netlimieten rekenen met het maximaal schijnbaar vermogen. Software die het vermogen begrenst, helpt niet.
- Enkel de omvormer is gehomologeerd, niet je panelen of batterijmodules.
- Een omvormer in het rood op de lijst mag in Vlaanderen niet geïnstalleerd worden. Wie een tweedehandsomvormer koopt, kan dus een toestel kopen dat niet aangesloten mag worden.
- Het plafond voor opslag staat los van het plafond voor productie. Eenfasig is maximaal 5 kVA productie én maximaal 5 kVA opslag mogelijk, en 5 kVA panelen met 5 kVA batterij blijft een kleine installatie.
- Ook een stekkertoestel moet op een lijst staan voor je het inplugt.
Voor- en nadelen van de voorschriften
| Voordelen | Nadelen |
|---|---|
| Het net blijft stabiel en veilig. | Een omvormer van een niet gehomologeerd type mag niet aangesloten worden, ook niet als hij technisch werkt. |
| De lijst maakt het voor jou en je installateur eenvoudig om na te gaan of een omvormer mag. | De regels zijn technisch en wijzigen regelmatig. |
| Een lichte procedure voor kleine installaties. |
Voor wie het technisch wil weten
- C10/11 beschrijft onder meer beveiligingen tegen een veiligheidsonderbreking, een intern defect, het wegvallen van het net, exportbegrenzing, faseonderbreking, te lage spanning en vermogensonevenwicht. De details en instellingen staan in de technische tekst zelf.
- In de lichte procedure bevestigt de installateur met een verklaring op eer dat de instellingen van het scheidingssysteem conform zijn. De melding gebeurt met een technisch dossier, met minstens een eendraadschema en die verklaring. Bij opslag bevestigt hij ook dat het vermogensbeheersysteem volgens de voorschriften is ingesteld, inclusief de maximale injectielimiet.
- In de standaardprocedure volgt naast de AREI-keuring een keuring van de aansluitvoorschriften door de netbeheerder of een erkend organisme, met onder meer nazicht van de beveiligingen en een testverslag. Bij inbreuken wordt eerst hersteld en dan opnieuw gekeurd.
- Voor kleine installaties kan het vermogensbeheer via de P1-poort of een sensor voor stroomrichting en vermogen. Voor grotere installaties is de P1-poort niet toegestaan.
- Noodvoedingssystemen mogen maar kortstondig parallel met het net werken. Zie Noodstroom en back-up.
- Sommige netbeheerders hebben aanvullende voorschriften. Voor Brussel en Wallonië zijn hier geen regels uitgewerkt.
Veelgestelde vragen
Mag ik een tweedehands omvormer plaatsen?
Alleen als het type op de C10/26-lijst staat. Types die als niet toegelaten staan aangeduid, mogen in Vlaanderen niet geïnstalleerd worden.
Wat als mijn installatie groter is?
Dan valt ze onder de standaardprocedure, met netstudie. Voor particulieren in Vlaanderen noemt Fluvius de netstudie boven 25 kVA. ⏱
Is een CE-markering genoeg voor een omvormer?
Nee. De CE-markering bewijst niet dat de Belgische homologatie aanwezig is. Het exacte type moet op de C10/26-lijst staan, en ook dan blijven keuring en aanmelding afzonderlijke stappen.
Hoeveel omvormervermogen mag ik aansluiten?
Eenfasig maximaal 5 kVA voor omvormers van zonnepanelen en hybride omvormers, plus maximaal 5 kVA voor omvormers die enkel opslaan. Driefasig samen maximaal 25 kVA, daarboven eerst een netstudie. Zie 'Vermogensgrenzen op een rij'. Stekkertoestellen staan in Stekkerpanelen. ⏱
Bronnen bij dit hoofdstuk
- Synergrid, Technische voorschriften elektriciteit
- Synergrid, C10/11 editie 2.4 (oktober 2025)
- Synergrid, Homologatie decentrale productie-eenheden (C10/26)
- Synergrid, FAQ over C10/11
- Synergrid, Plug-and-play lijst
- Fluvius, Welke omvormer kies ik
- Fluvius, Zonnepanelen: verplichtingen
- Fluvius, Opslagsysteem aanmelden
- Fluvius, Plug-en-play toestellen
- Fluvius, Veelgestelde vragen over groene stroom